100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Biomedische kennis periode 1.4 (kennisbasis 3)

Rating
-
Sold
2
Pages
106
Uploaded on
16-09-2020
Written in
2019/2020

Dit is een samenvatting van alle biomedische kennis uit kennisbasis 3, ofwel biomedische kennis van periode 1.4. Dit omvat: Anatomie en fysiologie hoofdstuk 11: het cardiovasculaire stelsel: bloed Hoorcollege 1.4.1: bloedsamenstelling 13 Anatomie en fysiologie hoofdstuk 14: het lymfestelsel en immuniteit Hoorcollege 1.4.2: het lymfestelsel en immuniteit Pathologie hoofdstuk 7: aandoeningen van het bloed Pathologie hoofdstuk 2: aandoeningen van het afweersysteem Hoorcollege 1.4.3: aandoeningen van bloed/afweer en het lymfestelsel Anatomie en fysiologie hoofdstuk 8: het zenuwstelsel Hoorcollege 1.4.4: het zenuwstelsel deel 1 Hoorcollege 1.4.5: het zenuwstelsel deel 2 Pathologie hoofdstuk 13: aandoeningen van het zenuwstelsel Hoorcollege 1.4.6: aandoeningen van het zenuwstelsel Anatomie en fysiologie hoofdstuk 5: de huid Pathologie hoofdstuk 17: aandoeningen van de huid Hoorcollege 1.4.7: huid, anatomie, fysiologie en pathologie

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
September 16, 2020
Number of pages
106
Written in
2019/2020
Type
Summary

Subjects

Content preview

Biomedisch periode 1.4
Inhoudsopgave
Anatomie en fysiologie hoofdstuk 11: het cardiovasculaire stelsel: bloed.........................................................2

Hoorcollege 1.4.1: bloedsamenstelling.................................................................................................................13

Anatomie en fysiologie hoofdstuk 14: het lymfestelsel en immuniteit..............................................................15

Hoorcollege 1.4.2: het lymfestelsel en immuniteit..............................................................................................30

Pathologie hoofdstuk 7: aandoeningen van het bloed........................................................................................33

Pathologie hoofdstuk 2: aandoeningen van het afweersysteem........................................................................37

Hoorcollege 1.4.3: aandoeningen van bloed/afweer en het lymfestelsel...........................................................39

Anatomie en fysiologie hoofdstuk 8: het zenuwstelsel.......................................................................................42

Hoorcollege 1.4.4: het zenuwstelsel deel 1...........................................................................................................65

Hoorcollege 1.4.5: het zenuwstelsel deel 2...........................................................................................................69

Pathologie hoofdstuk 13: aandoeningen van het zenuwstelsel..........................................................................72

Hoorcollege 1.4.6: aandoeningen van het zenuwstelsel......................................................................................81

Anatomie en fysiologie hoofdstuk 5: de huid......................................................................................................85

Pathologie hoofdstuk 17: aandoeningen van de huid.........................................................................................93

Hoorcollege 1.4.7: huid, anatomie, fysiologie en pathologie............................................................................100

,Anatomie en fysiologie hoofdstuk 11: het
cardiovasculaire stelsel: bloed
11.1
Functies van bloed:
- Transport van opgeloste gassen, voedingsstoffen, hormonen en afvalproducten van de
stofwisseling
- Stabiliseren van de pH en de ionsamenstelling van de interstitiële vloeistof
- Beperking van vloeistofverlies bij verwonding door bloedstolling
- Verdediging tegen gifstoffen en pathogenen door vervoer van leukocyten en
antistoffen
- Stabilisering van de lichaamstemperatuur: bloed neemt warmte van actieve
skeletspieren op en vervoert dit andere weefsels.

11.1.1
Bloed is een vloeibaar bindweefsel. Mannen hebben 5-6 liter, vrouwen 4-5 liter.
Samenstelling:
- Plasma (55%)
o Plasma-eiwitten (7%): de concentratie eiwitten in bloed is 5x zo hoog als in
interstitiële vloeistof. >90% wordt gesynthetiseerd door de lever. Hiertoe
behoren:
 Albuminen (60%) leveren de grootste bijdrage aan de osmotische druk
van plasma
 Globulinen (35%)
 Immunoglobulinen, geproduceerd door plasmacellen
 Transportglobulinen binden kleine ionen, hormonen en slecht
oplosbare afvalstoffen. Globulinen die betrokken zijn bij het
transport van vetten, worden lipoproteïnen genoemd.
 Fibrinogeen (4%) vormt fibrine voor de bloedstolling
 Prohormonen, enzymen en hormonen waarvan de concentratie varieert
o Andere opgeloste stoffen (1%)
 Organische voedingsstoffen
 Elektrolyten
 Organische afvalstoffen
o Water (92%)
- Celfragmenten (45%)
o Trombocyten (<0,1%)
o Leukocyten (<0,1%)
o Erytrocyten (99,9%)

11.1.2
Een veneuze punctie wordt meestal afgenomen uit de v. mediana cubuti. Een arteriële
punctie wordt meestal verkregen uit de a. radialis of a. brachialis.

Inzichtvragen
Noem vijf belangrijke functies van bloed.
Transport van opgeloste gassen, voedingstoffen, hormonen en afvalstoffen van de
stofwisseling, regeling van de pH en de ionsamenstelling van interstitiële vloeistof, beperken

,van het vochtverlies bij beschadiging, afweer tegen gifstoffen en pathogenen en handhaving
van de lichaamstemperatuur
Uit welke twee onderdelen bestaat vol bloed
Plasma en bloedcellen
Waarom is venapunctie een veel gebruikte techniek om een bloedmonster te verkrijgen?
Oppervlakkig gelegen venen zijn makkelijk te lokaliseren, de wanden van venen zijn dunner
dan die van arteriën en de bloeddruk is lager waardoor de prikwond zich sneller afsluit.

11.2.2
Wanneer stolling van een bloedmonster niet wordt voorkomen, zal fibrinogeen omgezet
worden in fibrine. Na verwijdering van de stollingseiwitten blijft serum over.

Belangrijk
Ongeveer de helft van het volume van vol bloed bestaat uit cellen en celproducten. Plasma
lijkt op interstitiële vloeistof, maar bevat een uniek mengsel van eiwitten die in andere
extracellulaire vloeistoffen niet worden aangetroffen.

Inzichtvragen
Noem de drie belangrijkste soorten plasma-eiwitten.
Albumine, globulinen en fibronogeen
Wat zou het effect zijn van een afname van de hoeveelheid plasma-eiwitten?
Een afname van de hoeveelheid plasma-eiwitten zou kunnen leiden tot (1) een afname van de
osmotische druk in het plasma (2) een verminderd vermogen om infecties te bestrijden en (3)
een afname van het transport en de binding van bepaalde ionen, hormonen en andere
moleculen.

11.3.1
Hematocriet (HT) = percentage volbloed dat wordt ingenomen door erytrocyten (normaal
46% bij mannen en 42% bij vrouwen). Dit verschil komt doordat androgenen de productie
van ery’s stimuleert en oestrogenen dat niet doen.
Omdat vol bloed 1000x zoveel ery’s bevat als leuko’s, is het HT vrijwel gelijk aan de ery’s en
leukos samen à HT wordt vermeld als volume packed red cells (VPRC) of eenvoudig het
packed cell volume (PCV).
HT stijgt bij uitdroging en na stimulatie van EPO, HT neemt af bij bloeding en verstoorde
erytropoëse.

11.3.2
Effecten van de ongewone vorm van ery’s:
- Ery’s hebben een groot oppervlak t.o.v. de inhoud à diffusiesnelheid tussen
cytoplasma en omringend bloedplasma wordt versneld
- Ery’s zijn flexibel, zodat ze door de nauwe vaten kunnen worden geperst

Tijdens de ontwikkeling verliezen ery’s hun ribosomen en celkern à onvermogen om te delen
of eiwitten te vormen. Ook verliezen ze hun mitochondriën à energie is alleen te verkrijgen
via anaerobe dissimilatie, waarbij ze glucose uit het omringende bloedplasma opnemen.

11.3.3
Moleculen hemoglobine (Hb) vormen >95% van de eiwitten in een ery. Hb bevat 4 eenheden
haem, die een ijzerion bevatten dat met O2 kan reageren. Deze binding is zwak. In een O2-
arme omgeving geven Hb hun O2 af en bindt CO2.

, Anemie = verminderd zuurstofvervoer door laag HT of ery’s die minder Hb bevatten.
Symptomen: vroegtijdige spiervermoeidheid, zwakheid, energiegebrek.

11.3.4
De levensduur van een ery is 120 dagen. 10% scheurt in het bloed (hemolyse), de rest van de
versleten ery’s worden afgebroken door macrofagen in de lever, milt en beenmerg.




Elk onderdeel van het Hb-molecuul heeft een andere bestemming:
- 4 globulaire eiwitten worden afgebroken tot aminozuren, waarna ze aan het bloed
worden afgegeven zodat andere cellen ze kunnen gebruiken.
- Ijzer wordt uit het Hb-molecuul afgehaald, waarna het omgezet wordt in biliverdine,
wat in bilirubine wordt omgezet. Dit wordt opgenomen door levercellen, waarna het
via de gal in de dunne darm terecht komt. In de dikke darm wordt dit omgezet in
verwante pigmentmoleculen, die via de urine worden uitgescheiden.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
antjeannanas Hogeschool InHolland
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
88
Member since
10 year
Number of followers
59
Documents
37
Last sold
1 year ago

4.4

14 reviews

5
9
4
2
3
2
2
1
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions