Proactive nursing zorgthema 7:
urigenitale functies
1. vochtinname
Te veel water innemen is een probleem bij hartfalen en nierinsufficiëntie. Functie van
voldoende vocht en zouten (m.n. uit voeding) innemen = verlies compenseren.
Zelfzorg
Voor een goede zelfzorgfunctie moet de patiënt aan een aantal voorwaarden voldoen:
- Helder bewustzijn
- Mobiliteit om vocht te verkrijgen en naar de mond te brengen
- Dorstgevoel die optreedt wanneer >2% van het lichaamsgewicht aan water onttrokken
is aan de weefsels. De dorstprikkel wordt gereguleerd in het dorstcentrum in de
hypohtalamus, die reageert op 3 prikkels:
o Na activering van de osmosensoren in de hypothalamus bij verhoging van de
osmolariteit van het extracellulaire compartiment
o Na activering van de baroreceptoren in de aortaboog bij een te lage RR en/of
extracellulair volume
o Na stimulatie van RAAS door renale hypoperfusie, waarna angiotensine II het
dorstcentrum stimuleert
Een verhoogde dorstprikkel is verdacht voor DM. >70jr neemt de dorstprikkel af en
wordt de huid dunner risico uitdroging. Depressiviteit kan dit versterken.
- Intacte slikreflex
Verliezen en behoefte
De vochtbehoefte staat gelijk aan de verliezen en wordt bepaald door leeftijd, geslacht,
lichamelijke activiteit, temperatuur, ziekte, ondervoeding, (inhaal)groei/gewenste
gewichtstoename, verliezen aan energie en voedingsstoffen of voedingsstofbeperkingen. De
wateromzetting bij een volwassenen is 1:30 (1L vocht per 30kg lichaamsgewicht). Bij
kleine kinderen is dit 1:10.
Nierpatiënten wordt afgeraden vruchtensappen te drinken vanwege het hoge K-gehalte.
Voorbeelden van functiestoornissen m.b.t. vochtinname
- te ziek om te drinken (algehele malaise, pijn bij slikken, lichamelijke handicap,
bewustzijnsstoornissen en dyspneu).
urigenitale functies
1. vochtinname
Te veel water innemen is een probleem bij hartfalen en nierinsufficiëntie. Functie van
voldoende vocht en zouten (m.n. uit voeding) innemen = verlies compenseren.
Zelfzorg
Voor een goede zelfzorgfunctie moet de patiënt aan een aantal voorwaarden voldoen:
- Helder bewustzijn
- Mobiliteit om vocht te verkrijgen en naar de mond te brengen
- Dorstgevoel die optreedt wanneer >2% van het lichaamsgewicht aan water onttrokken
is aan de weefsels. De dorstprikkel wordt gereguleerd in het dorstcentrum in de
hypohtalamus, die reageert op 3 prikkels:
o Na activering van de osmosensoren in de hypothalamus bij verhoging van de
osmolariteit van het extracellulaire compartiment
o Na activering van de baroreceptoren in de aortaboog bij een te lage RR en/of
extracellulair volume
o Na stimulatie van RAAS door renale hypoperfusie, waarna angiotensine II het
dorstcentrum stimuleert
Een verhoogde dorstprikkel is verdacht voor DM. >70jr neemt de dorstprikkel af en
wordt de huid dunner risico uitdroging. Depressiviteit kan dit versterken.
- Intacte slikreflex
Verliezen en behoefte
De vochtbehoefte staat gelijk aan de verliezen en wordt bepaald door leeftijd, geslacht,
lichamelijke activiteit, temperatuur, ziekte, ondervoeding, (inhaal)groei/gewenste
gewichtstoename, verliezen aan energie en voedingsstoffen of voedingsstofbeperkingen. De
wateromzetting bij een volwassenen is 1:30 (1L vocht per 30kg lichaamsgewicht). Bij
kleine kinderen is dit 1:10.
Nierpatiënten wordt afgeraden vruchtensappen te drinken vanwege het hoge K-gehalte.
Voorbeelden van functiestoornissen m.b.t. vochtinname
- te ziek om te drinken (algehele malaise, pijn bij slikken, lichamelijke handicap,
bewustzijnsstoornissen en dyspneu).