SAMENVATTING ETHIEK AJ 2024-
2025
INLEIDING
WAT IS ETHIEK?
Def van ethiek: Met ethiek neem je op een rationele wijze een houding
aan tegenover een moreel probleem.
1. Moreel probleem
- Elk moreel probleem is een normatief probleem, maar niet omgekeerd
- Morele problemen hebben te maken met het (niet) mogen en het (niet)
moeten
- Voorbeelden van morele problemen:
o Goede kennis zit in geldproblemen en vraagt om geld te lenen: mag ik
dat weigeren? Moet ik daarop ingaan? Hoe pak ik dit aan?
o Dove ouders kiezen via embryoselectie ervoor om een doof kind te
hebben, is dit oke?
- Moreel probleem zorgt voor enige spanning: het is geen vrijblijvend
probleem, er wordt van jou een mening verwacht. Ze zetten aan tot
nadenken en kruipen onder je huid.
- Veel polarisatie: iedereen heeft verschillende meningen en denkt van zn
eigen mening dat het de jusite is (≠ wetenschappen met consensus)
2. Houding
- Een houding aannemen is een methode om met dat morele probleem om
te gaan
- Soorten houdingen:
o Oplossing voor het probleem bieden
o Nieuw probleem zien
o Zinvolle reflectie over het probleem bieden, zien waarom er over de
zaak controversen bestaan (zonder oplossing te bieden)
o Argumentatie beiden die aantoont dat er helemaal geen probleem is
, - Het belangrijkste is dat je die houding kunt motiveren adhv rationele
argumenten en reflexies. Het is veel makkelijker om te zeggen wat niet-
ethisch is dan wat wel ethisch is.
3. Rationele wijze
Er zijn drie niet-rationele houdingen: geloof – wil van god, emoties –
instincten – intuïties, feitelijke toestand
Geloof – wil van god
Ethiek ≠ religie: het is beter om die disciplines goed uit elkaar te houden dan ze
te vermengen. Plato formuleerde deze onderscheiding al in zijn Dilemma van
Euthyphro
Euthyphro is het beu dat zijn vader die een schurk is weeral eens een slaaf
heeft mishandeld die daaraan is overleden. Hij kan zich niet meer inhouden
tov zijn vader. Hij gaat naar de rechter om zijn vader aan te geven, maar
komt onderweg Socrates tegen. Socrates vraagt aan hem waarom hij zo
tegen het mishandelen van zijn vader is. Euthyphro antwoordt dat hetgeen
wat zijn vader doet in strijd is met de wil van de goden. Socrates vraagt
hierna hoe Euth zo zeker is dat dit in strijd is met de wil van de goden, hoe
hij kan weten wat de wil van de goden is. Hij antwoordt door te zeggen dat
het toch niet anders kan dat de goden deze wrede daden afkeuren, want ze
zijn tegen onrechtvaardigheid en het gedrag vna zijn vader is
onrechtvaardig. Socrates vraagt zich dan af waarom het nodig is om de
Alles wat je uitdrukt met religieuze
argumenten kan je evengoed
beschrijven met wat je ziet als
rechtvaardigheid, zonder dat je die
theologische zaken nodig hebt.
Emoties – instincten – intuïties
Je moet zo weinig mogelijk gebruik maken van emoties, instincten en intuïties.
Heel veel van ons moreel gedrag wordt door onze emoties aangestuurd, maar
binnen de ethische betekenis zijn emoties niet altijd even goed.
Voorbeeld: politie heeft het te druk met zware
criminaliteit, en zegt tegen man die bestolen
wordt dat hij het zelf maar meot oplossen. Hij
stript hem en deelt mee aan de gemeenschap
dat de man aan de paal een niet te betrouwen
persoon is. Ergens is dit een daad van
altruïsme, want hij neemt een risico om de
gemeenschap te beschermen. Maar ook is dit
2
,ethisch niet verantwoord, aangezien we hebben afgesproken dat eigenrichting
niet kan en deze vorm van morele emotionaliteit niet positief is.
Feitelijke toestand vs normatief oordeel
Het is heel belangrijk om een onderscheid te maken tussen feiten en normen.
Indien je deze twee gaat vermengen, bega je de naturalistische drogreden: je
stapt over van zijn naar moeten: de wereld van het zijn (ethiek) moet je
gescheiden houden van de wereld van het moeten.
Voorbeelden van het overstappen van een feitelijke toestand naar normatief
oordeel (= naturalistische drogreden)
- Iets wat behoort tot de oorspronkelijke natuur is daarom automatisch
‘goed’, dus het is gezond en goed (niet zo: bv. Asbest)
- Je kan een bepaald iets vies, weerzinwekkend vinden (bv. Seksueel
contact tussen twee mannen), maar daarom is het niet selcht of moreel
verwerpelijk
Rationele houdingen zijn moeilijker te aanvaarden. Voor bepaalde situaties is
het heel moeilijk om rationele argumenten te vinden.
Voorbeeld: Een echtpaar dat biologisch verwant is aan elkaar. Man wordt om de
leeftijd van drie jaar weggehaald uit de gewelddadige zin, de vrouw (zijn zus)
mag er blijven. Als hij de leeftijd van 20 jaar bereikt mag hij terug komen
inwonen in zijn biologische gezin. Hij wordt verliefd op zijn biologische zus en ze
hebben vier kinderen, waarvan drie met een mentale handicap. De man heeft
twee jaar in de cel gezeten, omdat incest in Duitsland strafbaar is. In BE is enkel
huwelijk met verwanten verboden.
Rationele argumenten:
3
, - Wederzijdse toestemming
- Meerderjarige volwassenen
- Genetische risico geen punt bij niet-verwante koppels
- Wat met verwante koppels die geen kinderen willen of zich laten
steriliseren?
Irrationele argumenten:
- Incest voelt vies aan
- Vrijwel overal ter wereld is incest taboe
WAAROM ETHIEK?
Waarom volstaan de morele vermogens (die we nu al bezitten) niet?
De morele vermogens zijn (pijn)empathie, fairness en andere vermogens.
1. Pijnempathie = als je iemand pijn ziet lijden doet dat ook iets met jou
- Ontwikkelingsmodel van Martin Hoffman: toont aan het empathisch
vermogen van kinderen aan per leeftijdscategorie
- Global distress = vorm van emotionele besmetting: als pasgeboren kind
neem je reest emoties over die met ellende te maken hebben en ervaar je
die emoties alsof je zelf pijn hebt. Bv. Reactive crying: als er een baby
begint te huilen zal een andere baby in de buurt ook beginnen huilen.
- Egocentrische empathie = als een ander kind valt of pijn heeft, ervaart het
dat ook, en zal het vluchten en zich verwijderen van de haard van de pijn
- Quasi-egocentrische empathie (!) = men vlucht niet meer weg van de pijn,
maar gaat helpen (zeer grote stap!) = hulpreflex
- Waarachtige empathie = je gaat helpen met een middel dat niet enkel zou
helpen voor jezelf, maar overeenkomt met wat het kind met pijn wil (zal
niet meer eigen knuffel of eigen moeder halen om te helpen, maar de
knuffel of de moeder van het kind met pijn)
4
, - Theory of Mind: kind kan een
onderscheid maken tussen hetgeen wat
het zelf denkt en hetgeen wat de andere
persoon denkt. Het houdt rekening met
het feit dat wat het zelf denkt of
meemaakt niet perse overeenkomt met
wat een ander denkt. Dit begint vanaf
de leeftijd van vier jaar.
- Sally & Anne test: vanaf vier jaar zullen
kinderen kunnen zeggen dat Sally in de
mand zal kijken, ookal weten ze dat de
bal in de doos zit.
- Verdere ontwikkeling = je kan je ook inleven in andere emoties zoals
vreugde, jaloezie, …
2. Fairness
Zes vormen van rechtvaardigheid (fairness):
- Prosociaal vs altruïstisch
- neg ongelijkheidsaversie vs pos ongelijkheidsaversie
- Tweedepersoonsbestraffing vs derdepersoonsbestraffing
Zie ppt inleidende les voor prosociaal spel, ongelijkheidsspel en
ultimatumspel!!
3. Andere vermogens
Vanaf de leeftijd van vier jaar kan de mens een onderscheid tussen
morele en conventionele normovertredingen maken. Een kind van vier
jaar heeft al door wat louter een conventie is en welke regels morele regels
zijn. Ze weten dat je bij het breken van een conventie er hoogstens chaos zal
heersen, maar je daar niemand pijn mee doet (i.t.t. het breken van morele
regels).
5
, Vanaf de leeftijd van acht jaar kent een kind schuldbesef en
schuldgevoelens.
- Experiment: happy victimizer: er wordt een verhaal verteld aan een kind
over twee meisjes. Allebei hebben ze zin in een appel, maar ze mogen
deze niet opeten. Dan worden er twee foto’s getoond: een van Sofie die de
appel opeet en een van An die de appel niet opeet. Kinderen van vier jaar
zullen denken dat Sofie heeft wat ze wou hebben (de appel) en ze zich dus
goed zal voelen. Een kind van acht jaar zal beseffen dat Sofie een
schuldgevoel zal hebben door het overtreden van de regel
Morele walging komt tot de leeftijd van drie jaar eigenlijk niet voor, het is
vooral onder de invloed van ouderlijke instructie dat een kind doorheeft wat
vies is en die emotie actief wordt. Deze ouderlijke instructie is zeer belangrijk:
kinderen die deze niet hebben, hebben geen walging voor die stoffen die wij
vies vinden.
- Het is vrij uitzonderlijk dat dieren iets zoals walging ervaren, ze zullen er
gewoon van weglopen zonder die expressieve reactie van weerzin die wij
hebben. Uitzondering: mensaap heeft wel walging voor uitwerpselen van
andere dieren: exocoprofagie.
- Vanaf zeven jaar zullen kinderen weerzin vertonen tov dingen die met
vieze dingen in contact gekomen zijn, zonder dat die zelf
noodzakelijkerwijze vies zijn = besmettingsweerzin
- Vanaf tien jaar (wel discussie of dat wel walging is) heeft men morele
weerzin: het is moeilijk om zuivere gevallen hiervan te vinden (die niets
te maken hebben met heel intens contact met iemand zoals geweld,
voedsel, seksualiteit)
Het is heel moeilijk om een voorbeeld van morele weerzin te vinden waar er
geen sprake is van seks, geweld of voedsel. Kun je walging hebben voor
iemand die op iemand opgelicht heeft zonder die persoon fysiek of seksueel
te misbruiken? Kan je morele walging hebben voor een witteboordcrimineel?
Dit is moeilijker. Vandaar dat meer en meer het vermoeden groeit dat die
morele walging ofwel samenvalt met gewone, zuivere seksuele walging, zoals
in het geval van incest aversie, of het is eerder een vorm van
verontwaardiging waarbij dat we onze verontwaardiging extra in de verf
zetten door termen te gebruiken die referen aan walging. Eigenlijk is het niet
echt walging, maar gewoon iets wat wij moreel niet kunnen vinden.
Onderzoek Lady Macbeth-effect:. Ze vroegen aan studenten om iets op te
schrijven waar ze spijt van hadden dat ze hadden gedaan. Hierna gaven ze
hen een beloning voor dit op te schrijven. Ze konden kiezen uit een hele
mooie pen of een stapel handdoeken en deodorants. De laatste optie werd
het meest gekozen.
à mensen hebben na een immorele daad de behoefte om zich te reinigen,
om hun geweten uit te wassen
à Bleek niet te kloppen, want kwam niet herhaaldelijk terug
6
,We zitten nog steeds met dezelfde uitgangsvraag: zolang we al deze morele
vermogens hebben, is ethiek dan wel nog nodig? Hiervoor is het belangrijk om
aan te kaarten dat ethiek en moraal verschillen van elkaar en morele vermogens
niet in elke situatie de juiste impact hebben:
- Ethiek is niet gelijk aan moraal:
Moraal heeft niets met taal of reflectie te maken, enkel met spontaan
gedrag. Ethiek is juist wel afstand nemen, kritisch reflecteren en zoeken
naar de juiste taal om te argumenteren
- Moraal is minder universeel dan gedacht:
Joseph Henrich deed het experiment van de Müller-Lyer-
illusie bij inheemse stammen, en zij zagen direct dat de
lijnen even lang waren. Dit deed hem denken dat
culturele achtergrond ook de moraal anders maakt.
WEIRD people (Western, Educated, Industrialised, Rich, Democratic)
hebben een bepaalde ontwikkelingsschaal en moraal die niet per se
overeenkomt met alle mensen in de wereld: Bv. ultimatumspel:
mensen uit inheemse stammen gaan meestal een onrechtvaardige
verdeling aanvaarden
Naarmate je meer geïntegreerd bent in een vrije markt economie, ga je
meer geneigd zijn om fair te verdelen. Hoe meer je zelf alles dat je eet
kweekt of jaagt, hoe meer je geneigd bent om oneerlijke verdelingen
toch te aanvaarden. Een echte verklaring heeft men heirvoor nog niet
gevonden.
Empathie komt overal voor, maar die fairness is enorm afhankelijk van
de cutluur waarin je leeft.
- Moraal is dikwijls niet moreel: zie ultimatumspel: Als een onfaire
verdeler tot je eigen gemeenschap behoort, ga je veel minder snel
reageren en deze verdeling bestraffen. Omgekeerd geldt dit ook: als een
onfaire verdeler tot een andere gemeenschap behoort, ga je veel sneller in
verzet treden. Je kan hiervan niet zeggen dat het heel onpartijdig is, dat
het ethisch acceptabel is.
- Hedendaagse samenleving heeft nood aan ethiek, niet aan
moraal:
- Onze morele vermogens staan zwijgend tegenover heel veel morele
problemen (bv. duurzaamheid, ecologische problemen, complexe
maatschappelijke problemen, …)
- Hiervoor kan je niet vertrouwen op de spontaan geevolueerde
morele vermogens, maar moet je kritisch kunnen nadenken om tot
een oplossing te kunnen komen
- Je moet andere, gekunstelde technieken gaan gebruiken om jouw
moreel oordeel te gaan verpakken in een taal die niet langer de
taal is van jouw emoties, maar van sterke argumenten => zie
motiveringsplicht
7
, Ook is het belangrijk te kijken naar de houding die we aannemen tov die
morele problemen: ELKE HOUDING WORDT LATER EEN HOOFDSTUK!
WAT ZIJN MORELE BEGINSELEN?
Niet-materiële goederen die we (intrinsiek) waarderen: zaken die we belangrijk
vinden niet omwille van iets anders, maar omwille van zichzelf. (Vandaar dat
men ook vaak spreekt over waarden)
Eindigen vaak op ‘heid’ of ‘teit (vrijheid, gelijkheid, waardigheid, legitimiteit)
maar niet altijd (transparantie, autonomie)
Onderscheiden van deugden (karakter) (bv. rechtvaardigheid: beginsel vs
rechtschapenheid: morele deugd): deugden hebben te maken met
karaktertrekken en zijn veel concreter dan morele beginselen
Zuiver eigenbelang is geen moreel principe (maar schaarste of
gelukmaximalisatie kunnen wel)
Vallen uiteen in vrijheden (vrijheid van opvoeden), rechten (recht op vrije
meningsuiting), plichten (onderhoudsplicht) die iets behouden van het
oorspronkelijke morele beginsel (privacy gaat terug op vrijheid)
8
,Onderscheid tussen domeinafhankelijke en domeinonafhankelijke morele
beginselen!
Deze zijn te kennen, sommigen hiervan zullen zelfstudie zijn uit het boek
WAT FUNDEERT MORELE BEGINSELEN?
Waar komen die beginselen vandaan? Waarop zijn ze gesteund? Wat is het
plateau waarop deze beginselen zijn gebouwd? Filosofen zijn hier enorm
verdeeld over, sommigen zeggen zelfs dat er geen enkele theorie overtuigend
genoeg is en morele beginselen dus geen fundament hebben.
Mensenrechtelijke verdragen:
Veel van deze beginselen hebben vertaling gekregen in allerlei grondrechten,
fundamentele rechten en mensenrechten en juridische afdwingbaarheid hebben
gekregen in allerlei grote verdraen (UVRM). Dit is wel niet altijd het geval: bv.
vrijheid wordt verondersteld en vindt je vaak niet letterlijk terug, gelijkheid
slechts in bepaalde vormen.
9
, Je blijft wel met de vraag waarop deze beginselen steunen. Je kan zeggen dat ze
steunen op het recht, maar dan is de volgende vraag waarop deze juridisch
verankerde rechten dan weer gebaseerd zijn. Hierna kom je in een soort vicieuze
cirkel, want de eticus verwijst naar de jurist, en de jurist verwijst naar de ethiek.
Goddelijk bevel – religieus fundament:
Werd veel gebruikt tot de 17e E. Het probleem hiermee is dat je gelovig moet zijn
om deze uitleg te kunnen gebruiken en je blijft altijd zitten met het Dilemma van
Eurhyphro (zie hoger).
Natuurrecht:
In de 17e E komt er een verwijdering van het theocratisch denken. De
(menselijke) natuur wordt de nieuwe manier om beginselen te funderen. Er
komen verschillende pogingen van van natuurrecht-denkers om uit te leggen
waarom bepaalde beginselen zo van belang zijn. Allemaal gaan ze akkoord dat
die beginselen tegemoet komen aan een fundamentele menselijke behoefte,
maar welke behoefte dat is verschilt:
- Thomas Hobbes: mensen hebben behoefte aan veiligheid je moet een
centrale autoriteit gehoorzamen in ruil voor veiligheid loyaliteit
- Montesqiueu: macht is een van de grote gevaren voor veiligheid ->
legitimiteit nodig tegen machtsmisbruik
- John Locke: mensen moeten eigenaar zijn over hun eigen lichaam,
goederen, gronden, … de menselijke integriteit is het belangrijkste
- Hoge de Groot: de mens moet een mens kunnen zijn en kan vernederd
worden tot een dier de waardigheid van de mens staat centraal
Je kan ook verder denken: waar heeft een mens behoefte aan?
- Heel wat natuurlijke behoeftes vragen om bescherming (sociaal contact,
seksuele partner, nageslacht, slaap, …)
- Moet er voor al deze behoe
- ftes een “natuurrecht” komen om deze te beschermen?
- Theorie nodig om fundamentele natuurrechten van minder fundamentele
te onderscheiden, zodat het natuurrecht niet te omvangrijk en vaag wordt.
Hier zit je weer met het probleem dat iedereen een andere theorie en
komt men niet echt tot een eensgezindheid.
- Elke theorie kampt met naturalistische drogreden: je mag niet
overstappen van een feitelijke toestand naar een normatief oordeel, maar
binnen het natuurrecht gebeurt dat altijd
10
2025
INLEIDING
WAT IS ETHIEK?
Def van ethiek: Met ethiek neem je op een rationele wijze een houding
aan tegenover een moreel probleem.
1. Moreel probleem
- Elk moreel probleem is een normatief probleem, maar niet omgekeerd
- Morele problemen hebben te maken met het (niet) mogen en het (niet)
moeten
- Voorbeelden van morele problemen:
o Goede kennis zit in geldproblemen en vraagt om geld te lenen: mag ik
dat weigeren? Moet ik daarop ingaan? Hoe pak ik dit aan?
o Dove ouders kiezen via embryoselectie ervoor om een doof kind te
hebben, is dit oke?
- Moreel probleem zorgt voor enige spanning: het is geen vrijblijvend
probleem, er wordt van jou een mening verwacht. Ze zetten aan tot
nadenken en kruipen onder je huid.
- Veel polarisatie: iedereen heeft verschillende meningen en denkt van zn
eigen mening dat het de jusite is (≠ wetenschappen met consensus)
2. Houding
- Een houding aannemen is een methode om met dat morele probleem om
te gaan
- Soorten houdingen:
o Oplossing voor het probleem bieden
o Nieuw probleem zien
o Zinvolle reflectie over het probleem bieden, zien waarom er over de
zaak controversen bestaan (zonder oplossing te bieden)
o Argumentatie beiden die aantoont dat er helemaal geen probleem is
, - Het belangrijkste is dat je die houding kunt motiveren adhv rationele
argumenten en reflexies. Het is veel makkelijker om te zeggen wat niet-
ethisch is dan wat wel ethisch is.
3. Rationele wijze
Er zijn drie niet-rationele houdingen: geloof – wil van god, emoties –
instincten – intuïties, feitelijke toestand
Geloof – wil van god
Ethiek ≠ religie: het is beter om die disciplines goed uit elkaar te houden dan ze
te vermengen. Plato formuleerde deze onderscheiding al in zijn Dilemma van
Euthyphro
Euthyphro is het beu dat zijn vader die een schurk is weeral eens een slaaf
heeft mishandeld die daaraan is overleden. Hij kan zich niet meer inhouden
tov zijn vader. Hij gaat naar de rechter om zijn vader aan te geven, maar
komt onderweg Socrates tegen. Socrates vraagt aan hem waarom hij zo
tegen het mishandelen van zijn vader is. Euthyphro antwoordt dat hetgeen
wat zijn vader doet in strijd is met de wil van de goden. Socrates vraagt
hierna hoe Euth zo zeker is dat dit in strijd is met de wil van de goden, hoe
hij kan weten wat de wil van de goden is. Hij antwoordt door te zeggen dat
het toch niet anders kan dat de goden deze wrede daden afkeuren, want ze
zijn tegen onrechtvaardigheid en het gedrag vna zijn vader is
onrechtvaardig. Socrates vraagt zich dan af waarom het nodig is om de
Alles wat je uitdrukt met religieuze
argumenten kan je evengoed
beschrijven met wat je ziet als
rechtvaardigheid, zonder dat je die
theologische zaken nodig hebt.
Emoties – instincten – intuïties
Je moet zo weinig mogelijk gebruik maken van emoties, instincten en intuïties.
Heel veel van ons moreel gedrag wordt door onze emoties aangestuurd, maar
binnen de ethische betekenis zijn emoties niet altijd even goed.
Voorbeeld: politie heeft het te druk met zware
criminaliteit, en zegt tegen man die bestolen
wordt dat hij het zelf maar meot oplossen. Hij
stript hem en deelt mee aan de gemeenschap
dat de man aan de paal een niet te betrouwen
persoon is. Ergens is dit een daad van
altruïsme, want hij neemt een risico om de
gemeenschap te beschermen. Maar ook is dit
2
,ethisch niet verantwoord, aangezien we hebben afgesproken dat eigenrichting
niet kan en deze vorm van morele emotionaliteit niet positief is.
Feitelijke toestand vs normatief oordeel
Het is heel belangrijk om een onderscheid te maken tussen feiten en normen.
Indien je deze twee gaat vermengen, bega je de naturalistische drogreden: je
stapt over van zijn naar moeten: de wereld van het zijn (ethiek) moet je
gescheiden houden van de wereld van het moeten.
Voorbeelden van het overstappen van een feitelijke toestand naar normatief
oordeel (= naturalistische drogreden)
- Iets wat behoort tot de oorspronkelijke natuur is daarom automatisch
‘goed’, dus het is gezond en goed (niet zo: bv. Asbest)
- Je kan een bepaald iets vies, weerzinwekkend vinden (bv. Seksueel
contact tussen twee mannen), maar daarom is het niet selcht of moreel
verwerpelijk
Rationele houdingen zijn moeilijker te aanvaarden. Voor bepaalde situaties is
het heel moeilijk om rationele argumenten te vinden.
Voorbeeld: Een echtpaar dat biologisch verwant is aan elkaar. Man wordt om de
leeftijd van drie jaar weggehaald uit de gewelddadige zin, de vrouw (zijn zus)
mag er blijven. Als hij de leeftijd van 20 jaar bereikt mag hij terug komen
inwonen in zijn biologische gezin. Hij wordt verliefd op zijn biologische zus en ze
hebben vier kinderen, waarvan drie met een mentale handicap. De man heeft
twee jaar in de cel gezeten, omdat incest in Duitsland strafbaar is. In BE is enkel
huwelijk met verwanten verboden.
Rationele argumenten:
3
, - Wederzijdse toestemming
- Meerderjarige volwassenen
- Genetische risico geen punt bij niet-verwante koppels
- Wat met verwante koppels die geen kinderen willen of zich laten
steriliseren?
Irrationele argumenten:
- Incest voelt vies aan
- Vrijwel overal ter wereld is incest taboe
WAAROM ETHIEK?
Waarom volstaan de morele vermogens (die we nu al bezitten) niet?
De morele vermogens zijn (pijn)empathie, fairness en andere vermogens.
1. Pijnempathie = als je iemand pijn ziet lijden doet dat ook iets met jou
- Ontwikkelingsmodel van Martin Hoffman: toont aan het empathisch
vermogen van kinderen aan per leeftijdscategorie
- Global distress = vorm van emotionele besmetting: als pasgeboren kind
neem je reest emoties over die met ellende te maken hebben en ervaar je
die emoties alsof je zelf pijn hebt. Bv. Reactive crying: als er een baby
begint te huilen zal een andere baby in de buurt ook beginnen huilen.
- Egocentrische empathie = als een ander kind valt of pijn heeft, ervaart het
dat ook, en zal het vluchten en zich verwijderen van de haard van de pijn
- Quasi-egocentrische empathie (!) = men vlucht niet meer weg van de pijn,
maar gaat helpen (zeer grote stap!) = hulpreflex
- Waarachtige empathie = je gaat helpen met een middel dat niet enkel zou
helpen voor jezelf, maar overeenkomt met wat het kind met pijn wil (zal
niet meer eigen knuffel of eigen moeder halen om te helpen, maar de
knuffel of de moeder van het kind met pijn)
4
, - Theory of Mind: kind kan een
onderscheid maken tussen hetgeen wat
het zelf denkt en hetgeen wat de andere
persoon denkt. Het houdt rekening met
het feit dat wat het zelf denkt of
meemaakt niet perse overeenkomt met
wat een ander denkt. Dit begint vanaf
de leeftijd van vier jaar.
- Sally & Anne test: vanaf vier jaar zullen
kinderen kunnen zeggen dat Sally in de
mand zal kijken, ookal weten ze dat de
bal in de doos zit.
- Verdere ontwikkeling = je kan je ook inleven in andere emoties zoals
vreugde, jaloezie, …
2. Fairness
Zes vormen van rechtvaardigheid (fairness):
- Prosociaal vs altruïstisch
- neg ongelijkheidsaversie vs pos ongelijkheidsaversie
- Tweedepersoonsbestraffing vs derdepersoonsbestraffing
Zie ppt inleidende les voor prosociaal spel, ongelijkheidsspel en
ultimatumspel!!
3. Andere vermogens
Vanaf de leeftijd van vier jaar kan de mens een onderscheid tussen
morele en conventionele normovertredingen maken. Een kind van vier
jaar heeft al door wat louter een conventie is en welke regels morele regels
zijn. Ze weten dat je bij het breken van een conventie er hoogstens chaos zal
heersen, maar je daar niemand pijn mee doet (i.t.t. het breken van morele
regels).
5
, Vanaf de leeftijd van acht jaar kent een kind schuldbesef en
schuldgevoelens.
- Experiment: happy victimizer: er wordt een verhaal verteld aan een kind
over twee meisjes. Allebei hebben ze zin in een appel, maar ze mogen
deze niet opeten. Dan worden er twee foto’s getoond: een van Sofie die de
appel opeet en een van An die de appel niet opeet. Kinderen van vier jaar
zullen denken dat Sofie heeft wat ze wou hebben (de appel) en ze zich dus
goed zal voelen. Een kind van acht jaar zal beseffen dat Sofie een
schuldgevoel zal hebben door het overtreden van de regel
Morele walging komt tot de leeftijd van drie jaar eigenlijk niet voor, het is
vooral onder de invloed van ouderlijke instructie dat een kind doorheeft wat
vies is en die emotie actief wordt. Deze ouderlijke instructie is zeer belangrijk:
kinderen die deze niet hebben, hebben geen walging voor die stoffen die wij
vies vinden.
- Het is vrij uitzonderlijk dat dieren iets zoals walging ervaren, ze zullen er
gewoon van weglopen zonder die expressieve reactie van weerzin die wij
hebben. Uitzondering: mensaap heeft wel walging voor uitwerpselen van
andere dieren: exocoprofagie.
- Vanaf zeven jaar zullen kinderen weerzin vertonen tov dingen die met
vieze dingen in contact gekomen zijn, zonder dat die zelf
noodzakelijkerwijze vies zijn = besmettingsweerzin
- Vanaf tien jaar (wel discussie of dat wel walging is) heeft men morele
weerzin: het is moeilijk om zuivere gevallen hiervan te vinden (die niets
te maken hebben met heel intens contact met iemand zoals geweld,
voedsel, seksualiteit)
Het is heel moeilijk om een voorbeeld van morele weerzin te vinden waar er
geen sprake is van seks, geweld of voedsel. Kun je walging hebben voor
iemand die op iemand opgelicht heeft zonder die persoon fysiek of seksueel
te misbruiken? Kan je morele walging hebben voor een witteboordcrimineel?
Dit is moeilijker. Vandaar dat meer en meer het vermoeden groeit dat die
morele walging ofwel samenvalt met gewone, zuivere seksuele walging, zoals
in het geval van incest aversie, of het is eerder een vorm van
verontwaardiging waarbij dat we onze verontwaardiging extra in de verf
zetten door termen te gebruiken die referen aan walging. Eigenlijk is het niet
echt walging, maar gewoon iets wat wij moreel niet kunnen vinden.
Onderzoek Lady Macbeth-effect:. Ze vroegen aan studenten om iets op te
schrijven waar ze spijt van hadden dat ze hadden gedaan. Hierna gaven ze
hen een beloning voor dit op te schrijven. Ze konden kiezen uit een hele
mooie pen of een stapel handdoeken en deodorants. De laatste optie werd
het meest gekozen.
à mensen hebben na een immorele daad de behoefte om zich te reinigen,
om hun geweten uit te wassen
à Bleek niet te kloppen, want kwam niet herhaaldelijk terug
6
,We zitten nog steeds met dezelfde uitgangsvraag: zolang we al deze morele
vermogens hebben, is ethiek dan wel nog nodig? Hiervoor is het belangrijk om
aan te kaarten dat ethiek en moraal verschillen van elkaar en morele vermogens
niet in elke situatie de juiste impact hebben:
- Ethiek is niet gelijk aan moraal:
Moraal heeft niets met taal of reflectie te maken, enkel met spontaan
gedrag. Ethiek is juist wel afstand nemen, kritisch reflecteren en zoeken
naar de juiste taal om te argumenteren
- Moraal is minder universeel dan gedacht:
Joseph Henrich deed het experiment van de Müller-Lyer-
illusie bij inheemse stammen, en zij zagen direct dat de
lijnen even lang waren. Dit deed hem denken dat
culturele achtergrond ook de moraal anders maakt.
WEIRD people (Western, Educated, Industrialised, Rich, Democratic)
hebben een bepaalde ontwikkelingsschaal en moraal die niet per se
overeenkomt met alle mensen in de wereld: Bv. ultimatumspel:
mensen uit inheemse stammen gaan meestal een onrechtvaardige
verdeling aanvaarden
Naarmate je meer geïntegreerd bent in een vrije markt economie, ga je
meer geneigd zijn om fair te verdelen. Hoe meer je zelf alles dat je eet
kweekt of jaagt, hoe meer je geneigd bent om oneerlijke verdelingen
toch te aanvaarden. Een echte verklaring heeft men heirvoor nog niet
gevonden.
Empathie komt overal voor, maar die fairness is enorm afhankelijk van
de cutluur waarin je leeft.
- Moraal is dikwijls niet moreel: zie ultimatumspel: Als een onfaire
verdeler tot je eigen gemeenschap behoort, ga je veel minder snel
reageren en deze verdeling bestraffen. Omgekeerd geldt dit ook: als een
onfaire verdeler tot een andere gemeenschap behoort, ga je veel sneller in
verzet treden. Je kan hiervan niet zeggen dat het heel onpartijdig is, dat
het ethisch acceptabel is.
- Hedendaagse samenleving heeft nood aan ethiek, niet aan
moraal:
- Onze morele vermogens staan zwijgend tegenover heel veel morele
problemen (bv. duurzaamheid, ecologische problemen, complexe
maatschappelijke problemen, …)
- Hiervoor kan je niet vertrouwen op de spontaan geevolueerde
morele vermogens, maar moet je kritisch kunnen nadenken om tot
een oplossing te kunnen komen
- Je moet andere, gekunstelde technieken gaan gebruiken om jouw
moreel oordeel te gaan verpakken in een taal die niet langer de
taal is van jouw emoties, maar van sterke argumenten => zie
motiveringsplicht
7
, Ook is het belangrijk te kijken naar de houding die we aannemen tov die
morele problemen: ELKE HOUDING WORDT LATER EEN HOOFDSTUK!
WAT ZIJN MORELE BEGINSELEN?
Niet-materiële goederen die we (intrinsiek) waarderen: zaken die we belangrijk
vinden niet omwille van iets anders, maar omwille van zichzelf. (Vandaar dat
men ook vaak spreekt over waarden)
Eindigen vaak op ‘heid’ of ‘teit (vrijheid, gelijkheid, waardigheid, legitimiteit)
maar niet altijd (transparantie, autonomie)
Onderscheiden van deugden (karakter) (bv. rechtvaardigheid: beginsel vs
rechtschapenheid: morele deugd): deugden hebben te maken met
karaktertrekken en zijn veel concreter dan morele beginselen
Zuiver eigenbelang is geen moreel principe (maar schaarste of
gelukmaximalisatie kunnen wel)
Vallen uiteen in vrijheden (vrijheid van opvoeden), rechten (recht op vrije
meningsuiting), plichten (onderhoudsplicht) die iets behouden van het
oorspronkelijke morele beginsel (privacy gaat terug op vrijheid)
8
,Onderscheid tussen domeinafhankelijke en domeinonafhankelijke morele
beginselen!
Deze zijn te kennen, sommigen hiervan zullen zelfstudie zijn uit het boek
WAT FUNDEERT MORELE BEGINSELEN?
Waar komen die beginselen vandaan? Waarop zijn ze gesteund? Wat is het
plateau waarop deze beginselen zijn gebouwd? Filosofen zijn hier enorm
verdeeld over, sommigen zeggen zelfs dat er geen enkele theorie overtuigend
genoeg is en morele beginselen dus geen fundament hebben.
Mensenrechtelijke verdragen:
Veel van deze beginselen hebben vertaling gekregen in allerlei grondrechten,
fundamentele rechten en mensenrechten en juridische afdwingbaarheid hebben
gekregen in allerlei grote verdraen (UVRM). Dit is wel niet altijd het geval: bv.
vrijheid wordt verondersteld en vindt je vaak niet letterlijk terug, gelijkheid
slechts in bepaalde vormen.
9
, Je blijft wel met de vraag waarop deze beginselen steunen. Je kan zeggen dat ze
steunen op het recht, maar dan is de volgende vraag waarop deze juridisch
verankerde rechten dan weer gebaseerd zijn. Hierna kom je in een soort vicieuze
cirkel, want de eticus verwijst naar de jurist, en de jurist verwijst naar de ethiek.
Goddelijk bevel – religieus fundament:
Werd veel gebruikt tot de 17e E. Het probleem hiermee is dat je gelovig moet zijn
om deze uitleg te kunnen gebruiken en je blijft altijd zitten met het Dilemma van
Eurhyphro (zie hoger).
Natuurrecht:
In de 17e E komt er een verwijdering van het theocratisch denken. De
(menselijke) natuur wordt de nieuwe manier om beginselen te funderen. Er
komen verschillende pogingen van van natuurrecht-denkers om uit te leggen
waarom bepaalde beginselen zo van belang zijn. Allemaal gaan ze akkoord dat
die beginselen tegemoet komen aan een fundamentele menselijke behoefte,
maar welke behoefte dat is verschilt:
- Thomas Hobbes: mensen hebben behoefte aan veiligheid je moet een
centrale autoriteit gehoorzamen in ruil voor veiligheid loyaliteit
- Montesqiueu: macht is een van de grote gevaren voor veiligheid ->
legitimiteit nodig tegen machtsmisbruik
- John Locke: mensen moeten eigenaar zijn over hun eigen lichaam,
goederen, gronden, … de menselijke integriteit is het belangrijkste
- Hoge de Groot: de mens moet een mens kunnen zijn en kan vernederd
worden tot een dier de waardigheid van de mens staat centraal
Je kan ook verder denken: waar heeft een mens behoefte aan?
- Heel wat natuurlijke behoeftes vragen om bescherming (sociaal contact,
seksuele partner, nageslacht, slaap, …)
- Moet er voor al deze behoe
- ftes een “natuurrecht” komen om deze te beschermen?
- Theorie nodig om fundamentele natuurrechten van minder fundamentele
te onderscheiden, zodat het natuurrecht niet te omvangrijk en vaag wordt.
Hier zit je weer met het probleem dat iedereen een andere theorie en
komt men niet echt tot een eensgezindheid.
- Elke theorie kampt met naturalistische drogreden: je mag niet
overstappen van een feitelijke toestand naar een normatief oordeel, maar
binnen het natuurrecht gebeurt dat altijd
10