Inhoud
Les 1 Skelet deel 1 - hoofdstuk 5............................................................................................................1
Les 2 Skelet deel 2 – hoofdstuk 5...........................................................................................................3
Les 3 Skelet deel 3 – hoofdstuk 5...........................................................................................................5
Live les hoofdstuk 5................................................................................................................................8
Les 4 Mond – hoofdstuk 14....................................................................................................................8
Les 5 Maag – hoofdstuk 14...................................................................................................................11
Les 6 lever en darm – hoofdstuk 14......................................................................................................14
Les 7 spijsverteringskanaal: fysiologie deel 1 – hoofdstuk 14...............................................................18
Les 8 spijsverteringskanaal: fysiologie deel 2 – hoofdstuk 14...............................................................22
Les 9 metabolisme van lichaam – hoofdstuk 14...................................................................................25
Les 10 metabolisme koolhydraten – hoofdstuk 14...............................................................................27
Les 11 metabolisme van vetten en eiwitten – hoofdstuk 14................................................................34
Les 12 de huid / lichaamsmembranen – hoofdstuk 4...........................................................................36
Les 1 Skelet deel 1 - hoofdstuk 5
GBSB: goede botten slechte botten
Voorbeelden van ‘’slechte botten’’
- Osteoporose
- Artritis
- Osteitis deformans
Osteoporose
- Disbalans tussen botafbraak en botopbouw
Risicogroep:
- Met name boven 55 jaar
- Met name bij vrouwen
- 1:3 vrouwen en 1:9 mannen boven 55 jaar hebben osteoporose
- Meer vrouwen heeft te maken met menopauze
Voorbeeld effect:
- Wervels gaan dichter op elkaar staan schadelijke kromming van rug
Osteoporose mechanismen
- Oestrogeen en testosteron remmen osteoclasten (= zorgen voor botafbraak)
- Na de menopauze verminderd oestrogeen verhoogde activiteit osteoclasten meer
botafbraak dan aanmaak
- Diagnostiek botdichtheid / breuken in wervels / bloedonderzoek (calcium en vit. D) / val
risico analyse
Voorkomen:
- Levensstijl bewegen in buitenlucht / goede voeding (calcium, vit. D)
Genezen:
- Therapie bisfosfonaten (remmen osteoclasten) / SERMs (raloxifeen: estrogeen werking in
botten)
Degeneratieve artritis
, - Afbraak en verlies van kraakbeen in gewrichten (artrose, osteoartritis)
- Ontsteking
- Ouderdom
Osteitis deformans
- = Paget’s disease
- Botten te snel afgebroken overmatige turnover botten
- Worden ook snel nieuwe botten aangemaakt door snelheid breekbare structuur
- Zwakke botten en deformaties
- Alkalische fosfatase verhoogd
Vorming skelet
Skeletsysteem
- Botten, kraakbeen, ligamenten en gewrichten
Axiale skelet (longitudinale as)
- Schedel, wervelkolom, ribben en borstbeen
Appendiculaire skelet
- Schouder en bekkengordel en botten van ledematen
Skelet is opgebouwd uit been (botten) en kraakbeen (beide bindweefsel)
Kraakbeen
- Dicht type bindweefsel
- Opgebouwd uit chondrocyten en een extracellulaire matrix: proteoglycaan met collageen- en
elastische vezels
- Kraakbeen is elastisch, hyalien of fibreus
- Mechanische eigenschappen kraakbeen liggen tussen bot en bindweefsel in
- Kraakbeen bevat geen bloedvaten langzame groei en reparatie
Collageen
- Collageen moleculen vormen samen een polypeptide keten
- Eiwitketens worden gesnoerd tot microfibrillen, fibrillen en vezels (van klein naar groot)
Fibreus kraakbeen bv tussen ruggenwervels
Elastische kraakbeen bv buitenkant oor / epiglottis
Hyaline kraakbeen meest voorkomend (bv luchtpijp)
Vorming van het skelet
- In embryo wordt kraakbeenstuk aangelegd (hyaline kraakbeen)
- Kraakbeen wordt eerst gevormd vanuit bindweefsel (perichondrium) perichondrale
endesmale botvorming
- Dan volgt verbening van het kraakbeen: endochronale botvorming (vormen van bot uit
kraakbeen)
Ossificatie
2 fasen:
1. Kraakbeen word omgeven door osteoblasten
2. Kraakbeen wordt vervangen door botweefsel
Midden van bot / diafyse ossificatie center (hier begint aanmaak van het bot)
Bone collar perichondrium (differentieert naar osteoblasten)
- Vorming bot begint in diafyse (middenstuk van het bot)
- Vervolgens ontstaat een tweede botvormingscentrum in epifyse (uiteinde bot)
, - Tussen diafyse en epifyse blijft de epifysair schijf (verantwoordelijk voor lengtegroei bot)
- Epifysair schijf blijft tot ongeveer eind tienerjaar (daarna uitsluitend diktegroei)
Stadium 1 tm 3 = embryo (tot 10 week)
Vanaf 10 week, foetus ossificatie skelet
Stadium 4 = bij geboorte
Verschillen in groeisnelheid
- Armen en benen groeien sneller dan hoofd en romp
- Ontwikkeling secundaire krommingen ruggengraat (cervicale en lumbale kromming)
- Bij geboorte al aanwezig thoracale en sacrale kromming (primair)
Opbouw wervelkolom:
- Cervicaal
- Thoracaal
- Lumbaal
- Sacraal
Cervicale en lumbale kromming buigen naar voren lordose
Thoracale en sacrale kromming buigen naar achteren kyfose
Afwijkende krommingen:
- Hyperkyfose : bochel
- Hyderlordose : holle rug
- Scoliose : verkromming / verdraaiing van ruggengraat in frontale vlak (s vorming)
Les 2 Skelet deel 2 – hoofdstuk 5
Botweefsel
Bot is samengesteld uit:
- Cellen
- Botmatrix intercellulair materiaal dat verkalkt is
Cellen van het botweefsel:
- Osteocyten: basiscellen, onderhouden het bot
- Osteoblasten: cellen die botten aanmaken
- Osteoclasten: cellen die botten afbreken
, Osteoblasten
- Worden gevormd uit osteoprogenitor cells (voorloper cellen)
- Zitten in het laagje bindweefsel om het bot heen (endost en periost)
- Produceren collageen vormt een extracellulaire matrix om osteoblasten
- Osteoblasten synthetiseren matrixmateriaal (bestaand uit collageen vezels). Als deze volledig
zijn ingesloten door matrixmateriaal worden ze osteocyten genoemd
- Osteocyten vormen uitlopers en staan zo in contact met elkaar
- Alkalische omgeving zouten slaan neer bot mineraliseert
Osteocyten
- Produceren stoffen om de botmatrix in stand te houden
- Liggen in lacune van verkalkte botmatrix
- Uitlopers van cellen lopen door canaliculi en vormen een netwerk van vele osteocyten
(allemaal met elkaar verbonden)
- Contact via gap-junctions
- Via canaliculi uitwisseling van voedingsstoffen en afvalstoffen
Lacuna onderling verbonden door canaliculi
Osteoclasten
- Meerkernige cellen (5-50 kernen)
- Kunnen het bot afbreken, het ‘’gat’’ dat ontstaat is de Lacune van Howship
- Scheiden collagenase (enzym dat collageen afbreekt) en lysosomale enzymen uit die het bot
afbreken
- Zure omgeving bot demineraliseert
- Activiteit van osteoclasten wordt gereguleerd door 2 hormonen calcitonine (schildklier) en
parathyroid hormoon (PTH) (bijschildklieren)
- Osteoclasten hebben receptoren voor calcitonine remt botafbraak (wanneer calcium
concentratie te hoog is)
- PTH stimuleert botafbraak door de differentiatie van voorlopercellen (progenitor cellen) tot
osteoclast te stimuleren
- Osteoclasten hebben zelf geen receptoren voor PTH
Botvorming
Na de vorming van primair bot ontwikkelt zich secundair bot -> compact bot / lamellair bot
- Rangschikking van collageenvezels in lamellen
- Ingroei van bloedvaten, de osteocyten komen rondom het bloedvat gerangschikt
- Er ontstaat een osteon (systeem van Havers) -> Havers kanaal met 4-20 lamellen
- Holle buizen rangschikken zich steeds om elkaar heen -> binnenkant blijft hol
- Binnenste lamella = kanaal van havers -> hier zitten bloedvaten en zenuwen
- Door schroefvormige vezelrichting van het collageen ontstaat er een sterke botstructuur
(vezels in andere richting tegen elkaar)
- Verbindingskanaal van Volkman -> zorgen voor dwarse verbinding
Secundair bot kan compact bot (buitenkant) zijn of spongieus bot. (binnenkant)
Wanneer compact / spongieus bot:
- Afhankelijk van functie
- Elk bot heeft compact weefsel langs buitenkant
- Epifyse bevat centraal spongieus bot
- Diafyse (midden) bestaat uit compact bot met holte
Les 1 Skelet deel 1 - hoofdstuk 5............................................................................................................1
Les 2 Skelet deel 2 – hoofdstuk 5...........................................................................................................3
Les 3 Skelet deel 3 – hoofdstuk 5...........................................................................................................5
Live les hoofdstuk 5................................................................................................................................8
Les 4 Mond – hoofdstuk 14....................................................................................................................8
Les 5 Maag – hoofdstuk 14...................................................................................................................11
Les 6 lever en darm – hoofdstuk 14......................................................................................................14
Les 7 spijsverteringskanaal: fysiologie deel 1 – hoofdstuk 14...............................................................18
Les 8 spijsverteringskanaal: fysiologie deel 2 – hoofdstuk 14...............................................................22
Les 9 metabolisme van lichaam – hoofdstuk 14...................................................................................25
Les 10 metabolisme koolhydraten – hoofdstuk 14...............................................................................27
Les 11 metabolisme van vetten en eiwitten – hoofdstuk 14................................................................34
Les 12 de huid / lichaamsmembranen – hoofdstuk 4...........................................................................36
Les 1 Skelet deel 1 - hoofdstuk 5
GBSB: goede botten slechte botten
Voorbeelden van ‘’slechte botten’’
- Osteoporose
- Artritis
- Osteitis deformans
Osteoporose
- Disbalans tussen botafbraak en botopbouw
Risicogroep:
- Met name boven 55 jaar
- Met name bij vrouwen
- 1:3 vrouwen en 1:9 mannen boven 55 jaar hebben osteoporose
- Meer vrouwen heeft te maken met menopauze
Voorbeeld effect:
- Wervels gaan dichter op elkaar staan schadelijke kromming van rug
Osteoporose mechanismen
- Oestrogeen en testosteron remmen osteoclasten (= zorgen voor botafbraak)
- Na de menopauze verminderd oestrogeen verhoogde activiteit osteoclasten meer
botafbraak dan aanmaak
- Diagnostiek botdichtheid / breuken in wervels / bloedonderzoek (calcium en vit. D) / val
risico analyse
Voorkomen:
- Levensstijl bewegen in buitenlucht / goede voeding (calcium, vit. D)
Genezen:
- Therapie bisfosfonaten (remmen osteoclasten) / SERMs (raloxifeen: estrogeen werking in
botten)
Degeneratieve artritis
, - Afbraak en verlies van kraakbeen in gewrichten (artrose, osteoartritis)
- Ontsteking
- Ouderdom
Osteitis deformans
- = Paget’s disease
- Botten te snel afgebroken overmatige turnover botten
- Worden ook snel nieuwe botten aangemaakt door snelheid breekbare structuur
- Zwakke botten en deformaties
- Alkalische fosfatase verhoogd
Vorming skelet
Skeletsysteem
- Botten, kraakbeen, ligamenten en gewrichten
Axiale skelet (longitudinale as)
- Schedel, wervelkolom, ribben en borstbeen
Appendiculaire skelet
- Schouder en bekkengordel en botten van ledematen
Skelet is opgebouwd uit been (botten) en kraakbeen (beide bindweefsel)
Kraakbeen
- Dicht type bindweefsel
- Opgebouwd uit chondrocyten en een extracellulaire matrix: proteoglycaan met collageen- en
elastische vezels
- Kraakbeen is elastisch, hyalien of fibreus
- Mechanische eigenschappen kraakbeen liggen tussen bot en bindweefsel in
- Kraakbeen bevat geen bloedvaten langzame groei en reparatie
Collageen
- Collageen moleculen vormen samen een polypeptide keten
- Eiwitketens worden gesnoerd tot microfibrillen, fibrillen en vezels (van klein naar groot)
Fibreus kraakbeen bv tussen ruggenwervels
Elastische kraakbeen bv buitenkant oor / epiglottis
Hyaline kraakbeen meest voorkomend (bv luchtpijp)
Vorming van het skelet
- In embryo wordt kraakbeenstuk aangelegd (hyaline kraakbeen)
- Kraakbeen wordt eerst gevormd vanuit bindweefsel (perichondrium) perichondrale
endesmale botvorming
- Dan volgt verbening van het kraakbeen: endochronale botvorming (vormen van bot uit
kraakbeen)
Ossificatie
2 fasen:
1. Kraakbeen word omgeven door osteoblasten
2. Kraakbeen wordt vervangen door botweefsel
Midden van bot / diafyse ossificatie center (hier begint aanmaak van het bot)
Bone collar perichondrium (differentieert naar osteoblasten)
- Vorming bot begint in diafyse (middenstuk van het bot)
- Vervolgens ontstaat een tweede botvormingscentrum in epifyse (uiteinde bot)
, - Tussen diafyse en epifyse blijft de epifysair schijf (verantwoordelijk voor lengtegroei bot)
- Epifysair schijf blijft tot ongeveer eind tienerjaar (daarna uitsluitend diktegroei)
Stadium 1 tm 3 = embryo (tot 10 week)
Vanaf 10 week, foetus ossificatie skelet
Stadium 4 = bij geboorte
Verschillen in groeisnelheid
- Armen en benen groeien sneller dan hoofd en romp
- Ontwikkeling secundaire krommingen ruggengraat (cervicale en lumbale kromming)
- Bij geboorte al aanwezig thoracale en sacrale kromming (primair)
Opbouw wervelkolom:
- Cervicaal
- Thoracaal
- Lumbaal
- Sacraal
Cervicale en lumbale kromming buigen naar voren lordose
Thoracale en sacrale kromming buigen naar achteren kyfose
Afwijkende krommingen:
- Hyperkyfose : bochel
- Hyderlordose : holle rug
- Scoliose : verkromming / verdraaiing van ruggengraat in frontale vlak (s vorming)
Les 2 Skelet deel 2 – hoofdstuk 5
Botweefsel
Bot is samengesteld uit:
- Cellen
- Botmatrix intercellulair materiaal dat verkalkt is
Cellen van het botweefsel:
- Osteocyten: basiscellen, onderhouden het bot
- Osteoblasten: cellen die botten aanmaken
- Osteoclasten: cellen die botten afbreken
, Osteoblasten
- Worden gevormd uit osteoprogenitor cells (voorloper cellen)
- Zitten in het laagje bindweefsel om het bot heen (endost en periost)
- Produceren collageen vormt een extracellulaire matrix om osteoblasten
- Osteoblasten synthetiseren matrixmateriaal (bestaand uit collageen vezels). Als deze volledig
zijn ingesloten door matrixmateriaal worden ze osteocyten genoemd
- Osteocyten vormen uitlopers en staan zo in contact met elkaar
- Alkalische omgeving zouten slaan neer bot mineraliseert
Osteocyten
- Produceren stoffen om de botmatrix in stand te houden
- Liggen in lacune van verkalkte botmatrix
- Uitlopers van cellen lopen door canaliculi en vormen een netwerk van vele osteocyten
(allemaal met elkaar verbonden)
- Contact via gap-junctions
- Via canaliculi uitwisseling van voedingsstoffen en afvalstoffen
Lacuna onderling verbonden door canaliculi
Osteoclasten
- Meerkernige cellen (5-50 kernen)
- Kunnen het bot afbreken, het ‘’gat’’ dat ontstaat is de Lacune van Howship
- Scheiden collagenase (enzym dat collageen afbreekt) en lysosomale enzymen uit die het bot
afbreken
- Zure omgeving bot demineraliseert
- Activiteit van osteoclasten wordt gereguleerd door 2 hormonen calcitonine (schildklier) en
parathyroid hormoon (PTH) (bijschildklieren)
- Osteoclasten hebben receptoren voor calcitonine remt botafbraak (wanneer calcium
concentratie te hoog is)
- PTH stimuleert botafbraak door de differentiatie van voorlopercellen (progenitor cellen) tot
osteoclast te stimuleren
- Osteoclasten hebben zelf geen receptoren voor PTH
Botvorming
Na de vorming van primair bot ontwikkelt zich secundair bot -> compact bot / lamellair bot
- Rangschikking van collageenvezels in lamellen
- Ingroei van bloedvaten, de osteocyten komen rondom het bloedvat gerangschikt
- Er ontstaat een osteon (systeem van Havers) -> Havers kanaal met 4-20 lamellen
- Holle buizen rangschikken zich steeds om elkaar heen -> binnenkant blijft hol
- Binnenste lamella = kanaal van havers -> hier zitten bloedvaten en zenuwen
- Door schroefvormige vezelrichting van het collageen ontstaat er een sterke botstructuur
(vezels in andere richting tegen elkaar)
- Verbindingskanaal van Volkman -> zorgen voor dwarse verbinding
Secundair bot kan compact bot (buitenkant) zijn of spongieus bot. (binnenkant)
Wanneer compact / spongieus bot:
- Afhankelijk van functie
- Elk bot heeft compact weefsel langs buitenkant
- Epifyse bevat centraal spongieus bot
- Diafyse (midden) bestaat uit compact bot met holte