Grondslagen en geschiedenis
Les 1:
Inleiding:
1. HILO = 1ste instelling waar men alle academische diploma’s LO kon behalen
(1908)
2. Irène Van der Bracht: eerste vrouwelijke
hoogleraar/docent in België (1919)
1. Afspraken en planning
1. Jesse Owens (1936) wint vier gouden
medailles op de spelen in Berlijn (was alles
wat Hitler niet wou)
2. Inleiding tot sport en LO
2.1 Wat is sport?
1. Bridge, schaken… wordt erkent door Olympisch comité maar komt niet op
de Olympische spelen
2.2 Kaders om betekenis sport te proberen begrijpen
1. HISTORISCH (Guttmann, 2004)
Start bij Homo Ludens (Huizinga)
=spelende mens
Sport als ‘autotelic physical
contest’:
‘autotelic’ = doel op zich
Spotaneous play =
sneeuwballen gooien, steentje
kaatsen…
Organized play = Muurtje shot…
Non-competitive games =
haasje over, Muutje shot zonder
punten…
Competitive games = Monopoli,
Muurtje shot met punten…
Intellectual Contests = Schaken, Bridge…
Physical Contests = Voetbal, roeien…
Sport NA industriële revolutie (1950) (Sport = meer beschaafd)
7 kenmerken:
1. Secularisatie = Ontdoen religieuze kenmerken
2. Gelijkheid = Iedereen mag aan sport doen (niet alleen voor de rjike,
hogere klasse…)
, 3. Specialisatie = Positieverdeling, voeding…
4. Bureaucratisering = Sportbonden, BIOC, OIC, VRL, LFA…
5. Rationalisering/standaardisering = specifieke regels opleggen, hoe
een sport eruit ziet
6. Kwantificering = Dingen uitdrukken in aantallen (punten, tijden…)
7. Obsessie met records = Altijd beter willen doen…
2. ANTROPOLOGISCH (Renson, 2000)
= wetenschap van de mens/ volkskunde
‘Homo Ludens’ = spelende mens
(Alles start met spel)
‘Homo Exhibens’ = mens die zich
toont/uitdrukt
(Emoties/karaktereigenschappen)
‘Homo Excercens’ = mens die fit wil zijn
(Mens doet aan beweging met als doen
beweging)
‘Homo Agonizens’ = competitieve mens
(Wil om te winnen)
Nood aan Ludo-diversiteit = alle sporten evenveel promoten (voetbal… =
korfbal…)
3. SOCIOLOGISCH (Van Bottenburg, 2018)
Paradoxale ontwikkelingen sport:
1. Groeiende populariteit <-> afnemende geloofwaardigheid
= Het positieve van sport (fitheid, sociaal…) < het negatieve van sport
(doping, fraude…)
2. Gebruik sport als beleidsmiddel stijgt <-> beleid tegen problemen in/via
sport stijgt
= Sport gebruikt voor andere problemen te coveren (obesitas, armoede…),
Steeds meer beleid om negatieve tegen te gaan
3. Verwetenschappelijking/instrumentalisering/commercialisering <-> sport
als doel op zich
= Sport meerprofessioneler: Steeds meer wetenschappelijk, altijd een
businessidee achter
Kritieken op ‘Homo Ludens’:
1. Spel als oorsprong van sport?
= Nee, meestal oorlog, transport, jacht… (bv.
Boogschieten, Marathon…)
2. Sport als ‘verernstigde’ vorm van spel?
Les 1:
Inleiding:
1. HILO = 1ste instelling waar men alle academische diploma’s LO kon behalen
(1908)
2. Irène Van der Bracht: eerste vrouwelijke
hoogleraar/docent in België (1919)
1. Afspraken en planning
1. Jesse Owens (1936) wint vier gouden
medailles op de spelen in Berlijn (was alles
wat Hitler niet wou)
2. Inleiding tot sport en LO
2.1 Wat is sport?
1. Bridge, schaken… wordt erkent door Olympisch comité maar komt niet op
de Olympische spelen
2.2 Kaders om betekenis sport te proberen begrijpen
1. HISTORISCH (Guttmann, 2004)
Start bij Homo Ludens (Huizinga)
=spelende mens
Sport als ‘autotelic physical
contest’:
‘autotelic’ = doel op zich
Spotaneous play =
sneeuwballen gooien, steentje
kaatsen…
Organized play = Muurtje shot…
Non-competitive games =
haasje over, Muutje shot zonder
punten…
Competitive games = Monopoli,
Muurtje shot met punten…
Intellectual Contests = Schaken, Bridge…
Physical Contests = Voetbal, roeien…
Sport NA industriële revolutie (1950) (Sport = meer beschaafd)
7 kenmerken:
1. Secularisatie = Ontdoen religieuze kenmerken
2. Gelijkheid = Iedereen mag aan sport doen (niet alleen voor de rjike,
hogere klasse…)
, 3. Specialisatie = Positieverdeling, voeding…
4. Bureaucratisering = Sportbonden, BIOC, OIC, VRL, LFA…
5. Rationalisering/standaardisering = specifieke regels opleggen, hoe
een sport eruit ziet
6. Kwantificering = Dingen uitdrukken in aantallen (punten, tijden…)
7. Obsessie met records = Altijd beter willen doen…
2. ANTROPOLOGISCH (Renson, 2000)
= wetenschap van de mens/ volkskunde
‘Homo Ludens’ = spelende mens
(Alles start met spel)
‘Homo Exhibens’ = mens die zich
toont/uitdrukt
(Emoties/karaktereigenschappen)
‘Homo Excercens’ = mens die fit wil zijn
(Mens doet aan beweging met als doen
beweging)
‘Homo Agonizens’ = competitieve mens
(Wil om te winnen)
Nood aan Ludo-diversiteit = alle sporten evenveel promoten (voetbal… =
korfbal…)
3. SOCIOLOGISCH (Van Bottenburg, 2018)
Paradoxale ontwikkelingen sport:
1. Groeiende populariteit <-> afnemende geloofwaardigheid
= Het positieve van sport (fitheid, sociaal…) < het negatieve van sport
(doping, fraude…)
2. Gebruik sport als beleidsmiddel stijgt <-> beleid tegen problemen in/via
sport stijgt
= Sport gebruikt voor andere problemen te coveren (obesitas, armoede…),
Steeds meer beleid om negatieve tegen te gaan
3. Verwetenschappelijking/instrumentalisering/commercialisering <-> sport
als doel op zich
= Sport meerprofessioneler: Steeds meer wetenschappelijk, altijd een
businessidee achter
Kritieken op ‘Homo Ludens’:
1. Spel als oorsprong van sport?
= Nee, meestal oorlog, transport, jacht… (bv.
Boogschieten, Marathon…)
2. Sport als ‘verernstigde’ vorm van spel?