100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Fysiologie

Rating
-
Sold
-
Pages
112
Uploaded on
09-06-2025
Written in
2022/2023

Uitgebreide samenvatting van het vak fysiologie uit de opleiding voedings- en dieetkunde.

Institution
Course













Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 9, 2025
Number of pages
112
Written in
2022/2023
Type
Summary

Subjects

Content preview

FYSIOLOGIE




2022-2023

,Deel 1: Algemene fysiologische processen

Inleiding

Fysiologie: bestudeert het functioneren van het organisme en het functioneren van de organen

De cel:
- kleinste levende eenheid
- bouwsteen van het organisme (biologisch standpunt)
- fundamentele stofwisselingseenheid van het organisme (fysiologisch standpunt)

Meercellig organisme:
- cellen zijn gespecialiseerd in 1 bepaalde functie/eigenschap
- cellen hebben grote onderlinge afhankelijkheid
- cellen zijn onderling verschillend in functie, vorm, opbouw, …

Levende organismen hebben het vermogen tot groeien, voortplanten, aanpassen aan omgeving,
prikkelbaarheid en metabolisme.



Fysiologische functies worden onderverdeeld:
* animale functies:
= willekeurig of doelgericht
= informatieve uitwisseling
- belang van animale/somatische zenuwstelsel!
- indeling:
> prikkelbaarheid: inwendig kunnen reageren op verandering in omgeving
> prikkelverwerking: prikkelgeleiding en -overdracht
> beweging: gericht veranderen van vorm en plaats

* vegetatieve functies:
= niet-willekeurig of autonoom
= materiële uitwisseling
- belang van bloedsomloop!
- indeling:
> metabolisme mbv enzymen (biokatalysatoren): chemische reacties voor de vorming
van energierijke stoffen (anabolisme) en de afbraak van energierijke stoffen waarbij
energie vrijkomt (katabolisme)
> resorptie: opname van (nuttige) stoffen uit de omgeving
> excretie: uitscheiding van afvalstoffen
> secretie: afscheiding van nuttige stoffen
> groei: toename in celvolume
> voortplanting: vermeerdering vh aantal cellen door celdeling



1

,Het interstitium
= milieu interieur
= interstitiële vloeistof
= extracellulaire ruimte
= dunne laagje vloeistof rond elke cel van een weefsel in een meercellig organisme

=> samenstelling wordt constant gehouden via de bloedcirculatie

Regulering van de homeostase
= alle fysiologische processen met als doel de samenstelling van het interstitium en het bloed zo
constant mogelijk te houden om de vegetatieve fysiologische functies in stand te houden
=> door samenwerking van vegetatieve zenuwstelsel en hormonale stelsel




Hoofdstuk 1: Membraantransporten

Voor de animale en vegetatieve fysiologische functies is transport van ionen/moleculen over de
celmembraan vereist.

Aanvoer: extracellulair -> intracellulair
Afvoer: intracellulair -> extracellulair

Na+, Ca2+, Cl- en glucose komen meer extracellulair dan intracellulair voor
K+, fosfaat en aminozuren komen meer intracellulair dan extracellulair voor

Sterk verschillende samenstelling => moeilijk doorgankelijke barrière: selectief permeabel

De celmembraan bestaat uit een dubbele laag fosfolipiden = belangrijke barrière.
Tussen de fosfolipiden: integrale en perifere proteïnen --> belangrijke rol bij het transport van moleculen
en ionen doorheen de selectief permeabele celmembraan

Passief transport:
- volgens gradiënt
- eenvoudig systeem
- geen energie vereist
> diffusie: rechtstreeks of via poriën
> geleide, ondersteunende of gefaciliteerde
diffusie: via specifieke carriermoleculen

Actief transport:
- tegen gradiënt in
- gecompliceerd systeem
- energie vereist (ATP)
> primair: rechtstreeks verbruik van ATP
> secundair: gekoppeld aan diffusie van een andere stof (ion)
> vesikels (blaasjestransport): endocytose en exocytose


2

, Transport van kleine ongeladen deeltjes: diffusie
Voorwaarden:
- concentratieverschil over de membraan = concentratiegradiënt (chemische gradiënt)
- membraan permeabel voor de opgeloste deeltjes en voor het oplosmiddel

Oorzaak:
- ongerichte en voortdurende thermische of Brownse beweging van opgeloste deeltjes en
moleculen van het oplosmiddel (vloeistof of gas)
- snelheid van beweging is temperatuursafhankelijk

Deze vorm van transport is passief transport door eenvoudige diffusie en volgt de wetten van Fick:
- de diffusie gebeurt in de richting van hoge concentratie naar lage concentratie
- de snelheid van het diffusieproces is
> recht evenredig met het concentratieverschil in de verschillende gebieden
> recht evenredig met de permeabiliteit van de membraan
> omgekeerd evenredig met de membraandikte
> recht evenredig met het membraanoppervlak (diffusieoppervlak)




Transport van water: osmose
= verplaatsing van moleculen van het oplosmiddel (water) tegen een vloeistofdruk (=hydrostatische
druk) in

Voorwaarden:
- semi-permeabele membraan die enkel doorlaatbaar is voor het oplosmiddel
- concentratieverschil van opgeloste deeltjes (= osmotisch actieve stoffen)

Osmolariteit of osmotische waarde
= totale concentratie van opgeloste deeltjes die niet door de membraan kunnen (osmotisch actieve
stoffen)

R1: hoge osmolariteit = meer geconcentreerde oplossing = hypertone oplossing
R2: lage osmolariteit = meer verdunde oplossing = hypotone oplossing
water gaat naar de kant met de meeste deeltjes (heel belangrijk thv de nier)

Transport van water van een hypotone naar een hypertone oplossing = osmose
= diffusie van water van lage naar hoge osmolariteit

In theorie: transport van water tot gelijke concentratie opgeloste stof
(=iso-osmotisch of isotoon)
In de praktijk: evenwicht als hydrostatisch drukverschil het verschil in
osmotische waarde compenseert

De osmotische druk = de druk die nodig is om elke waterverplaatsing te verhinderen (indicatie voor
de kracht van de waterbeweging)




3

,Voorbeeld van osmose in ons lichaam: rode bloedcel
-> baxter om te hydrateren mag geen zuiver water zijn want als je dat in de bloedbaan zou
brengen, gaan alle cellen barsten (= hemolyse). Om dat te voorkomen moet je een
oplosmiddel toevoegen waarvan de concentratie dezelfde is als de concentratie in de RBC
=> fysiologisch serum (= water met 9 g/L zout)




Transport van hydrofobe stoffen: diffusie
Eigenschappen:
- lossen makkelijker op in de celmembraan dan ih omgevende waterige milieu --> ophoping in
de celmembraan
- concentratieverschil over de celmembraan leidt
tot concentratieverschil in de celmembraan



Netto transport doorheen de celmembraan van hoge naar lage concentratie = diffusie

Diffusiesnelheid is afhankelijk van:
- de grootte vh deeltje
- de chemische eigenschappen:
> aanwezigheid van apolaire groepen: diffusiesnelheid stijgt
> aanwezigheid van polaire groepen (vb carboxylgroep): diffusiesnelheid daalt
> aanwezigheid van een geïoniseerde groep: diffusie onmogelijk

Sneller transport dan dat van hydrofiele stoffen




4

, Transport van grote hydrofiele stoffen: carriertransport
Kleine hydrofiele moleculen -> passeren het membraan via kleine, met water gevulde kanaaltjes (poriën)

De poriën zijn niet zichtbaar en dus heel klein -> type transport is alleen voor gassen, water en ionen.
In het geval van water: aquaporines In het geval van ionen: ionkanalen



Grote hydrofiele moleculen (bv suikers en aminozuren) -> kunnen niet passeren door deze poriën

Celmembraan is impermeabel voor deze stoffen omwille van:
- molecuulgrootte: te groot voor transport via poriën/kanalen
- oplosbaarheid: onvoldoende lipofiel voor ophoping in de celmembraan en opbouw van
concentratiegradiënt zoals voor hydrofobe stoffen

Eenvoudige diffusie is onmogelijk => transport moet via carriers
(carrier = sterk lipofiel integraal of perifeer eiwit)

Twee mogelijkheden:
- ondersteunende/geleide/gefaciliteerde diffusie
> transport volgens concentratie- en/of elektrische gradiënt
> uniport
- secundair actief transport
> transport tegen de concentratie- en/of elektrische gradiënt in
> cotransport: symport of antiport


Uniport: gefaciliteerde diffusie; van 1 molecule
Verloop (met perifeer eiwit als carrier):
1. vorming carrier-substraat-complex en ophoping complex
2. diffusie van het complex doorheen de membraan
3. dissociatie van het complex en ophoping carrier
4. terugdiffusie van de lege carrier



Cotransport: verplaatsing van 2 of meer moleculen
- secundair actief transport
> meestal tegen chemische en/of
elektrische gradiënt in
> vereist energie
> gekoppeld aan diffusie van een ion
volgens zijn gradiënt
* symport: transport in dezelfde richting
Na+/glucose symporter zie slide 35 H1
* antiport: transport in tegengestelde richting

Verzadiging:
- vanaf een bepaalde concentratiegradiënt zijn alle aanwezige carriers bezet
- maximale transportcapaciteit Tm

5
$12.90
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
anoukvanfroyenhoven
3.0
(1)

Get to know the seller

Seller avatar
anoukvanfroyenhoven UC Leuven-Limburg
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
7
Member since
2 year
Number of followers
2
Documents
15
Last sold
1 month ago

3.0

1 reviews

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions