Taak 5 Attention disorders and agnosia
Leerdoelen:
1. Wat is bewustzijn en wat is aandacht?
2. Welke breingebieden zijn betrokken bij waarnemen? (Ventrale en dorsale stroom)
3. Wat zijn de afzonderlijke vormen van agnosie?
4. Welke breingebieden zijn betrokken bij deze afzonderlijke vormen?
5. Wat is neglect?
6. Welke breingebieden zijn hierbij betrokken?
7. Hoe kun je neglect verklaren?
8. Assessment van neglect (classificeren, diagnose etc)
Bron: Kalat
Bewuste en onbewuste processen
● Mind-Brain Relationship
○ Mind-body/mind-brain problem
■ Wat is de relatie tussen mind en brein?
■ Veel onderzoekers zien het als dualisme (= de opvatting dat mind en
lichaam apart van elkaar bestaan
■ Descartes verdedigde dit standpunt → hij stelde dat mind en
brein interacteren op één punt in het brein (dat zou de hypofyse
zijn)
● Klopt niet → onduidelijk of hersenactiviteit ervoor zorgt
dat we kunnen denken of andersom
■ Alternatief van dualisme is monisme (= de opvatting dat het universum
bestaat uit maar één enkele substantie)
● Verschillende vormen mogelijk in de volgende categorieën
○ Materialisme: de opvatting dat alles wat bestaat
materialistisch of fysiek is.
■ Mental events zouden niet bestaan
■ Alternatieve versie van materialisme: onderzoekers
vinden uiteindelijk wel een weg om psychologische
ervaringen in puur fysieke termen uit te leggen
○ Mentalisme: de opvatting dat alleen mind echt bestaat en
dat de fysieke wereld niet zou kunnen bestaan als mind er
niet bewust van zou zijn
■ George Berkeley
■ Moeilijk om idee te testen
○ Positie van identiteit: de opvatting dat mentale processen
en bepaalde hersenprocessen hetzelfde zijn, maar
beschreven in andere termen
■ Je kunt bepaalde dingen op meerdere manieren
benaderen, maar ze kunnen alsnog naar hetzelfde
, refereren
● Niet zeker dat deze opvattingen correct zijn!
■ Hard problem: waarom mind bestaat in onze fysieke wereld en waarom
bestaat bewustzijn überhaupt?
● Bewustzijn van een stimulus
○ Moeilijk te definiëren
■ Onderzoekers: als een persoon zich beseft dat hij een bepaalde stimulus
waargenomen heeft en zich niet beseft dat hij een andere stimulus heeft
waargenomen dan was deze persoon zich bewust van de eerste stimulus
maar niet van de tweede.
■ Flash suppression: de sterke reactie op de flashing stimulus verlaagd
de reactie op de steady stimulus → alsof dit een zwakker licht was
○ Experimenten:
■ Masking
● Een korte visuele prikkel wordt voorafgegaan en gevolgd door
langere interfererende stimuli.
● Backward Masking: onderzoekers presenteren de korte stimulus
en een langere erachteraan
● Dehaene en collega’s
○ Woord op het screen voor 29 milliseconden → werd
bijna altijd herkent
■ Meer activatie in de primaire visuele cortex
→ geen afleiding door andere stimuli
■ Activiteit wordt verspreid naar andere
hersengebieden (incl. Prefrontale cortex en
parietale cortex) → versterken het signaal en
sturen het terug naar de visuele cortex
○ Woord op het screen voor dezelfde tijd, maar van tevoren
en erna masking patterns (allerlei figuurtjes) → werd
bijna nooit herkent
■ Minder activatie in de primaire visuele cortex
→ meer afleiding door andere stimuli
■ Binocular Rivalry
● Als ieder oog een andere stimulus te zien krijgt (zoals rode
verticale strepen en groene horizontale strepen), switched je
aandacht automatisch van de ene naar de andere stimulus
● Je kunt dit ook ‘vrijwillig’ doen, maar voor een gelimiteerde
omvang
○ Na korte tijd zie je de andere stimulus, hoe dan ook.
● Mogelijkheid om van iedere stimulus die gezien wordt door de
ogen de hersenactiviteit te meten
○ Bij het zien van de eerste stimulus wordt een bepaald
patroon van hersenactiviteit gemeten, zo gauw als deze
stimulus vervangen wordt door de andere stimulus,
Leerdoelen:
1. Wat is bewustzijn en wat is aandacht?
2. Welke breingebieden zijn betrokken bij waarnemen? (Ventrale en dorsale stroom)
3. Wat zijn de afzonderlijke vormen van agnosie?
4. Welke breingebieden zijn betrokken bij deze afzonderlijke vormen?
5. Wat is neglect?
6. Welke breingebieden zijn hierbij betrokken?
7. Hoe kun je neglect verklaren?
8. Assessment van neglect (classificeren, diagnose etc)
Bron: Kalat
Bewuste en onbewuste processen
● Mind-Brain Relationship
○ Mind-body/mind-brain problem
■ Wat is de relatie tussen mind en brein?
■ Veel onderzoekers zien het als dualisme (= de opvatting dat mind en
lichaam apart van elkaar bestaan
■ Descartes verdedigde dit standpunt → hij stelde dat mind en
brein interacteren op één punt in het brein (dat zou de hypofyse
zijn)
● Klopt niet → onduidelijk of hersenactiviteit ervoor zorgt
dat we kunnen denken of andersom
■ Alternatief van dualisme is monisme (= de opvatting dat het universum
bestaat uit maar één enkele substantie)
● Verschillende vormen mogelijk in de volgende categorieën
○ Materialisme: de opvatting dat alles wat bestaat
materialistisch of fysiek is.
■ Mental events zouden niet bestaan
■ Alternatieve versie van materialisme: onderzoekers
vinden uiteindelijk wel een weg om psychologische
ervaringen in puur fysieke termen uit te leggen
○ Mentalisme: de opvatting dat alleen mind echt bestaat en
dat de fysieke wereld niet zou kunnen bestaan als mind er
niet bewust van zou zijn
■ George Berkeley
■ Moeilijk om idee te testen
○ Positie van identiteit: de opvatting dat mentale processen
en bepaalde hersenprocessen hetzelfde zijn, maar
beschreven in andere termen
■ Je kunt bepaalde dingen op meerdere manieren
benaderen, maar ze kunnen alsnog naar hetzelfde
, refereren
● Niet zeker dat deze opvattingen correct zijn!
■ Hard problem: waarom mind bestaat in onze fysieke wereld en waarom
bestaat bewustzijn überhaupt?
● Bewustzijn van een stimulus
○ Moeilijk te definiëren
■ Onderzoekers: als een persoon zich beseft dat hij een bepaalde stimulus
waargenomen heeft en zich niet beseft dat hij een andere stimulus heeft
waargenomen dan was deze persoon zich bewust van de eerste stimulus
maar niet van de tweede.
■ Flash suppression: de sterke reactie op de flashing stimulus verlaagd
de reactie op de steady stimulus → alsof dit een zwakker licht was
○ Experimenten:
■ Masking
● Een korte visuele prikkel wordt voorafgegaan en gevolgd door
langere interfererende stimuli.
● Backward Masking: onderzoekers presenteren de korte stimulus
en een langere erachteraan
● Dehaene en collega’s
○ Woord op het screen voor 29 milliseconden → werd
bijna altijd herkent
■ Meer activatie in de primaire visuele cortex
→ geen afleiding door andere stimuli
■ Activiteit wordt verspreid naar andere
hersengebieden (incl. Prefrontale cortex en
parietale cortex) → versterken het signaal en
sturen het terug naar de visuele cortex
○ Woord op het screen voor dezelfde tijd, maar van tevoren
en erna masking patterns (allerlei figuurtjes) → werd
bijna nooit herkent
■ Minder activatie in de primaire visuele cortex
→ meer afleiding door andere stimuli
■ Binocular Rivalry
● Als ieder oog een andere stimulus te zien krijgt (zoals rode
verticale strepen en groene horizontale strepen), switched je
aandacht automatisch van de ene naar de andere stimulus
● Je kunt dit ook ‘vrijwillig’ doen, maar voor een gelimiteerde
omvang
○ Na korte tijd zie je de andere stimulus, hoe dan ook.
● Mogelijkheid om van iedere stimulus die gezien wordt door de
ogen de hersenactiviteit te meten
○ Bij het zien van de eerste stimulus wordt een bepaald
patroon van hersenactiviteit gemeten, zo gauw als deze
stimulus vervangen wordt door de andere stimulus,