Sofie Bosmans KU Leuven 1e Bachelor LO & BW 2023-2024 Examen Juni
Zwemmen
H2: basispricipes zwemmen p6-27
2.1: Fysische eigenschappen van water
Zwemmen
= het zelfstandig voortbewegen in water met behulp van voet-, hand-‚ of Iichaamsbewegingen zonder gebruik te
maken van steun-, drijf- of andere hulpmiddelen.
Stuwen
= mogelijkheden die het menselijk lichaam heeft in het water vooruit te komen
Water...
o Is nat
o Is koud
o Weerkaatst geluid
o Prikt in ogen
o Geeft opwaartse druk
o Geeft meer weerstand
o Oefent hydrostatische druk uit
o Bevat onvoldoende O2 om in te ademen
Hydrostatische druk
Lucht drukt op lichaam = 1 atmosfeer (bar) zeeniveau
Onder water: lucht + water drukt op lichaam
o Per 10m verhoogt de druk met 1 bar
o Dus op 10m diepte: 1bar (lucht) + 1 bar (water) = 2 bar
Voelbaar in
o alle luchtruimtes in lichaam (vb. oren)
o bij inademen: borstkas tegen deze druk inzetten vraagt inspanning uitademen gaat makkelijk
Aquatisch ademhalen
Boven water inademen (en onder water uitademen)
Ademhaling bestaat uit 2 delen:
o Inademen
Laag boven water en kort
o Uitademen
Door neus en mond
Kan in gestroomlijnde positie
Duur langer dan inademen
Hoofd in verlengde van lichaam
Tijdens stuwfase
2 manieren om te ademen:
o Rotatie breedteas – hoofd op tillen (SS en VL)
o Rotatie lengteas – hoofd draaien (CR)
1
,Evenwicht + vlotvermogen
2 krachten die op het lichaam zonder verplaatsing inwerken in het water
Neerwaartse/Zwaartekracht (Fz) = kracht die ons lichaam naar centrum van aarde trekt (ook in water !)
Opwaartse kracht (Fo) = “een lichaam of voorwerp dat je onderdompelt in water, ondervindt een opwaartse
kracht die gelijk is aan het gewicht van de verplaatste hoeveelheid water
Drijven of zinken
Zwaartekracht < opwaartse kracht drijven
Zwaartekracht > opwaartse kracht zinken
Massadichtheid bepaalt of iets drijft of zinkt
ρ = massa/volume ; ρ van (ongezouten) water = 1
ρ voorwerp < water drijven
ρ voorwerp > water zinken
- hoe hoger de dichtheid van water, hoe makkelijker drijven wordt
- dode zee = veel zout = hoge dichtheid = makkelijk drijven
Dichtheid lichaam afhankelijk van:
Samenstelling vet/lucht = drijven spieren/bot zinken
Volume ingeademd drijven we meestal
Stel:
Persoon (60kg) ademt in en neemt een volume in van 62liter (= 0,062m³)
o Dichtheid = 60kg/0,062m³ = 967,7kg/m³ < 996kg/m³ drijven
Persoon van 60kg ademt 4l lucht uit (volume wordt 58liter = 0,058m³)
o Dichtheid = 60kg/0,058m³ = 1034,5 > 996kg/m³ zinken
Principes van Archimedes
Wanneer we iemand optillen onder, en vervolgens boven water, lijkt het alsof de persoon onder water minder
weegt. Nochtans blijft het dezelfde persoon schijnbaar gewichtsverlies
Water heeft een opwaartse kracht!
Opwaartse kracht van water neutraliseert voor een deel neerwaartse zwaartekracht schijnbaar gewichtsverlies.
2
, Aangrijpingspunt zwaartekracht = zwaartepunt
meer voetwaarts want: vet in hersenen, lucht in longen/ veel spiermassa en zware botten in benen
Aangrijpingspunt opwaartse kracht water = perspunt
Midden verplaatste watermassa
Krachtenkoppel = rotatie (benen zinken)
Evenwicht = perspunt en zwaartepunt op 1 verticale lijn
Voor evenwicht MOET het zwaartepunt onder het perspunt liggen
Zwaartepunt verplaatsen
o Benen plooien
o Armen boven hoofd
Opdrukpunt/perspunt verplaatsen
o Lichaamsdelen in de lucht
o Drijfmiddelen aanbrengen
Vlotter tussen benen perspunt naar voeten (dichtbij Fz) horizontaler
Plankje in handen perspunt naar hoofd (ver van Fz) benen zinken
Evenwicht bij zwemmers
Aangrijpingspunten van krachten
o Fz midden massa
o Fo (perspunt/opdrukpunt) = midden verplaatst watermassa
Passief evenwicht (drijven zonder bewegen)
o Hoofd komt boven (vet in hersenen, lucht in longen)
o Benen zinken (veel spiermassa en zware botten)
rotatie/krachtenkopp
3
Zwemmen
H2: basispricipes zwemmen p6-27
2.1: Fysische eigenschappen van water
Zwemmen
= het zelfstandig voortbewegen in water met behulp van voet-, hand-‚ of Iichaamsbewegingen zonder gebruik te
maken van steun-, drijf- of andere hulpmiddelen.
Stuwen
= mogelijkheden die het menselijk lichaam heeft in het water vooruit te komen
Water...
o Is nat
o Is koud
o Weerkaatst geluid
o Prikt in ogen
o Geeft opwaartse druk
o Geeft meer weerstand
o Oefent hydrostatische druk uit
o Bevat onvoldoende O2 om in te ademen
Hydrostatische druk
Lucht drukt op lichaam = 1 atmosfeer (bar) zeeniveau
Onder water: lucht + water drukt op lichaam
o Per 10m verhoogt de druk met 1 bar
o Dus op 10m diepte: 1bar (lucht) + 1 bar (water) = 2 bar
Voelbaar in
o alle luchtruimtes in lichaam (vb. oren)
o bij inademen: borstkas tegen deze druk inzetten vraagt inspanning uitademen gaat makkelijk
Aquatisch ademhalen
Boven water inademen (en onder water uitademen)
Ademhaling bestaat uit 2 delen:
o Inademen
Laag boven water en kort
o Uitademen
Door neus en mond
Kan in gestroomlijnde positie
Duur langer dan inademen
Hoofd in verlengde van lichaam
Tijdens stuwfase
2 manieren om te ademen:
o Rotatie breedteas – hoofd op tillen (SS en VL)
o Rotatie lengteas – hoofd draaien (CR)
1
,Evenwicht + vlotvermogen
2 krachten die op het lichaam zonder verplaatsing inwerken in het water
Neerwaartse/Zwaartekracht (Fz) = kracht die ons lichaam naar centrum van aarde trekt (ook in water !)
Opwaartse kracht (Fo) = “een lichaam of voorwerp dat je onderdompelt in water, ondervindt een opwaartse
kracht die gelijk is aan het gewicht van de verplaatste hoeveelheid water
Drijven of zinken
Zwaartekracht < opwaartse kracht drijven
Zwaartekracht > opwaartse kracht zinken
Massadichtheid bepaalt of iets drijft of zinkt
ρ = massa/volume ; ρ van (ongezouten) water = 1
ρ voorwerp < water drijven
ρ voorwerp > water zinken
- hoe hoger de dichtheid van water, hoe makkelijker drijven wordt
- dode zee = veel zout = hoge dichtheid = makkelijk drijven
Dichtheid lichaam afhankelijk van:
Samenstelling vet/lucht = drijven spieren/bot zinken
Volume ingeademd drijven we meestal
Stel:
Persoon (60kg) ademt in en neemt een volume in van 62liter (= 0,062m³)
o Dichtheid = 60kg/0,062m³ = 967,7kg/m³ < 996kg/m³ drijven
Persoon van 60kg ademt 4l lucht uit (volume wordt 58liter = 0,058m³)
o Dichtheid = 60kg/0,058m³ = 1034,5 > 996kg/m³ zinken
Principes van Archimedes
Wanneer we iemand optillen onder, en vervolgens boven water, lijkt het alsof de persoon onder water minder
weegt. Nochtans blijft het dezelfde persoon schijnbaar gewichtsverlies
Water heeft een opwaartse kracht!
Opwaartse kracht van water neutraliseert voor een deel neerwaartse zwaartekracht schijnbaar gewichtsverlies.
2
, Aangrijpingspunt zwaartekracht = zwaartepunt
meer voetwaarts want: vet in hersenen, lucht in longen/ veel spiermassa en zware botten in benen
Aangrijpingspunt opwaartse kracht water = perspunt
Midden verplaatste watermassa
Krachtenkoppel = rotatie (benen zinken)
Evenwicht = perspunt en zwaartepunt op 1 verticale lijn
Voor evenwicht MOET het zwaartepunt onder het perspunt liggen
Zwaartepunt verplaatsen
o Benen plooien
o Armen boven hoofd
Opdrukpunt/perspunt verplaatsen
o Lichaamsdelen in de lucht
o Drijfmiddelen aanbrengen
Vlotter tussen benen perspunt naar voeten (dichtbij Fz) horizontaler
Plankje in handen perspunt naar hoofd (ver van Fz) benen zinken
Evenwicht bij zwemmers
Aangrijpingspunten van krachten
o Fz midden massa
o Fo (perspunt/opdrukpunt) = midden verplaatst watermassa
Passief evenwicht (drijven zonder bewegen)
o Hoofd komt boven (vet in hersenen, lucht in longen)
o Benen zinken (veel spiermassa en zware botten)
rotatie/krachtenkopp
3