Policy Analysis Verkort
1. Session 1 – inleiding
1.1 Definities en actoren
Beleidsanalyse (policy analysis) kan op 2 fundamenteel verschillende manieren benaderd worden
1) Analysis of Policy (analyse van het beleid)
Beschrijvend en theoretisch van aard
Focust op het begrijpen van beleidsprocessen, beleidsproblemen en het verklaren van falen
Vragen als
o Waarom komt een bepaald probleem op de agenda?
o Waarom blijft een bepaald beleid bestaan, ondanks kritiek of onvoldoende bewijs van
slagen?
Men bestudeert problemen
2) Analysis for policy (analyse voor beleid)
Meer toepassingsgericht en voorschrijvend
Richt zich op beleidsaanbevelingen en realistische voorstellen
Eerder gericht op het verbeteren van beleidsvorming i.p.v. het verklaren ervan
Kunnen beide benaderingen los van elkaar bestaan?
Analyse van beleid zonder analyse voor beleid: wel, het kan zijn dat men enkel beleid bestudeert,
zonder een adviserende rol op te nemen en problemen te willen oplossen.
Analyse voor het beleid zonder analyse van beleid: niet, om onderbouwd advies te leveren moet
men kennis van het beleid zelf hebben.
Eigenschappen van beleidsanalyse
Multidisciplinair: er worden inzichten uit o.a. psychologie, rechten, sociologie en economie
gecombineerd
Multi-method: gebruik van zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek
Probleemgerichtheid: het doel is om maatschappelijke problemen in kaart te brengen en
oplossingen uit te werken
Geen neutrale observatie van beleid, men vertrekt vanuit een bekommernis om maatschappelijke
uitdagingen
Definities Policy Analysis
Daniel Lermer en Harold Lasswell – the Policy Sciences (1951)
“the disciplines concerned with explaining the policy making and policy executing process , and
with locating data and providing interpretations which are relevant to the policy problems of a
given period”
Volgens hen verwijst Policy naar:
“ the most important choices made either in organized or private life “
M.a.w.: beleid betreft keuzes die er toe doen
Thomas Dye (1972)
“ anything a government chooses to do or not to to”
M.a.w.: benadrukking van beslissingsmacht van de overheid, ook in geval van niet ingrijpen
William Jenkins (1978)
“a set of interrelated decisions taken by a political actor or group of actors concerning the selection
of goals and the means of achieving them within a specified situation where those decisions
should, in principle, be within the power of those actors to achieve “
M.a.w.: de focus ligt hier op het samenspel van doelstellingen, middelen en
uitvoeringsmogelijkheden
James Anderson (1975)
“ a purposive cours of action followed by an actor or set of actors in dealing with a problem or
matter of concern for the population”
, M.a.w.: nadruk op handelen met een doel en de aanwezigheid van een probleem dat om
publieke aandacht vraagt
Essentieel o inzicht te verwerven in wie betrokken is in het beleidsproces. Dit vereist een analyse van
zowel actoren als de instituties waarin zij opereren
De centrale actoren bevinden zich in het policy subsystem
= de sfeer waarin beleid effectief wordt gemaakt, uitgevoerd en geëvalueerd
Verkozen politici, administratieve ambtenaren en overheidsagentschappen
Power to make policy: deze actoren hebben de macht om beleid te maken
Rondom het Policy subsystem bestaan bredere institutionele contexten die eveneens invloed
uitoefenen op beleid
De organisatie van de staat: de lokale overheden, bureaucratie…
De organisatie van de samenleving: vakbonden, Ngo’s…
De organisatie van het internationale systeem: NAVO, EU, WHO…
De media oefent ook een invloed in beleidsvorming, voornamelijk in de agendiseringsfase of evaluatie
Experten en academici spelen ook een grote rol d.m.v. het geven van adviezen, werken in dienst van
de overheid… als hun standpunten wiet worden opgevolgd kan dit vergroot worden in de media
Multinationale bedrijven hebben eveneens door hun economische aanwezigheid ook een invloed op
beleid
Het is een centraal thema binnen de beleidsanalyse wie toegang heeft tot het beleidsproces, wie de
agenda bepaalt en wie gehoord wordt in de besluitvorming
1.2 Beleidscyclusmodel
= een analytisch raamwerk dat gebruikt wordt om beleidsprocessen op te delen. Het helpt bij het
reduceren van de complexiteit van beleidsanalyse en laat toe de rol van actoren, instituties en
belangen in verschillende fases te verhelderen
Meestal voorgesteld als 6 opeenvolgende fases
1) Agendasetting
2) Policy formation
3) Decisionmaking
4) Policy implementation
5) Monitoring and evaluation
6) Terugkoppeling die kan leiden tot beleidsverandering
Elke fase wordt gekenmerkt door de betrokkenheid van specifieke actoren en instituties
Beperkingen: in de praktijk verlopen beleidsprocessen zelden lineair, ieder beleidsprobleem wordt vaak
op een unieke manier aangepakt, bepaalde fases worden overgeslagen of samengevat en oorzaak-
gevolg relaties zijn niet altijd zichtbaar
Zandlopermodel als metafoor:
Agendasetting: grote waaier aan actoren die het publieke debat of beleidsagenda beïnvloeden:
politici, media experts, belangengroepen. deze groep actoren noemt men de ‘policy universe’
Policy Formulation: keuzes worden gemaakt en opties uitgewerkt binnen een beperkter ‘policy
subsystem’, degene met beslissingsmacht
Policy implementation: hier opent de zandloper opnieuw, niet enkel uitvoerende instanties, maar
ook burgers wanneer zij gebruiken van of gedrag aanpassen naar beleid impliceren
beleidsimplementatie
Evaluatiefase: hier is de actoren omgeving opnieuw heel breed: evaluatie kan gebeuren door
juridische actoren, burgers, experten, politici zelf…
, Beleidscyclusmodel Harold Lasswell (1965, eerst versie)
1) Intelligence – kennis verzamelen en verspreiden
2) Promotion (ondersteunen van beleidsalternatieven)
3) Prescription – besluitvorming over alternatief
4) Invocation – beslissing over regels
5) Application – implementatie
6) Termination – stopzetten beleid
7) Appraisal – evaluatie op basis van oorspronkelijke doelen
Kritiekpunt: Lasswel plaatste evaluatie pas na het beëindigen van het beleid, terwijl dit in de
praktijk vaak al veel eerder gebeurt
Latere auteurs pasten de volgorde aan. Brewer (1974) formuleerde 6 fasen:
1) Inventation/initiation
2) Estimation
3) Selection
4) Implementation
5) Evaluation
6) Termination
De aangepast volgorde wordt tegenwoordig als logischer beschouwd.
2. Session 2 – beleidsbenadering en het belang van theorie
Metafoor lenzen
= door verschillende benaderingen te combineren, verkrijgt men vaak een meer genuanceerd en
omvattend inzicht in beleidsvorming en -uitvoering. Verschillende theorieën als lenzen omdat iedere
theorie bepaalde elementen benadrukt.
Binnen dit vak 6 hoofdbenaderingen, gesitueerd langs 2 analytische dimensies
Dimensie 1 : analyse eenheid (unit of analysis)
= sommige benaderingen focussen op
o Individuen
o Collectieve of sociale structuren
o Formele instanties
Dimensie 2: methode van theorievorming
o Deductief: vertrekkend vanuit algemene principes of modellen
o Inductief: op basis van empirische observaties
individueel Collectivity Structure
Deductief Public choice Social structure/ class Neo-institutionalism
analysis
Inductief Wellfare economics Pluralism of neo- statism
corporatism
2.1 Public Choice theory
Deductieve benadering
Mens als analyse-eenheid
Vindt haar oorsprong in de neoklassieke economie en kent 2 fundamentele assumpties
Individuen handelen rationeel
Individuen streven naar nutsmaximalisatie
Alle actoren (burgers, politici, ambtenaren) streven naar eigenbelang
Het streven naar eigenbelang in de publieke sfeer leidt tot een expansie van de staat
Burgers willen meer diensten en minder belastingen
Politici willen herverkozen worden en beloven burgers hiervoor zaken
Ambtenaren willen hun positie veilig stellen en hun departement vergroten door grotere budgetten
op te eisen
1. Session 1 – inleiding
1.1 Definities en actoren
Beleidsanalyse (policy analysis) kan op 2 fundamenteel verschillende manieren benaderd worden
1) Analysis of Policy (analyse van het beleid)
Beschrijvend en theoretisch van aard
Focust op het begrijpen van beleidsprocessen, beleidsproblemen en het verklaren van falen
Vragen als
o Waarom komt een bepaald probleem op de agenda?
o Waarom blijft een bepaald beleid bestaan, ondanks kritiek of onvoldoende bewijs van
slagen?
Men bestudeert problemen
2) Analysis for policy (analyse voor beleid)
Meer toepassingsgericht en voorschrijvend
Richt zich op beleidsaanbevelingen en realistische voorstellen
Eerder gericht op het verbeteren van beleidsvorming i.p.v. het verklaren ervan
Kunnen beide benaderingen los van elkaar bestaan?
Analyse van beleid zonder analyse voor beleid: wel, het kan zijn dat men enkel beleid bestudeert,
zonder een adviserende rol op te nemen en problemen te willen oplossen.
Analyse voor het beleid zonder analyse van beleid: niet, om onderbouwd advies te leveren moet
men kennis van het beleid zelf hebben.
Eigenschappen van beleidsanalyse
Multidisciplinair: er worden inzichten uit o.a. psychologie, rechten, sociologie en economie
gecombineerd
Multi-method: gebruik van zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek
Probleemgerichtheid: het doel is om maatschappelijke problemen in kaart te brengen en
oplossingen uit te werken
Geen neutrale observatie van beleid, men vertrekt vanuit een bekommernis om maatschappelijke
uitdagingen
Definities Policy Analysis
Daniel Lermer en Harold Lasswell – the Policy Sciences (1951)
“the disciplines concerned with explaining the policy making and policy executing process , and
with locating data and providing interpretations which are relevant to the policy problems of a
given period”
Volgens hen verwijst Policy naar:
“ the most important choices made either in organized or private life “
M.a.w.: beleid betreft keuzes die er toe doen
Thomas Dye (1972)
“ anything a government chooses to do or not to to”
M.a.w.: benadrukking van beslissingsmacht van de overheid, ook in geval van niet ingrijpen
William Jenkins (1978)
“a set of interrelated decisions taken by a political actor or group of actors concerning the selection
of goals and the means of achieving them within a specified situation where those decisions
should, in principle, be within the power of those actors to achieve “
M.a.w.: de focus ligt hier op het samenspel van doelstellingen, middelen en
uitvoeringsmogelijkheden
James Anderson (1975)
“ a purposive cours of action followed by an actor or set of actors in dealing with a problem or
matter of concern for the population”
, M.a.w.: nadruk op handelen met een doel en de aanwezigheid van een probleem dat om
publieke aandacht vraagt
Essentieel o inzicht te verwerven in wie betrokken is in het beleidsproces. Dit vereist een analyse van
zowel actoren als de instituties waarin zij opereren
De centrale actoren bevinden zich in het policy subsystem
= de sfeer waarin beleid effectief wordt gemaakt, uitgevoerd en geëvalueerd
Verkozen politici, administratieve ambtenaren en overheidsagentschappen
Power to make policy: deze actoren hebben de macht om beleid te maken
Rondom het Policy subsystem bestaan bredere institutionele contexten die eveneens invloed
uitoefenen op beleid
De organisatie van de staat: de lokale overheden, bureaucratie…
De organisatie van de samenleving: vakbonden, Ngo’s…
De organisatie van het internationale systeem: NAVO, EU, WHO…
De media oefent ook een invloed in beleidsvorming, voornamelijk in de agendiseringsfase of evaluatie
Experten en academici spelen ook een grote rol d.m.v. het geven van adviezen, werken in dienst van
de overheid… als hun standpunten wiet worden opgevolgd kan dit vergroot worden in de media
Multinationale bedrijven hebben eveneens door hun economische aanwezigheid ook een invloed op
beleid
Het is een centraal thema binnen de beleidsanalyse wie toegang heeft tot het beleidsproces, wie de
agenda bepaalt en wie gehoord wordt in de besluitvorming
1.2 Beleidscyclusmodel
= een analytisch raamwerk dat gebruikt wordt om beleidsprocessen op te delen. Het helpt bij het
reduceren van de complexiteit van beleidsanalyse en laat toe de rol van actoren, instituties en
belangen in verschillende fases te verhelderen
Meestal voorgesteld als 6 opeenvolgende fases
1) Agendasetting
2) Policy formation
3) Decisionmaking
4) Policy implementation
5) Monitoring and evaluation
6) Terugkoppeling die kan leiden tot beleidsverandering
Elke fase wordt gekenmerkt door de betrokkenheid van specifieke actoren en instituties
Beperkingen: in de praktijk verlopen beleidsprocessen zelden lineair, ieder beleidsprobleem wordt vaak
op een unieke manier aangepakt, bepaalde fases worden overgeslagen of samengevat en oorzaak-
gevolg relaties zijn niet altijd zichtbaar
Zandlopermodel als metafoor:
Agendasetting: grote waaier aan actoren die het publieke debat of beleidsagenda beïnvloeden:
politici, media experts, belangengroepen. deze groep actoren noemt men de ‘policy universe’
Policy Formulation: keuzes worden gemaakt en opties uitgewerkt binnen een beperkter ‘policy
subsystem’, degene met beslissingsmacht
Policy implementation: hier opent de zandloper opnieuw, niet enkel uitvoerende instanties, maar
ook burgers wanneer zij gebruiken van of gedrag aanpassen naar beleid impliceren
beleidsimplementatie
Evaluatiefase: hier is de actoren omgeving opnieuw heel breed: evaluatie kan gebeuren door
juridische actoren, burgers, experten, politici zelf…
, Beleidscyclusmodel Harold Lasswell (1965, eerst versie)
1) Intelligence – kennis verzamelen en verspreiden
2) Promotion (ondersteunen van beleidsalternatieven)
3) Prescription – besluitvorming over alternatief
4) Invocation – beslissing over regels
5) Application – implementatie
6) Termination – stopzetten beleid
7) Appraisal – evaluatie op basis van oorspronkelijke doelen
Kritiekpunt: Lasswel plaatste evaluatie pas na het beëindigen van het beleid, terwijl dit in de
praktijk vaak al veel eerder gebeurt
Latere auteurs pasten de volgorde aan. Brewer (1974) formuleerde 6 fasen:
1) Inventation/initiation
2) Estimation
3) Selection
4) Implementation
5) Evaluation
6) Termination
De aangepast volgorde wordt tegenwoordig als logischer beschouwd.
2. Session 2 – beleidsbenadering en het belang van theorie
Metafoor lenzen
= door verschillende benaderingen te combineren, verkrijgt men vaak een meer genuanceerd en
omvattend inzicht in beleidsvorming en -uitvoering. Verschillende theorieën als lenzen omdat iedere
theorie bepaalde elementen benadrukt.
Binnen dit vak 6 hoofdbenaderingen, gesitueerd langs 2 analytische dimensies
Dimensie 1 : analyse eenheid (unit of analysis)
= sommige benaderingen focussen op
o Individuen
o Collectieve of sociale structuren
o Formele instanties
Dimensie 2: methode van theorievorming
o Deductief: vertrekkend vanuit algemene principes of modellen
o Inductief: op basis van empirische observaties
individueel Collectivity Structure
Deductief Public choice Social structure/ class Neo-institutionalism
analysis
Inductief Wellfare economics Pluralism of neo- statism
corporatism
2.1 Public Choice theory
Deductieve benadering
Mens als analyse-eenheid
Vindt haar oorsprong in de neoklassieke economie en kent 2 fundamentele assumpties
Individuen handelen rationeel
Individuen streven naar nutsmaximalisatie
Alle actoren (burgers, politici, ambtenaren) streven naar eigenbelang
Het streven naar eigenbelang in de publieke sfeer leidt tot een expansie van de staat
Burgers willen meer diensten en minder belastingen
Politici willen herverkozen worden en beloven burgers hiervoor zaken
Ambtenaren willen hun positie veilig stellen en hun departement vergroten door grotere budgetten
op te eisen