Hoorcollege Passend Onderwijs
Hoorcollege 1 - Passend onderwijs
Opzet onderwijsveld (voor 2014)
- Speciaal onderwijs los naast basis- en voortgezet onderwijs.
- Speciaal onderwijs: cluster 1 tm 4
o Cluster 1: visuele beperking
o Cluster 2: auditieve beperking of communicatieve handicap
o Cluster 3: lichamelijk en/of verstandelijke beperking
o Cluster 4: psychiatrische of gedragsstoornis
- Speciaal basisonderwijs: voor kinderen die zich in regulier onderwijs niet optimaal kunnen
ontwikkelen. Dit is mildere problematiek dan in speciaal onderwijs.
- Wet leerling-gebonden financiering (LGF, 2003): mogelijkheid keuze tussen regulier
onderwijs en speciaal onderwijs. Speciaal zorgbudget per kind (het rugzakje). De school
bepaalt hoe het rugzakje besteed wordt. Problemen met LFG:
o Diagnosedruk: je kon alleen in het speciaal onderwijs terecht komen als je een
diagnose had, daardoor moesten veel kinderen een diagnose krijgen
o Te veel kinderen die thuiszaten of op wachtlijsten stonden
o Veel bureaucratie rond indicatiestelling
o Te duur door teveel verwijzingen naar speciale voorzieningen
o Onvoldoende afstemming en samenwerking met (jeugd)zorg
- Denken in beperkingen (LGF) -> denken in onderwijsbehoeftes (passend onderwijs)
Passend onderwijs (invoering augustus 2014)
- Zorgplicht voor scholen
o Voorheen: verantwoordelijkheid ouders
o Nu: verantwoordelijkheid school
- Schoolondersteuningsprofiel
o Beschrijving van de voorzieningen die op school zijn getroffen voor leerlingen die
extra onderwijsondersteuning behoeven en de extra ondersteuning die de school
kon bieden.
o Opgesteld door het schoolteam
o Wordt gebruikt om te bekijken of aanbod binnen samenwerkingsverband dekkend is
- Samenwerkingsverband
o Scholen hebben regionale samenwerkingsverbanden gevormd
o Bestaat uit reguliere scholen, sbo-scholen en scholen uit cluster 3 en 4
o Cluster 1 en 2 blijven apart en met landelijke indicatie. Dit heeft te maken met de
specifieke problematiek.
o Scholen en samenwerkingsverband maken afspraken over de verdeling van de zorg
en de verdeling van het geld.
- Ontwikkelingsperspectief
o Voor elk kind dat extra ondersteuning krijgt
o Bevat: onderwijsbehoeften, verwachte uitstroomniveau, ondersteuning die het kind
krijgt.
o Goede communicatie tussen ouders en school
Passend onderwijs is niet hetzelfde als inclusief onderwijs:
- Passend onderwijs: zoveel mogelijk kinderen gaan naar regulier onderwijs, als het niet lukt
wel naar speciaal onderwijs. Alle kinderen krijgen hierdoor onderwijs dat bij hen past.
- Inclusief onderwijs: alle kinderen gaan naar dezelfde school. Er is geen speciaal onderwijs.
,
, Hoorcollege 2 - Handelingsgerichte diagnostiek
Drielagen model
- Regulier programma/sterke basis (80%): hier ben je als leerkracht verantwoordelijk voor.
- Extra instructie, aanpassing in groepjes/basis + arrangement (15%): deze kinderen hebben
tijdelijk extra zorg nodig. Dit kan op voor gedrag, leerproblematiek, etc. zijn.
- Individueel maatwerk/extra arrangement, persoonsgericht (1-5%): deze kinderen hebben
langdurig, individueel hulp nodig. Hier is vaak externe hulp voor nodig van bijvoorbeeld een
orthopedagoog.
Handelingsgericht werken: gaat vooral over 1 e en 2e laag, want je bent preventief bezig om te
voorkomen dat kinderen uitvallen.
Wat is psychodiagnostiek?
- Handelingsgerichte diagnostiek valt onder psychodiagnostiek.
- Testen worden vaak gebruikt om tot een diagnose te komen. Dit kan gebruikt worden bij een
selectieproces. Psychodiagnostiek wordt ingezet om uit te zoeken wat er aan de hand is en
om dit vervolgens op te lossen.
- Een onderzoeksproces waarin we beschrijven, verklaren, diagnosticeren of voorspellen,
gericht op klachten en gericht op advisering oftewel aanpak.
- Klinisch oordeel: vaak subjectief. Daarom behoefte aan wetenschappelijke benadering. Dit is
de empirische cyclus, het hypothetisch testend model.
Uitgangspunten handelingsgerichte diagnostiek
- Werkwijze is doelgericht:
o Doelen stellen in het onderwijs
o Doelen stellingen in ondersteuning
o Welke hulp en waar dient deze voor?
- Transactioneel referentiekader
o Interactie tussen kind en omgeving (Bronfenbrenner)
o Waarom heeft dit kind uit dit gezin in deze school met deze leerkracht…
- Onderwijs- en opvoedingsbehoeften van kinderen staan centraal
o Onderwijsbehoeften: wat heeft deze leerling nodig om een bepaald doel te behalen?
o Leerlingen verschillen in hun onderwijsbehoeften
o Een etiket of label is niet hetzelfde als een concrete aanpak.
o Passend onderwijs is maatwerk
o Onderwijsbehoeften biedt meer perspectief en positiever beeld van leerling.
- Leraren en ouders doen er toe, net als hun ondersteuningsbehoeften:
o Leren zichtbaar maken
o Grootschalig onderzoek naar wat werkt in de klas
- Protectieve-positieve factoren
o Deels aangeboren, deels aangeleerd. Ook omgeving van belang.
- Samenwerking
o Zoveel mogelijk samen met het kind, de ouders en de leerkrachten.
o Vanaf 12 jaar worden kinderen meegenomen in het proces en mogen ze ook
beslissingen nemen, ouders blijven verantwoordelijk. Vanaf 16 mogen kinderen zelf
beslissingen nemen en hebben ouders geen rechten meer.
- Systematische procedure
o Intakefase: informatie verzamelen.
Wat willen school, ouders en kind weten en waarom willen zij dat weten?
Inventarisatie: wanneer zijn problemen begonnen?
Hoorcollege 1 - Passend onderwijs
Opzet onderwijsveld (voor 2014)
- Speciaal onderwijs los naast basis- en voortgezet onderwijs.
- Speciaal onderwijs: cluster 1 tm 4
o Cluster 1: visuele beperking
o Cluster 2: auditieve beperking of communicatieve handicap
o Cluster 3: lichamelijk en/of verstandelijke beperking
o Cluster 4: psychiatrische of gedragsstoornis
- Speciaal basisonderwijs: voor kinderen die zich in regulier onderwijs niet optimaal kunnen
ontwikkelen. Dit is mildere problematiek dan in speciaal onderwijs.
- Wet leerling-gebonden financiering (LGF, 2003): mogelijkheid keuze tussen regulier
onderwijs en speciaal onderwijs. Speciaal zorgbudget per kind (het rugzakje). De school
bepaalt hoe het rugzakje besteed wordt. Problemen met LFG:
o Diagnosedruk: je kon alleen in het speciaal onderwijs terecht komen als je een
diagnose had, daardoor moesten veel kinderen een diagnose krijgen
o Te veel kinderen die thuiszaten of op wachtlijsten stonden
o Veel bureaucratie rond indicatiestelling
o Te duur door teveel verwijzingen naar speciale voorzieningen
o Onvoldoende afstemming en samenwerking met (jeugd)zorg
- Denken in beperkingen (LGF) -> denken in onderwijsbehoeftes (passend onderwijs)
Passend onderwijs (invoering augustus 2014)
- Zorgplicht voor scholen
o Voorheen: verantwoordelijkheid ouders
o Nu: verantwoordelijkheid school
- Schoolondersteuningsprofiel
o Beschrijving van de voorzieningen die op school zijn getroffen voor leerlingen die
extra onderwijsondersteuning behoeven en de extra ondersteuning die de school
kon bieden.
o Opgesteld door het schoolteam
o Wordt gebruikt om te bekijken of aanbod binnen samenwerkingsverband dekkend is
- Samenwerkingsverband
o Scholen hebben regionale samenwerkingsverbanden gevormd
o Bestaat uit reguliere scholen, sbo-scholen en scholen uit cluster 3 en 4
o Cluster 1 en 2 blijven apart en met landelijke indicatie. Dit heeft te maken met de
specifieke problematiek.
o Scholen en samenwerkingsverband maken afspraken over de verdeling van de zorg
en de verdeling van het geld.
- Ontwikkelingsperspectief
o Voor elk kind dat extra ondersteuning krijgt
o Bevat: onderwijsbehoeften, verwachte uitstroomniveau, ondersteuning die het kind
krijgt.
o Goede communicatie tussen ouders en school
Passend onderwijs is niet hetzelfde als inclusief onderwijs:
- Passend onderwijs: zoveel mogelijk kinderen gaan naar regulier onderwijs, als het niet lukt
wel naar speciaal onderwijs. Alle kinderen krijgen hierdoor onderwijs dat bij hen past.
- Inclusief onderwijs: alle kinderen gaan naar dezelfde school. Er is geen speciaal onderwijs.
,
, Hoorcollege 2 - Handelingsgerichte diagnostiek
Drielagen model
- Regulier programma/sterke basis (80%): hier ben je als leerkracht verantwoordelijk voor.
- Extra instructie, aanpassing in groepjes/basis + arrangement (15%): deze kinderen hebben
tijdelijk extra zorg nodig. Dit kan op voor gedrag, leerproblematiek, etc. zijn.
- Individueel maatwerk/extra arrangement, persoonsgericht (1-5%): deze kinderen hebben
langdurig, individueel hulp nodig. Hier is vaak externe hulp voor nodig van bijvoorbeeld een
orthopedagoog.
Handelingsgericht werken: gaat vooral over 1 e en 2e laag, want je bent preventief bezig om te
voorkomen dat kinderen uitvallen.
Wat is psychodiagnostiek?
- Handelingsgerichte diagnostiek valt onder psychodiagnostiek.
- Testen worden vaak gebruikt om tot een diagnose te komen. Dit kan gebruikt worden bij een
selectieproces. Psychodiagnostiek wordt ingezet om uit te zoeken wat er aan de hand is en
om dit vervolgens op te lossen.
- Een onderzoeksproces waarin we beschrijven, verklaren, diagnosticeren of voorspellen,
gericht op klachten en gericht op advisering oftewel aanpak.
- Klinisch oordeel: vaak subjectief. Daarom behoefte aan wetenschappelijke benadering. Dit is
de empirische cyclus, het hypothetisch testend model.
Uitgangspunten handelingsgerichte diagnostiek
- Werkwijze is doelgericht:
o Doelen stellen in het onderwijs
o Doelen stellingen in ondersteuning
o Welke hulp en waar dient deze voor?
- Transactioneel referentiekader
o Interactie tussen kind en omgeving (Bronfenbrenner)
o Waarom heeft dit kind uit dit gezin in deze school met deze leerkracht…
- Onderwijs- en opvoedingsbehoeften van kinderen staan centraal
o Onderwijsbehoeften: wat heeft deze leerling nodig om een bepaald doel te behalen?
o Leerlingen verschillen in hun onderwijsbehoeften
o Een etiket of label is niet hetzelfde als een concrete aanpak.
o Passend onderwijs is maatwerk
o Onderwijsbehoeften biedt meer perspectief en positiever beeld van leerling.
- Leraren en ouders doen er toe, net als hun ondersteuningsbehoeften:
o Leren zichtbaar maken
o Grootschalig onderzoek naar wat werkt in de klas
- Protectieve-positieve factoren
o Deels aangeboren, deels aangeleerd. Ook omgeving van belang.
- Samenwerking
o Zoveel mogelijk samen met het kind, de ouders en de leerkrachten.
o Vanaf 12 jaar worden kinderen meegenomen in het proces en mogen ze ook
beslissingen nemen, ouders blijven verantwoordelijk. Vanaf 16 mogen kinderen zelf
beslissingen nemen en hebben ouders geen rechten meer.
- Systematische procedure
o Intakefase: informatie verzamelen.
Wat willen school, ouders en kind weten en waarom willen zij dat weten?
Inventarisatie: wanneer zijn problemen begonnen?