PGO BLOK 2.3 PROBLEEM 7
1. Wat is het plan van aanpak tegen pesten?
2. Wat is de effectiviteit van de interventies die er zijn tegen pesten?
3. Wie zijn er betrokken bij pesten? Wat is hun rol en hoe gaan ze het tegen?
(Goossens & van der Meulen, 2014)
De rol van de ouders:
Het begint al bij de hechting tussen ouder en kind.
Kind goed gehecht (Bowlby), veel zelfvertrouwen hebben en gevoel van eigenwaarde.
(thuis geleerde normen en troosten)
Intieme vriendschappen & goed in de groep liggen & respect krijgen.
Kleinere kans dat ze als dader of slachtoffer betrokken zijn bij pesten.
Ze zullen eerder een verdediger zijn, dit is effectief want ze liggen goed in de groep.
Studie door Troy & Sroufe
Wijst uit dat een veilige hechtingsrelatie een buffer vormt tegen agressie.
Werkt op 2 manieren:
► Beter zelfbeeld, kunnen zich beter beheersen
► Grotere sociale competentie.
► Kans op pesten is het grootste bij 2 onveilig gehechte kinderen (slachtoffer en pester)
Kleine studie
Jonge kinderen (5-6jr.)
In tweetallen getest.
Andere studies spreken tegen dat veilige hechting van invloed is, dus er moet dus nog meer
onderzoek naar gedaan worden.
Invloeden van ouders op de sociale competentie van het kind
De manier waarop ouders disciplineren; als zij dit doen met respect voor de autonomie van het
kind dan bewerkstelligen ze een grotere sociale vaardigheid.
Wordt dit niet gedaan door de ouders dan wordt de autonomie van het kind ondermijnd en zal het
kind zich sociaal minder ontwikkelen.
Kinderen die zijn opgevoed met een autoritatieve opvoedstijl hebben de beste sociale
ontwikkeling. Kinderen die zijn opgevoed met een permissieve of autoritaire opvoedstijl zijn
veelal de daders.
Ouders kiezen de crèche, school en de buurt waarin de kinderen opgroeien (Bronfenbrenner)
Ouder is bemiddelaar van relaties en heeft hier supervisie en controle over.
Ook samenstelling van het gezin van invloed:
Overdrachtsmodel: wat je in de ene omgeving leert, kun je gemakkelijk toepassen
in een andere omgeving. (bv. aardig doen tegen broertjes/zusjes & aardig tegen
vrienden)(rolmodel)
Compensatiemodel: wat niet goed gaat in de ene omgeving kan in de andere
gecompenseerd worden. (bv. ruzie met broertjes/zusjes - beter band met vrienden) (afwijking thuis,
buffer op school)
Bij gepeste kinderen
Jongens: vaak over bescherming van 1vd ouders (moeder) en afwezigheid van 1vd ouders
(vader).
Meisjes: vaak afstandelijkheid van 1vd ouders (Oefent hierop macht uit, moeder) en afwezigheid
van 1vd ouders (vader)
De rol van school
Algemene kenmerken die invloed kunnen hebben op pesten zijn:
→ De leerkrachten hebben teveel leerlingen in de klas
→ Er zitten veel leerlingen met een lage SES op school
→ Leerlingen worden vaak van school gestuurd
→ Er is een sterke in- en uitstroom omdat leerlingen veel van school wisselen.
, Er zijn weinig aanwijzingen dat materiele kenmerken (zoals de grootte of de ligging v.d. school)
verband houden met pesten.
De leerkracht is een belangrijke factor
Het schoolklimaat (de normen en waarden die leerlingen, leerkrachten en schoolstaf met elkaar
delen):
In verband gebracht met sociaal gedrag en psychologisch welbevinden en blijkt samen te hangen
met pesten. Een slechter schoolklimaat hangt samen met meer daders, slachtoffers en
daderslachtoffers.
Echter is het schoolklimaat niet de belangrijkste voorspeller, dat zijn:
Negatieve invloed van leeftijdsgenoten
Woonomgeving
Status in de groep.
Leerkrachten zijn een soort manager van de dagelijkse gang van zaken in de klas.
► Ze zijn vaak alleen niet goed op de hoogte van het pesten.
► Blijken sociaal pesten minder erg te vinden dan fysiek pesten.
► Ze herkennen de subtielere vormen van pesten vaak niet (sociaal pesten, bijv. roddelen
etc.)
► Als ze wel herkennen dan wordt sociaal pesten vaak onderschat en niet/minder streng
ingegrepen.
► Dit is allemaal afhankelijk van:
o Eigen verleden leerkracht
o Gevoel van controle: wat kan ik eraan doen?
o Denkbeeld over oorzaak van pesten, wie is schuldige?
Leerkrachten met een normatieve opvatting over pesten (het hoort erbij) grijpen het minste in.
Leerkrachten met een assertieve opvatting over pesten (kinderen worden niet gepest als ze
voor zichzelf opkomen) namen zelf geen actie, maar stimuleerden kinderen wel voor zichzelf op te
komen.
Leerkrachten met een vermijdende opvatting over pesten (kinderen worden niet gepest als ze
de daders vermijden)
haalden de kinderen uit elkaar, dit actief ingrijpen had een positief effect
of zeiden de kinderen met anderen te gaan spelen dan de daders, dit had een negatief effect.
Moderatoreffect of ‘leerkracht-beschermingshypothese
leerlingen met een goede relatie met de leerkracht voelden zich veiliger in de klas dan leerlingen
met een slechte relatie.
Wel dicht in de buurt zijn om een positief effect te hebben (klasniveau)
Ook het slachtoffer steunen door actief in te grijpen.
Gebeurt dit niet dan kan dit internaliserende problemen versterken.
(Lereya, Samara & Wolke, 2013)
Het is belangrijk om te identificeren welke opvoedstijlen en welke ouder-kind relaties van
invloed zijn op slachtoffervorming. Er is namelijk gevonden dat slecht aangepast ouderschap
leidt tot een hoger risico op slachtoffervorming op school.
Belangrijke factoren voor de socialisatie van kinderen
De mate van supervisie
Warmte
Over bescherming
Het is belangrijk dat we weten welke factoren het risico op slachtoffervorming verhogen of
verlagen.
Betere interventies worden ontwikkeld die verder gaan dan alleen de schoolcontext.
8 categorieën van ouderschapsgedrag
Positief ouderschapsgedrag:
Autoritatieve opvoeding
Ouder-kind communicatie
Ouderlijke betrokkenheid en steun
Supervisie
Warmte en affectie
1. Wat is het plan van aanpak tegen pesten?
2. Wat is de effectiviteit van de interventies die er zijn tegen pesten?
3. Wie zijn er betrokken bij pesten? Wat is hun rol en hoe gaan ze het tegen?
(Goossens & van der Meulen, 2014)
De rol van de ouders:
Het begint al bij de hechting tussen ouder en kind.
Kind goed gehecht (Bowlby), veel zelfvertrouwen hebben en gevoel van eigenwaarde.
(thuis geleerde normen en troosten)
Intieme vriendschappen & goed in de groep liggen & respect krijgen.
Kleinere kans dat ze als dader of slachtoffer betrokken zijn bij pesten.
Ze zullen eerder een verdediger zijn, dit is effectief want ze liggen goed in de groep.
Studie door Troy & Sroufe
Wijst uit dat een veilige hechtingsrelatie een buffer vormt tegen agressie.
Werkt op 2 manieren:
► Beter zelfbeeld, kunnen zich beter beheersen
► Grotere sociale competentie.
► Kans op pesten is het grootste bij 2 onveilig gehechte kinderen (slachtoffer en pester)
Kleine studie
Jonge kinderen (5-6jr.)
In tweetallen getest.
Andere studies spreken tegen dat veilige hechting van invloed is, dus er moet dus nog meer
onderzoek naar gedaan worden.
Invloeden van ouders op de sociale competentie van het kind
De manier waarop ouders disciplineren; als zij dit doen met respect voor de autonomie van het
kind dan bewerkstelligen ze een grotere sociale vaardigheid.
Wordt dit niet gedaan door de ouders dan wordt de autonomie van het kind ondermijnd en zal het
kind zich sociaal minder ontwikkelen.
Kinderen die zijn opgevoed met een autoritatieve opvoedstijl hebben de beste sociale
ontwikkeling. Kinderen die zijn opgevoed met een permissieve of autoritaire opvoedstijl zijn
veelal de daders.
Ouders kiezen de crèche, school en de buurt waarin de kinderen opgroeien (Bronfenbrenner)
Ouder is bemiddelaar van relaties en heeft hier supervisie en controle over.
Ook samenstelling van het gezin van invloed:
Overdrachtsmodel: wat je in de ene omgeving leert, kun je gemakkelijk toepassen
in een andere omgeving. (bv. aardig doen tegen broertjes/zusjes & aardig tegen
vrienden)(rolmodel)
Compensatiemodel: wat niet goed gaat in de ene omgeving kan in de andere
gecompenseerd worden. (bv. ruzie met broertjes/zusjes - beter band met vrienden) (afwijking thuis,
buffer op school)
Bij gepeste kinderen
Jongens: vaak over bescherming van 1vd ouders (moeder) en afwezigheid van 1vd ouders
(vader).
Meisjes: vaak afstandelijkheid van 1vd ouders (Oefent hierop macht uit, moeder) en afwezigheid
van 1vd ouders (vader)
De rol van school
Algemene kenmerken die invloed kunnen hebben op pesten zijn:
→ De leerkrachten hebben teveel leerlingen in de klas
→ Er zitten veel leerlingen met een lage SES op school
→ Leerlingen worden vaak van school gestuurd
→ Er is een sterke in- en uitstroom omdat leerlingen veel van school wisselen.
, Er zijn weinig aanwijzingen dat materiele kenmerken (zoals de grootte of de ligging v.d. school)
verband houden met pesten.
De leerkracht is een belangrijke factor
Het schoolklimaat (de normen en waarden die leerlingen, leerkrachten en schoolstaf met elkaar
delen):
In verband gebracht met sociaal gedrag en psychologisch welbevinden en blijkt samen te hangen
met pesten. Een slechter schoolklimaat hangt samen met meer daders, slachtoffers en
daderslachtoffers.
Echter is het schoolklimaat niet de belangrijkste voorspeller, dat zijn:
Negatieve invloed van leeftijdsgenoten
Woonomgeving
Status in de groep.
Leerkrachten zijn een soort manager van de dagelijkse gang van zaken in de klas.
► Ze zijn vaak alleen niet goed op de hoogte van het pesten.
► Blijken sociaal pesten minder erg te vinden dan fysiek pesten.
► Ze herkennen de subtielere vormen van pesten vaak niet (sociaal pesten, bijv. roddelen
etc.)
► Als ze wel herkennen dan wordt sociaal pesten vaak onderschat en niet/minder streng
ingegrepen.
► Dit is allemaal afhankelijk van:
o Eigen verleden leerkracht
o Gevoel van controle: wat kan ik eraan doen?
o Denkbeeld over oorzaak van pesten, wie is schuldige?
Leerkrachten met een normatieve opvatting over pesten (het hoort erbij) grijpen het minste in.
Leerkrachten met een assertieve opvatting over pesten (kinderen worden niet gepest als ze
voor zichzelf opkomen) namen zelf geen actie, maar stimuleerden kinderen wel voor zichzelf op te
komen.
Leerkrachten met een vermijdende opvatting over pesten (kinderen worden niet gepest als ze
de daders vermijden)
haalden de kinderen uit elkaar, dit actief ingrijpen had een positief effect
of zeiden de kinderen met anderen te gaan spelen dan de daders, dit had een negatief effect.
Moderatoreffect of ‘leerkracht-beschermingshypothese
leerlingen met een goede relatie met de leerkracht voelden zich veiliger in de klas dan leerlingen
met een slechte relatie.
Wel dicht in de buurt zijn om een positief effect te hebben (klasniveau)
Ook het slachtoffer steunen door actief in te grijpen.
Gebeurt dit niet dan kan dit internaliserende problemen versterken.
(Lereya, Samara & Wolke, 2013)
Het is belangrijk om te identificeren welke opvoedstijlen en welke ouder-kind relaties van
invloed zijn op slachtoffervorming. Er is namelijk gevonden dat slecht aangepast ouderschap
leidt tot een hoger risico op slachtoffervorming op school.
Belangrijke factoren voor de socialisatie van kinderen
De mate van supervisie
Warmte
Over bescherming
Het is belangrijk dat we weten welke factoren het risico op slachtoffervorming verhogen of
verlagen.
Betere interventies worden ontwikkeld die verder gaan dan alleen de schoolcontext.
8 categorieën van ouderschapsgedrag
Positief ouderschapsgedrag:
Autoritatieve opvoeding
Ouder-kind communicatie
Ouderlijke betrokkenheid en steun
Supervisie
Warmte en affectie