Inhoud
Wat is focus breed..................................................................................................2
1. Communicatie..................................................................................................3
1.1 Waarom communiceren mensen met elkaar?...........................................3
1.1.1 Biologische motieven (-> veiligheid)....................................................4
1.1.2 Sociale motieven (-> verbondenheid)..................................................4
1.1.3 Maatschappelijke motieven (-> vooruitgang).......................................4
1.2 Communicatie van naderbij bekeken........................................................5
1.2.1 De vervormingsdriehoek.......................................................................5
1.2.2 Emotionele verbinding en interactietechniek........................................6
1.2.3 Wat is communicatie?...........................................................................6
2. De eerste indruk..............................................................................................8
2.1 Je krijgt maar één kans op een goede eerste indruk................................8
2.2 De eerste indruk en de evolutieleer.........................................................8
2.3 Benaderbaar, jeugdig / aantrekkelijk of dominant....................................8
2.4 Verwachtingen: het halo- en het Horn effect............................................9
2.4.1 Halo- of stralenkranseffect....................................................................9
2.4.2 Horn-effect of duivelshoorneffect..........................................................9
2.5 De eerste indruk en het zelfbeeld...........................................................10
2.5.1 Expressivity halo.................................................................................10
2.5.2 De SOFTEN-formule.............................................................................10
3. Non- verbale communicatie.......................................................................11
3.1 Wat is non-verbale communicatie?.........................................................11
3.2 Aspecten van non-verbaal gedrag..........................................................11
3.2.1 Uiterlijk................................................................................................11
3.2.2 Paralinguïstiek.....................................................................................12
3.2.3 Lichaamshouding en motoriek............................................................12
3.2.4 Gebaren maken en gebruik van handen.............................................12
3.2.5 Mimiek.................................................................................................13
3.2.6 Afstand en nabijheid............................................................................13
3.2.7 Stilte....................................................................................................14
4. De cognitieve component: het zelfconcept....................................................15
4.1 Functies van het zelfconcept..................................................................15
4.2 zelfconcept en culturele verschillen.......................................................16
4.3 Zelfconcept en genderverschillen...........................................................17
4.4 Hoe komen we tot een zelfconcept?.......................................................17
4.4.1 Introspectie.........................................................................................17
, 4.4.2 De zelfperceptietheorie van BEM........................................................17
4.4.3 De sociale vergelijkingstheorie van FESTINGER..................................18
5. Identiteit........................................................................................................19
5.1 Wat is identiteit?.........................................................................................19
5.2 identiteitsontwikkeling................................................................................19
5.3 Fluïditeit van identiteiten............................................................................20
5.4 Identiteit kan zowel insluiten als uitsluiten.................................................20
6. De affectieve component: het zelfbeeld........................................................21
6.1 De discrepantietheorie...........................................................................22
6.2 zelfopkrikking.........................................................................................23
6.2.1 Bevooroordeeld, opportunistisch denken............................................23
6.2.2 Zelf-handicapping: je eigen prestaties saboteren...............................24
6.2.3 je koesteren in de glorie van anderen.................................................24
6.2.4 Neerwaarts vergelijken: je voordeel halen uit de miserie van anderen 25
7. De gedragscomponent: zelfprestatie.............................................................25
7.1 Strategische zelfpresentatie...................................................................25
7.2 expressieve zelfpresentatie....................................................................26
8. Besluit............................................................................................................26
, lOMoARcPSD|48778907
Wat is focus breed
In focus breed sta jij centraal.
- Het is de bedoeling om na te denken over jezelf, je persoonlijke zingeving, je eigen handelen
en hoe je als mens en leerkracht kan groeien.
Je onderzoekt je eigen kijk op de wereld. Je verbreedt je sociaal en cultureel referentiekader. Je staat
stil bij je persoonlijke houding tegenover religie, geloof en levensbeschouwing.
Op deze manier ontdekken we samen de kansen en uitdagingen van de superdiverse, bruisende
samenleving.
We kijken naar psychologische kaders gebaseerd op onze ontwikkeling.
We proberen te begrijpen hoe onze geest en ons gedrag veranderen naarmate we ouder
worden.
Het idee is dat mensen door verschillende fasen van groei gaan, vanaf de kindertijd tot aan de
volwassenheid. Tijdens elke fase leren we nieuwe dingen, ontwikkelen we onze persoonlijkheid, en
gaan we op verschillende manieren om met de wereld om ons heen.
Psychologische kaders helpen ons te begrijpen hoe en waarom deze veranderingen plaatsvinden.
• Baby's leren vertrouwen op hun ouders (bijv. het belang van veiligheid en zorg).
• Kinderen ontwikkelen het vermogen om te spelen, problemen op te lossen, en taal te
gebruiken.
• Tieners worstelen vaak met hun identiteit (wie ben ik?).
• Volwassenen krijgen andere uitdagingen, zoals werk, relaties, en het nemen van
verantwoordelijkheid.
Veel van wat we doen, gebeurt onbewust. Hierdoor kunnen we verschillende reacties of situaties
onbedoeld uitlokken. Door ons hiervan bewust te worden, proberen we meer aandacht te besteden
aan onze acties en hun gevolgen.
Vb:
Kleuters ontwikkelen al een zelfbeeld, maar dit is vaak nog onrealistisch en
sterk overdreven. Ze hebben vaak moeite hun eigen capaciteiten goed in
te schatten en zien zichzelf daardoor als competenter dan ze zijn.