Geboortezorg, les 1
• Bestudeer de anatomie en fysiologie van het voortplantingsstelsel van de vrouw, de
ontwikkeling van de baby en veranderingen bij de moeder en de erfelijkheid.
Verloskundige vs Gynaecoloog:
Verloskundige: geen medische indicatie, thuisbevalling (of ziekenhuis met verloskundige), richt zich
op zwangerschap en bevalling
Gynaecoloog: Medische indicatie, fertiliteitszorg, ziekenhuis bevalling, richt zich op aandoeningen en
afwijkingen van het geslachtsorgaan en gecompliceerde bevallingen.
Controles:
, • Benoem risicofactoren voor een gezonde zwangerschap.
Normale zwangerschap duurt 40 weken, vaak bevalt iemand tussen de 37-42 weken.
De zwangerschap is opgebouwd in 3 semesters:
- 1e is tot 16 weken
- 2e is van 16-28 weken
- 3e vanaf 28 weken
Een kind wordt vanaf 24 weken als levensvatbaar beschouwd.
Prenatale diagnostiek:
Combinatietest: Vroeg in de zwangerschap onderzocht of er een verhoogde kans is dat je kind down-,
edward- of patausyndroom heeft. Dit wordt uitgevoerd door een bloedonderzoek en een
nekplooimeting bij de baby.
Vlokkentest: tussen de 11 en 14 weken wordt er een stukje placentaweefsel weggenomen via de buik
of vagina.
Vruchtwaterpunctie: tussen 15 en 16 weken wordt er vruchtwater opgezogen via de buikwand
20 weken echo: uitgebreid echoscopisch onderzoek naar ontwikkeling van organen van de baby.
NIPT: bloedonderzoek naar DNA van de placenta.
Indicatie voor bovenstaande diagnostiek: 36 jaar +, medische indicatie, erfelijke aandoeningen in de
familie.
Trisomie= fout tijdens de mitose (somatische kerndeling) of meiose (vorming geslachtcellen)
- Trisomie 21 → down-syndroom
- Trisomie 13 → patau syndroom (overlijden vaak vlak na geboorte)
- Trisomie 18 → edwardsyndroom (overlijden vaak vlak na geboorte/ voor 1ste levensjaar)
Tweelingen:
- Dizygoot (twee-eiig) → 2 eicellen worden bevrucht
- Monozygoot (eeneiig) → blastomeren splitsen of embryoblast splitst
- Stamese tweeling → late en onvolledige splitsing
, • Beschrijf klachten en verschijnselen die tijdens een gezonde zwangerschap kunnen
optreden.
Normale klachten en verschijnselen:
- Vermoeidheid
- Misselijk
- Vaak plassen
- Brandend maagzuur
- Stemmingswisselingen
- Bandenpijn
- Pijnlijke borsten
- Slecht slapen
- Hoofdpijn
- Lage rugpijn
- Afkeer van voedsel en geuren
- Opgeblazen gevoel
- Vreetbuien
- Striae
• De student heeft kennis van zwangerschapscomplicaties die betrekking hebben op
kinderlijke en moederlijke factoren, zodanig dat zij/hij in staat is op basis klinisch
redeneren verpleegkundige zorg aan zwangeren te verlenen en/of te beargumenteren.
• De student benoemt:
o De verpleegkundige aandachtspunten bij de verschillende zwangerschapstermijnen
Normaal gewicht van 40 weken baby → +/- 3 kg
o Gravida Para Moeder
Gravida=hoeveel zwangerschappen
Para= bevallen/hoe vaak bevallen → een bevalling wordt geteld vanaf vaak 24 weken
Moeder= moeder
Voorbeelden:
G2P2M2 → 2 zwangerschappen, 2 keer bevallen, met 2 levende kinderen
G3P1M1 → 3 zwangerschappen, 1 keer bevallen, met 1 levend kind → deze moeder 1 miskraam of 2.
Of 1 miskraam + nu nog zwanger.
, G4P4M5 → 4 zwangerschappen, 4 keer bevallen, met 5 levende kinderen → 5 kinderen waarvan 1
tweeling.
o De kenmerken/complicaties van een zwangerschapshypertensie, (pre)-eclampsie en
HELLP-syndroom bij zowel moeder als pasgeborene
Zwangerschapshypertensie:
(pre)-eclampsie:
- Pre-eclampsie
Wat is het?
Bij pre-eclampsie is er naast de zwangerschapshypertensie ook sprake van eiwitverlies in de urine.
Hier wordt achter gekomen doordat er bij hypertensie de urine wordt gecontroleerd op de
aanwezigheid van eiwitten.
Symptomen
- Hypertensie (hoger dan 140/90 mmHg)
- Eiwit in de urine (albumine en kreatine) door beschadiging aan de nieren komt het eiwit in de
urine
- Hoofdpijn
- Tinteling in vingers
- Trillingen in armen en/of benen
- Wazig zien/lichtflitsen
- Misselijkheid
- Pijn in de bovenbuik
- Oedeem in gezicht, handen of voeten
- Snelle gewichtstoename door vocht vasthouden
- Kortademig door vocht in de longen
Oorzaak
De oorzaak is niet volledig bekend.
Gevolgen
• Bestudeer de anatomie en fysiologie van het voortplantingsstelsel van de vrouw, de
ontwikkeling van de baby en veranderingen bij de moeder en de erfelijkheid.
Verloskundige vs Gynaecoloog:
Verloskundige: geen medische indicatie, thuisbevalling (of ziekenhuis met verloskundige), richt zich
op zwangerschap en bevalling
Gynaecoloog: Medische indicatie, fertiliteitszorg, ziekenhuis bevalling, richt zich op aandoeningen en
afwijkingen van het geslachtsorgaan en gecompliceerde bevallingen.
Controles:
, • Benoem risicofactoren voor een gezonde zwangerschap.
Normale zwangerschap duurt 40 weken, vaak bevalt iemand tussen de 37-42 weken.
De zwangerschap is opgebouwd in 3 semesters:
- 1e is tot 16 weken
- 2e is van 16-28 weken
- 3e vanaf 28 weken
Een kind wordt vanaf 24 weken als levensvatbaar beschouwd.
Prenatale diagnostiek:
Combinatietest: Vroeg in de zwangerschap onderzocht of er een verhoogde kans is dat je kind down-,
edward- of patausyndroom heeft. Dit wordt uitgevoerd door een bloedonderzoek en een
nekplooimeting bij de baby.
Vlokkentest: tussen de 11 en 14 weken wordt er een stukje placentaweefsel weggenomen via de buik
of vagina.
Vruchtwaterpunctie: tussen 15 en 16 weken wordt er vruchtwater opgezogen via de buikwand
20 weken echo: uitgebreid echoscopisch onderzoek naar ontwikkeling van organen van de baby.
NIPT: bloedonderzoek naar DNA van de placenta.
Indicatie voor bovenstaande diagnostiek: 36 jaar +, medische indicatie, erfelijke aandoeningen in de
familie.
Trisomie= fout tijdens de mitose (somatische kerndeling) of meiose (vorming geslachtcellen)
- Trisomie 21 → down-syndroom
- Trisomie 13 → patau syndroom (overlijden vaak vlak na geboorte)
- Trisomie 18 → edwardsyndroom (overlijden vaak vlak na geboorte/ voor 1ste levensjaar)
Tweelingen:
- Dizygoot (twee-eiig) → 2 eicellen worden bevrucht
- Monozygoot (eeneiig) → blastomeren splitsen of embryoblast splitst
- Stamese tweeling → late en onvolledige splitsing
, • Beschrijf klachten en verschijnselen die tijdens een gezonde zwangerschap kunnen
optreden.
Normale klachten en verschijnselen:
- Vermoeidheid
- Misselijk
- Vaak plassen
- Brandend maagzuur
- Stemmingswisselingen
- Bandenpijn
- Pijnlijke borsten
- Slecht slapen
- Hoofdpijn
- Lage rugpijn
- Afkeer van voedsel en geuren
- Opgeblazen gevoel
- Vreetbuien
- Striae
• De student heeft kennis van zwangerschapscomplicaties die betrekking hebben op
kinderlijke en moederlijke factoren, zodanig dat zij/hij in staat is op basis klinisch
redeneren verpleegkundige zorg aan zwangeren te verlenen en/of te beargumenteren.
• De student benoemt:
o De verpleegkundige aandachtspunten bij de verschillende zwangerschapstermijnen
Normaal gewicht van 40 weken baby → +/- 3 kg
o Gravida Para Moeder
Gravida=hoeveel zwangerschappen
Para= bevallen/hoe vaak bevallen → een bevalling wordt geteld vanaf vaak 24 weken
Moeder= moeder
Voorbeelden:
G2P2M2 → 2 zwangerschappen, 2 keer bevallen, met 2 levende kinderen
G3P1M1 → 3 zwangerschappen, 1 keer bevallen, met 1 levend kind → deze moeder 1 miskraam of 2.
Of 1 miskraam + nu nog zwanger.
, G4P4M5 → 4 zwangerschappen, 4 keer bevallen, met 5 levende kinderen → 5 kinderen waarvan 1
tweeling.
o De kenmerken/complicaties van een zwangerschapshypertensie, (pre)-eclampsie en
HELLP-syndroom bij zowel moeder als pasgeborene
Zwangerschapshypertensie:
(pre)-eclampsie:
- Pre-eclampsie
Wat is het?
Bij pre-eclampsie is er naast de zwangerschapshypertensie ook sprake van eiwitverlies in de urine.
Hier wordt achter gekomen doordat er bij hypertensie de urine wordt gecontroleerd op de
aanwezigheid van eiwitten.
Symptomen
- Hypertensie (hoger dan 140/90 mmHg)
- Eiwit in de urine (albumine en kreatine) door beschadiging aan de nieren komt het eiwit in de
urine
- Hoofdpijn
- Tinteling in vingers
- Trillingen in armen en/of benen
- Wazig zien/lichtflitsen
- Misselijkheid
- Pijn in de bovenbuik
- Oedeem in gezicht, handen of voeten
- Snelle gewichtstoename door vocht vasthouden
- Kortademig door vocht in de longen
Oorzaak
De oorzaak is niet volledig bekend.
Gevolgen