Aarde: endogene en exogene processen
De opbouw van de aarde
Omdat het lastig is dieper dan 10 km in de aarde te boren worden de trillingen die bij elke
aardbeving vrij komen geanalyseerd omdat deze trillingen worden beïnvloed door
verschillende aspecten zoals de tempratuur, dichtheid en vloeibaarheid van gesteente.
Door dit onderzoek is gebleken dat de aarde 3 lagen heeft.
1. Aardkern: Bestaande uit materialen die zorgen voor een tempratuur van 5000 oC
maar omdat de druk vele malen hoger is dan de buitenlaag is de aardkern vast
materiaal.
2. Aardmantel: Door de hitte van de aardkern wordt het gesteente verward, om
deze warmte kwijt te kunnen komt het materiaal in de aardmantel in beweging.
Deze beweging is heel traag omdat het gesteente vast is. Ondanks de hoge
tempratuur is het gesteente niet gesmolten door de hoge druk. Deze beweging
worden convectiestromen genoemd, deze bewegen richting de aardkorst en
weer terug.
Op 100 - 200 km bevind een laag die gesmolten is dit noemen we de
asthenosfeer, al het vaste gesteente hierboven noemen we de lithosfeer
inclusief de aardkorst.
3. Aardkorst: Licht gesteente dat drijft op de aardmantel.
Er zijn 2 soorten aardkorst de oceanische korst is gemiddeld 8km en de
continentale is gemiddeld 40km dik. Oceanische korst ligt zo’n 4 kilometer lager
dan de continentale, dit komt omdat basalt waaruit de oceanische korst is
opgebouwd veel zwaarder is dan graniet waaruit de continentale korst is
opgebouwd.
platentektoniek
De aardkorst bestaat uit platen de meeste van deze platen bestaan uit zowel
continentale als oceanische korst. Deze platen bewegen en omdat ze zo precies op
elkaar passen heeft elke beweging effect op andere platen. Er worden 3 types
bewegingen onderscheiden:
▪ Convergente plaatgrenzen: platen botsen tegen elkaar.
Als een oceaanbots op een stuk continent dan duikt het continent onder de
zwaardere oceaanbodem de asthenosfeer in dit noem je subductie. Ook bij 2
oceaan bodemen kan subductie ontstaan omdat een plaat ouder en dus
zwaarder kan zijn.
De opbouw van de aarde
Omdat het lastig is dieper dan 10 km in de aarde te boren worden de trillingen die bij elke
aardbeving vrij komen geanalyseerd omdat deze trillingen worden beïnvloed door
verschillende aspecten zoals de tempratuur, dichtheid en vloeibaarheid van gesteente.
Door dit onderzoek is gebleken dat de aarde 3 lagen heeft.
1. Aardkern: Bestaande uit materialen die zorgen voor een tempratuur van 5000 oC
maar omdat de druk vele malen hoger is dan de buitenlaag is de aardkern vast
materiaal.
2. Aardmantel: Door de hitte van de aardkern wordt het gesteente verward, om
deze warmte kwijt te kunnen komt het materiaal in de aardmantel in beweging.
Deze beweging is heel traag omdat het gesteente vast is. Ondanks de hoge
tempratuur is het gesteente niet gesmolten door de hoge druk. Deze beweging
worden convectiestromen genoemd, deze bewegen richting de aardkorst en
weer terug.
Op 100 - 200 km bevind een laag die gesmolten is dit noemen we de
asthenosfeer, al het vaste gesteente hierboven noemen we de lithosfeer
inclusief de aardkorst.
3. Aardkorst: Licht gesteente dat drijft op de aardmantel.
Er zijn 2 soorten aardkorst de oceanische korst is gemiddeld 8km en de
continentale is gemiddeld 40km dik. Oceanische korst ligt zo’n 4 kilometer lager
dan de continentale, dit komt omdat basalt waaruit de oceanische korst is
opgebouwd veel zwaarder is dan graniet waaruit de continentale korst is
opgebouwd.
platentektoniek
De aardkorst bestaat uit platen de meeste van deze platen bestaan uit zowel
continentale als oceanische korst. Deze platen bewegen en omdat ze zo precies op
elkaar passen heeft elke beweging effect op andere platen. Er worden 3 types
bewegingen onderscheiden:
▪ Convergente plaatgrenzen: platen botsen tegen elkaar.
Als een oceaanbots op een stuk continent dan duikt het continent onder de
zwaardere oceaanbodem de asthenosfeer in dit noem je subductie. Ook bij 2
oceaan bodemen kan subductie ontstaan omdat een plaat ouder en dus
zwaarder kan zijn.