Hogeschool van Amsterdam - Creative Business – Leerdoelen
Inhoudsopgave
WEEK 12
De Media Explosie 2
Hoofdstuk 1: De media-explosie – een eerste verkenning 2
Hoofdstuk 2: Van spraak naar schrift: de eerste mediarevolutie 2
Hoofdstuk 3: Geschreven teksten worden gedrukt en verspreid: de tweede mediarevolutie 3
Hoofdstuk 4: Van telegraaf tot internet: de derde mediarevolutie 4
Hoofdstuk 6: Massacommunicatie: de klassieke benadering is niet langer houdbaar. 5
Hoofdstuk 10.2 Verschillen in mediawerking 6
WEEK 27
De Media Explosie 7
Hoofdstuk 8: Mediaorganisaties 7
De Communicatiekaart van Nederland 7
Hoofdstuk 1: Kranten en nieuwsmerken 7
Hoofdstuk 2: Magazines, print en online 9
Hoofdstuk 3: boeken 10
WEEK 312
De Communicatiekaart van Nederland 12
Hoofdstuk 4: Omroep en overheidsbeleid 1930 – 2018 12
Hoofdstuk 5: Radio 13
Hoofdstuk 6: Televisie 15
WEEK 418
De Communicatiekaart van Nederland 18
Hoofdstuk 8: Internet 18
De Media Explosie 19
Hoofdstuk 11: Van massamedia naar sociale media 19
,WEEK 1
De Media-explosie.
Hoofdstuk 1: De media-explosie – een eerste verkenning.
1.1 Student begrijpt waarom we leven in het tijdperk van de media-explosie.
Media-explosie = het samengaan van alle media gerelateerde ontwikkelingen is te vergelijken met
een explosie, een ware uitbarsting van vele communicatieve mogelijkheden.
De communicatiewereld is in de 21e eeuw in een stroomversnelling terechtgekomen. De media-
explosie is echter geen natuurramp, maar mensenwerk. Media zijn onze eigen producten. Wij leven
in onze creaties. Wij veroorzaken zelf wereldwijd al die veranderingen in het medialandschap.
1.2 Student kent de 6 kenmerken van de media-explosie.
1. Groei van communicatiemiddelen en communicatieaanbod in aantal en verscheidenheid
(diversificatie).
Zowel het aantal middelen en boodschappen als de diversiteit aan middelen en aanbod is enorm
gegroeid. De groei begon met de komst van de printmedia. In de 21 e eeuw is de positie van de
printmedia minder geworden door de ontwikkeling van allerlei andere kanalen. Met internet en de
mobiele telefonie heeft de diversificatie van het media-aanbod een voorlopig hoogtepunt bereikt.
2. Digitalisering van de media door toepassing van informatie- en communicatietechnologie
(ICT).
De term digitalisering verwijst naar het elektronisch verwerken van informatie. De motor van de
informatiemaatschappij is de informatie- en communicatietechnologie (ICT).
3. Convergentie: ineenvloeien van informatiedragers, informatiekanalen en
communicatiemedia.
De grenzen tussen informatiedragers en tussen communicatiekanalen vervagen. De koppeling van
netwerken maakt een snelle uitwisseling van boodschappen mogelijk.
4. Uitbreiding van de zintuiglijke ervaring in multimediale contacten.
Bij de huidige ontwikkeling van multimedia zie je dat al onze zintuigen tegelijkertijd worden
aangesproken. Hoe meer zintuigen door een medium aangesproken worden, hoe rijker dat medium
is.
5. Verdwijnen van scheiding tussen interpersoonlijke communicatie en massacommunicatie.
Massacommunicatie krijgt steeds meer trekken van interpersoonlijke communicatie;
interpersoonlijke communicatie maakt steeds meer gebruik van interactieve mediamiddelen als
computers en mobiele telefoons.
6. Professionalisering: groei van het aantal professionele communicatiebanen en -beroepen.
Niet alleen de mediaboodschappen en -middelen zijn in aantal gigantisch gegroeid, maar ook de
werkzaamheden van communicatiespecialisten.
Hoofdstuk 2: Van spraak naar schrift: de eerste mediarevolutie
1.3 Student kent de drie mediarevoluties en weet hoe deze onze samenleving veranderen.
1e mediarevolutie: schrift
Orale traditie: cultuurpatroon wordt mondeling doorgegeven.
- Communicatie is memoriseren en imiteren.
- Communicatie is gelijktijdig en kleinschalig.
2
, - Cultuur: grotschilderingen, beeldhouwkunst, architectuur.
- Oude China en Egypte: ontwikkeling van beeldtalen.
- Grote afstand tussen gesproken en geschreven tekst.
Met het spijkerschrift ontstond een nieuw beeldstelsel voor handgeschreven tekens.
De laatste revolutionaire stap was het combineren van beeldtekens en lettertekens. Met de
ontwikkeling van het schrift brak de mediarevolutie van de alfabetisering door.
Een nieuw medium wordt in het begin vaak als gevaarlijk en ongewenst beschouwd.
Eerste mediarevolutie: invoering van alfabet en ontstaan van schriftcultuur.
- Direct vastleggen van gesproken tekst in geschreven tekst.
- Verspreiding van christendom door middel van gesproken en geschreven woord.
- Macht van collectieve traditie neemt af: individuele studie van teksten is mogelijk.
- Meer individueel initiatief en zelfstandig rationeel denken (klassieke filosofie).
Orale cultuur Schrift cultuur
Local village Global village
Connected-oriënted (gelijktijdig) Connection communication (ongelijktijdig)
Memoriseren Actief rationeel denken
Jagers en verzamelaars Grieken en Romeinen
Collectieve orale traditie Individuele studie van teksten.
De eerste mediarevolutie in de communicatiegeschiedenis is de ontwikkeling van het schrift, of de
‘alfabetisering’ van het schrift.
Hoofdstuk 3: Geschreven teksten worden gedrukt en verspreid: de tweede mediarevolutie
2e mediarevolutie: boekdrukkunst
Tweede mediarevolutie: ontwikkeling van boekdrukkunst
- Cultuur: renaissance, verlichting, romantiek, modernisme.
- Verbreiding van gedrukte media sinds vijftiende eeuw.
- Lezen en schrijven komen langzamerhand binnen ieders bereik.
- Alfabetisering vindt plaats via onderwijs.
- Kenmerken typografisch discours: rationele argumentatie, coherent overzicht van feiten en
meningen, logische ordening van informatie.
- Soort samenleving vanaf 1800: invoering van industriële economie en politieke democratie.
De tweede mediarevolutie werd mogelijk gemaakt door de nieuwe druktechnologie en de opkomst
van een moderne mediamarkt.
De publieke opinie is de verzameling van de meningen van alle publieksgroepen.
De negentiende en twintigste eeuw vormden het hoogtepunt van het typografische tijdperk. Dankzij
de mediaproductie van boeken en bladen kon het journalistieke bedrijf tot bloei komen.
De tweede mediarevolutie bestond uit de uitvinding van de boekdrukkunst en de verspreiding van de
gedrukte media.
3