Examenvragen
Geriatrie
Prof. dr. Johan Flamaing, prof. dr. Jos Tournoy, prof. dr.
Evelien Gielen, dr. Katleen Fagard, dr. Liesbeth Vander
Weyden, prof. dr. Marian Dejaeger en dr. Maaike De Roo.
Eindredactie: prof. dr. Johan Flamaing
Leuven, maart 2024 - Academiejaar 2023-2024
1
,I. Vragen in verband
met frailty
(4x)
1-4
2
, Frailty
1. Bespreek het concept frailty.
Frailty = ouderdomsgebonden kwetsbaarheid
- ↓weerstand tg stressoren tgv afname reservecapaciteit
o Geleidelijke structurele en functionele achteruitgang in verschillende orgaansystemen
o Resultaat: ↑ vatbaarheid voor functionele beperkingen en comorbiditeiten
- Inherent aan veroudering in +/- hele organisme = organisme-breed probleem
o Multidimensioneel syndroom
- Niet alle ouderen zijn frail!
o Individuele verschillen in reservecapaciteit
Grootte van de reserves bepaalt mee de mate van kwetsbaarheid
Weinig reserve = hogere kwetsbaarheid en weerslag = meer risico op comorbiditeit en
mortaliteit
- Stressoren kunnen achteruitgang versnellen
Kliniek: frailty syndroom = combinatie van functieverlies en comorbiditeit
Verantwoordelijk voor typisch geriatrische profiel
- Functionele beperkingen waardoor onafhankelijkheid gevaar loopt
o Cave: frailty functieverlies
Niet alle personen die frail zijn, hebben functionele beperkingen en functionele beperkingen
kunnen ook gevolg zijn van bepaalde aandoeningen
Toegenomen frailty gaat gepaard met functionele beperkingen die op hun beurt ouderen nog
meer kwetsbaar maken
- Waaier van ziektebeelden waardoor ziekteverwikkelingen en sterfte dreigen
o Cave: frailty comorbiditeit
Frailty kan onafh. voorkomen en aanwezigheid van comorbiditeit leidt niet vanzelf tot frailty
Komen wel vaak samen voor en beïnvloeden/ versterken elkaar in vicieuze cirkel: verouderen
verhoogde frailty verhoogde vatbaarheid voor aandoeningen maken ouderen nog
meer frail
Presentatie frailty is heel variabel (fysieke en niet-fysieke domeinen)
- Fysieke frailty: musculoskeletale frailty
o Gangstoornissen, vallen en fracturen
o Frêle pten: vaak verlies spier(kracht) en botverlies/botontkalking
- Osteoporose en sarcopenie (= leeftijdsgebonden verlies spiermassa, spierkracht en functionaliteit) =
centraal in frailty syndroom = muskuloskeletaal frailty
3
, 2. Leg uit waarom heupfractuurpatiënten typisch kwetsbare ouderen zijn.
Frailty = proces van achteruitgang van alle orgaansystemen
Centraal: musculoskeletaalsysteem verlies spiermassa en spierfunctie (sarcopenie) en osteoporose
Functionele beperkingen die centraal staan in fenotype van kwetsbare oudere.
Betrokkenheid van musculoskeletaal en niet-musculoskeletaal systeem in kwetsbaarheid van oudere blijkt uit
langdurig verhoogd mortaliteitsrisico van ouderen met heupfractuur
- Prognose normaliseert niet na kwetsbare periode van 6-12 m (medische verwikkelingen centraal)
o Ook na geslaagde HK en intensieve revalidatie: prognose ongunstig na 10-15 j 3-4x hogere mortaliteit
- Ouderen met heupfracturen zijn geen ‘gemiddelde ouderen’
o Pten met uitgesproken brede onderliggende kwetsbaarheid
o Musculoskeletaal (vallen, breuken) + niet-musculoskeletaal (HF, infectiegevaar) problemen
Verlies van zelfstandigheid, risico op complicaties
o Brede onderliggende co-morbiditeit
Blijvend verhoogd mortaliteitsrisico
Nood aan osteoporosebehandeling + fractuurpreventie + internistisch-geriatrische nazorg
Heupfracturen zijn niet alleen een gevolg van kwetsbaarheid, maar versterken die ook (vicieuze cirkel van
kwetsbaarheid)
4
Geriatrie
Prof. dr. Johan Flamaing, prof. dr. Jos Tournoy, prof. dr.
Evelien Gielen, dr. Katleen Fagard, dr. Liesbeth Vander
Weyden, prof. dr. Marian Dejaeger en dr. Maaike De Roo.
Eindredactie: prof. dr. Johan Flamaing
Leuven, maart 2024 - Academiejaar 2023-2024
1
,I. Vragen in verband
met frailty
(4x)
1-4
2
, Frailty
1. Bespreek het concept frailty.
Frailty = ouderdomsgebonden kwetsbaarheid
- ↓weerstand tg stressoren tgv afname reservecapaciteit
o Geleidelijke structurele en functionele achteruitgang in verschillende orgaansystemen
o Resultaat: ↑ vatbaarheid voor functionele beperkingen en comorbiditeiten
- Inherent aan veroudering in +/- hele organisme = organisme-breed probleem
o Multidimensioneel syndroom
- Niet alle ouderen zijn frail!
o Individuele verschillen in reservecapaciteit
Grootte van de reserves bepaalt mee de mate van kwetsbaarheid
Weinig reserve = hogere kwetsbaarheid en weerslag = meer risico op comorbiditeit en
mortaliteit
- Stressoren kunnen achteruitgang versnellen
Kliniek: frailty syndroom = combinatie van functieverlies en comorbiditeit
Verantwoordelijk voor typisch geriatrische profiel
- Functionele beperkingen waardoor onafhankelijkheid gevaar loopt
o Cave: frailty functieverlies
Niet alle personen die frail zijn, hebben functionele beperkingen en functionele beperkingen
kunnen ook gevolg zijn van bepaalde aandoeningen
Toegenomen frailty gaat gepaard met functionele beperkingen die op hun beurt ouderen nog
meer kwetsbaar maken
- Waaier van ziektebeelden waardoor ziekteverwikkelingen en sterfte dreigen
o Cave: frailty comorbiditeit
Frailty kan onafh. voorkomen en aanwezigheid van comorbiditeit leidt niet vanzelf tot frailty
Komen wel vaak samen voor en beïnvloeden/ versterken elkaar in vicieuze cirkel: verouderen
verhoogde frailty verhoogde vatbaarheid voor aandoeningen maken ouderen nog
meer frail
Presentatie frailty is heel variabel (fysieke en niet-fysieke domeinen)
- Fysieke frailty: musculoskeletale frailty
o Gangstoornissen, vallen en fracturen
o Frêle pten: vaak verlies spier(kracht) en botverlies/botontkalking
- Osteoporose en sarcopenie (= leeftijdsgebonden verlies spiermassa, spierkracht en functionaliteit) =
centraal in frailty syndroom = muskuloskeletaal frailty
3
, 2. Leg uit waarom heupfractuurpatiënten typisch kwetsbare ouderen zijn.
Frailty = proces van achteruitgang van alle orgaansystemen
Centraal: musculoskeletaalsysteem verlies spiermassa en spierfunctie (sarcopenie) en osteoporose
Functionele beperkingen die centraal staan in fenotype van kwetsbare oudere.
Betrokkenheid van musculoskeletaal en niet-musculoskeletaal systeem in kwetsbaarheid van oudere blijkt uit
langdurig verhoogd mortaliteitsrisico van ouderen met heupfractuur
- Prognose normaliseert niet na kwetsbare periode van 6-12 m (medische verwikkelingen centraal)
o Ook na geslaagde HK en intensieve revalidatie: prognose ongunstig na 10-15 j 3-4x hogere mortaliteit
- Ouderen met heupfracturen zijn geen ‘gemiddelde ouderen’
o Pten met uitgesproken brede onderliggende kwetsbaarheid
o Musculoskeletaal (vallen, breuken) + niet-musculoskeletaal (HF, infectiegevaar) problemen
Verlies van zelfstandigheid, risico op complicaties
o Brede onderliggende co-morbiditeit
Blijvend verhoogd mortaliteitsrisico
Nood aan osteoporosebehandeling + fractuurpreventie + internistisch-geriatrische nazorg
Heupfracturen zijn niet alleen een gevolg van kwetsbaarheid, maar versterken die ook (vicieuze cirkel van
kwetsbaarheid)
4