SCHEMA: DEDUCTIEF, INDUCTIEF EN ABDUCTIEF REDENEREN
Hieronder vind je een handig schema waarin deductief, inductief en abductief redeneren worden uitgelegd
aan de hand van hetzelfde voorbeeld. Dit helpt je de verschillen beter te onthouden:
Voorbeeldsituatie
Je komt thuis en ziet dat de straat nat is.
Type
Wat is het? Hoe werkt het? Voorbeeld
redeneren
Redeneren van
Je vertrekt van een Algemene regel: Als het regent, wordt de
algemeen naar
Deductief algemene regel en past die straat nat. Feit: Het heeft geregend.
specifiek (logisch
toe op een specifiek geval. Conclusie: De straat is nat. 100% zeker
sluitend).
Redeneren van Waarnemingen: Elke keer dat ik natte straten
Je doet een algemene
specifiek naar zie, heeft het geregend. Conclusie: Als de
Inductief uitspraak op basis van
algemeen (op basis straat nat is, heeft het waarschijnlijk geregend.
meerdere waarnemingen.
van herhaling). Kans op onzekerheid
Feit: De straat is nat. Mogelijke verklaring:
Redeneren naar de Je zoekt de meest
Het heeft geregend. Conclusie: Het heeft
Abductief beste verklaring (gok waarschijnlijke verklaring
waarschijnlijk geregend. Beste gok, maar
op oorzaak). voor een feit.
niet zeker
Ezelsbrug:
Deductie = Denk aan doordenken vanuit een regel.
Inductie = Denk aan inbeelden van een patroon.
Abductie = Denk aan aanwijzingen zoeken, zoals een detective.
Visueel overzicht:
Pagina | 1
, STRUCTURELE REDENEERFOUTEN
Fout Uitleg Voorbeeld
Je laat je te veel beïnvloeden door het Een rechter hoort eerst dat het OM 12 jaar
Verankering (Anchoring) eerste getal of idee dat je ziet, ook als eist, en legt 10 jaar op. Zonder die eis had
het irrelevante info is. hij misschien 6 jaar opgelegd.
De manier waarop informatie wordt “80% kans op vrijspraak” klinkt anders dan
Framing-e ect gepresenteerd beïnvloedt je oordeel, “20% kans op veroordeling”, ook al
ook al blijft de inhoud hetzelfde. betekent het exact hetzelfde.
Je zoekt of gelooft vooral informatie die Een o icier van justitie die enkel bewijs ziet
Bevestigingsbias (Confirmation
je bestaande mening bevestigt, en dat schuld ondersteunt, en ontlastend
bias)
negeert tegenbewijs. bewijs negeert.
Een rechter blijft iemand als
Je blijft vasthouden aan een overtuiging, onbetrouwbaar beschouwen, ondanks
Opvattingspersistentie
ook als er sterk tegenbewijs is. nieuw bewijs dat de getuige wel
betrouwbaar is.
Mensen zijn sterker gericht op het
Een verdachte accepteert liever een
vermijden van verlies dan op het
Verliesaversie slechte schikking dan het risico op een nog
behalen van winst, zelfs als het
zwaardere straf bij doorprocederen.
irrationeel is.
"We hebben al zoveel geld in deze
Drogreden van de gemaakte De neiging om door te gaan met iets
rechtszaak gestoken, we moeten doorgaan,
kosten (sunk kost Fallacy) waar we al veel in geïnvesteerd hebben
ook al maken we geen kans meer."
“De misdaad steeg na invoering van de
Je denkt dat omdat B na A kwam, A de
Post hoc, ergo propter hoc nieuwe wet, dus de wet veroorzaakt
oorzaak van B moet zijn.
misdaad.”
Achteraf lijkt het alsof een gebeurtenis “Het was duidelijk dat hij zou recidiveren”
Hindsight bias (Wijsheid
voorspelbaar was, terwijl dat niet zo — maar dat was het op het moment van
achteraf)
was. beslissing niet.
Je overschat de kans op iets op basis Omdat je recent veel nieuws zag over
Beschikbaarheidsheuristiek van hoe makkelijk je een voorbeeld kunt geweldsmisdrijven, denk je dat die vaker
bedenken. voorkomen dan statistisch klopt.
Een rechter straft zwaarder in een zaak met
Je oordeel wordt beïnvloed door emoties
A ectheuristiek een schokkend slachto erverhaal,
in plaats van rationele afwegingen.
ondanks dat het wettelijk niet nodig is.
Je schat de kans op iets in op basis van “Deze verdachte past in het profiel van een
Representativiteitsheuristiek hoe goed iets lijkt te passen in een typische dader, dus hij zal wel schuldig
bepaald stereotype. zijn.”
Pagina | 2
Hieronder vind je een handig schema waarin deductief, inductief en abductief redeneren worden uitgelegd
aan de hand van hetzelfde voorbeeld. Dit helpt je de verschillen beter te onthouden:
Voorbeeldsituatie
Je komt thuis en ziet dat de straat nat is.
Type
Wat is het? Hoe werkt het? Voorbeeld
redeneren
Redeneren van
Je vertrekt van een Algemene regel: Als het regent, wordt de
algemeen naar
Deductief algemene regel en past die straat nat. Feit: Het heeft geregend.
specifiek (logisch
toe op een specifiek geval. Conclusie: De straat is nat. 100% zeker
sluitend).
Redeneren van Waarnemingen: Elke keer dat ik natte straten
Je doet een algemene
specifiek naar zie, heeft het geregend. Conclusie: Als de
Inductief uitspraak op basis van
algemeen (op basis straat nat is, heeft het waarschijnlijk geregend.
meerdere waarnemingen.
van herhaling). Kans op onzekerheid
Feit: De straat is nat. Mogelijke verklaring:
Redeneren naar de Je zoekt de meest
Het heeft geregend. Conclusie: Het heeft
Abductief beste verklaring (gok waarschijnlijke verklaring
waarschijnlijk geregend. Beste gok, maar
op oorzaak). voor een feit.
niet zeker
Ezelsbrug:
Deductie = Denk aan doordenken vanuit een regel.
Inductie = Denk aan inbeelden van een patroon.
Abductie = Denk aan aanwijzingen zoeken, zoals een detective.
Visueel overzicht:
Pagina | 1
, STRUCTURELE REDENEERFOUTEN
Fout Uitleg Voorbeeld
Je laat je te veel beïnvloeden door het Een rechter hoort eerst dat het OM 12 jaar
Verankering (Anchoring) eerste getal of idee dat je ziet, ook als eist, en legt 10 jaar op. Zonder die eis had
het irrelevante info is. hij misschien 6 jaar opgelegd.
De manier waarop informatie wordt “80% kans op vrijspraak” klinkt anders dan
Framing-e ect gepresenteerd beïnvloedt je oordeel, “20% kans op veroordeling”, ook al
ook al blijft de inhoud hetzelfde. betekent het exact hetzelfde.
Je zoekt of gelooft vooral informatie die Een o icier van justitie die enkel bewijs ziet
Bevestigingsbias (Confirmation
je bestaande mening bevestigt, en dat schuld ondersteunt, en ontlastend
bias)
negeert tegenbewijs. bewijs negeert.
Een rechter blijft iemand als
Je blijft vasthouden aan een overtuiging, onbetrouwbaar beschouwen, ondanks
Opvattingspersistentie
ook als er sterk tegenbewijs is. nieuw bewijs dat de getuige wel
betrouwbaar is.
Mensen zijn sterker gericht op het
Een verdachte accepteert liever een
vermijden van verlies dan op het
Verliesaversie slechte schikking dan het risico op een nog
behalen van winst, zelfs als het
zwaardere straf bij doorprocederen.
irrationeel is.
"We hebben al zoveel geld in deze
Drogreden van de gemaakte De neiging om door te gaan met iets
rechtszaak gestoken, we moeten doorgaan,
kosten (sunk kost Fallacy) waar we al veel in geïnvesteerd hebben
ook al maken we geen kans meer."
“De misdaad steeg na invoering van de
Je denkt dat omdat B na A kwam, A de
Post hoc, ergo propter hoc nieuwe wet, dus de wet veroorzaakt
oorzaak van B moet zijn.
misdaad.”
Achteraf lijkt het alsof een gebeurtenis “Het was duidelijk dat hij zou recidiveren”
Hindsight bias (Wijsheid
voorspelbaar was, terwijl dat niet zo — maar dat was het op het moment van
achteraf)
was. beslissing niet.
Je overschat de kans op iets op basis Omdat je recent veel nieuws zag over
Beschikbaarheidsheuristiek van hoe makkelijk je een voorbeeld kunt geweldsmisdrijven, denk je dat die vaker
bedenken. voorkomen dan statistisch klopt.
Een rechter straft zwaarder in een zaak met
Je oordeel wordt beïnvloed door emoties
A ectheuristiek een schokkend slachto erverhaal,
in plaats van rationele afwegingen.
ondanks dat het wettelijk niet nodig is.
Je schat de kans op iets in op basis van “Deze verdachte past in het profiel van een
Representativiteitsheuristiek hoe goed iets lijkt te passen in een typische dader, dus hij zal wel schuldig
bepaald stereotype. zijn.”
Pagina | 2