0. Inleiding
Waarom is de mens uniek?
1. We bedenken ons bestaan, begrijpen waar we vandaan komen en op welke manier
de wereld tot stand is gekomen
àonderzoek, wetenschappelijke kennis
2. Onszelf een plaats geven, zin geven
àbv. religie, wetenschappelijke of materiele opvatting
Realiseren dat we deel zijn van groter geheel
Mens in het groter geheel:
- Ontstaan universum: 13.7 miljard jaar terug
- Ontstaan mens: 2.7 miljoen jaar terug
Context is veel breder (vergelijking Eifeltoren)
Evolutie en progressie:
- Wereld als voorbestemd verhaal à uit menselijke ijdelheid
o ‘de evolutie heeft al vele miljoenen voorlopige eindbestemmingen bereikt’
o Evolutie ligt niet vast en kon evengoed anders gelopen zijn
- Uitkomst bepaald door existentie
o Verschillende periodes van massa-extinctie
o 99% van alle wezens die ooit op aarde waren zijn uitgestorven
- Wel mogelijkheid van progressie
o Niet onvermijdelijk in de richting van de mens
o Steeds grotere complexiteit
o Eerste levensvormen (bacteriën) zijn nog steeds de meest voorkomende
o Progressie ≠ één klim omhoog, maar ‘rijmend’ verloop
Korte geschiedenis van de mens
- Hominiden (onze directe voorouders): splitsen op in verschillende species ca. 5-6
miljoen jaar geleden
- Homo habilis: grotere herseninhoud en complexere vorm van steenbewerking
- Homo erectus: trektochten uit Afrika ca. 1 miljoen jaar geleden
- Homo sapiens: enige overlevende soort (wij)
1
, - Moderne mens: onderscheidt zich van voorouders door CULTUUR
o Ontwikkelde vorm van communicatie
o Doorgeven van kennis
o Processen van collectief aanleren
1. Periode van jager-voedselverzamelaar (96% van geschiedenis)
o 250.000-8000 v.t.
o 6 miljoen leeft samen in Afrika
o Grootschalige migratie (oorzaak van overleving)
2. Periode van landbouwsamenleving (4% van geschiedenis)
o 8000-1800 n.t.
o Tot 800 miljoen mensen
o Sedentarisatie, handel, rijkdom, grote rijken en sociale ongelijkheid
o Ontstaan in verschillende centra ongeveer gelijktijdig (Afro-Eurazië, Amerika,
Australië en eilanden in Stille Zuidzee)
o Axiale periode: gelijktijdige beweging in alle werelddelen (ca. 500 v.t. – 100
n.t.)
3. Periode van moderne samenleving (0.01% van geschiedenis)
o 1800-…
o 10-11 miljoen mensen in 2100
o Eerste industriële revolutie à sterke groei van maatschappelijke en
economische veranderingen
o Explosie en verstedelijking
4. Post-antropoceen ? à mogelijk om samen te leven met omgeving?
1. wereldgeschiedenis, een geschiedenis van de wereld?
Wat en waarom?
- Historische achtergrond van onze hedendaagse geglobaliseerde wereld
- Betekenis van individuen, groepen, beschavingen en naties binnen het
overkoepelend menselijk verhaal
2
,1. Wereldgeschiedenis als een andere manier van kijken
- Wereldgeschiedenis is ‘groots’: grote omvang van tijd en ruimte + diverse thema’s
- Definitie: Wereldgeschiedenis bestudeert menselijke gemeenschappen in een
vergelijkend perspectief en in hun onderlinge samenhang
àcommunities, comparisons, connections, systems
àtransnationale, transregionale en transnationale geschiedenis
- Metaverhalen: verhalen die uitgaan van lokale en regionale ervaringen, maar op zoek
gaan naar bredere verbanden, patronen, connecties en systemen (mondiale context)
2. Wereldgeschiedenis is een andere manier van denken
àbeeld van gemeenschappen kan wijzigen als we deze vergelijken of bestuderen in
hun relatie met elkaar
- Grote domeinen van het menselijke handelen:
o mensen en hun natuurlijke omgeving: demografie, techniek
o de ontwikkeling en interactie van culturele systemen: religies, kunsten,
wetenschappen
o staatsvorming en conflict: vormen van bestuur zoals rijken en staten,
oorlogen, revoluties
o de vorming van economische systemen: landbouwsystemen, handel,
industrialisatie)
o de ontwikkeling van sociale structuren: gender, familie, ras, klasse
- bestuderen binnen drie dimensies:
o ruimtelijke (wereld)
o tijd (geschiedenis)
o thematische (wereldgeschiedenis) dimensie
àcultuurgebonden en relatief
3. Welke wereldgeschiedenis?
àgeen onderzoek naar individuele gemeenschappen, maar de connecties ertussen
- Wereldgeschiedenis is geen / niet alleen:
o Totaalgeschiedenis
o Internationale geschiedenis
o Beschavingsgeschiedenis
o Niet-Westerse geschiedenis
o Comparatieve maatschappijgeschiedenis
o Globaliseringsgeschiedenis
3
, - Drie centrale vragen/ verhaallijnen:
1. Vorming van menselijke samenlevingen in relatie tot ecologische uitdagingen
2. Vorming van overkoepelende culturen/beschavingen (politiek, economisch,
religieus…)
3. Vormen van interactie/conflict tussen menselijke samenlevingen/ culturen/
beschavingen
- Onderzoeksmodel met drie pijlers:
1. Comparatieve analyse: vermijden van veralgemening of exclusiviteit
2. Analyse van interactie/ interconnectie
3. Systeemanalyse
- ‘wereld’ in wereldgeschiedenis:
o Niet de notie ‘aarde’, maar de hele mensheid
o Niet enkel nationale, economische of culturele geschiedenis
o Nadruk niet op memoriseren, maar analyseren
o Geen nieuw, allesoverkoepelend verhaal, maar een metaverhaal
4. Waarom wereldgeschiedenis?
- Drievoudig inzicht:
o Samenlevingen komen en gaan + zijn nooit gelijk, maar kennen wel gelijke
kenmerken
o Samenlevingen staan altijd op één of andere manier in contact met andere
samenlevingen
à nood aan bredere, ruimere analyse
o Samenlevingen zijn het primaire analysemiddel, maar niet voldoende
Wereldgeschiedenis is niet belangrijk voor een globale kennis, maar voor het leren
hanteren van een globale blik
5. Wereldgeschiedenis als traditie en vernieuwing?
àVerschillende vormen van geschiedschrijving uit nood aan kennis en verantwoording
a. Wereldgeschiedenis als een (oude) traditie
- Ouder dan ‘nationale’ geschiedenis
- Teleologisch: eigen beschaving als uitgangs- en eindpunt
- Eigen wereldgeschiedenis (etnocentrische wereldgeschiedenissen)
à ontstaansgeschiedenis, wereldorde
à niet bestuderen van totale wereld, maar kenbare wereld
o Griekse wereld: Herodotos
o Christendom: historia universalis
4
Waarom is de mens uniek?
1. We bedenken ons bestaan, begrijpen waar we vandaan komen en op welke manier
de wereld tot stand is gekomen
àonderzoek, wetenschappelijke kennis
2. Onszelf een plaats geven, zin geven
àbv. religie, wetenschappelijke of materiele opvatting
Realiseren dat we deel zijn van groter geheel
Mens in het groter geheel:
- Ontstaan universum: 13.7 miljard jaar terug
- Ontstaan mens: 2.7 miljoen jaar terug
Context is veel breder (vergelijking Eifeltoren)
Evolutie en progressie:
- Wereld als voorbestemd verhaal à uit menselijke ijdelheid
o ‘de evolutie heeft al vele miljoenen voorlopige eindbestemmingen bereikt’
o Evolutie ligt niet vast en kon evengoed anders gelopen zijn
- Uitkomst bepaald door existentie
o Verschillende periodes van massa-extinctie
o 99% van alle wezens die ooit op aarde waren zijn uitgestorven
- Wel mogelijkheid van progressie
o Niet onvermijdelijk in de richting van de mens
o Steeds grotere complexiteit
o Eerste levensvormen (bacteriën) zijn nog steeds de meest voorkomende
o Progressie ≠ één klim omhoog, maar ‘rijmend’ verloop
Korte geschiedenis van de mens
- Hominiden (onze directe voorouders): splitsen op in verschillende species ca. 5-6
miljoen jaar geleden
- Homo habilis: grotere herseninhoud en complexere vorm van steenbewerking
- Homo erectus: trektochten uit Afrika ca. 1 miljoen jaar geleden
- Homo sapiens: enige overlevende soort (wij)
1
, - Moderne mens: onderscheidt zich van voorouders door CULTUUR
o Ontwikkelde vorm van communicatie
o Doorgeven van kennis
o Processen van collectief aanleren
1. Periode van jager-voedselverzamelaar (96% van geschiedenis)
o 250.000-8000 v.t.
o 6 miljoen leeft samen in Afrika
o Grootschalige migratie (oorzaak van overleving)
2. Periode van landbouwsamenleving (4% van geschiedenis)
o 8000-1800 n.t.
o Tot 800 miljoen mensen
o Sedentarisatie, handel, rijkdom, grote rijken en sociale ongelijkheid
o Ontstaan in verschillende centra ongeveer gelijktijdig (Afro-Eurazië, Amerika,
Australië en eilanden in Stille Zuidzee)
o Axiale periode: gelijktijdige beweging in alle werelddelen (ca. 500 v.t. – 100
n.t.)
3. Periode van moderne samenleving (0.01% van geschiedenis)
o 1800-…
o 10-11 miljoen mensen in 2100
o Eerste industriële revolutie à sterke groei van maatschappelijke en
economische veranderingen
o Explosie en verstedelijking
4. Post-antropoceen ? à mogelijk om samen te leven met omgeving?
1. wereldgeschiedenis, een geschiedenis van de wereld?
Wat en waarom?
- Historische achtergrond van onze hedendaagse geglobaliseerde wereld
- Betekenis van individuen, groepen, beschavingen en naties binnen het
overkoepelend menselijk verhaal
2
,1. Wereldgeschiedenis als een andere manier van kijken
- Wereldgeschiedenis is ‘groots’: grote omvang van tijd en ruimte + diverse thema’s
- Definitie: Wereldgeschiedenis bestudeert menselijke gemeenschappen in een
vergelijkend perspectief en in hun onderlinge samenhang
àcommunities, comparisons, connections, systems
àtransnationale, transregionale en transnationale geschiedenis
- Metaverhalen: verhalen die uitgaan van lokale en regionale ervaringen, maar op zoek
gaan naar bredere verbanden, patronen, connecties en systemen (mondiale context)
2. Wereldgeschiedenis is een andere manier van denken
àbeeld van gemeenschappen kan wijzigen als we deze vergelijken of bestuderen in
hun relatie met elkaar
- Grote domeinen van het menselijke handelen:
o mensen en hun natuurlijke omgeving: demografie, techniek
o de ontwikkeling en interactie van culturele systemen: religies, kunsten,
wetenschappen
o staatsvorming en conflict: vormen van bestuur zoals rijken en staten,
oorlogen, revoluties
o de vorming van economische systemen: landbouwsystemen, handel,
industrialisatie)
o de ontwikkeling van sociale structuren: gender, familie, ras, klasse
- bestuderen binnen drie dimensies:
o ruimtelijke (wereld)
o tijd (geschiedenis)
o thematische (wereldgeschiedenis) dimensie
àcultuurgebonden en relatief
3. Welke wereldgeschiedenis?
àgeen onderzoek naar individuele gemeenschappen, maar de connecties ertussen
- Wereldgeschiedenis is geen / niet alleen:
o Totaalgeschiedenis
o Internationale geschiedenis
o Beschavingsgeschiedenis
o Niet-Westerse geschiedenis
o Comparatieve maatschappijgeschiedenis
o Globaliseringsgeschiedenis
3
, - Drie centrale vragen/ verhaallijnen:
1. Vorming van menselijke samenlevingen in relatie tot ecologische uitdagingen
2. Vorming van overkoepelende culturen/beschavingen (politiek, economisch,
religieus…)
3. Vormen van interactie/conflict tussen menselijke samenlevingen/ culturen/
beschavingen
- Onderzoeksmodel met drie pijlers:
1. Comparatieve analyse: vermijden van veralgemening of exclusiviteit
2. Analyse van interactie/ interconnectie
3. Systeemanalyse
- ‘wereld’ in wereldgeschiedenis:
o Niet de notie ‘aarde’, maar de hele mensheid
o Niet enkel nationale, economische of culturele geschiedenis
o Nadruk niet op memoriseren, maar analyseren
o Geen nieuw, allesoverkoepelend verhaal, maar een metaverhaal
4. Waarom wereldgeschiedenis?
- Drievoudig inzicht:
o Samenlevingen komen en gaan + zijn nooit gelijk, maar kennen wel gelijke
kenmerken
o Samenlevingen staan altijd op één of andere manier in contact met andere
samenlevingen
à nood aan bredere, ruimere analyse
o Samenlevingen zijn het primaire analysemiddel, maar niet voldoende
Wereldgeschiedenis is niet belangrijk voor een globale kennis, maar voor het leren
hanteren van een globale blik
5. Wereldgeschiedenis als traditie en vernieuwing?
àVerschillende vormen van geschiedschrijving uit nood aan kennis en verantwoording
a. Wereldgeschiedenis als een (oude) traditie
- Ouder dan ‘nationale’ geschiedenis
- Teleologisch: eigen beschaving als uitgangs- en eindpunt
- Eigen wereldgeschiedenis (etnocentrische wereldgeschiedenissen)
à ontstaansgeschiedenis, wereldorde
à niet bestuderen van totale wereld, maar kenbare wereld
o Griekse wereld: Herodotos
o Christendom: historia universalis
4