~Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding~
INHOUD
Voorwoord.............................................................................................................................................1
JEUGDBELEID EN DE GESCHIEDENIS DAARVAN......................................................................................1
H1 De politiek als supernanny............................................................................................................1
H2 The survival of the fittest child......................................................................................................3
DE MISKENDE ROL VAN DE BREDERE SOCIALE OMGEVING BIJ OPVOEDING EN SOCIALISATIE..............5
H3 Het moderne van kindermishandeling..........................................................................................5
H4 Samen uit de opvoedingskramp....................................................................................................8
DE VERBINDING TUSSEN OPVOEDING EN BREDERE MAATSCHAPPELIJKE ONTWIKKELINGEN.............12
H5 Het algemeen belang als opvoedingsdoel...................................................................................12
Voorwoord
- Relatie tussen de opvoeding en de manier waarop volwassenen zich later
gedragen in de samenleving. Dus ook een relatie tussen opvoeding en
misstanden in de samenleving.
- Opvoeding lijkt steeds meer een gedragstherapie te zijn geworden, terwijl het om
veel meer zou moeten gaan: het leren begrijpen en internaliseren van
democratisch burgerschap, humaniteit en vrijheid.
JEUGDBELEID EN DE GESCHIEDENIS DAARVAN
H1 De politiek als supernanny
Ons denken over jeugd en opvoeding is eenzijdig geworden. We concentreren ons
op het beteugelen van de vrijheid van kinderen en ouders, en vergeten daarmee dat
opvoeding ook een positieve oriëntatie nodig heeft.
Opvoeding als gedragstherapie
Antinomie = innerlijke tegenstrijdigheid.
Antinomieën in de opvoeding (Langeveld):
- Spanning tussen vrijheid en binding. Kinderen willen vrijheid en experimenteren,
ouders willen deze experimenteerruimte beperken om kinderen te beschermen
tegen onveilige situaties.
- Spanning tussen ideaal en werkelijkheid. Opvoeders moeten de balans zoeken
tussen mogelijkheden en behoeften van het kind en de vereisten voor de
toekomst.
1
, - Spanning tussen cultuuroverdracht en cultuurvernieuwing. Kinderen moeten de
waarden, normen en gewoonten van de cultuur/samenleving leren. Tegelijkertijd
moeten ze zich ontwikkelen tot kritische burgers.
Opvoeding staat tegenwoordig bijna gelijk aan gedragsregulering: een consequent
systeem van belonen en ontmoedigen van gedrag. Effective parenting: hoe je
ongewenst gedrag kunt vervangen door gewenst gedrag. Makkelijk meetbaar en
wekt de illusie dat opvoedingsproblemen snel en wetenschappelijk te manipuleren
zijn.
Waar gaat het echt om in de opvoeding? Vorming van persoonlijkheid, ontdekken
van identiteit en de zin van je bestaan, plaats in de cultuur en samenleving etc. Om
zo op te voeden hebben ouders geduld, moed en ervaring hebben en niet alleen
consequentie.
Versimpeling en polarisatie
Opvoedingsproblemen willen we snel en eenvoudig oplossen, maar de kern van veel
problemen ligt in de manier van opvoeden. De politiek houdt zich altijd bezig met
opvoeden. In onze tijd vooral met incompetente ouders en ongehoorzame jeugd.
Incompetentie van opvoeders wordt gezien als de oorzaak van problemen in de
samenleving.
Het publieke en politieke debat over opvoeding is sterk gepolariseerd. Polarisatie is
niet erg want het discussiëren over maatschappelijke kwesties draagt vaak bij aan
oplossingen. Maar het brengt ook risico’s met zich mee: het zet groepen tegen elkaar
op, stigmatisering van groepen, argumenten raken naar de achtergrond en
dominantie en schade aanbrengen bij de andere groep worden belangrijker. De
vrijheid van incompetente ouders en ongehoorzame jeugd wordt ingeperkt en er
wordt niet meer op normatieve manier gesproken over opvoeding.
Isaiah Berlin en de twee opvattingen van vrijheid
Isaiah Berlin – filosoof 20e eeuw. Theorie over gehoorzaamheid, dwang en vrijheid.
- Negatieve vrijheid = niet belemmerd worden door anderen; de ruimte van
individuen of groepen om te doen wat ze zelf willen. Begrenzing door anderen;
gezag inperken.
- Positieve vrijheid = de behoefte van mensen om hun eigen leven een bepaalde
inhoud en richting te geven, zelfstandig of samen met anderen in een
gemeenschap of samenleving. Gezag verwerven.
De politiek is tegenwoordig erg gericht op het negatieve vrijheidsdenken;
staatsbemoeienis met het individu.
Bevrijding van het opvoedingsdebat
Balans tussen het stellen van grenzen en het geven van ruimte.
2