Thema 15 – defecatie en eenvoudige fecesanalyses
1. Het normale stoelgangpatroon
Defeceren = stoelgang maken, ontlasten.
1.1. Kenmerken van het stoelgangpatroon
1.1.1. Humaan-biologische kenmerken
1.1.2. Belevingskenmerken
Speciale gevoeligheden van mensen:
Schaamte voor geluiden
Geurgevoeligheid schaamte geroken te worden
Hygiënegevoeligheid vooral bij vrouwen: het lijfelijk contact met het sanitair
Toiletattitude:
+: uitscheiding = ontlasting, rustpauze
-: uitscheiding = kwelling, een noodzakelijk kwaad.
1.1.3. Cultureel bepaalde aspecten
Omgang met stoelgang is cultureel bepaald:
“WC-lezen”
“WC-googelen”
“Aangeklede WC
Aanwezigheid verwarming
o Ja de tijd kunnen nemen om te defeceren
o Nee jachtig defeceren / ophouden obstipatie
Buiten, aanwezigheid insecten kan afschrikken.
1.2. Continuering van het normale patroon
Het stoelgangspatroon is van iedereen verschillend. Bij een ziekenhuis opname kan het
patroon verstoord worden doordat het niet hetzelfde is als thuis.
Als vpk rekening houden met:
Schaamtegevoel ophouden stoelgang obstipatie
Het normale stoelgangspatroon om het patroon in het ZH te
kunnen evalueren.
1.3. Een goede ontlasthouding
Ontspannen
Met voeten plat op de grond
Een beetje wijdbeens
, Met de ellebogen op de bovenbenen/knieën
Met de onderrug ‘iets’ bol
Met een ontspannen bekkenbodem
Ook de koetsiershouding is goed.
2. Defecatieproblemen
2.1. Diarree
= de frequente passage van slappe of waterige stoelgang.
Ontstaan: een verstoring op het indikkingsproces in de dikke
darm.
Klachten en symptomen:
Verhoogde defecatiefrequentie
Dunne feces
Incontinentie voor feces
Klachten t.g.v. dehydratatie
Buikkrampen
Bij rectaal toucher / PPA
o Bij “normale” diarree: leeg rectum of slappe stoelgang gevoeld
o Bij “valse” diarree: ‘mogelijks’ harde stoelgang getoucheerd in het rectum.
Oorzaken:
Voeding
o Bedorven
o Te vet, te veel kruiden
o Allergie
o Intolerantie
o Verandering van voeding
Sondevoeding
Psychische factoren
o Stress
Geneesmiddelen
Pathologie
Verpleegproblemen (1, 2 & 3 komt ook voor bij braken):
Gevaar voor uitdroging / dehydratatie
Gevaar dat medicatie onvoldoende wordt opgenomen en te weinig / onvoldoende / tot
niet werkt (bv. anticonceptie).
Gevaar voor elektrolytenstoornis
Gevaar voor pijnlijke en geïrriteerde aars.
Preventie = oorzaken uitsluiten / aanpakken.
Behandeling en vpk interventie:
Oorzaak aanpakken
Vochtverlies compenseren (1,5l min/dag)
Observeren van de dehydratatie
Zo snel mogelijk terug gewone, gezonde voeding (bij acute diarree)
Antidiarreemiddel (zoals loperamide & imodium) capsules en smelttabletten
o Bij acute diarree
o Bij niet vlot genoeg een toilet kunnen bereiken
o Bij chronische diarree arts.
Bij irritatie van de anale streek:
o Een zachte soort toiletpapier gebruiken
o Aars reinigen met water
o Zinkoxidezalf (vb Inotyol, Mitosyl) om de huid wat vettig te houden.
1. Het normale stoelgangpatroon
Defeceren = stoelgang maken, ontlasten.
1.1. Kenmerken van het stoelgangpatroon
1.1.1. Humaan-biologische kenmerken
1.1.2. Belevingskenmerken
Speciale gevoeligheden van mensen:
Schaamte voor geluiden
Geurgevoeligheid schaamte geroken te worden
Hygiënegevoeligheid vooral bij vrouwen: het lijfelijk contact met het sanitair
Toiletattitude:
+: uitscheiding = ontlasting, rustpauze
-: uitscheiding = kwelling, een noodzakelijk kwaad.
1.1.3. Cultureel bepaalde aspecten
Omgang met stoelgang is cultureel bepaald:
“WC-lezen”
“WC-googelen”
“Aangeklede WC
Aanwezigheid verwarming
o Ja de tijd kunnen nemen om te defeceren
o Nee jachtig defeceren / ophouden obstipatie
Buiten, aanwezigheid insecten kan afschrikken.
1.2. Continuering van het normale patroon
Het stoelgangspatroon is van iedereen verschillend. Bij een ziekenhuis opname kan het
patroon verstoord worden doordat het niet hetzelfde is als thuis.
Als vpk rekening houden met:
Schaamtegevoel ophouden stoelgang obstipatie
Het normale stoelgangspatroon om het patroon in het ZH te
kunnen evalueren.
1.3. Een goede ontlasthouding
Ontspannen
Met voeten plat op de grond
Een beetje wijdbeens
, Met de ellebogen op de bovenbenen/knieën
Met de onderrug ‘iets’ bol
Met een ontspannen bekkenbodem
Ook de koetsiershouding is goed.
2. Defecatieproblemen
2.1. Diarree
= de frequente passage van slappe of waterige stoelgang.
Ontstaan: een verstoring op het indikkingsproces in de dikke
darm.
Klachten en symptomen:
Verhoogde defecatiefrequentie
Dunne feces
Incontinentie voor feces
Klachten t.g.v. dehydratatie
Buikkrampen
Bij rectaal toucher / PPA
o Bij “normale” diarree: leeg rectum of slappe stoelgang gevoeld
o Bij “valse” diarree: ‘mogelijks’ harde stoelgang getoucheerd in het rectum.
Oorzaken:
Voeding
o Bedorven
o Te vet, te veel kruiden
o Allergie
o Intolerantie
o Verandering van voeding
Sondevoeding
Psychische factoren
o Stress
Geneesmiddelen
Pathologie
Verpleegproblemen (1, 2 & 3 komt ook voor bij braken):
Gevaar voor uitdroging / dehydratatie
Gevaar dat medicatie onvoldoende wordt opgenomen en te weinig / onvoldoende / tot
niet werkt (bv. anticonceptie).
Gevaar voor elektrolytenstoornis
Gevaar voor pijnlijke en geïrriteerde aars.
Preventie = oorzaken uitsluiten / aanpakken.
Behandeling en vpk interventie:
Oorzaak aanpakken
Vochtverlies compenseren (1,5l min/dag)
Observeren van de dehydratatie
Zo snel mogelijk terug gewone, gezonde voeding (bij acute diarree)
Antidiarreemiddel (zoals loperamide & imodium) capsules en smelttabletten
o Bij acute diarree
o Bij niet vlot genoeg een toilet kunnen bereiken
o Bij chronische diarree arts.
Bij irritatie van de anale streek:
o Een zachte soort toiletpapier gebruiken
o Aars reinigen met water
o Zinkoxidezalf (vb Inotyol, Mitosyl) om de huid wat vettig te houden.