100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Class notes

Testen van functioneren (volledige samenvatting)

Rating
-
Sold
1
Pages
65
Uploaded on
10-06-2025
Written in
2024/2025

Een volledige samenvatting van alle hoorcollege's van testen van functioneren. Er staat ook wat literatuur doorheen en alle artikelen zijn beschreven. Literatuur uit het handboek psychodiagnostiek staat er niet in.

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 10, 2025
Number of pages
65
Written in
2024/2025
Type
Class notes
Professor(s)
Unknown
Contains
All classes

Subjects

Content preview

,College 1
Hoofdstuk 1
De instrumenten die je gebruikt in de diagnostiek moeten zo onafhankelijk, betrouwbaar,
valide en specifiek mogelijk zijn. Het diagnostisch proces verloopt volgens de empirische
cyclus in 5 stappen. Deze methode heeft een cyclisch karakter.
1) Je begint met het observeren en verzamelen van gegevens. Dit doe je door
observaties of vragenlijsten.
2) Inductie, het formuleren van hypothesen op basis van de waarnemingen.
3) Deductie, het afleiden van toetsbare voorspelling uit die hypothese.
4) Operationalisatie, de deductie wordt voortgezet door bij iedere voorspelling
adequate onderzoeksmiddelen in te zetten om deze voorspellingen te toetsen.
5) Toetsing. Het onderzoeksplan wordt uitgevoerd.
6) Evaluatie. De uitkomsten van het onderzoek worden terugkoppelt naar de
hypothesen. Je moet beslissen welke je houdt en welke je verwerpt.

Psychodiagnostiek betekent ook de start van een hulpverlingsproces dat als doel heeft bij
te dragen aan gewenste veranderingen in het leven van een kind. In het begin van dit
proces is je beeld nog breed. Je bent hier aan het verkennen.
Verdiepend psychodiagnostisch onderzoek verloopt veel gerichter, met de focus op het
toetsen van hypothesen. Hier worden weer specifiekere instrumenten gebruikt.
Na het interventieplan, begin je met plannen. Hier staat vooral de logistiek centraal. Je
moet de interventie zoveel mogelijk volgens protocol volgen, dit heet het treatment
integrity of implementation fidelity. Je hebt hier tussentijdse evaluaties om te kijken of alles
volgens plan gaat. Tijdens de eindevaluatie kijk je naar het effect van de interventie en de
tevredenheid van het kind en betrokkenen.
Diagnostiek is het liefst zo kort mogelijk en alleen uitgebreid indien nodig. Je moet constant
je handelen verantwoorden en onderbouwen. Dit kan namelijk ook teruggevraagd worden
van de inspectie. Het methodisch werken aan een diagnostisch proces verhoogt de
validiteit.
De relatie tussen kind/gezin en hulpverlener wordt ook wel de therapeutische alliantie
genoemd. Deze relatie vraagt om overeenstemming over de doelen en middelen, en
vertrouwen. De kwaliteit van de alliantie heeft een grote invloed op het proces. In het BIG-
register valt te zien of een hulpverlener onder de Wet op de beroepen in de
gezondheidszorg valt.

,Hoorcollege 1
Dit vak bestaat echt uit twee delen, de orthopedagogiek en het kind in schoolse context.
David Wechsler (1945): “Intelligentie is het vermogen van een individu om doelgericht te
handelen, rationeel te denken en effectief met de omgeving om te kunnen gaan.”
(Begrijpelijker; het vermogen om de wereld om je heen te begrijpen)

Resing en Drenth (2001): “Intelligentie is een conglomeraat van verstandelijke vermogen,
processen en vaardigheden, zoals: abstract en logisch redeneren; relaties kunnen
ontdekken, leggen en doorzien; probleemoplossing; ordenen; aanpassen aan nieuwe
situaties…”

Als je onderzoek gaat doen zit je in de verklaringsanalyse. Er zijn meerdere belangen voor
intelligentie onderzoek; klachtgedrag interpreteren, achterblijvende schoolvordering in
kaart brengen, ontwikkeling globaal in beeld brengen, sterke en zwakke kanten
veronderstellen en inzicht in werkhouding en aanpak strategie. Van tevoren formuleer je
hypothesen over het ontstaan en in de stand houden van de klachten. Er zijn verschillende
manier om intelligentie in kaart te brengen, zoals cijferreeksen, algemene kennis, verbale
analogieën, verborgen figuren, non-verbale-analogieen en blokpatronen.

Spearman (1927) benoemt dat alle componenten samenhangen, dit noemt hij de G-factor.
Er zijn veel soorten vaardigheden, denk aan 1) specifieke cognitieve vaardigheden 2) brede
cognitieve vaardigheden 3) centraal cognitief proces. De specifieke cognitieve
vaardigheden moeten in een intelligentietest zitten.

Deze soorten intelligentie zijn belangrijk voor de G-factor:
- Gekristalliseerde kennis: Verworven kennis door ervaring en incidenteel leren. Dit is
afhankelijk van scholing en culturele vorming. Wordt ook wel vaststaande
intelligentie genoemd.
- Fluïde intelligentie: Dit zijn abstracte beredeneer vaardigheden. Dit zijn niet-verbale
conceptvorming en flexibiliteit. Het oplossen van problemen zonder terug te vallen
op aangeleerde kennis. Dit is je cognitieve potentieel. Je fluide intelligentie neemt af
vanaf je 20ste, dan staat je gekristalliseerde kennis weer vast.

De W-testen worden het vaakst gebruikt in Nederlands.
- WPPSI-IV-NL (2;6 - 6;11 jr) De afname van deze test duurt 35-70 minuten. Is voor
jongere kinderen. Het bestaat uit 15 subtests en heeft 5 primaire indexen. Het
verbaal begrip, visueel ruimtelijk, fluïde redeneren, werkgeheugen en
verwerkingssnelheid
- WISC-V-NL (6;0 - 16;11 jr) Deze afname duurt ongeveer 2 uur. Het bestaat uit 15
subtests en heeft 5 primaire indexen. Het verbaal begrip, visueel ruimtelijk, fluïde
redeneren, werkgeheugen en verwerkingssnelheid
- WAIS-IV-NL (16;0 – 84;11 jr)

, - Rakit-2 (4;0 - 12;5 jr) Bestaat uit 4 factoren. Perceptuele redeneerfactor, verbale
leerfactor, ruimtelijke oriëntatie factor en verbale vlotheidsfactor. Speciaal geschikt
voor kinderen met lagere cognitieve capaciteiten.
- IDS-2 (5;0 – 20;11 jr) Is ook geschikt om andere belangrijke ontwikkelingsaspecten
te meten.
- WNV-NL (non-verbaal) (4;0 - 21;11 jr) Hier gebruik je alle non-verbalen taken van de
WISC.
- SON-R (non-verbaal) (2 - 8 jr en 6 - 40 jr) Ook dit is een niet-verbale intelligentietest,
er staan wel non-verbale instructies. Ook voor mensen die niet Nederlands
spreken.
- Raven’s 2 PM (non-verbaal) (4;0 – 69;11) Meet het deductief vermogen, wat een van
de belangrijkste onderdelen van de door Spearman aangeduide, algemene
intelligentie of g is. Speciaal geschikt voor kinderen en adolescenten met
communicatieve handicaps of een onvoldoende beheersing van de Nederlandse
taal
$6.03
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
MegiAdr Universiteit Leiden
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
12
Member since
2 year
Number of followers
3
Documents
11
Last sold
1 day ago

3.5

2 reviews

5
0
4
1
3
1
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions