IPR-Vermogensrecht bestand tentamen
Algemeen stappenplan IPR-vermogensrecht
1. Internationale feiten
Wat maakt de casus internationaal?
Hierbij kan gedacht worden aan woonplaats, vestigingsplaats, nationaliteiten van
de personen in casu, rechterlijke beslissingen, internationale rechtsfeiten
2. Kwalificatie (van het geschil)
Wat is de aard van het geschil dat tussen partijen bestaat?
Verschillende mogelijkheden:
1) Contractuele verbintenis
2) Buitencontractuele verbintenis
3) Onrechtmatige daad
4) Contractuele verbintenissen in insolventieprocedure
5) Bevoegdheid in groepscoördinatieprocedure
3. IPR-vraag
Er is sprake van een van de volgende IPR-vragen:
1) Bevoegdheid
Wanneer en onder welke omstandigheden is de rechter bevoegd om kennis te
nemen van het geschil?
2) Toepasselijk recht
Welk recht dient de rechter in het geschil toe te passen?
3) Erkenning/tenuitvoerlegging
4. Bronnen
Rechtsbronnen IPR:
1) EU-instrumenten zoals verordeningen of richtlijnen
2) Internationale instrumenten zoals verdragen
3) Nationale rechtsbronnen
5. Toepassingsgebieden
Materieel toepassingsgebied: ziet op het onderwerp. Is de gekozen bron materieel
gezien van toepassing op de vraag? Staat altijd in de gekozen rechtsbron zelf.
Formeel toepassingsgebied: ziet op de ruimte. Is de bron formeel van toepassing op
de casus? Staat in de gekozen rechtsbron zelf.
- Universeel: ook al wijst de verordening het recht aan van een niet EU-
lidstaat, dan is de verordening/het verdrag alsnog van toepassing.
Temporeel toepassingsgebied: ziet op de tijd. Vaak afhankelijk van de datum van
het geschil en de datum van inwerkingtreding van de gekozen rechtsbron
6. Samenloop
Als meerdere rechtsbronnen van toepassing zijn, dan is er sprake van samenloop. Kijk
dan welke rechtsbron voorrang heeft:
1) Internationale rechtsbron en nationale rechtsbron: internationale
rechtsbron gaat voor op de nationale op grond van art. 93/94 Gw, art. 1 Rv en
art. 10:1 BW.
2) Verdrag en verordening: kijk in het verdrag en de verordening zelf om te
bepalen welke voorrang heeft
3) Verdrag en verdrag: kijk in het verdrag zelf om te bepalen welke voorrang
heeft
7. Toepassing
Zie de betreffende bron zelf en pas toe op de casus
,College 1 – contractuele verbintenissen
HC contractuele verbintenissen
Bronnen
Rome I Vo en EVO (Rome Verdrag)
Rome I Vo is de opvolger van het EVO-verdrag. Landen die later zijn toegetreden tot de EU
zijn dus niet aangesloten bij EVO (bijv. Kroatië). Als Rome I Vo dus niet geldt, dan kan er niet
worden teruggevallen op EVO
In Nederland geldt wanneer Rome I Vo niet van toepassing is het EVO-verdrag.
Bepalingen uit EVO hoef je niet te kennen. Wel van belang om te weten welk
instrument (kan dus ook EVO zijn) van toepassing is.
Verschillen EVO en Rome I Vo
Materieel toepassingsgebied: verbintenissen uit overeenkomst (lid 1)
- Zie ook uitzonderingen uit lid 2.
Formeel toepassingsgebied: universeel (lid 2).
Temporele toepassingsgebied (verschil tussen EVO en Rome I)
- Rome I Vo: art. 28: peildatum en moment. Van toepassing op overeenkomsten
die op of na 17 december 2009 is gesloten.
- EVO: van toepassing op overeenkomsten die voor 17 december 2009 zijn
gesloten. Het verdrag is echter niet opgehouden te bestaan, en kan dus ook van
toepassing zijn op contracten die na 17 december 2009 zijn gesloten. Er is dan
sprake van samenloop. Dan kijk je naar art. 24 Rome I Vo: deze vervangt de
EVO.
Onderwerpen Rome I Vo: art. 12 Rome I Vo
Uitleg
Nakoming
Tekortkoming
Tenietgaan overeenkomst
Gevolgen van nietigheid
Overkoepelende vraag: welk recht is van toepassing op het contract dat is
gesloten.
Partijautonomie in Rome I VO: art. 3
Partijen mogen kiezen:
- Ieder statelijk recht: elk stelsel wat je wil. Hoeft niet te voldoen aan voorwaarden
nauwste verbondenheid o.i.d. Dit kan te allen tijden! Zie lid 2.
, - Mogen ze ook andere keuzes maken? Bijvoorbeeld het WKV of andere niet-
statelijk recht. Dat mag, maar dat gaat dan om een materieelrechtelijke
rechtskeuze i.p.v. conflictrechtelijke rechtskeuze.
Formele vereisten:
1) Uitdrukkelijk, dan wel duidelijk blijken
2) Dépecage toegestaan: dat partijen kunnen zeggen dat ten aanzien van de ene
bepaling het ene stelsel wordt gebruikt en voor andere bepalingen het andere
stelsel.
3) Bestaan en geldigheid getoetst op grond van art. 10, 11 en 13 .
Effecten:
- Toegepast op alle aspecten (art. 12)
- Mogen wijzigen, maar geen effect door derde
Objectieve verwijzing: art. 4 Rome I
Als partijen geen rechtskeuze hebben gemaakt, welk recht is dan van toepassing?
EVO (Rome Verdrag):
- Art. 4 lid 1: nauwst verbonden recht + vermoeden.
- Ontsnappingsclausule in art. 4 lid 5.
Rome I Vo:
- Art. 4 lid 1 sub a t/m h Rome I Vo: specifieke contracten uitgeselecteerd +
toepasselijk recht
- Art. 4 lid 2: indien geen van lid 1 sub a t/m h van toepassing is, pas je dit lid toe.
Dan is van toepassing: het recht van het land waar de partij die de kenmerkende
prestatie van de overeenkomst eenkomt moet verrichten, haar gewone
verblijfplaats heeft
- Art. 4 lid 3 – ontsnapping indien kennelijk nauwer verbonden met een ander
recht
- Art. 4 lid 4: geen sprake van lid 1 t/m lid 3, dan is het meest nauwe verbonden
recht van toepassing.
Gewone verblijfplaats: art. 19 Rome I Vo.
- RP: plaats van hoofdbestuur
- NP: hoofdvestiging
Uitzonderingen: art. 5-9 Rome I Vo
Zwakke partijen
- Art. 5: vervoer
- Art. 6: consumenten
- Art. 7: verzekering
- Art. 8: arbeidsovereenkomsten
Uitzonderingen
- Art. 9: dwingende bepalingen
Lid 2: van de lex fori
Lid 3: derde land (land van uitvoering)
Art. 21: openbare orde
Overeenkomsten Weens Koopverdrag (WKV)
Het WKV is een voorbeeld van een geünificeerd materieel recht. Zit dus op hetzelfde niveau
als Nederlands recht, Frans recht etc. Dat betekent dat het WKV inhoudelijk antwoord geeft
op de inhoudelijke juridische vraag die je hebt. Je hoeft niet op zoek te gaan naar het
toepasselijk recht, het WKV geeft immers inhoudelijk antwoord. Als het WKV van toepassing
is, hoeft men niet op zoek te gaan naar het toepasselijk recht, want het WKV is het
toepasselijk recht.
Toepassingsgebieden WKV
Algemeen stappenplan IPR-vermogensrecht
1. Internationale feiten
Wat maakt de casus internationaal?
Hierbij kan gedacht worden aan woonplaats, vestigingsplaats, nationaliteiten van
de personen in casu, rechterlijke beslissingen, internationale rechtsfeiten
2. Kwalificatie (van het geschil)
Wat is de aard van het geschil dat tussen partijen bestaat?
Verschillende mogelijkheden:
1) Contractuele verbintenis
2) Buitencontractuele verbintenis
3) Onrechtmatige daad
4) Contractuele verbintenissen in insolventieprocedure
5) Bevoegdheid in groepscoördinatieprocedure
3. IPR-vraag
Er is sprake van een van de volgende IPR-vragen:
1) Bevoegdheid
Wanneer en onder welke omstandigheden is de rechter bevoegd om kennis te
nemen van het geschil?
2) Toepasselijk recht
Welk recht dient de rechter in het geschil toe te passen?
3) Erkenning/tenuitvoerlegging
4. Bronnen
Rechtsbronnen IPR:
1) EU-instrumenten zoals verordeningen of richtlijnen
2) Internationale instrumenten zoals verdragen
3) Nationale rechtsbronnen
5. Toepassingsgebieden
Materieel toepassingsgebied: ziet op het onderwerp. Is de gekozen bron materieel
gezien van toepassing op de vraag? Staat altijd in de gekozen rechtsbron zelf.
Formeel toepassingsgebied: ziet op de ruimte. Is de bron formeel van toepassing op
de casus? Staat in de gekozen rechtsbron zelf.
- Universeel: ook al wijst de verordening het recht aan van een niet EU-
lidstaat, dan is de verordening/het verdrag alsnog van toepassing.
Temporeel toepassingsgebied: ziet op de tijd. Vaak afhankelijk van de datum van
het geschil en de datum van inwerkingtreding van de gekozen rechtsbron
6. Samenloop
Als meerdere rechtsbronnen van toepassing zijn, dan is er sprake van samenloop. Kijk
dan welke rechtsbron voorrang heeft:
1) Internationale rechtsbron en nationale rechtsbron: internationale
rechtsbron gaat voor op de nationale op grond van art. 93/94 Gw, art. 1 Rv en
art. 10:1 BW.
2) Verdrag en verordening: kijk in het verdrag en de verordening zelf om te
bepalen welke voorrang heeft
3) Verdrag en verdrag: kijk in het verdrag zelf om te bepalen welke voorrang
heeft
7. Toepassing
Zie de betreffende bron zelf en pas toe op de casus
,College 1 – contractuele verbintenissen
HC contractuele verbintenissen
Bronnen
Rome I Vo en EVO (Rome Verdrag)
Rome I Vo is de opvolger van het EVO-verdrag. Landen die later zijn toegetreden tot de EU
zijn dus niet aangesloten bij EVO (bijv. Kroatië). Als Rome I Vo dus niet geldt, dan kan er niet
worden teruggevallen op EVO
In Nederland geldt wanneer Rome I Vo niet van toepassing is het EVO-verdrag.
Bepalingen uit EVO hoef je niet te kennen. Wel van belang om te weten welk
instrument (kan dus ook EVO zijn) van toepassing is.
Verschillen EVO en Rome I Vo
Materieel toepassingsgebied: verbintenissen uit overeenkomst (lid 1)
- Zie ook uitzonderingen uit lid 2.
Formeel toepassingsgebied: universeel (lid 2).
Temporele toepassingsgebied (verschil tussen EVO en Rome I)
- Rome I Vo: art. 28: peildatum en moment. Van toepassing op overeenkomsten
die op of na 17 december 2009 is gesloten.
- EVO: van toepassing op overeenkomsten die voor 17 december 2009 zijn
gesloten. Het verdrag is echter niet opgehouden te bestaan, en kan dus ook van
toepassing zijn op contracten die na 17 december 2009 zijn gesloten. Er is dan
sprake van samenloop. Dan kijk je naar art. 24 Rome I Vo: deze vervangt de
EVO.
Onderwerpen Rome I Vo: art. 12 Rome I Vo
Uitleg
Nakoming
Tekortkoming
Tenietgaan overeenkomst
Gevolgen van nietigheid
Overkoepelende vraag: welk recht is van toepassing op het contract dat is
gesloten.
Partijautonomie in Rome I VO: art. 3
Partijen mogen kiezen:
- Ieder statelijk recht: elk stelsel wat je wil. Hoeft niet te voldoen aan voorwaarden
nauwste verbondenheid o.i.d. Dit kan te allen tijden! Zie lid 2.
, - Mogen ze ook andere keuzes maken? Bijvoorbeeld het WKV of andere niet-
statelijk recht. Dat mag, maar dat gaat dan om een materieelrechtelijke
rechtskeuze i.p.v. conflictrechtelijke rechtskeuze.
Formele vereisten:
1) Uitdrukkelijk, dan wel duidelijk blijken
2) Dépecage toegestaan: dat partijen kunnen zeggen dat ten aanzien van de ene
bepaling het ene stelsel wordt gebruikt en voor andere bepalingen het andere
stelsel.
3) Bestaan en geldigheid getoetst op grond van art. 10, 11 en 13 .
Effecten:
- Toegepast op alle aspecten (art. 12)
- Mogen wijzigen, maar geen effect door derde
Objectieve verwijzing: art. 4 Rome I
Als partijen geen rechtskeuze hebben gemaakt, welk recht is dan van toepassing?
EVO (Rome Verdrag):
- Art. 4 lid 1: nauwst verbonden recht + vermoeden.
- Ontsnappingsclausule in art. 4 lid 5.
Rome I Vo:
- Art. 4 lid 1 sub a t/m h Rome I Vo: specifieke contracten uitgeselecteerd +
toepasselijk recht
- Art. 4 lid 2: indien geen van lid 1 sub a t/m h van toepassing is, pas je dit lid toe.
Dan is van toepassing: het recht van het land waar de partij die de kenmerkende
prestatie van de overeenkomst eenkomt moet verrichten, haar gewone
verblijfplaats heeft
- Art. 4 lid 3 – ontsnapping indien kennelijk nauwer verbonden met een ander
recht
- Art. 4 lid 4: geen sprake van lid 1 t/m lid 3, dan is het meest nauwe verbonden
recht van toepassing.
Gewone verblijfplaats: art. 19 Rome I Vo.
- RP: plaats van hoofdbestuur
- NP: hoofdvestiging
Uitzonderingen: art. 5-9 Rome I Vo
Zwakke partijen
- Art. 5: vervoer
- Art. 6: consumenten
- Art. 7: verzekering
- Art. 8: arbeidsovereenkomsten
Uitzonderingen
- Art. 9: dwingende bepalingen
Lid 2: van de lex fori
Lid 3: derde land (land van uitvoering)
Art. 21: openbare orde
Overeenkomsten Weens Koopverdrag (WKV)
Het WKV is een voorbeeld van een geünificeerd materieel recht. Zit dus op hetzelfde niveau
als Nederlands recht, Frans recht etc. Dat betekent dat het WKV inhoudelijk antwoord geeft
op de inhoudelijke juridische vraag die je hebt. Je hoeft niet op zoek te gaan naar het
toepasselijk recht, het WKV geeft immers inhoudelijk antwoord. Als het WKV van toepassing
is, hoeft men niet op zoek te gaan naar het toepasselijk recht, want het WKV is het
toepasselijk recht.
Toepassingsgebieden WKV