Inhoudsopgave
Domein B - Van persoon naar rechtspersoon 2
Domein C - Interne organisatie en personeelsbeleid 11
Domein D - Investeren en financieren 13
Domein E - Marketing 16
Domein F - Financieel beleid 18
Domein G - Verslaggeving 21
,Domein B - Van persoon naar rechtspersoon
Schadeverzekering: keert uit nadat je schade hebt geleden (of het gebeurt is onzeker)
● Bijv: Rechtsbijstand, inboedel, opstal, aansprakelijkheidsverzekering,
zorgverzekering
Levensvezekering: keert afgesproken bedrag uit bij bepaalde gebeurtenis (tijdstip is
onzeker)
● Bijv: Overlijdensverzekering, overlijdensrisicoverzekering(voor bijv beperking
hypotheeklasten), lijfrenteverzekering(jaarlijks uitgekeerd bedrag)
Geld lenen
● Aflossing → uitgave (geen kosten!)
● Interest → uitgaven en kosten
Lenen
● Consumptief krediet
○ Looptijd: 1-10 jaar
○ Bestemming: roerende goederen (auto, meubels etc)
○ Zekerheid: weinig → hoog interestpercentage
● Hypothecair krediet
○ Looptijd: langer dan 10 jaar
○ Bestemming: onroerende goederen
○ Zekerheid: onderpand → laag interestpercentage
Consumptief krediet vormen:
● Doorlopend krediet
○ eenmalig leenbedrag
○ opnemen wanneer je wilt
○ zodra er schuld is → vast maandbedrag (aflossing en interest)
○ afgeloste bedragen mag je opnieuw opnemen
● Persoonlijke lening
○ ineens opnemen
○ afgeloste bedragen niet opnieuw lenen
○ annuïteit: terugbetaling in gelijke termijnen (deel rente en deel aflossing)
● Koop op afbetaling
○ consument koopt duurzaam consumptiegoed
○ doet aanbetaling
○ direct eigenaar roerende zaak
○ restbedrag+interest wordt vervolgens in termijnen betaald
● Huurkoop
○ geen aanbetaling
○ je wordt pas eigenaar na de laatste betaling (als je niet betaalt kan winkel het
goed terugvorderen)
○ soort koop op afbetaling
● Rekening-courantkrediet
○ betaalrekening waarbij je rood mag staan
○ kredietplafond
1
, ○ dure kredietvorm
Interestkosten = restschuld x interestpercentage x tijd
Als rente en aflossing op dezelfde datum plaatsvinden → eerst rente, dan aflossing
Het is vaak handig om een tijdlijn te maken bij dit onderwerp
Derivaat(optie is ook derivaat) = een afgeleid product. De waarde is gebaseerd op een
onderliggende waarde van bijvoorbeeld: aandelen, vreemde valuta, grondstoffen,
rentestanden.
Partijen bij een optie:
● Optieschrijver → verkoopt de optie en heeft hiermee een shortpositie.
● Optiehouder → koopt de optie, heeft dus recht om onderliggende aandelen te
kopen/verkopen en heeft hiermee een longpositie.
Opties(bij rekenen met opties altijd rekening houden dat je 100 aandelen koopt/verkoopt):
● Calloptie = recht tot koop 100 aandelen
○ uitoefenen als beurskoers>uitoefenprijs → optie is in the money
○ niet uitoefenen als beurskoers<uitoefenprijs → optie is out of the money
○ break even: uitoefenprijs+optieprijs=beurskoers
● Putoptie = recht tot verkoop 100 aandelen
○ uitoefenen als beurskoers<uitoefenprijs → optie is in the money
○ niet uitoefenen als beurskoers>uitoefenprijs → optie is out of the money
○ break even: uitoefenprijs-optieprijs=beurskoers
Optieschrijver:
● Je hebt de verplichting om het contract na te leven als de optiekoper het optierecht
uitoefent:
○ bij een calloptie → verkopen
○ bij een putoptie → kopen
● Calloptie: winst of verlies voor optieschrijver?
○ maximale winst=optiepremie
○ break even: uitoefenprijs+ontvangen optieprijs=beurskoers
○ verlies: beurskoers>uitoefenprijs+ontvangen optieprijs
○ bij rekenen hiermee ook rekening houden met koerswinst/verlies van de
optieschrijver
● Putoptie: winst of verlies voor optieschrijver?
○ maximale winst=optiepremie
○ break even: uitoefenprijs-optieprijs=beurskoers
○ verlies: beurskoers<uitoefenprijs-optieprijs
Samengestelde interest eindwaarde = C x (1+i)^n
Samengestelde interest contante waarde = E / (1+i)^n
2
Domein B - Van persoon naar rechtspersoon 2
Domein C - Interne organisatie en personeelsbeleid 11
Domein D - Investeren en financieren 13
Domein E - Marketing 16
Domein F - Financieel beleid 18
Domein G - Verslaggeving 21
,Domein B - Van persoon naar rechtspersoon
Schadeverzekering: keert uit nadat je schade hebt geleden (of het gebeurt is onzeker)
● Bijv: Rechtsbijstand, inboedel, opstal, aansprakelijkheidsverzekering,
zorgverzekering
Levensvezekering: keert afgesproken bedrag uit bij bepaalde gebeurtenis (tijdstip is
onzeker)
● Bijv: Overlijdensverzekering, overlijdensrisicoverzekering(voor bijv beperking
hypotheeklasten), lijfrenteverzekering(jaarlijks uitgekeerd bedrag)
Geld lenen
● Aflossing → uitgave (geen kosten!)
● Interest → uitgaven en kosten
Lenen
● Consumptief krediet
○ Looptijd: 1-10 jaar
○ Bestemming: roerende goederen (auto, meubels etc)
○ Zekerheid: weinig → hoog interestpercentage
● Hypothecair krediet
○ Looptijd: langer dan 10 jaar
○ Bestemming: onroerende goederen
○ Zekerheid: onderpand → laag interestpercentage
Consumptief krediet vormen:
● Doorlopend krediet
○ eenmalig leenbedrag
○ opnemen wanneer je wilt
○ zodra er schuld is → vast maandbedrag (aflossing en interest)
○ afgeloste bedragen mag je opnieuw opnemen
● Persoonlijke lening
○ ineens opnemen
○ afgeloste bedragen niet opnieuw lenen
○ annuïteit: terugbetaling in gelijke termijnen (deel rente en deel aflossing)
● Koop op afbetaling
○ consument koopt duurzaam consumptiegoed
○ doet aanbetaling
○ direct eigenaar roerende zaak
○ restbedrag+interest wordt vervolgens in termijnen betaald
● Huurkoop
○ geen aanbetaling
○ je wordt pas eigenaar na de laatste betaling (als je niet betaalt kan winkel het
goed terugvorderen)
○ soort koop op afbetaling
● Rekening-courantkrediet
○ betaalrekening waarbij je rood mag staan
○ kredietplafond
1
, ○ dure kredietvorm
Interestkosten = restschuld x interestpercentage x tijd
Als rente en aflossing op dezelfde datum plaatsvinden → eerst rente, dan aflossing
Het is vaak handig om een tijdlijn te maken bij dit onderwerp
Derivaat(optie is ook derivaat) = een afgeleid product. De waarde is gebaseerd op een
onderliggende waarde van bijvoorbeeld: aandelen, vreemde valuta, grondstoffen,
rentestanden.
Partijen bij een optie:
● Optieschrijver → verkoopt de optie en heeft hiermee een shortpositie.
● Optiehouder → koopt de optie, heeft dus recht om onderliggende aandelen te
kopen/verkopen en heeft hiermee een longpositie.
Opties(bij rekenen met opties altijd rekening houden dat je 100 aandelen koopt/verkoopt):
● Calloptie = recht tot koop 100 aandelen
○ uitoefenen als beurskoers>uitoefenprijs → optie is in the money
○ niet uitoefenen als beurskoers<uitoefenprijs → optie is out of the money
○ break even: uitoefenprijs+optieprijs=beurskoers
● Putoptie = recht tot verkoop 100 aandelen
○ uitoefenen als beurskoers<uitoefenprijs → optie is in the money
○ niet uitoefenen als beurskoers>uitoefenprijs → optie is out of the money
○ break even: uitoefenprijs-optieprijs=beurskoers
Optieschrijver:
● Je hebt de verplichting om het contract na te leven als de optiekoper het optierecht
uitoefent:
○ bij een calloptie → verkopen
○ bij een putoptie → kopen
● Calloptie: winst of verlies voor optieschrijver?
○ maximale winst=optiepremie
○ break even: uitoefenprijs+ontvangen optieprijs=beurskoers
○ verlies: beurskoers>uitoefenprijs+ontvangen optieprijs
○ bij rekenen hiermee ook rekening houden met koerswinst/verlies van de
optieschrijver
● Putoptie: winst of verlies voor optieschrijver?
○ maximale winst=optiepremie
○ break even: uitoefenprijs-optieprijs=beurskoers
○ verlies: beurskoers<uitoefenprijs-optieprijs
Samengestelde interest eindwaarde = C x (1+i)^n
Samengestelde interest contante waarde = E / (1+i)^n
2