In het algemeen is slechts dat gedrag strafwaardig dat in strijd is met het recht en dat de dader te
verwijten valt. We zeggen ook wel dat wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid de elementen van het
strafbare feit zijn. Zodra een bepaalde delictsomschrijving is vervuld, worden deze elementen
voorondersteld.
In uitzonderingsgevallen is het echter wenselijk dat een verdachte – ondanks het feit dat hij de
delictsomschrijving heeft vervuld – niet wordt bestraft. De wetgever heeft daar rekening mee
gehouden. Zoals je in het blok P3 al hebt gezien, kan een verdachte zich in dergelijke gevallen
beroepen op een strafuitsluitingsgrond. Strafuitsluitingsgronden zijn te verdelen in
rechtvaardigingsgronden en schulduitsluitingsgronden. Door een rechtvaardigingsgrond valt het
element wederrechtelijkheid weg, terwijl een schulduitsluitingsgrond het element verwijtbaarheid
doet wegvallen. Op deze onderwerpen zal nader worden ingegaan in week 6. Van het begrip
elementen van een strafbaar feit moet men goed onderscheiden het begrip bestanddelen van de
delictsomschrijving. Wettelijke strafbepalingen kan men in het algemeen ontleden in kleinere
eenheden. Deze kleinere eenheden noemt men bestanddelen. Pas wanneer het bewijs is geleverd
dat alle bestanddelen van de delictsomschrijving zijn vervuld, ligt strafbaarheid in het verschiet.
Kenmerken van het strafrecht
• Monopolypositie van de overheid
• Verbod en tegengaan van eigenrichting
• Straf als vergelding of resocialisatie?
• Straf(recht) als ultimum remedium
Bronnen van materieel strafrecht
• Wet → Wetboek van Strafrecht en bijzondere strafwetten (o.a. WVW, WWM, Opiumwet)
• Jurisprudentie
• Verdragen
• Rechtsbeginselen
• Literatuur
Strafrecht
• Het pijnlijke recht
• Waarom straffen?
• Rechtvaardig / rechtmatig?
• Juridische werkelijkheid vs. praktijk
• Straffen: wetgever of rechter?
,Straftheorieën
Rechtvaardiging van de straf en bestraffing?
• Absolute theorieën → vergelding
• Relatieve theorieën → generale en speciale preventie
Meer richting verharding en verzakelijking, maarook preventie en mediation
Grondbeginselen van het strafrecht
• Nulla poena sine praevia lege poenali (legaliteitsbeginsel)
• Geen straf zonder schuld
Legaliteitsbeginsel
• Straf moet berusten op een voorafgaande wettelijke strafbepaling
• Art. 16 GW, art. 1 Sr en art. 7 EVRM
• Vergelijk 1 Sr met 1 Sv
Subregels uit nulla poena
• De straf moet berusten op een wet in formele zin
• Het verbod van terugwerkende kracht
• Bestimmtheitsgebot (lex certa)
• Het verbod van analogische interpretative
Geen straf zonder schuld
• Verwijtbaarheid
• Verdachte wordt voor onschuldig gehouden totdat schuld door de rechter is vastgesteld (art.
6 lid 2 EVRM)
Opbouw strafbaar feit
• menselijke gedraging
• delictsomschrijving → bestanddelen
• wederrechtelijkheid=element
• schuld = verwijtbaarheid=element
, Rechterlijk beslismodel: art. 350/352 Sv
1. Is het tenlastegelegde feit bewezen?
Zo niet, dan vrijspraak ogv art. 352 lid 1 Sv
2. Is het bewezenverklaarde strafbaar? (kwalificatievraag)
Zo niet, dan OVAR ogv art. 352 lid 2 Sv
3. Is de verdachte strafbaar?
→ Is het bewezenverklaarde wederrechtelijk?
→ Is het bewezenverklaarde aan schuld te wijten?
Zo niet, dan OVAR ogv art. 352 lid 2 Sv
4. Welke straf en/of maatregel moet worden opgelegd? Strafoplegging art. 351 Sv
Wederrechtelijkheid soms in delictsomschrijving (bestanddeel)
Art. 282 lid 1 Sr=Hij die opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid berooft of beroofd houdt,
wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie
Stel dat het woord ‘wederrechtelijk’ in de d.o. zou ontbreken, welke onwenselijke consequenties zou
dat tot gevolg hebben?
Soms schuld als bestanddeel
• Schuld in een delictsomschrijving → culpa
• Bestanddeel → bevat mede de wederrechtelijkheid en de verwijtbaarheid
• Schuldvraag bij vraag 1 art. 350 Sv
Wederrechtelijkheid/schuld als bestanddeel: terug naar art. 350 WvSv vraag 1 van artikel 350 Sv