1 Democratie en wetgeving
Inleiding
Nederland is een democratische rechtsstaat. Burgers kiezen wie het land regeert. Dit
wordt democratie genoemd. Nederland is ook een rechtsstaat omdat iedereen in
Nederland zich aan het Nederlandse recht moet houden, zowel de burgers als de
overheid.
In een rechtsstaat zijn de belangrijkste overheidstaken verdeeld over drie
onderdelen:
1. Wetgeving: in Nederland mogen de regering, het parlement, de gemeenteraad
en de Provinciale Staten nieuwe wetten en regels maken.
2. Bestuur: regels uitvoeren. De regering, provincies, gemeenten, politie en het
Openbaar Ministerie (OM) voeren in Nederland de regels uit die bedacht zijn.
3. Rechtspraak: conflicten beslechten als de regels niet duidelijk zijn of niet goed
worden toegepast. Deze taak wordt in Nederland uitgevoerd door de rechters
en de Hoge Raad.
In dit hoofdstuk komt eerst de wetgeving en volksvertegenwoordiging aan bod. Ook
wordt hier de rol die jij hebt als burger besproken. In het hoofdstuk hierna komt het
bestuur aan bod gevolgd door het bespreken van de rechtspraak in hoofdstuk 3.
1.1 Wetgeving
De wetgevende organen van een land mogen de regels en wetten bedenken waar de
bevolking, de bedrijven en de overheid zich aan dient te houden. In Nederland
komen nieuwe wetten en regels democratisch tot stand. We onderscheiden landelijk,
provinciaal en gemeentelijk niveau. Ook hebben we in Nederland te maken met
Europese wetgeving. Deze wordt in paragraaf 1.5 besproken.
1.2 Landelijk niveau
Als een land een democratie is, dan houdt dat in dat inwoners stemrecht hebben. Ze mogen
meebeslissen over alle zaken die het land aangaan. Er zijn verschillende vormen van
democratie.
Nederland is een parlementaire democratie. Dat betekent dat het parlement, namens de
bevolking, de regering controleert en samen met de regering wetten maakt.
Minimaal één keer in de vier jaar zijn er verkiezingen voor de Tweede Kamer. Door te gaan
stemmen, beslis je indirect mee met zaken die het land aangaan.
1.2.1 De Tweede Kamer
De leden van de Tweede Kamer worden gekozen door de Nederlandse kiezers. Door
te stemmen tijdens de landelijke verkiezingen bepaalt de Nederlandse bevolking
welke 150 Tweede Kamerleden hen de komende kabinetsperiode
vertegenwoordigen.
,De Tweede Kamer heeft twee belangrijke taken:
1. samen met de regering nieuwe wetten maken;
2. controleren of de regering haar werk goed doet.
1.2.2 De Eerste Kamer
De leden van de Eerste Kamer worden ‘getrapt’, gekozen. De Nederlandse bevolking
kiest de leden van de Provinciale Staten tijdens de provinciale verkiezingen.
Vervolgens kiezen de leden van de Provinciale Staten de leden van de Eerste
Kamer.
Ook de Eerste Kamer heeft twee taken/rechten:
1. het goedkeuren of verwerpen van wetsvoorstellen die door de Tweede Kamer
zijn aangenomen. De Eerste Kamer kan het wetsvoorstel alleen goedkeuren
of verwerpen. Zij kan er geen wijzigingen in aanbrengen.
2. het controleren van de regering. Hier maakt de Eerste Kamer weinig gebruik
van.
1.2.3 De Staten-Generaal
De Staten-Generaal bestaat uit de Eerste Kamer en de Tweede Kamer. In plaats van Staten-
Generaal wordt ook wel gesproken over het parlement.
1.2.4 De regering
De regering bestaat uit de koning en de ministers.
1.2.5 Het kabinet
Het overheidsbeleid wordt gemaakt door het kabinet. Het kabinet bestaat uit de minister-
president, de ministers en de staatssecretarissen. De minister-president is de leider van het
kabinet. Een van zijn taken is elke week de ministerraad voorzitten.
De ministerraad is de wekelijkse vergadering van alle ministers. In de ministerraad wordt
overlegd over het regeringsbeleid.
Een minister is het hoofd van een ministerie. Een ministerie is een organisatie van de
overheid waar het beleid van de regering wordt uitgevoerd. Een andere naam voor ministerie
is departement. Nederland kent op dit moment 13 ministeries. Het Ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap is er een van.
Soms zijn er ministers zonder ministerie. Zij heten minister zonder portefeuille. Ministers
zonder portefeuille zijn ook verantwoordelijk voor het uitvoeren van een bepaald beleid. Om
ervoor te zorgen dat het beleid uitgevoerd wordt, werken ministers zonder portefeuille samen
met verschillende ministeries. Zo is er bijvoorbeeld een minister voor Buitenlandse Handel
en Ontwikkelingssamenwerking.
Alle ministers zijn verantwoording aan het parlement schuldig voor het doen en laten bij de
vervulling van hun taken. Dit wordt ministeriële verantwoordelijkheid genoemd.
, Veel ministers worden ondersteund door een staatssecretaris. De staatssecretaris neemt
een deel van het beleidsterrein van de minister voor zijn/haar rekening. De staatssecretaris
maakt geen deel uit van de ministerraad, maar kan wel uitgenodigd worden wanneer op een
vergadering van de ministerraad zijn of haar onderwerp ter sprake komt.
Ook staatssecretarissen moeten verantwoording afleggen aan de Tweede Kamer en aan de
Eerste Kamer, maar de minister blijft de eindverantwoordelijke voor de staatssecretaris.
De koning zit niet in het kabinet en de staatssecretarissen zitten niet in de regering.
1.2.6 Invloed uitoefenen op landelijk niveau
Als burger kun je op verschillende manieren invloed uitoefenen op de regering,
Tweede Kamer en Eerste Kamer.
Allereerst kun je natuurlijk stemmen op de politieke partij van je voorkeur. Verderop
in deze reader worden de verschillende politieke stromingen besproken. De
website www.stemwijzer.nl kan je helpen om per verkiezing een keuze te maken
voor een bepaalde politieke partij.
Ten tweede heb je altijd de mogelijkheid om contact te zoeken met Tweede
Kamerleden en Eerste Kamerleden door hen te e-mailen. Ook kun je een e-mail
sturen naar de verschillende politieke partijen.
Naast dat je zelf contact op kunt nemen, kun je ook invloed uitoefenen via anderen.
Bijvoorbeeld door lid te worden van Vereniging Eigen Huis, de ANWB, Greenpeace,
enzovoort. Deze organisaties oefenen ook invloed uit op het beleid van de overheid
door te lobbyen. Dit betekent dat zij druk uitoefenen op de besluitvorming.
Als je het erg belangrijk vindt om een onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer te
krijgen, dan kun je een voorstel indienen. Dit voorstel wordt een burgerinitiatief genoemd.
Om een burgerinitiatief te mogen indienen moet je kiesrecht hebben, en minstens 40.000
handtekeningen met naam, adres en geboortenaam van deze mensen hebben. Ook mag het
onderwerp niet al onlangs in de Tweede Kamer behandeld zijn, en niet over de Grondwet,
belastingen of begrotingen gaan.
Ook heb je de mogelijkheid om jezelf verkiesbaar te stellen. Hier lees je meer over bij het
onderdeel ‘verkiezingen’.
Wat betekent de zin ‘Nederland is een parlementaire democratie’?
Dat betekent dat het parlement, namens de bevolking, de regering controleert en
samen met de regering wetten maakt. Het parlement wordt ook wel de
volksvertegenwoordiging of de Staten Generaal genoemd.
Minimaal één keer in de vier jaar zijn er verkiezingen voor de Tweede Kamer. Dan
wordt de nieuwe volksvertegenwoordiging gekozen. Door te gaan stemmen, beslis
je indirect mee over zaken die het land aangaan.
Inleiding
Nederland is een democratische rechtsstaat. Burgers kiezen wie het land regeert. Dit
wordt democratie genoemd. Nederland is ook een rechtsstaat omdat iedereen in
Nederland zich aan het Nederlandse recht moet houden, zowel de burgers als de
overheid.
In een rechtsstaat zijn de belangrijkste overheidstaken verdeeld over drie
onderdelen:
1. Wetgeving: in Nederland mogen de regering, het parlement, de gemeenteraad
en de Provinciale Staten nieuwe wetten en regels maken.
2. Bestuur: regels uitvoeren. De regering, provincies, gemeenten, politie en het
Openbaar Ministerie (OM) voeren in Nederland de regels uit die bedacht zijn.
3. Rechtspraak: conflicten beslechten als de regels niet duidelijk zijn of niet goed
worden toegepast. Deze taak wordt in Nederland uitgevoerd door de rechters
en de Hoge Raad.
In dit hoofdstuk komt eerst de wetgeving en volksvertegenwoordiging aan bod. Ook
wordt hier de rol die jij hebt als burger besproken. In het hoofdstuk hierna komt het
bestuur aan bod gevolgd door het bespreken van de rechtspraak in hoofdstuk 3.
1.1 Wetgeving
De wetgevende organen van een land mogen de regels en wetten bedenken waar de
bevolking, de bedrijven en de overheid zich aan dient te houden. In Nederland
komen nieuwe wetten en regels democratisch tot stand. We onderscheiden landelijk,
provinciaal en gemeentelijk niveau. Ook hebben we in Nederland te maken met
Europese wetgeving. Deze wordt in paragraaf 1.5 besproken.
1.2 Landelijk niveau
Als een land een democratie is, dan houdt dat in dat inwoners stemrecht hebben. Ze mogen
meebeslissen over alle zaken die het land aangaan. Er zijn verschillende vormen van
democratie.
Nederland is een parlementaire democratie. Dat betekent dat het parlement, namens de
bevolking, de regering controleert en samen met de regering wetten maakt.
Minimaal één keer in de vier jaar zijn er verkiezingen voor de Tweede Kamer. Door te gaan
stemmen, beslis je indirect mee met zaken die het land aangaan.
1.2.1 De Tweede Kamer
De leden van de Tweede Kamer worden gekozen door de Nederlandse kiezers. Door
te stemmen tijdens de landelijke verkiezingen bepaalt de Nederlandse bevolking
welke 150 Tweede Kamerleden hen de komende kabinetsperiode
vertegenwoordigen.
,De Tweede Kamer heeft twee belangrijke taken:
1. samen met de regering nieuwe wetten maken;
2. controleren of de regering haar werk goed doet.
1.2.2 De Eerste Kamer
De leden van de Eerste Kamer worden ‘getrapt’, gekozen. De Nederlandse bevolking
kiest de leden van de Provinciale Staten tijdens de provinciale verkiezingen.
Vervolgens kiezen de leden van de Provinciale Staten de leden van de Eerste
Kamer.
Ook de Eerste Kamer heeft twee taken/rechten:
1. het goedkeuren of verwerpen van wetsvoorstellen die door de Tweede Kamer
zijn aangenomen. De Eerste Kamer kan het wetsvoorstel alleen goedkeuren
of verwerpen. Zij kan er geen wijzigingen in aanbrengen.
2. het controleren van de regering. Hier maakt de Eerste Kamer weinig gebruik
van.
1.2.3 De Staten-Generaal
De Staten-Generaal bestaat uit de Eerste Kamer en de Tweede Kamer. In plaats van Staten-
Generaal wordt ook wel gesproken over het parlement.
1.2.4 De regering
De regering bestaat uit de koning en de ministers.
1.2.5 Het kabinet
Het overheidsbeleid wordt gemaakt door het kabinet. Het kabinet bestaat uit de minister-
president, de ministers en de staatssecretarissen. De minister-president is de leider van het
kabinet. Een van zijn taken is elke week de ministerraad voorzitten.
De ministerraad is de wekelijkse vergadering van alle ministers. In de ministerraad wordt
overlegd over het regeringsbeleid.
Een minister is het hoofd van een ministerie. Een ministerie is een organisatie van de
overheid waar het beleid van de regering wordt uitgevoerd. Een andere naam voor ministerie
is departement. Nederland kent op dit moment 13 ministeries. Het Ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap is er een van.
Soms zijn er ministers zonder ministerie. Zij heten minister zonder portefeuille. Ministers
zonder portefeuille zijn ook verantwoordelijk voor het uitvoeren van een bepaald beleid. Om
ervoor te zorgen dat het beleid uitgevoerd wordt, werken ministers zonder portefeuille samen
met verschillende ministeries. Zo is er bijvoorbeeld een minister voor Buitenlandse Handel
en Ontwikkelingssamenwerking.
Alle ministers zijn verantwoording aan het parlement schuldig voor het doen en laten bij de
vervulling van hun taken. Dit wordt ministeriële verantwoordelijkheid genoemd.
, Veel ministers worden ondersteund door een staatssecretaris. De staatssecretaris neemt
een deel van het beleidsterrein van de minister voor zijn/haar rekening. De staatssecretaris
maakt geen deel uit van de ministerraad, maar kan wel uitgenodigd worden wanneer op een
vergadering van de ministerraad zijn of haar onderwerp ter sprake komt.
Ook staatssecretarissen moeten verantwoording afleggen aan de Tweede Kamer en aan de
Eerste Kamer, maar de minister blijft de eindverantwoordelijke voor de staatssecretaris.
De koning zit niet in het kabinet en de staatssecretarissen zitten niet in de regering.
1.2.6 Invloed uitoefenen op landelijk niveau
Als burger kun je op verschillende manieren invloed uitoefenen op de regering,
Tweede Kamer en Eerste Kamer.
Allereerst kun je natuurlijk stemmen op de politieke partij van je voorkeur. Verderop
in deze reader worden de verschillende politieke stromingen besproken. De
website www.stemwijzer.nl kan je helpen om per verkiezing een keuze te maken
voor een bepaalde politieke partij.
Ten tweede heb je altijd de mogelijkheid om contact te zoeken met Tweede
Kamerleden en Eerste Kamerleden door hen te e-mailen. Ook kun je een e-mail
sturen naar de verschillende politieke partijen.
Naast dat je zelf contact op kunt nemen, kun je ook invloed uitoefenen via anderen.
Bijvoorbeeld door lid te worden van Vereniging Eigen Huis, de ANWB, Greenpeace,
enzovoort. Deze organisaties oefenen ook invloed uit op het beleid van de overheid
door te lobbyen. Dit betekent dat zij druk uitoefenen op de besluitvorming.
Als je het erg belangrijk vindt om een onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer te
krijgen, dan kun je een voorstel indienen. Dit voorstel wordt een burgerinitiatief genoemd.
Om een burgerinitiatief te mogen indienen moet je kiesrecht hebben, en minstens 40.000
handtekeningen met naam, adres en geboortenaam van deze mensen hebben. Ook mag het
onderwerp niet al onlangs in de Tweede Kamer behandeld zijn, en niet over de Grondwet,
belastingen of begrotingen gaan.
Ook heb je de mogelijkheid om jezelf verkiesbaar te stellen. Hier lees je meer over bij het
onderdeel ‘verkiezingen’.
Wat betekent de zin ‘Nederland is een parlementaire democratie’?
Dat betekent dat het parlement, namens de bevolking, de regering controleert en
samen met de regering wetten maakt. Het parlement wordt ook wel de
volksvertegenwoordiging of de Staten Generaal genoemd.
Minimaal één keer in de vier jaar zijn er verkiezingen voor de Tweede Kamer. Dan
wordt de nieuwe volksvertegenwoordiging gekozen. Door te gaan stemmen, beslis
je indirect mee over zaken die het land aangaan.