Inhoud
Deze cursus gaat met behulp van theorie en diverse concrete cases in op hoe hedendaagse
samenlevingen ruimtelijk georganiseerd zijn. Vanuit de sociologie is ruimte het product van
maatschappelijke verhoudingen, maar beïnvloedt de ruimte ook het samenleven tussen
mensen. De focus van deze cursus ligt dus nadrukkelijk op de sociale constructie(processen) van
de ruimte. De ruimte wordt hier zowel in de fysieke (bv. een grenspaal) als sociale vorm (bv.
grens als juridische realiteit) bekeken.
We behandelen zowel de ruimtelijke dynamiek op het micro-niveau van lokaliteiten als op het
macro-niveau van staten, internationale netwerken en de wereldeconomie. De cursus is
georganiseerd in een aantal delen die elk ingaan op één of meerdere van de vier vormen van
ruimtelijke structurering: territorium (het afbakenen van ruimte), plaats (nabijheid), schaal
(hiërarchische organisatie van ruimtes) en netwerk (horizontale verbindingen van ruimtes). We
behandelen achtereenvolgens de volgende thema’s: (lokale) gemeenschap, publieke en private
ruimte, het platteland, de natie-staat, de staat in het wereldsysteem, gemeenschapsvorming
als politieke strategie en globalisering. Die thema’s worden telkens ondergebracht bij één vorm
van ruimtelijke structurering, maar in concrete ruimtes zijn natuurlijk verschillende vormen van
ruimtelijke structurering tegelijk werkzaam.
Eindcompetenties
Via een aantal thema’s, perspectieven en begrippenkaders de basiskennis en inzicht verwerven
in sociaal-ruimtelijke constructie(processen) op micro-, meso- en macroniveau én deze toe te
kunnen passen.
,Evaluatiecriteria
Het examen voor dit vak is mondeling met korte schriftelijke voorbereiding. Het peilt naar uw
kennis van en inzicht in de leerstof en waardeert de creatieve inzet van toegelichte begrippen.
Er wordt verwacht dat u relaties kan leggen tussen verschillende delen van de leerstof en de
kennis kan toepassen op concrete voorbeelden. Concepten kunnen definiëren (inclusief
voorbeelden) is essentieel.
Tijdens het semester zijn er kleine opdrachten, die individueel gemaakt moeten worden.
Deelname is verplicht, ook voor wie niet aanwezig is tijdens het college waarop de opdracht
van toepassing is. De opdrachten worden tijdens het hoorcollege en via Blackboard
aangekondigd. Studenten krijgen collectief feedback op de oefening. Eén van de opdrachten
staat op 10% van de punten. Verder zal u verwacht worden één van uw gemaakte opdrachten
verder toe te lichten tijdens het examen.
Opzet
Bestuderen hoe samenleven tussen mensen ruimtelijk georganiseerd is, met een bijzondere
focus op steden.
Verschillende geografische schalen: van pleinen en straten over wijken en steden tot
nationale staten en de wereldeconomie.
Aan de hand van sociaal-ruimtelijke theorieën en concrete cases.
,Inhoudsopgave
1 De ruimtelijkheid van het sociale leven .................................................................................. 6
1.1 Wat is ruimte? ...................................................................................................................................... 6
1.2 Sociologie en ruimte ............................................................................................................................ 7
1.3 Spatial turn ........................................................................................................................................... 8
1.3.1 Castells (collectieve consumptie) .................................................................................................... 8
1.3.2 Massey (ruimtelijke arbeidsverdeling) ............................................................................................ 9
1.3.3 Harvey (tijd-ruimte compressie) .................................................................................................... 10
1.3.4 Giddens (presence-availability en time-space distanciation) ........................................................ 11
1.4 Sociale productie van de ruimte ........................................................................................................ 12
1.5 Sociologie en ruimte vandaag ............................................................................................................ 14
1.5.1 Ruimte en gender .......................................................................................................................... 14
1.5.2 Ruimte en seksualiteit ................................................................................................................... 14
1.5.3 Ruimte en etniciteit ....................................................................................................................... 15
2 Dimensies van de sociale ruimte .......................................................................................... 16
2.1 Naar een polymorf perspectief op sociale ruimte ............................................................................. 16
2.2 Dimensies van de sociale ruimte: over territorium, plaats, schaal en netwerken ............................. 17
2.2.1 Plaats ............................................................................................................................................. 17
2.2.2 Territorium .................................................................................................................................... 18
2.2.3 (Geografische) schaal .................................................................................................................... 19
2.2.4 Netwerk ......................................................................................................................................... 20
3 Staten, naties en nationalisme............................................................................................. 21
3.1 Inleiding.............................................................................................................................................. 21
3.2 Staten en Naties als territoriale samenlevingsvormen ...................................................................... 22
3.2.1 Wat is een staat? ........................................................................................................................... 22
3.2.2 Wat is een natie? ........................................................................................................................... 22
3.2.3 Staten en naties: een overlap? ...................................................................................................... 22
3.3 Het ontstaan van Staten ..................................................................................................................... 23
3.3.1 Historische achtergrond ................................................................................................................ 23
3.3.2 De rol van oorlog en belastingen ................................................................................................... 24
3.4 Het ontstaan van naties ..................................................................................................................... 24
3.4.1 Burgerlijke revoluties ..................................................................................................................... 26
3.4.2 Revolutie tegen slavernij ............................................................................................................... 26
3.4.3 Economische groeistrategie .......................................................................................................... 26
3.5 Nationalisme: Een modern concept ................................................................................................... 27
3.5.1 Definitie van nationalisme ............................................................................................................. 27
3.5.2 Typen nationalisme ....................................................................................................................... 27
3.5.3 Hedendaags nationalisme ............................................................................................................. 27
3.6 De Natie-staat .................................................................................................................................... 28
, 4 De staat in het wereldsysteem: de schaalproblematiek ........................................................ 29
4.1 Wereldsysteemanalyse ...................................................................................................................... 30
4.1.1 Ontstaan van de kapitalistische wereldeconomie ......................................................................... 31
4.1.2 De drie kenmerken van de kapitalistische wereldeconomie ......................................................... 33
4.1.3 Sociale productie van schaal ......................................................................................................... 33
4.2 Ruimtelijk economische ontwikkeling van België .............................................................................. 34
4.2.1 Sociaaleconomische breuklijn ....................................................................................................... 34
4.2.2 Breuklijn religieus – seculier .......................................................................................................... 38
4.2.3 Taalkundige breuklijn..................................................................................................................... 39
4.2.4 Communautarisering ..................................................................................................................... 39
5 Globalisering en ruimte ....................................................................................................... 40
5.1 Wat is ‘globalisering’? ........................................................................................................................ 40
5.1.1 De drie kenmerken van globalisering ............................................................................................ 40
5.2 Kanttekeningen .................................................................................................................................. 41
5.2.1 Samenvattend................................................................................................................................ 44
5.3 ‘Globalisering’ en de stad ................................................................................................................... 45
5.3.1 Wereldsteden hiërarchie (J. Friedmann) ....................................................................................... 45
5.3.2 Global City (S. Sassen) ................................................................................................................... 45
5.3.3 Globalisering en ongelijkheid tussen steden ................................................................................. 46
5.3.4 Nuancering van de impact van globalisering (R. Van Kempen, 2007) ........................................... 46
5.4 Oefening: globalisering en de vier dimensies van sociale ruimten .................................................... 47
6 Stad, plaats en gemeenschapsvorming................................................................................. 48
6.1 Wat is een ‘gemeenschap’? ................................................................................................................ 48
6.1.1 Eigenschappen toegeschreven aan traditionele gemeenschap .................................................... 48
6.2 Evolutie in gemeenschapsstudies ...................................................................................................... 48
6.2.1 Klassieke sociologie ....................................................................................................................... 48
6.2.2 Teloorgang van gemeenschap: twee stromingen .......................................................................... 49
6.2.3 Kritiek ............................................................................................................................................ 50
6.2.4 Hoogtepunt van de gemeenschapsstudies (1940-1960) ............................................................... 50
6.2.5 Bekende gemeenschapsstudies .................................................................................................... 50
6.2.6 Assumpties gemeenschapsstudies ................................................................................................ 51
6.2.7 De dood van gemeenschapsstudies? (1970-…): kritieken ............................................................. 52
6.2.8 Alternatieven voor gemeenschapsstudies .................................................................................... 52
6.3 ‘Gemeenschap’ in de stad .................................................................................................................. 52
6.4 Case: Leefstraten Gent ....................................................................................................................... 56
6.4.1 Oefening ........................................................................................................................................ 56
7 Het platteland, een excursie in rurale sociologie ................................................................... 58
7.1 Afbakening ‘platteland’ ...................................................................................................................... 58
7.2 Platteland als sociale ruimte .............................................................................................................. 59
7.2.1 Traditionele opvattingen rond het sociale leven op het platteland: .............................................. 59