Casus 9: De gebroken ellenboog
1. Wat is de structuur van een bot?
Botten zijn zeer sterk en licht van gewicht. Dit komt doordat een bot geen massief geheel is en
bestaat uit verschillende onderdelen. Het bot bestaat uit botweefsel en beenmerg. Het botweefsel
kan (macroscopisch) worden onderverdeeld in compact/corticaal botweefsel en
spongieus/trabeculair botweefsel, en (microscopisch) in gevlochten en laminair weefsel. De
buitenlaag van het bot bestaat uit compact weefsel, met daaromheen een bekleding dat men
beenvlies noemt. Het beenvlies (periost) is voorzien van zenuwen, bloedvaten en lymfevaten. De
bloedvaten in het beenvlies kunnen het bot bijvoorbeeld voorzien van voedingsstoffen. Ook zorgt het
beenvlies voor een snel herstel van het bot na een botbreuk. In de binnenkant van een bot zit het
spongieus weefsel. De sponsachtige structuur geeft ruimte aan het beenmerg en geeft stevigheid aan
het bot. Naast het spongieus botweefsel zit aan de binnenkant van de botten ook het zogenaamde
beenmerg. Dit beenmerg is verantwoordelijk voor de productie van rode bloedcellen en herbergt
bovendien de stamcellen. Het botweefsel bestaat uit botmatrix en botcellen.
Botmatrix (osteoïd): bestaat uit organische en anorganische componenten. De organische
componenten zijnde eiwitten en type I collageen, welke zorgen voor trekkracht. Het anorganische
component is hydroxyapatiet Ca₁₀(PO₄)₆(OH)₂ en bestaat uit calcium en fosfaat kristallen. Dit geeft
het bot de stroeve kracht en dichtheid.
Botcellen: de verschillende cellen die voorkomen in het botweefsel zijn:
- Osteoprogenitorcellen (preosteoblasten): stamcellen die kunnen differentiëren in de andere,
verschillende soorten botcellen onder de invloed van groeifactor.
- Osteoblasten: zorgen voor de opbouw van botweefsel. Deze cellen produceren type I collageen
en eiwitten (osteocalcin en osteopontin) nodig voor de botmatrix. Ook produceren zij alkalische
fosfatase, een enzym dat verantwoordelijk is voor de aanmaak van hydroxyapatiet.
Osteoblasten volgroeien in osteocyten.
- Osteocyten: bevinden zich in lacunae, extracellulaire stof, Ze vormen uitsteeksels genaamd
canaliculi met elkaar, waardoor er d.m.v. diffusie voedings- en signaalstoffen kunnen worden
doorgegeven.
- Osteoclasten: verantwoordelijk voor de afbraak van botweefsel. Ze produceren een enzym
genaamd tartraat-resistent zuur fosfatase, dat hier voor zorgt.
, Blok 1: Groei en Ontwikkeling
Soorten beenderen
Pijpbeenderen
Deze beenderen geven steun en maken beweging mogelijk. Ze bestaan uit
een diafyse en epifysen, van elkaar gescheiden door groeischijven. Deze
verbenen als de groei is afgerond. De pijpbeenderen zijn omgeven door
periost. Voorbeelden:
- Opperarmbeen (Humerus)
- Ellepijp (Ulna)
- Spaakbeen (Radius)
- Dijbeen (Femur)
- Scheenbeen (Tibia)
- Kuitbeen (Fibula)
Platte beenderen
Deze beenderen beschermen de kwetsbare organen. Ze hebben een relatief
dunne buitenlaag van compact en spongieus bot. Ze worden omsloten door
periost. De schedelbeenderen vormen
hierop een uitzondering, zij worden
omgeven door dura mater. Voorbeelden:
- Borstbeen (sternum)
- Ribben
- Schouderblad (scapula)
- Meeste schedelbeenderen
Korte beenderen
Deze beenderen beschermen de kwetsbare
organen. Ze hebben een relatief dunne
buitenlaag van compact en spongieus bot. Ze worden omsloten door
periost. Voorbeelden:
- Vingerkootjes (falangen)
- Middenhandsbeentjes (carpussen)
- Teenkootjes (falangen)
- Middenvoetsbeentjes (metatarsussen)
Onregelmatige beenderen
Deze beenderen beschermen de kwetsbare organen.
Ze hebben een relatief dunne buitenlaag van compact
en spongieus bot. Ze worden omsloten door periost.
Voorbeelden:
- Wervels
- Sommige schedelbeenderen
Sesambeenderen
Botten die zich bevinden in het verlengde van een pees. Ze
hebben een relatief dunne buitenlaag van compact en
spongieus bot. Ze worden omsloten door periost. Voorbeeld:
- Knieschijf (patella)