Examen: ethiek:
HCO 1: inleiding ethiek gezondheidszorg
Leerdoelen:
op kennisniveau:
Ø de definitie en de verschillende begrippen die met de discipline
‘ethiek’ verbonden zijn toelichten: het begrip 'ethiek', beschrijvende
en normatieve component, morele intuïtie, contrastervaring,
controverse ervaring, ervaringskennis, link tussen waarden-normen-
wetten, ethische vrijheid en verantwoordelijkheid, analyse van een
handeling, ethisch dilemma.
Ø de relatie ethiek, deontologie en wetgeving uitleggen.
Ø omschrijven waarom het belangrijk is binnen de gezondheidszorg
vanuit ethisch perspectief naar het handelen te kijken.
Op het niveau van vaardigheden: voorbeelden van ethische dilemma’s
mbt tot levensbeschouwing, zowel binnen de gezondheidszorg als in het
persoonlijke leven te herkennen en te benoemen.
Ethiek: algemene inleiding:
HANDELEN van mensen tegenover:
u mensen (we helpen mensen, praten met mensen…)
u dieren (we verzorgen dieren, geven hun eten en drinken…)
u Milieu (de natuur beschermen…)
Waarom doen we dit? Wat is het doel van ons handelen? Wat willen we
bereiken door wat we doen?
u We handelen om een GOED LEVEN te hebben
u We willen GELUKKIG zijn
Hoe? Literatuur
Ethiek-moraal: etymologie
u Ethiek Grieks: ethos: zeden/gewoonten
u Moraal Latijn: mos/mores: gewoonten, zeden
u Zedenleer: gebruikt in niet-confessionele (= niet religieuze) context
, Ethiek= tak binnen de filosofie, Praktische
filosofie
Verschillende analyse niveaus
macro niveau:
Niveau van de samenleving
hoger abstractie niveau
onderzoek naar waardevol en niet waardevol handelen (wat we als
goed en slecht beschouwen)
Niveau van cultuur en levensbeschouwing.
meso niveau:
Organisaties en beleid:
waardenkeuzes worden gemaakt
micro niveau:
van mens tot mens
de individuele interacties
het al dan niet waardevol zijn van handelingen.
Praxis van ‘wat is het goede handelen?’
- Analyseren van onze handelingen zonder waardeoordeel
- Geven van een waardeoordeel aan onze handelen
HCO 1: inleiding ethiek gezondheidszorg
Leerdoelen:
op kennisniveau:
Ø de definitie en de verschillende begrippen die met de discipline
‘ethiek’ verbonden zijn toelichten: het begrip 'ethiek', beschrijvende
en normatieve component, morele intuïtie, contrastervaring,
controverse ervaring, ervaringskennis, link tussen waarden-normen-
wetten, ethische vrijheid en verantwoordelijkheid, analyse van een
handeling, ethisch dilemma.
Ø de relatie ethiek, deontologie en wetgeving uitleggen.
Ø omschrijven waarom het belangrijk is binnen de gezondheidszorg
vanuit ethisch perspectief naar het handelen te kijken.
Op het niveau van vaardigheden: voorbeelden van ethische dilemma’s
mbt tot levensbeschouwing, zowel binnen de gezondheidszorg als in het
persoonlijke leven te herkennen en te benoemen.
Ethiek: algemene inleiding:
HANDELEN van mensen tegenover:
u mensen (we helpen mensen, praten met mensen…)
u dieren (we verzorgen dieren, geven hun eten en drinken…)
u Milieu (de natuur beschermen…)
Waarom doen we dit? Wat is het doel van ons handelen? Wat willen we
bereiken door wat we doen?
u We handelen om een GOED LEVEN te hebben
u We willen GELUKKIG zijn
Hoe? Literatuur
Ethiek-moraal: etymologie
u Ethiek Grieks: ethos: zeden/gewoonten
u Moraal Latijn: mos/mores: gewoonten, zeden
u Zedenleer: gebruikt in niet-confessionele (= niet religieuze) context
, Ethiek= tak binnen de filosofie, Praktische
filosofie
Verschillende analyse niveaus
macro niveau:
Niveau van de samenleving
hoger abstractie niveau
onderzoek naar waardevol en niet waardevol handelen (wat we als
goed en slecht beschouwen)
Niveau van cultuur en levensbeschouwing.
meso niveau:
Organisaties en beleid:
waardenkeuzes worden gemaakt
micro niveau:
van mens tot mens
de individuele interacties
het al dan niet waardevol zijn van handelingen.
Praxis van ‘wat is het goede handelen?’
- Analyseren van onze handelingen zonder waardeoordeel
- Geven van een waardeoordeel aan onze handelen