Inhoudsopgave
1. Basiskennis chemie......................................................................................... 2
2. Atoomstructuur en periodiek systeem............................................................5
3. Chemische binding.......................................................................................... 9
3.1 Elektronegatieve waarde........................................................................... 9
3.2 Soorten bindingen...................................................................................... 9
3.3 Intermoleculaire krachten........................................................................10
3.4 Lewisformules.......................................................................................... 11
3.5 π- en σ- binding........................................................................................ 11
3.6 Ruimtelijke structuur van moleculen........................................................12
4. Chemisch rekenen......................................................................................... 13
4.1 Constante van Avogadro en mol..............................................................13
4.2 Berekeningen met dichtheid van stoffen en mengsels............................13
4.3 Procentuele samenstelling van een verbinding........................................13
4.4 Molair volume van gassen en algemene gaswet......................................14
4.5 Concentratie van oplossingen en omzettingen tussen verschillende
concentratie-uitdrukkingen............................................................................ 14
4.6 Toepassingen op verdunnen van oplossingen..........................................14
4.7 Stoichiometrische berekeningen voor reacties met eventuele overmaat
van een reagens............................................................................................ 15
4.8 Overige formules...................................................................................... 16
5.Chemische kinetiek........................................................................................ 17
6. Chemisch evenwicht..................................................................................... 19
7. Zuren en basen............................................................................................. 20
8. Redoxreacties................................................................................................ 24
8. Koolstofchemie.............................................................................................. 27
,1. Basiskennis chemie
Zuivere stoffen
Enkelvoudig : 1 element, allemaal dezelfde atomen
Samengesteld : meerdere elementen
Mengsel : meerdere zuivere stoffen
Bij een homogene stof kan je de verschillende componenten niet meer
onderscheiden, bij een heterogene stof wel
Er zijn verschillende soorten toestanden van mengsels, zie de tabel
Scheidingstechnieken van mengsels
o Filtreren : op basis van deeltjesgrootte
Of vast en vloeibaar van elkaar te scheiden
Kan gebruikt worden van een membraan microfiltratie
o Destilleren : door verdamping worden twee of meer stoffen in
oplossing te scheiden
Op basis van kookpunt (moeten ver uit elkaar liggen)
o Extraheren : komt voor smaak-, geur-, of kleurstoffen aan een
andere stof te onttrekken, berust op verschil in oplosbaarheid
Geur-, smaak- en kleurstoffen van koffie lossen op in water,
de bonen zelf niet
o Kristalliseren : wordt gebruikt om een vaste stof uit een vloeistof te
scheiden
o Indampen : bij vaste stof + vloeistof de vloeistof verdampen zodat
de vaste stof (met hoog kookpunt) achterblijft
o Centrifugeren : komt voor bij emulsies of suspensies met verschil in
massadichtheid
Oxidatiestappen periodiek systeem
Oxidatiegetal : lading die een atoom zou hebben als elektronen volledig
werden overgedragen in chemische reactie
Groep 1 heeft een oxidatie getal van +1 omdat ze makkelijk één elektron
afgeven om aan stabiele edelgasconfiguratie te voldoen
o Groep 2 heeft +2
Groep 3-12 heeft variabele oxidatie getallen aangezien deze elementen
deels gevulde d-orbitalen hebben
Groep 14 meestal +3 aangezien ze 3 valentie-elektronen hebben
Groep 15,16 heeft variërende oxidatiegetallen
Groep 17 heeft meestal -1 als oxidatiegetal
, Groep 18 bestaat uit edelgassen en deze hebben een oxidatiegetal van 0
+ zuren en zuurresten kennen
Nomenclatuurregels van anorganische chemie:
Oxide : metaaloxide, niet-metaal oxide
o Reactievergelijkingen:
M + zuurstof MO
nM + zuurstof nMO
Hydroxide : metaal / ammonium (NH4) met hydroxyde-ion (OH-)
o Reactievergelijkingen:
M + water MOH + H2
MO + water MOH
Zuur : bestaat uit zuurrest (= niet-metaal) of zuurrest in combinatie met
zuurstofatomen)
o Onderscheid tussen binair (bestaat uit waterstof en niet-metaal,
geen zuurstof) / ternair zuur (bevat wel zuurstof)
o Reactievergelijkingen
nM + H2 HZ (binair)
nMO + water HZ
Zout : metaal of ammonium (NH4) met een zuurrest
o Reactievergelijkingen:
M + nM MZ (binair)
M + HZ MZ + H2 (binair zuur binair zout)
MO + HZ MZ + H2O (binair)
MOH + HZ MZ + H2O (binair)
M + HZ MZ + H2 (ternair)
MO + HZ MZ + H2O (ternair)
MOH + HZ MZ + H2O (ternair)
Polaire stoffen lossen alleen op in polaire stoffen, apolaire stoffen alleen in
apolair
Polaire binding : asymmetrische binding wat zorgt voor een
elektronegatief verschil
Exotherm : exergonisch of exo-energetisch reactie, warmte of energie komt vrij
Endotherm : endergonisch of endo-energetisch, er moet warmte of energie
worden toegevoegd
Wet behoud van massa : er gaat geen massa verloren in de reactie
Wet behoud van energie : er gaat geen energie verloren, er kan wel warmte-
omzetting plaatsvinden
Elektrolyt : splitsen in ionen in oplossing of bij smelten
Goede elektrische geleiders
Sterke elektrolyten sterke splitsing
Zwakke elektrolyten zwakke splitsing
Typen reacties :