Economie TH2 OV1
Wat zet ondernemingen aan tot internationale handel?
Multinationale onderneming: onderneming met vestigingen in meerdere landen(min 2)
(=> synoniem= transnationale onderneming) MNO
Arbeidsspecialisatie: arbeiders leggen zich toe op 1 taak en daarin worden ze zeer goed waardoor
hun productie zal stijgen.
Met als gevolg: Bedrijf: afzet stijgt, omzet stijgt en de gemiddelde kost daalt
WN: optie tot hogere lonen
Productiefactoren: Kapitaal, Arbeid, Natuur
Relatieve/comparatieve kostenvoordelen: De producent die de kleinste oppurtuniteitskosten
heeft bij het produceren van een goed, heeft een relatief kostenvoordeel ten opzichte van de
ander.
Land dat het product het goedkoopst een product kan produceren heeft het absoluut
kostenvoordeel ten opzichte van andere landen.
Oppurtuniteitskosten: voor de productie van 1 eenheid van het ene product moeten er 1 of
meerdere eenheden van het andere product worden opgeofferd.
Wanneer beide landen bereid zijn om aan internationale handel te doen, zou de beste
situatie specialisatie zijn. De totale productie zal stijgen, er zullen meer jobs aanwezig zijn en
de totale welvaart zal stijgen.
Factoren die kunnen zorgen voor een comparatief kostenvoordeel:
- Klimaat
- Beschikbaarheid aan grondstoffen
- Verschillende scholingsniveaus
- Technische ontwikkeling
- Arbeidslonen
- Tradities, cultuur, godsdienst
Redenen waarom Belgen zich op de internationale markt begeven:
- Te kleine thuismarkt(overcapaciteit verkopen aan buitenland)
- Verder groeien voor meer marktpotentieel
- Concurrentievoordeel, internationaal gebruiken voor betere concurrentie met anderen
- Klanten volgen die internationaal gaan
Voordelen van op vele markten aanwezig te zijn:
- Omzetgroei
- Naambekendheid
- Risicoverdeling
- Schaalvoordelen: spreiding van kost
, De wisselkoers
Wisselkoers: de waarde van de euro uitgedrukt in een vreemde valuta op een bepaald moment
Valuta: een betaalmiddel of geldsoort dat officieel geldig is in een land
De vraag en het aanbod van valuta doet de wisselkoers van een munteenheid wijzigen.
Appreciatie: V>A stijging van wisselkoers Depreciatie: A>V daling wisselkoers
Overgewaardeerd/ondergewaardeerd: duurder dan standaard= overgewaardeerd,
goedkoper=ondergewaardeerd
Big mac index
Rekening houdend met de wisselkoers zou een big mac overal even duur moeten zijn. Indicatie om
te zien hoe de koopkracht verschilt.
Handelingen binnen de EU= ICT (onderdeel import/export)
- Intracommunautaire levering: ondernemer die goederen levert (ICL)
- Intracommunautaire verwerving: ondernemer die goederen koopt (ICV)
Handelsbalans: Export ten opzichte van import, we spreken van een positieve handelsbalans als de
uitkomst boven 1 ligt, een negatieve handelsbalans is wanneer de uitkomst onder 1 ligt.ui
HB : EXPORT/IMPORT , België heeft een negatieve handelsbalans met Amerika en Azië.
Top 3 export
1. Chemicaliën
2. Transportmiddelen
3. Machines en uitrusting
Top 3
1. Chemicaliën
2. Mineralen
3. Transport
Invoerquote: invoer/bbp x 100 Uitvoerquote: uitvoer/bbp x 100
(bbp België momenteel op 495 MILJ nemen)
80% is voor export
3 redenen waarom wij bepaalde producten importeren + voorbeeld.
- Goedkoper om te importeren
: Cacao is goedkoper om te laten importen dan het hier zelf te produceren.
- Betere kennis
: Goede wijnen uit frankrijk.
- Bezitten van grondstoffen
: Olie/ijzererts die hier niet aanwezig zijn.
Wat zet ondernemingen aan tot internationale handel?
Multinationale onderneming: onderneming met vestigingen in meerdere landen(min 2)
(=> synoniem= transnationale onderneming) MNO
Arbeidsspecialisatie: arbeiders leggen zich toe op 1 taak en daarin worden ze zeer goed waardoor
hun productie zal stijgen.
Met als gevolg: Bedrijf: afzet stijgt, omzet stijgt en de gemiddelde kost daalt
WN: optie tot hogere lonen
Productiefactoren: Kapitaal, Arbeid, Natuur
Relatieve/comparatieve kostenvoordelen: De producent die de kleinste oppurtuniteitskosten
heeft bij het produceren van een goed, heeft een relatief kostenvoordeel ten opzichte van de
ander.
Land dat het product het goedkoopst een product kan produceren heeft het absoluut
kostenvoordeel ten opzichte van andere landen.
Oppurtuniteitskosten: voor de productie van 1 eenheid van het ene product moeten er 1 of
meerdere eenheden van het andere product worden opgeofferd.
Wanneer beide landen bereid zijn om aan internationale handel te doen, zou de beste
situatie specialisatie zijn. De totale productie zal stijgen, er zullen meer jobs aanwezig zijn en
de totale welvaart zal stijgen.
Factoren die kunnen zorgen voor een comparatief kostenvoordeel:
- Klimaat
- Beschikbaarheid aan grondstoffen
- Verschillende scholingsniveaus
- Technische ontwikkeling
- Arbeidslonen
- Tradities, cultuur, godsdienst
Redenen waarom Belgen zich op de internationale markt begeven:
- Te kleine thuismarkt(overcapaciteit verkopen aan buitenland)
- Verder groeien voor meer marktpotentieel
- Concurrentievoordeel, internationaal gebruiken voor betere concurrentie met anderen
- Klanten volgen die internationaal gaan
Voordelen van op vele markten aanwezig te zijn:
- Omzetgroei
- Naambekendheid
- Risicoverdeling
- Schaalvoordelen: spreiding van kost
, De wisselkoers
Wisselkoers: de waarde van de euro uitgedrukt in een vreemde valuta op een bepaald moment
Valuta: een betaalmiddel of geldsoort dat officieel geldig is in een land
De vraag en het aanbod van valuta doet de wisselkoers van een munteenheid wijzigen.
Appreciatie: V>A stijging van wisselkoers Depreciatie: A>V daling wisselkoers
Overgewaardeerd/ondergewaardeerd: duurder dan standaard= overgewaardeerd,
goedkoper=ondergewaardeerd
Big mac index
Rekening houdend met de wisselkoers zou een big mac overal even duur moeten zijn. Indicatie om
te zien hoe de koopkracht verschilt.
Handelingen binnen de EU= ICT (onderdeel import/export)
- Intracommunautaire levering: ondernemer die goederen levert (ICL)
- Intracommunautaire verwerving: ondernemer die goederen koopt (ICV)
Handelsbalans: Export ten opzichte van import, we spreken van een positieve handelsbalans als de
uitkomst boven 1 ligt, een negatieve handelsbalans is wanneer de uitkomst onder 1 ligt.ui
HB : EXPORT/IMPORT , België heeft een negatieve handelsbalans met Amerika en Azië.
Top 3 export
1. Chemicaliën
2. Transportmiddelen
3. Machines en uitrusting
Top 3
1. Chemicaliën
2. Mineralen
3. Transport
Invoerquote: invoer/bbp x 100 Uitvoerquote: uitvoer/bbp x 100
(bbp België momenteel op 495 MILJ nemen)
80% is voor export
3 redenen waarom wij bepaalde producten importeren + voorbeeld.
- Goedkoper om te importeren
: Cacao is goedkoper om te laten importen dan het hier zelf te produceren.
- Betere kennis
: Goede wijnen uit frankrijk.
- Bezitten van grondstoffen
: Olie/ijzererts die hier niet aanwezig zijn.