artikelen systeemtheorie en
gezinstherapie
College 1
Rutger Bregman (2017)
onderzoek van Stanley Milgram met de elektrische schokken; iedereen die meedeed aan het
onderzoek (schokken geven aan een ´leerling´ als ´leraar´ bij foute antwoorden) ging door
tot het aantal volt waarbij ´waarschuwing, zware schok´ stond waarmee je iemand kon
doden, en 65% van de mannen zelfs tot het uiterste; alleen maar omdat het hen werd
opgedragen.
hij zag dit als verklaring voor Holocaust. ook filosofe Hannah Arendt deed hier onderzoek
naar en zag het ook niet als slechte bedoelingen of motieven, maar als ´banaliteit van het
kwaad´. ook door anderen werd geconcludeerd dat een verklaring voor het meedoen aan dit
soort onhumane handelingen komt doordat proefpersonen in een soort robots zijn
veranderd, waardoor ze niet meer nadachten over de consequenties van hun daden. ook het
boek ´doodgewone mannen´ van Browning omschrijft een slachting waar iedereen toe in
staat zou kunnen zijn als het iemand word opgedragen.
blijkt wel dat de versie van Milgram maar één variant was; als we zijn 23 varianties van
proeven naast elkaar leggen, bijkt het tegenovergestelde; 57% ongehoorzaam. Milgrams
carriére hing af van hun gehoorzaamheid, dus al zijn voorbereidingen waren erop gericht
hen te laten gehoorzamen en kwam weinig wetenschap bij kijken. in die tijd zelf was ook al
wel kritiek, maar dat kwam omdat het onethisch was, met als gevolg dat richtlijnen voor
experimenten veranderden en het onderzoek dus niet herhaald kon worden; geen
inhoudelijke kritiek dus mogelijk.
Stanley Milgram dus altijd positief besproken; de banaliteit van het kwaad is een cliché dat
altijd wordt aangehaald als er iets diepzinnigs moet worden gezegd over de menselijke
natuur, zijn boek was een bestseller en daarmee had hij zijn doel bereikt.
zo´n vijftig jaar later werd geconcludeerd door nieuwe psychologen dat het niet over blinde
gehoorzaamheid ging, maar over verleiding en misleiding, overtuiging en engagement voor
de wetenschap; ze deden het kwade omdat ze dachten dat het goed was. de hoopvolle les
is dus dat iemand wel kwaad kan doen, maar is hier wel veel bewerking, boersering,
verleiding en manipulatie voor nodig waarbij het kwaad goed moet lijken.
Veel nazi´s zeiden bij hun proces dat ze slechts bevelen opvolgden namens Hitler, later werd
onderzocht dat ze Hitler niet zomaar gehoorzaamnden, maar echt naar hem toe werkten en
probeerden te handelen in zijn geest en elkaar daar ook in wilden overtreffen; de Holocaust
is daarmee dus ook niet door robots. het kwaad was normaal geworden, het antisemitisme
,infecteerde de Duitse cultuur en werd een kwestie van gezond verstand. Maar vergis je niet;
het kwaad begint nooit banaal, het kan hoogstens banaal worden.
Doordat het leek dat Hannah Arendt met Milgram (banaliteit van het kwaad) was niet omdat
Arendt geloofde dat mensen van nature kwaad willen doen, maar omdat het nazi´s zoals
Eichmann niet lukte om zich in te leven in anderen (ipv een gehoorzamende robot zijn); ze
geloofde dat mensen van nature juist goed willen zijn (en als ze toch kwaad doen, het
verschilen met leugens, (zelf)overtuigingen en clichés).
Waarom mensen zeggen dat de mens van nature kwaad is; gemakzucht want het geloof in
onze eigen verdorvenheid is op een vreemde manier geruststellend, makkelijk om te zeggen
dat het kwaad al in ons zit; als je zou zeggen dat de mens in essentie goed is, is het veel
moeilijker te verklaren waarom het kwaad dan toch bestaat.
uiteindelijk gaat het volgens de schrijver om wat we zelf willen zijn, en dat zal dan ook
blijken. daarbij hebben we een keuze. Hollander ontdekte dat in het experiment bijna
iedereen wilde stoppen; die lieten empathie en verzet zien, en het goede nieuws; je kan
hierop oefenen, inleven kun je leren. verzet is een vaardigheid.
de bekeerde nazi: toen Denemarken nog niet bezet was, was er een plan om op een avond
heel veel Joden te vervoeren naar Polen, maar een nazi had deze dag de Denen
gewaarschuwd en daardoor konden de meeste Joden die dag met hulp van hun
landgenoten al vluchten. het verzet tegen de Duitsers in Denemarken leek zo besmettelijk
(goed) dat iedereen mee hielp, en zelfs Hitlers volgelingen gingen twijfelen.
Zo bleek in meer landen, waarbij veel meer weerstand vanuit de Joden en het volk kwam,
dat daar minder Joden omkwamen.
,Basisboek systeemgericht werken: H1
Het werkterrein van de systeemgerichte social worker
Een systemische benadering verklaart niet met psychologische, neurologische of
biologische factoren, maar let op de verwikkelingen van de mensen en op de geschiedenis
die zij met elkaar doormaken. Een mens kan hierin alleen gezien en begrepen worden in de
context van zijn relaties. Bij een systeem gaat het om geordende delen die elkaar
beïnvloeden, en gericht is op het bereiken van een bepaald doel/doelen, maar in elke
hoek/werkveld wordt het woord systeem anders gebruikt. Voor de social worker;
´Het begrip systeem wijst op een eenheid, opgebouwd uit deelverhoudingen; het gaat niet
alleen om delen op zich, ook niet om het geheel, maar om de doelgerichte circulaire
betrekkingen tussen dit alles.´
Systeemgericht werken op drie manieren: 1) als therapievorm met een cliëntsysteem, 2) de
inhoud of het doel van de behandeling; functioneren van het systeem verbeteren,
samenhang van de vraag/problematiek verhelderen met onderlinge relaties als belangrijkste
aandachtspunt en 3) circulariteit; daarbij moet je letten wederzijdse beïnvloeding en
circulaire interacties, niet op ´oorzaak en gevolg´.
er zijn 5 verschillende systemen:
1. het individuele systeem; cellen - organen - stelsels - lichaam - psyche →
eenheid mens. een orgaanstelsel is een vb van een subsysteem van het individu. de
mens is continue in interactie met zichzelf; het zichzelf bestaat uit alle boodschappen
die het lichaam en de psyche naar elkaar uitzenden en beïnvloeden. Net als een
bloedsomloop heeft een mens input (zuurstofarm bloed), troughput (zuurstof vanuit
de hersenen) en output (zuurstofrijk bloed). binnen de algemene systeemtheorie zijn
alle levende wezens open systemen (in open verbinding met hun omgeving).
materie, energie en informatie passeren voortdurend de grens van het systeem
(input), worden door het systeem bewerkt (throughput) en worden uitgewisseld met
de omgeving (output). Bij dit proces hoort ook voortdurende feedback, die gebruikt
wordt om het systeem te veranderen/verbeteren/stabiliseren; hier hoort
wederkerigheid bij tussen omgeving en individuele systeem.
Een open systeem bestaat uit alle protectieve factoren en stressoren die het
individuele systeem omgeven. Een verstoring van het evenwicht heeft gevolgen voor
de energiehuishouding want bepalend is voor het welbevinden of de gezondheid van
het individuele systeem; begrippen negentropie (energie beschikbaar; richting van
gezondheid, uitwisseling en complexe organisatie) en entropie (te weinig energie,
richting afnemende gezondheid/ziekte).
Naast de open systemen, ook gesloten systemen; geen uitwisseling met de
omgeving. Strikt genomen bestaan die niet, maar kunnen wel geslotener worden; dit
proces heet entropie (wanneer iemand zichzelf meer en meer afsluit); input neemt af
en desorganisatie doordat subsystemen in disbalans raken.
Zelfstabilisatie is als een mens zich aanpast aan zijn omgeving of aanpassingen in
zijn omgeving bewerkstelligt. structurele wijziging kan ook, dan heet het
zelforganisatie.
2. het subsysteem;
, 3. EN DAARBIJ het gezinssysteem;
kleinste subsysteem bestaat uit twee personen; een dyadisch subsysteem. om aan
een subsysteem te behoren, moet je deelnemen aan de communicatie en interacties.
binnen een gezin worden deze generationeel bepaald (grootouders, ouders,
kinderen) of ze hebben een functie (partner-systeem, opvoeder-systeem…)
4. het supra familiaire systeem; bloedverwanten tot in de vierde lijn, kan opgebouwd
zijn uit verschillende gezinssystemen en individuele systemen en gaat om de
betrekkingen daartussen. dit is onderdeel van het persoonlijke sociale netwerk, gaat
om mensen met wie een duurzame band bestaat. kan als belangrijke functie
vervullen als steunbron voor gezin of individu. ook kan het conflicten meebrengen.
taak van social worker; geen waarheid achterhalen, maar ieders waarheid
respecteren en werken vanuit een meerzijdige partijdigheid (voor elke kant valt wat te
zeggen).
5. de omgeving als systeem; ´de omgeving bestaat uit alle interne en externe
factoren/invloeden die het gezinssysteem omgeven. de relatie tussen het
gezinssysteem en de omgeving is wederkerig. het gezinssysteem kan de omgeving
beïnvloeden en omgekeerd kan de omgeving het gezinssysteem beïnvloeden. de
uitwisseling tussen het gezinssysteem en de omgeving in de vorm van input, output
en feedback is dan ook circulair van aard.´
informatie over omgeving geeft een beeld over steunbronnen of stressfactoren.
Het systeempentagram bevat de vijf (niet hiërarchische) systemen als werkgebieden met als
centraal punt de hulpverlener; er moet geïntervenieerd kunnen worden in alle systemen. een
social worker is daarom breed georiënteerd, hij weet wat hij niet weet en kan en durft
daarnaar te handelen.
eerste fase binnen het systeemgericht werken: het aangaan van een goede werkalliantie en
het creëren van een veilig klimaat.
werkalliantie bestaat uit: 1) het doel van de behandeling; wat wil de cliënt bereiken, 2) de
taak; hoe wil de cliënt het doel bereiken en 3) de relatie tussen cliënt en therapeut.
daarbij moet de hulpverlener omgaan met meerdere personen die elkaar onderling
beïnvloeden; daardoor ook meerdere allianties en een eensgezinde doelstelling(en).
in behandeling zijn jouw professionele optiek samen met het belang van de cliënt belangrijk,
veiligheid voorop.
1. de social worker en individuele cliënt: degene die zich heeft aangemeld. je moet oog
hebben voor de eenheid van de mens, de onderlinge relaties tussen lichaam en
psyche en de verbintenis tussen de organen.
2. de social worker en het subsysteem: geen lineaire verbanden, maar kijken vanuit een
circulaire visie. soms is het goed om subsystemen te betrekken in de begeleiding; de
timing en de wijze waarop zijn van de situatie afhankelijk.
twee soorten interactie: 1) symmetrische interactie; het gedrag van de een wordt
gevolg door eenzelfde soort gedrag van de ander, er kan hierbij sprake zijn van
concurrentie. en 2) complementaire interactie; sprake van tegengesteld gedrag dat
bij elkaar past, op elkaar ingrijpt, gebaseerd op ongelijkheid; ze vertonen geen
gelijksoortige, maar elkaar aanvullende gedragingen. leider en volger (niet sterker en
zwakker, maar zieke en verzorger).
gezinstherapie
College 1
Rutger Bregman (2017)
onderzoek van Stanley Milgram met de elektrische schokken; iedereen die meedeed aan het
onderzoek (schokken geven aan een ´leerling´ als ´leraar´ bij foute antwoorden) ging door
tot het aantal volt waarbij ´waarschuwing, zware schok´ stond waarmee je iemand kon
doden, en 65% van de mannen zelfs tot het uiterste; alleen maar omdat het hen werd
opgedragen.
hij zag dit als verklaring voor Holocaust. ook filosofe Hannah Arendt deed hier onderzoek
naar en zag het ook niet als slechte bedoelingen of motieven, maar als ´banaliteit van het
kwaad´. ook door anderen werd geconcludeerd dat een verklaring voor het meedoen aan dit
soort onhumane handelingen komt doordat proefpersonen in een soort robots zijn
veranderd, waardoor ze niet meer nadachten over de consequenties van hun daden. ook het
boek ´doodgewone mannen´ van Browning omschrijft een slachting waar iedereen toe in
staat zou kunnen zijn als het iemand word opgedragen.
blijkt wel dat de versie van Milgram maar één variant was; als we zijn 23 varianties van
proeven naast elkaar leggen, bijkt het tegenovergestelde; 57% ongehoorzaam. Milgrams
carriére hing af van hun gehoorzaamheid, dus al zijn voorbereidingen waren erop gericht
hen te laten gehoorzamen en kwam weinig wetenschap bij kijken. in die tijd zelf was ook al
wel kritiek, maar dat kwam omdat het onethisch was, met als gevolg dat richtlijnen voor
experimenten veranderden en het onderzoek dus niet herhaald kon worden; geen
inhoudelijke kritiek dus mogelijk.
Stanley Milgram dus altijd positief besproken; de banaliteit van het kwaad is een cliché dat
altijd wordt aangehaald als er iets diepzinnigs moet worden gezegd over de menselijke
natuur, zijn boek was een bestseller en daarmee had hij zijn doel bereikt.
zo´n vijftig jaar later werd geconcludeerd door nieuwe psychologen dat het niet over blinde
gehoorzaamheid ging, maar over verleiding en misleiding, overtuiging en engagement voor
de wetenschap; ze deden het kwade omdat ze dachten dat het goed was. de hoopvolle les
is dus dat iemand wel kwaad kan doen, maar is hier wel veel bewerking, boersering,
verleiding en manipulatie voor nodig waarbij het kwaad goed moet lijken.
Veel nazi´s zeiden bij hun proces dat ze slechts bevelen opvolgden namens Hitler, later werd
onderzocht dat ze Hitler niet zomaar gehoorzaamnden, maar echt naar hem toe werkten en
probeerden te handelen in zijn geest en elkaar daar ook in wilden overtreffen; de Holocaust
is daarmee dus ook niet door robots. het kwaad was normaal geworden, het antisemitisme
,infecteerde de Duitse cultuur en werd een kwestie van gezond verstand. Maar vergis je niet;
het kwaad begint nooit banaal, het kan hoogstens banaal worden.
Doordat het leek dat Hannah Arendt met Milgram (banaliteit van het kwaad) was niet omdat
Arendt geloofde dat mensen van nature kwaad willen doen, maar omdat het nazi´s zoals
Eichmann niet lukte om zich in te leven in anderen (ipv een gehoorzamende robot zijn); ze
geloofde dat mensen van nature juist goed willen zijn (en als ze toch kwaad doen, het
verschilen met leugens, (zelf)overtuigingen en clichés).
Waarom mensen zeggen dat de mens van nature kwaad is; gemakzucht want het geloof in
onze eigen verdorvenheid is op een vreemde manier geruststellend, makkelijk om te zeggen
dat het kwaad al in ons zit; als je zou zeggen dat de mens in essentie goed is, is het veel
moeilijker te verklaren waarom het kwaad dan toch bestaat.
uiteindelijk gaat het volgens de schrijver om wat we zelf willen zijn, en dat zal dan ook
blijken. daarbij hebben we een keuze. Hollander ontdekte dat in het experiment bijna
iedereen wilde stoppen; die lieten empathie en verzet zien, en het goede nieuws; je kan
hierop oefenen, inleven kun je leren. verzet is een vaardigheid.
de bekeerde nazi: toen Denemarken nog niet bezet was, was er een plan om op een avond
heel veel Joden te vervoeren naar Polen, maar een nazi had deze dag de Denen
gewaarschuwd en daardoor konden de meeste Joden die dag met hulp van hun
landgenoten al vluchten. het verzet tegen de Duitsers in Denemarken leek zo besmettelijk
(goed) dat iedereen mee hielp, en zelfs Hitlers volgelingen gingen twijfelen.
Zo bleek in meer landen, waarbij veel meer weerstand vanuit de Joden en het volk kwam,
dat daar minder Joden omkwamen.
,Basisboek systeemgericht werken: H1
Het werkterrein van de systeemgerichte social worker
Een systemische benadering verklaart niet met psychologische, neurologische of
biologische factoren, maar let op de verwikkelingen van de mensen en op de geschiedenis
die zij met elkaar doormaken. Een mens kan hierin alleen gezien en begrepen worden in de
context van zijn relaties. Bij een systeem gaat het om geordende delen die elkaar
beïnvloeden, en gericht is op het bereiken van een bepaald doel/doelen, maar in elke
hoek/werkveld wordt het woord systeem anders gebruikt. Voor de social worker;
´Het begrip systeem wijst op een eenheid, opgebouwd uit deelverhoudingen; het gaat niet
alleen om delen op zich, ook niet om het geheel, maar om de doelgerichte circulaire
betrekkingen tussen dit alles.´
Systeemgericht werken op drie manieren: 1) als therapievorm met een cliëntsysteem, 2) de
inhoud of het doel van de behandeling; functioneren van het systeem verbeteren,
samenhang van de vraag/problematiek verhelderen met onderlinge relaties als belangrijkste
aandachtspunt en 3) circulariteit; daarbij moet je letten wederzijdse beïnvloeding en
circulaire interacties, niet op ´oorzaak en gevolg´.
er zijn 5 verschillende systemen:
1. het individuele systeem; cellen - organen - stelsels - lichaam - psyche →
eenheid mens. een orgaanstelsel is een vb van een subsysteem van het individu. de
mens is continue in interactie met zichzelf; het zichzelf bestaat uit alle boodschappen
die het lichaam en de psyche naar elkaar uitzenden en beïnvloeden. Net als een
bloedsomloop heeft een mens input (zuurstofarm bloed), troughput (zuurstof vanuit
de hersenen) en output (zuurstofrijk bloed). binnen de algemene systeemtheorie zijn
alle levende wezens open systemen (in open verbinding met hun omgeving).
materie, energie en informatie passeren voortdurend de grens van het systeem
(input), worden door het systeem bewerkt (throughput) en worden uitgewisseld met
de omgeving (output). Bij dit proces hoort ook voortdurende feedback, die gebruikt
wordt om het systeem te veranderen/verbeteren/stabiliseren; hier hoort
wederkerigheid bij tussen omgeving en individuele systeem.
Een open systeem bestaat uit alle protectieve factoren en stressoren die het
individuele systeem omgeven. Een verstoring van het evenwicht heeft gevolgen voor
de energiehuishouding want bepalend is voor het welbevinden of de gezondheid van
het individuele systeem; begrippen negentropie (energie beschikbaar; richting van
gezondheid, uitwisseling en complexe organisatie) en entropie (te weinig energie,
richting afnemende gezondheid/ziekte).
Naast de open systemen, ook gesloten systemen; geen uitwisseling met de
omgeving. Strikt genomen bestaan die niet, maar kunnen wel geslotener worden; dit
proces heet entropie (wanneer iemand zichzelf meer en meer afsluit); input neemt af
en desorganisatie doordat subsystemen in disbalans raken.
Zelfstabilisatie is als een mens zich aanpast aan zijn omgeving of aanpassingen in
zijn omgeving bewerkstelligt. structurele wijziging kan ook, dan heet het
zelforganisatie.
2. het subsysteem;
, 3. EN DAARBIJ het gezinssysteem;
kleinste subsysteem bestaat uit twee personen; een dyadisch subsysteem. om aan
een subsysteem te behoren, moet je deelnemen aan de communicatie en interacties.
binnen een gezin worden deze generationeel bepaald (grootouders, ouders,
kinderen) of ze hebben een functie (partner-systeem, opvoeder-systeem…)
4. het supra familiaire systeem; bloedverwanten tot in de vierde lijn, kan opgebouwd
zijn uit verschillende gezinssystemen en individuele systemen en gaat om de
betrekkingen daartussen. dit is onderdeel van het persoonlijke sociale netwerk, gaat
om mensen met wie een duurzame band bestaat. kan als belangrijke functie
vervullen als steunbron voor gezin of individu. ook kan het conflicten meebrengen.
taak van social worker; geen waarheid achterhalen, maar ieders waarheid
respecteren en werken vanuit een meerzijdige partijdigheid (voor elke kant valt wat te
zeggen).
5. de omgeving als systeem; ´de omgeving bestaat uit alle interne en externe
factoren/invloeden die het gezinssysteem omgeven. de relatie tussen het
gezinssysteem en de omgeving is wederkerig. het gezinssysteem kan de omgeving
beïnvloeden en omgekeerd kan de omgeving het gezinssysteem beïnvloeden. de
uitwisseling tussen het gezinssysteem en de omgeving in de vorm van input, output
en feedback is dan ook circulair van aard.´
informatie over omgeving geeft een beeld over steunbronnen of stressfactoren.
Het systeempentagram bevat de vijf (niet hiërarchische) systemen als werkgebieden met als
centraal punt de hulpverlener; er moet geïntervenieerd kunnen worden in alle systemen. een
social worker is daarom breed georiënteerd, hij weet wat hij niet weet en kan en durft
daarnaar te handelen.
eerste fase binnen het systeemgericht werken: het aangaan van een goede werkalliantie en
het creëren van een veilig klimaat.
werkalliantie bestaat uit: 1) het doel van de behandeling; wat wil de cliënt bereiken, 2) de
taak; hoe wil de cliënt het doel bereiken en 3) de relatie tussen cliënt en therapeut.
daarbij moet de hulpverlener omgaan met meerdere personen die elkaar onderling
beïnvloeden; daardoor ook meerdere allianties en een eensgezinde doelstelling(en).
in behandeling zijn jouw professionele optiek samen met het belang van de cliënt belangrijk,
veiligheid voorop.
1. de social worker en individuele cliënt: degene die zich heeft aangemeld. je moet oog
hebben voor de eenheid van de mens, de onderlinge relaties tussen lichaam en
psyche en de verbintenis tussen de organen.
2. de social worker en het subsysteem: geen lineaire verbanden, maar kijken vanuit een
circulaire visie. soms is het goed om subsystemen te betrekken in de begeleiding; de
timing en de wijze waarop zijn van de situatie afhankelijk.
twee soorten interactie: 1) symmetrische interactie; het gedrag van de een wordt
gevolg door eenzelfde soort gedrag van de ander, er kan hierbij sprake zijn van
concurrentie. en 2) complementaire interactie; sprake van tegengesteld gedrag dat
bij elkaar past, op elkaar ingrijpt, gebaseerd op ongelijkheid; ze vertonen geen
gelijksoortige, maar elkaar aanvullende gedragingen. leider en volger (niet sterker en
zwakker, maar zieke en verzorger).