a. De handelaren, handwerkers en boeren
b. De priesters en geestelijken
c. Onaanraakbaren
2. Het begrip karma duidt op:
a. De scheppende kracht
b. Het geheel van iemands daden; de goede en de slechte
c. Het vervullen van de religieuze plichten
3. Hoe heet de eerste gemeenschap van volgelingen van Boeddha?
a. Sangha
b. Stoepa
c. Nirwana
4. Welk van de onderstaande begrippen geeft de kringloop van het leven en wedergeboorte
aan?
a. Moksha
b. Karma
c. Samsara
5. Welk van de onderstaande leefregels behoort niet tot het Hindoeïsme?
a. Vijf keer per dag bidden
b. Kwaad met goed vergelden
c. Kennis hebben van de heilige boeken
6. Het holifeest is een
a. oogstfeest
b. lentefeest
c. Lichtfeest
7. Wat zijn de tripitaka?
a. belangrijke geschriften
b. Spirituele leiders
c. De vier edele waarheden
8. Wat is het achtvoudig pad?
a. Acht meditatietechnieken
b. Acht manieren om de verlichting te bereiken
c. Acht leefregels om de verlichting te bereiken
9. Welk van de onderstaande beweringen over het boeddhisme is juist?
a. bloemen, wierook en eten zijn voorbeelden van offers.
b. Offers worden gebracht om boeddha gunstig te stellen
c. In Nederland kennen we geen boeddhistische tempels
10. Op welk moment begint de geschiedenis van het joodse volk?
a. Op het moment dat Abraham een verbond sluit met God