WAT IS INTELLIGENTIE?
1 INTELLIGENTIE IN DE NAÏEVE PSYCHOLOGISCHE THEORIE
NAÏEVE PSYCHOLOGISCHE THEORIE:
- Volksmond: “gezond verstand”-theorie
- Gaat over hoe mensen in het dagelijks leven intelligentie begrijpen
- Verschillende opvattingen over intelligentie bestaan binnen de maatschappij
ONDERZOEK STERNBERG (1981):
- Onderzocht hoe “leken” intelligentie zien en vergeleek dit met de mening van
experten
1.1 STANDPUNTEN MET BETREKKING TOT INTELLIGENTIE
VERSCHILLENDE (SOMS TEGENSTRIJDIGE) OPVATTINGEN:
- Intelligentie is stabiel en blijft gedurende het hele leven ongeveer constant.
- Intelligentie is een voordeel in het dagelijkse leven; het helpt je om slimme
oplossingen voor allerlei problemen te vinden.
- Intelligentie staat los van cultuur en opvoeding en kun je dus cultuurvrij meten.
- Intelligentie is een belangrijke voorwaarde voor maatschappelijk succes.
- Intelligentie is aan te leren en met behulp van systematische programma's of met
slimme trucjes te verbeteren.
- Zeer intelligente mensen zijn wereldvreemd, onhandig en nauwelijks in staat zich
alleen te redden op straat en in de maatschappij.
- Intelligentie is altijd een product van ervaring, opvoeding en beïnvloeding en is
dus per definitie cultuurgebonden.
- Veel belangrijker dan intelligentie is ambitie, een sympathiek karakter, een
aantrekkelijk uiterlijk of het hebben van relaties en netwerken.
1.2 INTUÏTIEVE MENSENKENNIS
VERSCHIL TUSSEN PSYCHOLOGEN EN LEKEN:
- Psychologen -> theoretische verklaringen voor menselijk gedrag
- Leken -> intuïtieve mensenkennis, gebaseerd op alledaagse ervaringen
- Beide kijken naar dezelfde problemen, maar vanuit andere invalshoek
- Psychologie trekt daarom veel interesse van leken
INTELLIGENTIE IN DE VOLKSMOND:
- Slim
- Snel van begrip
- Goed problemen kunnen oplossen/doorgronden
- Pienter
- Knap
- Kennis en inzicht
- Snel iets doorhebben
1.3 WAT DENKT EEN LEEK OVER INTELLIGENTIE (ONDERZOEK STERNBERG)?
,ONDERZOEK STERNBERG (1981):
- Onderzocht hoe leken intelligentie zien en vergeleek dit met experten
- Leken = mensen zonder psychologische opleiding
- Gegevens verzameld via interviews en enquêtes
- Gebruik van indirecte benadering (geen directe definitie gevraagd aan leken)
Belangrijke bevindingen:
- Impliciete theorie over intelligentie -> leken hebben een eigen idee over
intelligentie
- Inschatting van intelligentie bij anderen correleert sterk met
intelligentietestresultaten (vooral bij bekenden)
- Leken hebben een breder en diffuser beeld van intelligentie dan
wetenschappers
Ze nemen ook alledaags functioneren mee in hun beoordeling
Ze hanteren een common sense-idee van intelligentie
Verschillen tussen leken en wetenschappers:
Leken:
- Focus op alledaags functioneren (problemen oplossen, plannen, organiseren)
- Breder begrip van intelligentie
Wetenschap:
- Nauwere definitie van intelligentie
1.4 TAAK VAN DE PSYCHOLOGIE ALS WETENSCHAP
BELANG VAN AFBAKENEN VAN HET BEGRIP ‘INTELLIGENTIE’:
- Verwarring en uiteenlopende opvattingen over intelligentie
- Psychologie moet het begrip ‘intelligentie’ systematisch en wetenschappelijk
afbakenen
Het is nodig om een eenduidige en zuivere definitie te formuleren en
meetbaar te maken.
WETENSCHAPPELIJKE AANPAK:
- Wetenschappelijk onderzoek nodig om verschillende opvattingen over intelligentie
duidelijk te maken
- Wetenschappelijke opvattingen moeten neutraal blijven en geen persoonlijke
oordelen bevatten
- Veel verschillen in opvattingen komen door onduidelijke definities van
intelligentie
- Door goed onderzoek kunnen twijfels worden opgelost
VERSCHILLEN WETENSCHAPPELIJKE PSYCHOLOGIE EN NAÏEVE PSYCHOLOGIE:
Wetenschappelijke psychologie:
- Werkt met zo zuiver mogelijk gedefinieerde en meetbare concepten
- Theorieën, hypothesen en verwachtingen over psychologische verschijnselen
worden getoetst
2 INTELLIGENTIE: WETENSCHAPPELIJKE AFBAKENING VAN HET BEGRIP
2.1 ACADEMISCHE INTELLIGENTIE
INTELLIGENTIE IN ALLEDAAGS GEBRUIK:
, Er zijn veel verschillende ideeën over wat intelligentie is in dagelijks taalgebruik.
Van Dale:
- Intellect = geheel van verstandelijke vermogens van de mens
- Intelligent = vlug van begrip, verstandig
BEPERKING VAN HET BEGRIP INTELLIGENTIE:
- Wetenschappers beperken het begrip intelligentie tot "academische
intelligentie"
- Academische intelligentie verwijst naar prestaties bij schoolse taken (taken
met vast doel, structuur en onderdelen)
Verschilt van sociale of praktische intelligentie (veel breder)
2.2 INTELLIGENTIE: DAT WAT DE TEST MEET (DEFINITIE VAN BORING)
DEFINITIE VAN BORING (1923): “Intelligentie is dat wat de test meet.”
- Circulair: termen “intelligentie” en “test” verklaren elkaar, maar geven geen
echte uitleg
- Probleem: definitie biedt geen duidelijk begrip van wat een test precies meet
Zorgt voor onduidelijkheid over wat intelligentie en intelligentietests
eigenlijk inhouden
Kritiek op definitie:
- Definitie heeft meer kwaad dan goed gedaan
- Intelligentietests zijn niet perfect: resultaten verschillen tussen tests en zijn
niet altijd betrouwbaar of valide
- Definitie werd als verward ervaren en bood geen echte antwoorden
Sternberg’s kritiek (1990):
- Sternberg vond de definitie te beperkt en stelde dat er meer criteria nodig zijn
om te bepalen of een test echt een intelligentietest is.
Boring zelf:
- Boring erkende dat zijn eigen definitie beperkt was en dacht dat er pas een
bredere definitie zou komen als de wetenschap verder gevorderd was.
2.3 WETENSCHAPPELIJKE DEFINITIES
CONGRES OVER INTELLIGENTIE (1921): 14 experts gaven definitie van
intelligentie
- Geen consensus, maar een blijvende discussie
Definities (niet vanbuiten kennen):
- Thorndike: “De capaciteit om responsen te geven die stroken met de waarheid
en de feiten.”
- Pintner: “De capaciteit om zich aan te passen aan relatief nieuwe situaties.”
- Terman: “De capaciteit om zich op abstract denken te baseren.”
- Deareborn: “De capaciteit om te leren en profijt te halen uit wat men leert”
- Baron: “Onder intelligentie wordt verstaan: het geheel van vermogens dat ervoor
zorgt dat mensen succesvol zijn in het bereiken van hun eigen, rationeel gekozen
doelen.”
- Das: “Intelligentie is de totaliteit van alle cognitieve processen, waaronder
planning, informatieverwerking en aandacht.”
1 INTELLIGENTIE IN DE NAÏEVE PSYCHOLOGISCHE THEORIE
NAÏEVE PSYCHOLOGISCHE THEORIE:
- Volksmond: “gezond verstand”-theorie
- Gaat over hoe mensen in het dagelijks leven intelligentie begrijpen
- Verschillende opvattingen over intelligentie bestaan binnen de maatschappij
ONDERZOEK STERNBERG (1981):
- Onderzocht hoe “leken” intelligentie zien en vergeleek dit met de mening van
experten
1.1 STANDPUNTEN MET BETREKKING TOT INTELLIGENTIE
VERSCHILLENDE (SOMS TEGENSTRIJDIGE) OPVATTINGEN:
- Intelligentie is stabiel en blijft gedurende het hele leven ongeveer constant.
- Intelligentie is een voordeel in het dagelijkse leven; het helpt je om slimme
oplossingen voor allerlei problemen te vinden.
- Intelligentie staat los van cultuur en opvoeding en kun je dus cultuurvrij meten.
- Intelligentie is een belangrijke voorwaarde voor maatschappelijk succes.
- Intelligentie is aan te leren en met behulp van systematische programma's of met
slimme trucjes te verbeteren.
- Zeer intelligente mensen zijn wereldvreemd, onhandig en nauwelijks in staat zich
alleen te redden op straat en in de maatschappij.
- Intelligentie is altijd een product van ervaring, opvoeding en beïnvloeding en is
dus per definitie cultuurgebonden.
- Veel belangrijker dan intelligentie is ambitie, een sympathiek karakter, een
aantrekkelijk uiterlijk of het hebben van relaties en netwerken.
1.2 INTUÏTIEVE MENSENKENNIS
VERSCHIL TUSSEN PSYCHOLOGEN EN LEKEN:
- Psychologen -> theoretische verklaringen voor menselijk gedrag
- Leken -> intuïtieve mensenkennis, gebaseerd op alledaagse ervaringen
- Beide kijken naar dezelfde problemen, maar vanuit andere invalshoek
- Psychologie trekt daarom veel interesse van leken
INTELLIGENTIE IN DE VOLKSMOND:
- Slim
- Snel van begrip
- Goed problemen kunnen oplossen/doorgronden
- Pienter
- Knap
- Kennis en inzicht
- Snel iets doorhebben
1.3 WAT DENKT EEN LEEK OVER INTELLIGENTIE (ONDERZOEK STERNBERG)?
,ONDERZOEK STERNBERG (1981):
- Onderzocht hoe leken intelligentie zien en vergeleek dit met experten
- Leken = mensen zonder psychologische opleiding
- Gegevens verzameld via interviews en enquêtes
- Gebruik van indirecte benadering (geen directe definitie gevraagd aan leken)
Belangrijke bevindingen:
- Impliciete theorie over intelligentie -> leken hebben een eigen idee over
intelligentie
- Inschatting van intelligentie bij anderen correleert sterk met
intelligentietestresultaten (vooral bij bekenden)
- Leken hebben een breder en diffuser beeld van intelligentie dan
wetenschappers
Ze nemen ook alledaags functioneren mee in hun beoordeling
Ze hanteren een common sense-idee van intelligentie
Verschillen tussen leken en wetenschappers:
Leken:
- Focus op alledaags functioneren (problemen oplossen, plannen, organiseren)
- Breder begrip van intelligentie
Wetenschap:
- Nauwere definitie van intelligentie
1.4 TAAK VAN DE PSYCHOLOGIE ALS WETENSCHAP
BELANG VAN AFBAKENEN VAN HET BEGRIP ‘INTELLIGENTIE’:
- Verwarring en uiteenlopende opvattingen over intelligentie
- Psychologie moet het begrip ‘intelligentie’ systematisch en wetenschappelijk
afbakenen
Het is nodig om een eenduidige en zuivere definitie te formuleren en
meetbaar te maken.
WETENSCHAPPELIJKE AANPAK:
- Wetenschappelijk onderzoek nodig om verschillende opvattingen over intelligentie
duidelijk te maken
- Wetenschappelijke opvattingen moeten neutraal blijven en geen persoonlijke
oordelen bevatten
- Veel verschillen in opvattingen komen door onduidelijke definities van
intelligentie
- Door goed onderzoek kunnen twijfels worden opgelost
VERSCHILLEN WETENSCHAPPELIJKE PSYCHOLOGIE EN NAÏEVE PSYCHOLOGIE:
Wetenschappelijke psychologie:
- Werkt met zo zuiver mogelijk gedefinieerde en meetbare concepten
- Theorieën, hypothesen en verwachtingen over psychologische verschijnselen
worden getoetst
2 INTELLIGENTIE: WETENSCHAPPELIJKE AFBAKENING VAN HET BEGRIP
2.1 ACADEMISCHE INTELLIGENTIE
INTELLIGENTIE IN ALLEDAAGS GEBRUIK:
, Er zijn veel verschillende ideeën over wat intelligentie is in dagelijks taalgebruik.
Van Dale:
- Intellect = geheel van verstandelijke vermogens van de mens
- Intelligent = vlug van begrip, verstandig
BEPERKING VAN HET BEGRIP INTELLIGENTIE:
- Wetenschappers beperken het begrip intelligentie tot "academische
intelligentie"
- Academische intelligentie verwijst naar prestaties bij schoolse taken (taken
met vast doel, structuur en onderdelen)
Verschilt van sociale of praktische intelligentie (veel breder)
2.2 INTELLIGENTIE: DAT WAT DE TEST MEET (DEFINITIE VAN BORING)
DEFINITIE VAN BORING (1923): “Intelligentie is dat wat de test meet.”
- Circulair: termen “intelligentie” en “test” verklaren elkaar, maar geven geen
echte uitleg
- Probleem: definitie biedt geen duidelijk begrip van wat een test precies meet
Zorgt voor onduidelijkheid over wat intelligentie en intelligentietests
eigenlijk inhouden
Kritiek op definitie:
- Definitie heeft meer kwaad dan goed gedaan
- Intelligentietests zijn niet perfect: resultaten verschillen tussen tests en zijn
niet altijd betrouwbaar of valide
- Definitie werd als verward ervaren en bood geen echte antwoorden
Sternberg’s kritiek (1990):
- Sternberg vond de definitie te beperkt en stelde dat er meer criteria nodig zijn
om te bepalen of een test echt een intelligentietest is.
Boring zelf:
- Boring erkende dat zijn eigen definitie beperkt was en dacht dat er pas een
bredere definitie zou komen als de wetenschap verder gevorderd was.
2.3 WETENSCHAPPELIJKE DEFINITIES
CONGRES OVER INTELLIGENTIE (1921): 14 experts gaven definitie van
intelligentie
- Geen consensus, maar een blijvende discussie
Definities (niet vanbuiten kennen):
- Thorndike: “De capaciteit om responsen te geven die stroken met de waarheid
en de feiten.”
- Pintner: “De capaciteit om zich aan te passen aan relatief nieuwe situaties.”
- Terman: “De capaciteit om zich op abstract denken te baseren.”
- Deareborn: “De capaciteit om te leren en profijt te halen uit wat men leert”
- Baron: “Onder intelligentie wordt verstaan: het geheel van vermogens dat ervoor
zorgt dat mensen succesvol zijn in het bereiken van hun eigen, rationeel gekozen
doelen.”
- Das: “Intelligentie is de totaliteit van alle cognitieve processen, waaronder
planning, informatieverwerking en aandacht.”