1 1
2
3
1 1
Didactische handvaten
1) Activiteit en kennisconstructie
2) Integratie (vooral in het hoofd)
3) Concreet- aanschouwelijk
4) Individualiseren
5) Leerlingeninitiatief
6) Doelgericht leren
7) Interactief leren
8) Werkelijkheidsnabij onderwijs
9) Sfeer- en klasklimaat
- Kader (=binnen de school) bakent af: iets dat bij elkaar hoort
- Door 2 vuurtorens bepaal je punten
- Pijl buiten kader= buiten klas/ school = dagelijks leven
- Leren voor echte leven nadien: tafels kennen –› korting berekenen
- Linkse kant leerling (beginsituatie)
- Kader= uitdagende leeromgeving v. k (voor iedereen ≠)
= leeromgeving waarin de leerlingen uitgedaagd worden om iets bij
te leren en waarin de voorwaarden tot leren zo optimaal mogelijk
worden georganiseerd.
Onderwijsvisie (achterliggend voor de handvaten)
- Sociaal constructivisme
= l zelf mee verantwoordelijk zijn voor de manier waarop kennis
verwerkt wordt
- Ervaringsgericht onderwijs= dynamisch proces (welbevinden en
betrokkenheid)
o Kdn. Tot leren brengen = goed voelen in de klas
,Verbanden in de puzzel
2 visies (uitdagende leeromgeving)
Hoe realiseren? Met 9 handvaten toe te passen en rekening te houden met
puzzelstukken om uiteindelijk aan fundamenteel leren te komen
Fundamenteel leren bekomen= 4 competenties aanwezig zijn
Wrm staat fundamenteel leren niet in schema pijl buiten schema
= voor buiten de school en klas te gebruiken
1 H1
1.1 Handvaten (toepassen voor uitdagende leer omg)
1.1.1Activiteit en kennisconstructie
= zintuigen zoveel mogelijk prikkelen (fysiek & cognitief)
Actief laten handelen
1.1.2Integratie (in het hoofd)
= voortbouwen op aanwezige kennis
1.1.3Concreet- aanschouwelijk
= concreet – schematisch -abstract (pizza – breuken)
1.1.4Individualiseren
= eigenheid van het kdn. Staat centraal
1.1.5Leerlingeniniatief
= inbreng van de kinderen (laten kiezen tussen zaken)
1.1.6Doelgericht leren
= waarom moeten ze dat leren
1.1.7Interactief leren
= samen met anderen leren
1.1.8Werkelijkheidsnabij onderwijs
= werkelijkheid dichterbij brengen
1.1.9Sfeer en klasklimaat
= goede relatie tussen leerlingen & leerkracht
, 1.2 Competentie gericht leren (moeten aanwezig zijn in
les)
= uitdagende kleeromgeving creëren voor de l zodat ze niet alleen
gemotiveerd en betrokken kunnen bijleren maar ook competentiegericht.
(Frans ticket bestellen, nakijken of je genoeg geld terugkreeg, …)
Een competentie bezitten betekent dat een leerling onderstaande vier
vaardigheden geïntegreerd verworven heeft:
(Bespreken wat wel/ niet aanwezig)
1) Goed georganiseerde & flexibel toegankelijke domein specifieke
kennis
= kennis van feiten, symbolen, conventies, definities, formules,
algoritmen, begrippen, wetten, regels, enz.)
Cars film waar je veel kennis van onthoudt
1) Cognitieve strategieën
= heuristieken1 en leerstrategieën
Goed werkplan opmaken en taken tijdig afwerken (doelgericht
werken)
1) Metacognitie
= wat je weet over je eigen cognitie
Terugblikken op het leerproces en nagaan/ gekozen werkwijze
efficiëntste was
1) Dynamische affectieve componenten
= emoties, houdingen/ overtuigingen van een leerdomein
Kan hij zich achter iets zetten, doet hij inspanning voor een
bepaalde taak tot goed einde te brengen
=> Fundamenteel leren (deep level learning) verandert de persoon:
moeten al die componenten aanwezig zijn
1 Methodisch en systematisch op uitvindingen en ontdekkingen te komen