Professor dr. Ellen Claes – Dr. Dorien Sampermans – Jan Schoenmakers
Les 1: Introductie en Politieke Socialisatie
Context van het opleidingsonderdeel (OPO): Wat, waarom, hoe?
Wat is burgerschapsvorming?
- Wanneer je zelf een definitie voor burgerschapsvorming zou moeten geven, welke
elementen/concepten neem je op?
- Waarom neem je deze elementen/concepten op? Wat verwacht je van de cursus?
• Engagement, participatie, betrokkenheid, en • Verdraagzaam opstellen tov anderen
interesse • Identiteit
• Integratie in de maatschappij • Educatie op school
• Actief deelnemen aan de samenleving • In staat stellen voor deelname aan de SL
• Vrijheid van meningsuiting – Meningen • …
uiten – Kritisch denken
Burgerschapsvorming probeert in te zetten op een (politieke) verhoging vn interesse, kritische
ingesteldheid en engagement – Prof
- Politieke kennis: Onderliggende basisvoorwaarde voor engagement, kritisch denken en
politiek vertrouwen
Bestaande definities
• Advisory Group on Citizenship, 1998: ‘Citizenship education is education for citizenship, behaving and
acting as a citizen, therefore it is not just knowledge of citizenship and civic society; it also implies
developing values, skills and understanding.’
• Campbell, 2012: ‘The knowledge, skills, attitudes and experiences to prepare someone to be an
active, informed participant in democratic life.’
• Council of Europe, 2018: ‘Education, training, awareness-raising, information, practices and activities
which aim, by equipping learners with knowledge, skills and understanding and developing their
attitudes and behavior, to empower them to exercise and defend their democratic rights and
responsibilities in society, to value diversity and to play an active part in democratic life, with a view
to the promotion and protection of democracy and the rule of law’
• European Commission, 2017: ‘Citizenship education is a subject area which aims to promote
harmonious co-existence and foster the mutually beneficial development of individuals and the
communities in which they live. In democratic societies, citizenship education supports students in
becoming active, informed and responsible citizens, who are willing and able to take responsibility
for themselves and for their communities at the national, European and international level.’
Wat is burgerschapsvorming?
Burgerschapsvorming is proces waarbij individuen kennis, vaardigheden en attitudes ontwikkelen om
actief en betrokken deel te nemen aan de samenleving. Burgerschapsvorming omvat engagement,
participatie, kritisch denken, verdraagzaamheid, vrijheid van meningsuiting en mts integratie.
Waarom deze elementen?
• Engagement & participatie → Actieve rol in de samenleving
• Kritisch denken & meningsuiting → Democratische basisvaardigheden
• Verdraagzaamheid & integratie → Samenleven in diversiteit
• Educatie → Voorbereiding op mts verantwoordelijkheid
Verwachtingen van de cursus: Meer inzicht in politieke en maatschappelijke structuren, ontwikkeling van
kritisch denken en debatvaardigheden, leren hoe educatie bijdraagt aan actieve burgerschapsvorming
1
,Waarom burgerschapsvorming? – Belang van burgerschapsvorming
• Maatschappelijke bezorgdheid:
o Dalend vertrouwen in de politiek
o Geringe deelname aan verkiezingen
o Success populistische partijen en kandidaten; Proberen mensen te overtuigen dat
democratische vormen niet werken etc.
o Gebrek aan politieke kennis van burgers
• Meer diverse samenleving:
o Wereldwijde trend
o Europa zeker niet uitzonderlijk
o Robert Putnam – Sociaal Kapitaal: Bowling Alone, 2000
▪ Minder maatschappelijke betrokkenheid en verenigingsleven
▪ Diversiteit vermindert onderling vertrouwen en sociale cohesie
▪ Door de verworven diversiteit, gaan mensen zich veel minder verenigen, want ze
vertrouwen elkaar veel minder
▪ Bonding vs. Bridging:
• Bonding: Sterke banden binnen homogene groepen
• Bridging: Verbinding tss diverse groepen, cruciaal vr sociale samenhang
▪ Afname sociaal kapitaal verzwakt democratisch en maatschappelijk engagement
▪ Oorzaken: Individualisering, technologie, suburbanisatie, veranderende
werkpatronen
Waarom burgerschapsvorming?
Burgerschapsvorming is cruciaal om mts betrokkenheid en democratische participatie te versterken.
Belang:
• Dalend politiek vertrouwen: Weinig verkiezingsdeelname en succes van populisme ondermijnen
democratische structuren.
• Gebrek aan politieke kennis: Minder geïnformeerde burgers zijn vatbaarder voor misinformatie
en politieke desinteresse.
• Meer diversiteit: Groei vn diversiteit kan sociale cohesie verzwakken (Putnam, Bowling Alone).
o Bonding: Sterke interne groepsbanden, maar weinig externe verbinding.
o Bridging: Noodzaak om bruggen te slaan tss diverse groepen vr een stabiele SL.
• Afname sociaal kapitaal: Individualisering, technologie en veranderende werkpatronen leiden tot
minder maatschappelijke betrokkenheid.
Conclusie: Burgerschapsvorming bevordert sociale cohesie, politieke participatie en democratisch
engagement.
Hoe burgerschapsvorming?
• Focus op jongeren
• Attitudes zijn vrij stabiel na de periode vd adolescentie
o Period of maximum change (14-25): Adolescentie en jongvolwassenheid zijn
belangrijkste fasen waarin attitudes en overtuigingen gevormd w. Na deze periode
blijven deze vaak stabiel.
o Vele manieren om jonge mensen te bereiken
o Daarvoor (lagere school) zitten nog veel verschillende profielen samen op schoolbanken
• Engagement van jonge mensen in de maatschappij is sinds lang in dalende lijn
o Generationele effecten: Veranderingen in gedrag of attitudes tss generaties. Bv: jongere
generaties stemmen minder dan hun grootouders.
o Life cycle effecten: Veranderingen die afhangen vn leeftijd, niet vn generatie. Bv: jongere
mensen tonen minder interesse in belastingen omdat ze er nog niet direct mee te maken
hbb, maar dit verandert naarmate ze ouder worden.
2
,Hoe burgerschapsvorming?
Burgerschapsvorming richt zich vooral op jongeren, aangezien attitudes en overtuigingen zich
voornamelijk ontwikkelen tussen 14 en 25 jaar. Dit w de period of maximum change genoemd, waarin
attitudes nog flexibel zijn en na deze periode vaak stabiel blijven.
• Bereik van jongeren: Er zijn veel manieren om jongeren te betrekken, bv via onderwijs, media en
andere platforms.
• Lagere school: Voordat jongeren zich echt vormen, zitten ze in gemengde groepen met
verschillende profielen, wat invloed kan hbb op hun ontwikkeling.
Engagement in de maatschappij is echter in dalende lijn:
• Generationele effecten: Jongeren stemmen minder dan vorige generaties, wat wijst op een
verandering in maatschappelijke betrokkenheid tussen generaties.
• Life cycle effecten: Gedrag verandert doorheen iemands leven, bv doordat jongeren minder
betrokken zijn bij belastingen, maar dit verandert naarmate ze ouder worden.
Conclusie: Burgerschapsvorming moet gericht zijn op jongeren, omdat dit de periode is waarin hun
maatschappelijke houding wordt gevormd.
GRAFIEK: Sowieso een grafiek of tabel op het examen om te interpreteren!
Nemčok, M., and Wass, H.: “Generations and Political Engagement” (2021)
- Groot generationeel veel zwakker age/life cycle effect.
- De lijnen vd verkiezingsjaren tonen duidelijk aan dat de opkomst in de vroegere jaren (vooral
1987) hoger ligt voor alle leeftijden. Wanneer je dus 25 bent in het verkiezingsjaar 1987 heb
je meer kans dan wanneer je 25 bent in 2015 om nr de stembus te trekken. Dit wijst op een
generationeel effect: generaties stemmers verschillen vn elkaar. Ja kan in deze grafiek ook
lifecylce effecten zien en beschrijven: dit zie je vooral aan de gelijkaardige curves vd
verschillende verkiezingsjaren: ze gaan vn lagere deelname vanaf 20 nr hogere deelname op
middelbare leeftijd (periode waarin mensen meest betrokken zijn op politieke instellingen en
actief zijn binnen groepereingen die bepaalde issues voorstaan) tot het einde vh leven waar
de afhankelijk vn anderen groter w en de conventionele politiek minder prominent aanwezig
is. Op 18 jaar zie je het first time voters effect ook mooi in deze grafiek.
- Donkere lijn (oudste election jaar): Ligt helemaal vanboven
- Generationele verschillen > Age differences
- Levensverwachtingen liggen vandaag veel hoger dan vroeger
➔ Grafiek toont duidelijk dat generationele effecten sterker zijn dan leeftijdseffecten. Jongeren vn
latere generaties stemmen minder dan jongeren vn eerdere generaties, zoals te zien is in
opkomstcijfers vn verkiezingen, vooral vóór 1987. Dit wijst erop dat oudere generaties politiek meer
betrokken zijn.
➔ Life cycle effecten zijn ook zichtbaar: mensen stemmen minder op jonge leeftijd (18-20 jaar), mr
deelname neemt toe naarmate men ouder w, vooral tss 30-60 jaar. Dit is periode waarin mensen het
meest betrokken zijn bij politieke en mts zaken. Bij ouderen neemt opkomst weer af, deels door
verminderde fysieke en sociale participatie. Daarnaast is het first-time voters effect zichtbaar op 18
jaar, en de donkere lijn (oudste verkiezingsjaar) toont de hoogste opkomst.
!!! First-time voters effect verwijst nr de hogere opkomst bij mensen die vr eerst mogen
stemmen, vaak op 18-jarige leeftijd. Dit effect toont aan dat jonge mensen in begin vn hun
stemcarrière vaak meer gemotiveerd zijn om naar stembus te gaan, mogelijk uit
enthousiasme of interesse in politieke proces. Effect is duidelijk zichtbaar in grafiek, waar 18-
jarigen een hogere opkomst hbb dan oudere leeftijdsgroepen.
3
, Michelsen, N. G.: “Building youthful habits of voting” (2024)
- Idem interpretatie als bij vorige grafiek
- Deze grafiek is veel minder duidelijk en moet eigenlijk in samenhang gelezen w met de
verschilgrafiek tss generaties boven de grafiek en onder de grafiek, die nt op slides staan.
- Net zoals bij vorige grafiek kan je hier zowel life-cycle als generationele effecten zien en
beschrijven:
o Generationeel. Hier moet je eigenlijk lijnen bijtekenen en denken (zie volgende slide).
Een 18 jarige in 1968 w natuurlijk ouder en springt dan over nr een andere lijn. Wnr je
die lijnen vn bv een 18 jarige in 1968, een 18 jarige in 1988 en een 18 jarige in 2004
met elkaar vergelijkt, blijkt lijn vdjongere generaties altijd onder de lijn vd oudere
generaties te vallen.
o Life cycle. Deze grafiek toont ook aan dat er voor jongere generaties life cycle
effecten zijn aangezien achtienjarigen doorheen tijd minder gaan stemmen. Voor de
oudere generaties is dit effect dan minder eenduidig.
➔ Grafiek Michelsen toont zowel generationele als life cycle effecten, mr minder duidelijk dan vorige
• Generationele effecten: Wnr je de lijnen vr 18-jarigen uit verschillende jaren (bv 1968, 1988,
2004) vergelijkt, zie je dat lijn vn jongere generaties altijd onder die vn oudere generaties ligt.
Dit wijst op een daling in de politieke participatie bij jongere generaties door de jaren heen.
• Life cycle effecten: Vr jongere generaties is er afname in opkomst naarmate ze ouder w, wat
aantoont dat hun stemgedrag door tijd heen verandert. Bij oudere generaties is dit effect
minder duidelijk.
Deze grafiek moet samen met verschilgrafiek tss generaties w gelezen vr compleet beeld vd trends.
Doelstellingen
• Het opleidingsonderdeel 'Burgerschapvorming' stelt scherp op de verschillende dimensies vn
burgerschap en de opdracht die instellingen en verenigingen in de mts opnemen met het oog op
het bevorderen vh burgerschapsidee bij jongeren.
o Focus op 4 soorten instellingen en verenigingen wat politieke en mts vorming betreft:
1. Scholen 3. Media
2. Middenveldorganisaties 4. Ouders
en particuliere initiatieven
• Theoretisch kader: Politieke socialisatie bij jongeren (competentiedenken)
• Hoe worden jongeren door verschillende instellingen gevormd als burgers?
o Onderzoeksmatig o Relevantie voor de
o Vanuit verschillende onderwijspraktijk
perspectieven
• Operationalisering: Rond de individuele student
staan verschillende radars en communities
4