Taal didactiek 160-187
Aanvankelijk lezen is het beginnende lezen
Whole language approach: leren lezen aan de hand van eigen teksten.
Top down proces: Kinderen komen in aanraking met allerlei soorten teksten, van
daaruit leren ze zinnen, woorden en letters lezen.
Phonics-methode
Bottom up: systematisch letters en klanken koppelen en dan tot lezen komen.
Elementaire leeshandeling: klank en tekens koppelen en verklanken.
Spellingspatroon: woorddeel bestaat uit een klinker en een medeklinker (mist, mest)
Cluster: woorddeel bestaat uit alleen medeklinker (st)
Spellingsfases
Klankzuivere fase is fase 1: koppelen tussen grafemen en fonemen en automatiseren.
Niet klankzuivere fase is fase 2: Eenvoudige teksten lezen met één of twee lettergrepige
woorden.
Voortgezet lezen fase is fase 3: Steeds moeilijkere woorden en veel oefenen.
Globaalwoorden: (maan, roos, vis)
Globaal methode: Vaak herhalen van woorden en zinnen om te leren lezen.
Analytisch-synthetische methode: leren lezen door gebruik van normaalwoorden.
Normaalwoorden: niet klankzuivere woorden
Klankgebarentaal: bij iedere klank hoort een gebaar.
Radende lezers: lezen radend
Anticiperende lezers: gebruiken de context
Spellende lezers: lezen iedere letter nog afzonderlijk.
Aangeboren dyslexie: erfelijk bepaald
Verworven dyslexie: door oorzaken van buitenaf
Pseudo dyslexie: onvoldoende adequaat (lees)onderwijs
Running record: op een gekopieerde bladzijde aangeven wat de leerlingen fout leest.
Hierbij stel je de zone van de naaste ontwikkeling vast en het wordt gebruikt voor de
evaluatie van de resultaten van de begeleiding.
Herfstsignalering: beginsituatie van leerlingen bepalen aan het begin van het jaar.
, Pre-teaching: Voorbereiden van een klein groepje leerlingen op de klassikale instructie
Re-teaching: het herhalen van de instructie aan een klein groepje leerlingen
DL is Didactische leeftijd
DLE is Didactische leeftijd equivalent.
Schooljaar is 10 maanden.
Klepel toets: 1 minuut toets met het lezen van onzinwoorden
Analfabeet: Mensen kunnen niet lezen en/of schrijven
Functioneel analfabeet: Onvoldoende lezen en/of schrijven op het eindniveau.
Programmatisch leren lezen: Via de methode leren lezen.
Fonemen zijn klanken
Grafeem is schrijfwijze van de foneem (letter of lettercombinatie)
Klankzuivere woorden hebben net zo veel grafemen als fonemen.
Deelvaardigheden:
Auditieve objectivatie: besef dat een woord bestaat uit grafemen. Daarbij letten op
klanken en niet op betekenis.
Auditieve discriminatie: verschil horen tussen woorden/klanken.
Auditieve analyse: woorden splitsen (hakken)
Auditieve synthese: woorden of losse klanken samen voegen (plakken)
Temporeel ordenen: volgorde van klanken
Klankpositie: plaats bepalen van een klank
Visuele discriminatie: verschil zien tussen letters en woorden
Visuele analyse: letters in woorden herkennen
Visuele synthese: letters samenvoegen tot een woord
Spatieel ordenen: volgorde van letters onthouden
Letterpositie: aangeven wat de plaats van een letter in een woord is.
Aanvankelijk lezen is het beginnende lezen
Whole language approach: leren lezen aan de hand van eigen teksten.
Top down proces: Kinderen komen in aanraking met allerlei soorten teksten, van
daaruit leren ze zinnen, woorden en letters lezen.
Phonics-methode
Bottom up: systematisch letters en klanken koppelen en dan tot lezen komen.
Elementaire leeshandeling: klank en tekens koppelen en verklanken.
Spellingspatroon: woorddeel bestaat uit een klinker en een medeklinker (mist, mest)
Cluster: woorddeel bestaat uit alleen medeklinker (st)
Spellingsfases
Klankzuivere fase is fase 1: koppelen tussen grafemen en fonemen en automatiseren.
Niet klankzuivere fase is fase 2: Eenvoudige teksten lezen met één of twee lettergrepige
woorden.
Voortgezet lezen fase is fase 3: Steeds moeilijkere woorden en veel oefenen.
Globaalwoorden: (maan, roos, vis)
Globaal methode: Vaak herhalen van woorden en zinnen om te leren lezen.
Analytisch-synthetische methode: leren lezen door gebruik van normaalwoorden.
Normaalwoorden: niet klankzuivere woorden
Klankgebarentaal: bij iedere klank hoort een gebaar.
Radende lezers: lezen radend
Anticiperende lezers: gebruiken de context
Spellende lezers: lezen iedere letter nog afzonderlijk.
Aangeboren dyslexie: erfelijk bepaald
Verworven dyslexie: door oorzaken van buitenaf
Pseudo dyslexie: onvoldoende adequaat (lees)onderwijs
Running record: op een gekopieerde bladzijde aangeven wat de leerlingen fout leest.
Hierbij stel je de zone van de naaste ontwikkeling vast en het wordt gebruikt voor de
evaluatie van de resultaten van de begeleiding.
Herfstsignalering: beginsituatie van leerlingen bepalen aan het begin van het jaar.
, Pre-teaching: Voorbereiden van een klein groepje leerlingen op de klassikale instructie
Re-teaching: het herhalen van de instructie aan een klein groepje leerlingen
DL is Didactische leeftijd
DLE is Didactische leeftijd equivalent.
Schooljaar is 10 maanden.
Klepel toets: 1 minuut toets met het lezen van onzinwoorden
Analfabeet: Mensen kunnen niet lezen en/of schrijven
Functioneel analfabeet: Onvoldoende lezen en/of schrijven op het eindniveau.
Programmatisch leren lezen: Via de methode leren lezen.
Fonemen zijn klanken
Grafeem is schrijfwijze van de foneem (letter of lettercombinatie)
Klankzuivere woorden hebben net zo veel grafemen als fonemen.
Deelvaardigheden:
Auditieve objectivatie: besef dat een woord bestaat uit grafemen. Daarbij letten op
klanken en niet op betekenis.
Auditieve discriminatie: verschil horen tussen woorden/klanken.
Auditieve analyse: woorden splitsen (hakken)
Auditieve synthese: woorden of losse klanken samen voegen (plakken)
Temporeel ordenen: volgorde van klanken
Klankpositie: plaats bepalen van een klank
Visuele discriminatie: verschil zien tussen letters en woorden
Visuele analyse: letters in woorden herkennen
Visuele synthese: letters samenvoegen tot een woord
Spatieel ordenen: volgorde van letters onthouden
Letterpositie: aangeven wat de plaats van een letter in een woord is.