ANESTHESIE
1. VERLOOP ANESTHESIE
1.1. VOORBEREIDING OP ANESTHESIE
Preoperatieve beoordeling van de patiënt
- Lichamelijke conditie (ASA-score, hoe hoger hoe meer risico)
- Inschatting anesthesierisico’s (medicatie, hypertensie, nierinsufficiëntie, obesitas, BLW infectie,
roken ≥ 6w voor de OP, alcoholgebruik…)
- Voorlichting
- Anesthesieplan
- Vragen
- Informed consent (AA, plexus, PCEA…)
Voorkeur: enkele weken voor ingreep (poliklinisch)
- Bijkomende onderzoeken aanvragen (stolling…)
- Opstellen preoperatieve fiche (anamnese, lichamelijke onderzoeken, labo- en functieonderzoeken)
1.2. ANESTHESIEPLAN
Premedicatie: anxiolytica…
- Stoppen met ACE-inhibitoren, diuretica, anticoagulantia
- Verder met bètablokkers, antihypertensiva
Controles: identiteit pt, allergieën, evt markering in functie van OP, nuchter? Juwelen, toestand gebit…
Voorbereiding (plexus (lokale zenuwbundel verdoven), epidurale…)
Opstart
- Oplijnen van patiënt = infuus plaatsen
- Monitoring
- Installatie (comfortbal)
Anesthesie technieken
- Conscious sedation pat wakker en rustig (VES ablatie, thyroplastie)
- Procedurele analgosedatie korte verdoving (gastroscopie)
- Algehele anesthesie of narcose volledig en diep
- OFA (OSA = opioïd sparende anesthesie)
1.2.1. ANESTHESIETECHNIEK: OFA = OPIOID-FREE ANESTHESIA
Doel = negatieve impact van gebruik van intra-operatieve opioïden vermijden door niet toedienen van
opioïden (systematisch, neuraxiaal of intracavitair).
Multimodaal gebruik afh van anesthesist
- Hypnotica
- NMDA antagonisten (ketamine, esketamine, MgSO 4)
- Lokale anesthesie (lidocaïne)
- NSAID
- Alfa-2 agonisten (Dexdor, Clonidine)
Nadeel: arbeidsintensief
1.2.2. LUCHTWEGMANAGEMENT
- Bij zuurstoftherapie: mayocanule, chin-lift
- Ballonventilatie (ambu, via anesthesietoestel)
- Larynxmasker (klassiek, supreme, fasttrach…)
- Laryngoscoop, glidescoop, videolaryngoscoop…
- Endotracheale tube (ETT), nasotracheale tube, RAE tube, gearmeerde tube, dubbel lumen,
blocker…
- Moeilijke intubatie: frova, glidescoop, mandrin, BURP techniek (backwards, upwards, rightward,
pressure)
, Intra-operatief management (= fysiologische stabiliteit)
- Onderhoud anesthesie
- AB (profylactisch of therapeutisch, op vraag chirurg)
- Controle van reflexen op pijn en chirurgie
- RR – hartritme
- Vochtbalans (vochtbeleid, bloedtransfusie) T°
- Oxygenatie – ventilatie
- Orgaanperfusie – functie
- Opvangen pulmonale en circulatoire problemen
Pt ontwaakt niet mogelijke oorzaken
- Overdosering opioïden / anesthetica
- Restcurare of residuele neuromusculaire blokkade
- Postoperatieve hypercapnie
- Elektrolytenstoornissen (hypocalciëmie, hypomagnesiëmie, hypernatriëmie (teveel toedienen van
vocht))
- Hyper- of hypoglycemie
- Cerebrale ischemie (peroperatieve hypoxie of langdurige hypotensie)
- Medicatie / overdoseringsfouten
- Intoxicatie alcohol, benzodiazepines ok lokale anesthesie
- Intracerebrale problemen: bloedingen, infarct, hersenoedeem, epilepsie
- Neuropsychiatrische beelden (vb depressie)
Postoperatief management (zie verder)
2. ANESTHETICA (PIJLERS ALGEHELE ANESTHESIE)
2.1. ALGEHELE ANESTHESIE
= een toestand waarin de reactiviteit van het CZS mbv farmaca is gedeprimeerd, waardoor
bewusteloosheid, pijnloosheid, onderdrukking van het autonome ZS en neuro-endocriene systeem
optreden.
4 pijlers van algehele anesthesie
- Hypnose – amnesie = onderdrukken van BWZ
- Spierrelaxatie = indien nodig
- Analgesie = zorgen dat pt comfortabel is
- Fysiologische stabiliteit
2.2. ANESTHESIE
Keuze en dosering farmacon bepaalt mate van onderdrukking.
Door combinatie van
- Sedativa (hypnotica)
- Analgetica
- Curare
5 stadia van anesthesie
- 1: BWZ verlies + pijnreacties intact
- 2: kortdurend, onrustig, wijde pupillen, divergente ogen; risico
op braken, hoesten, laryngospasme, hypertensie en
tachycardie; inhibitie-uitval, bij kinderen uitgesprokener,
gevoelig voor prikkels bronchospasmen
- 3: voldoende anesthesiediepte geen pijnreactie
Meting anesthesiediepte met de BIS monitoring (Bispectral
index)
- Afgeleide van EEG
- Meet anesthesiediepte (bewustzijn) vermijden awereness
- ≠ cerebrale oxygenatie (NIRS, Fore-sight, INVOS…)
- BIS: 30/40 – 60 slaapt pt voldoende
1. VERLOOP ANESTHESIE
1.1. VOORBEREIDING OP ANESTHESIE
Preoperatieve beoordeling van de patiënt
- Lichamelijke conditie (ASA-score, hoe hoger hoe meer risico)
- Inschatting anesthesierisico’s (medicatie, hypertensie, nierinsufficiëntie, obesitas, BLW infectie,
roken ≥ 6w voor de OP, alcoholgebruik…)
- Voorlichting
- Anesthesieplan
- Vragen
- Informed consent (AA, plexus, PCEA…)
Voorkeur: enkele weken voor ingreep (poliklinisch)
- Bijkomende onderzoeken aanvragen (stolling…)
- Opstellen preoperatieve fiche (anamnese, lichamelijke onderzoeken, labo- en functieonderzoeken)
1.2. ANESTHESIEPLAN
Premedicatie: anxiolytica…
- Stoppen met ACE-inhibitoren, diuretica, anticoagulantia
- Verder met bètablokkers, antihypertensiva
Controles: identiteit pt, allergieën, evt markering in functie van OP, nuchter? Juwelen, toestand gebit…
Voorbereiding (plexus (lokale zenuwbundel verdoven), epidurale…)
Opstart
- Oplijnen van patiënt = infuus plaatsen
- Monitoring
- Installatie (comfortbal)
Anesthesie technieken
- Conscious sedation pat wakker en rustig (VES ablatie, thyroplastie)
- Procedurele analgosedatie korte verdoving (gastroscopie)
- Algehele anesthesie of narcose volledig en diep
- OFA (OSA = opioïd sparende anesthesie)
1.2.1. ANESTHESIETECHNIEK: OFA = OPIOID-FREE ANESTHESIA
Doel = negatieve impact van gebruik van intra-operatieve opioïden vermijden door niet toedienen van
opioïden (systematisch, neuraxiaal of intracavitair).
Multimodaal gebruik afh van anesthesist
- Hypnotica
- NMDA antagonisten (ketamine, esketamine, MgSO 4)
- Lokale anesthesie (lidocaïne)
- NSAID
- Alfa-2 agonisten (Dexdor, Clonidine)
Nadeel: arbeidsintensief
1.2.2. LUCHTWEGMANAGEMENT
- Bij zuurstoftherapie: mayocanule, chin-lift
- Ballonventilatie (ambu, via anesthesietoestel)
- Larynxmasker (klassiek, supreme, fasttrach…)
- Laryngoscoop, glidescoop, videolaryngoscoop…
- Endotracheale tube (ETT), nasotracheale tube, RAE tube, gearmeerde tube, dubbel lumen,
blocker…
- Moeilijke intubatie: frova, glidescoop, mandrin, BURP techniek (backwards, upwards, rightward,
pressure)
, Intra-operatief management (= fysiologische stabiliteit)
- Onderhoud anesthesie
- AB (profylactisch of therapeutisch, op vraag chirurg)
- Controle van reflexen op pijn en chirurgie
- RR – hartritme
- Vochtbalans (vochtbeleid, bloedtransfusie) T°
- Oxygenatie – ventilatie
- Orgaanperfusie – functie
- Opvangen pulmonale en circulatoire problemen
Pt ontwaakt niet mogelijke oorzaken
- Overdosering opioïden / anesthetica
- Restcurare of residuele neuromusculaire blokkade
- Postoperatieve hypercapnie
- Elektrolytenstoornissen (hypocalciëmie, hypomagnesiëmie, hypernatriëmie (teveel toedienen van
vocht))
- Hyper- of hypoglycemie
- Cerebrale ischemie (peroperatieve hypoxie of langdurige hypotensie)
- Medicatie / overdoseringsfouten
- Intoxicatie alcohol, benzodiazepines ok lokale anesthesie
- Intracerebrale problemen: bloedingen, infarct, hersenoedeem, epilepsie
- Neuropsychiatrische beelden (vb depressie)
Postoperatief management (zie verder)
2. ANESTHETICA (PIJLERS ALGEHELE ANESTHESIE)
2.1. ALGEHELE ANESTHESIE
= een toestand waarin de reactiviteit van het CZS mbv farmaca is gedeprimeerd, waardoor
bewusteloosheid, pijnloosheid, onderdrukking van het autonome ZS en neuro-endocriene systeem
optreden.
4 pijlers van algehele anesthesie
- Hypnose – amnesie = onderdrukken van BWZ
- Spierrelaxatie = indien nodig
- Analgesie = zorgen dat pt comfortabel is
- Fysiologische stabiliteit
2.2. ANESTHESIE
Keuze en dosering farmacon bepaalt mate van onderdrukking.
Door combinatie van
- Sedativa (hypnotica)
- Analgetica
- Curare
5 stadia van anesthesie
- 1: BWZ verlies + pijnreacties intact
- 2: kortdurend, onrustig, wijde pupillen, divergente ogen; risico
op braken, hoesten, laryngospasme, hypertensie en
tachycardie; inhibitie-uitval, bij kinderen uitgesprokener,
gevoelig voor prikkels bronchospasmen
- 3: voldoende anesthesiediepte geen pijnreactie
Meting anesthesiediepte met de BIS monitoring (Bispectral
index)
- Afgeleide van EEG
- Meet anesthesiediepte (bewustzijn) vermijden awereness
- ≠ cerebrale oxygenatie (NIRS, Fore-sight, INVOS…)
- BIS: 30/40 – 60 slaapt pt voldoende