dinsdag 11 februari 2020
Scheikunde pw
Hoofdstuk 3
Stoffen die elektrische stroom geleiden
Een stof geleidt elektrische stroom als tegelijkertijd aan 2 stoffen wordt voldaan:
- De stof moet bestaan uit geladen deeltjes
- De geladen deeltjes moeten vrij kunnen bewegen
Moleculaire stoffen
Stoffen die nooit elektrische stroom geleiden, bestaan uit ongeladen deeltjes, moleculen de
stoffen noemen we moleculaire stoffen. Voorbeelden -> Suiker, water en kaarsvet.
Zouten
Stoffen die alleen in een vloeibare fase stroom kunnen geleiden, bestaan uit geladen deeltjes
die in de vaste fase niet vrij kunnen bewegen, maar in de vloeibare fase wel. Deze geladen
deeltjes zijn positieve en negatieve ionen. De stoffen die zijn opgebouwd uit positieve ionen
en negatieve ionen noemen we zouten. Voorbeelden: Zinkchloride, natriumchloride en
natriumfluoride.
Metalen
Stoffen die zo wel in de vaste als in de vloeibare toestand stroom geleiden, bevatten in elk
van beide fasen beweeglijke geladen deeltjes. Dat zijn vrije elektronen. De stoffen die vrije
elektronen bevatten, heten metalen. De vrije elektronen zijn afkomstig van de
metaalatomen, die daardoor zijn veranderd in positieve ionen. In de vaste fasen bewegen
alleen de vrije elektronen en blijven de positieve ionen op hun plaats. In de vloeibare fase
blijven zowel de elektronen als positieve ionen. Voorbeelden-> Zink, ijzer en goud.
• Op basis van geleidingsvermogen ondersheid je 3 groepen stoffen: Moleculaire stoffen,
zouten en metalen.
Verschillende roosters
In een vaste fase zijn de bouwstenen van stoffen gerangschikt in een vast patroon: Een
molecuul-, ion- en metaalrooster.
Een metaal en ionrooster bestaan beide uit positieve en negatieve ionen, het verschil:
In een metaalrooster kunnen elektronen vrij bewegen in een vaste toestand , ion- niet.
1
Scheikunde pw
Hoofdstuk 3
Stoffen die elektrische stroom geleiden
Een stof geleidt elektrische stroom als tegelijkertijd aan 2 stoffen wordt voldaan:
- De stof moet bestaan uit geladen deeltjes
- De geladen deeltjes moeten vrij kunnen bewegen
Moleculaire stoffen
Stoffen die nooit elektrische stroom geleiden, bestaan uit ongeladen deeltjes, moleculen de
stoffen noemen we moleculaire stoffen. Voorbeelden -> Suiker, water en kaarsvet.
Zouten
Stoffen die alleen in een vloeibare fase stroom kunnen geleiden, bestaan uit geladen deeltjes
die in de vaste fase niet vrij kunnen bewegen, maar in de vloeibare fase wel. Deze geladen
deeltjes zijn positieve en negatieve ionen. De stoffen die zijn opgebouwd uit positieve ionen
en negatieve ionen noemen we zouten. Voorbeelden: Zinkchloride, natriumchloride en
natriumfluoride.
Metalen
Stoffen die zo wel in de vaste als in de vloeibare toestand stroom geleiden, bevatten in elk
van beide fasen beweeglijke geladen deeltjes. Dat zijn vrije elektronen. De stoffen die vrije
elektronen bevatten, heten metalen. De vrije elektronen zijn afkomstig van de
metaalatomen, die daardoor zijn veranderd in positieve ionen. In de vaste fasen bewegen
alleen de vrije elektronen en blijven de positieve ionen op hun plaats. In de vloeibare fase
blijven zowel de elektronen als positieve ionen. Voorbeelden-> Zink, ijzer en goud.
• Op basis van geleidingsvermogen ondersheid je 3 groepen stoffen: Moleculaire stoffen,
zouten en metalen.
Verschillende roosters
In een vaste fase zijn de bouwstenen van stoffen gerangschikt in een vast patroon: Een
molecuul-, ion- en metaalrooster.
Een metaal en ionrooster bestaan beide uit positieve en negatieve ionen, het verschil:
In een metaalrooster kunnen elektronen vrij bewegen in een vaste toestand , ion- niet.
1