1. Hoe verhouden de juridische en empirische bestudering van het recht zich
tot elkaar?
1. Onderzoeksdoelen:
• Juridisch: Is praktijkgericht. Dit komt voor uit de zoektocht van juristen naar de
beste antwoorden op rechtsvragen binnen een bestaand rechtssysteem,
gericht op de toepassing, interpretatie en ontwikkeling van het recht. Deze
juridische bestudering van het recht functioneert daarom als commentaar op
de rechtspraktijk, vaak met adviezen. Dit commentaar kan worden gegeven in
de vorm van annotaties, preadviezen of handboeken. De focus op de uitleg en
toepassing van gedragsnormen binnen een juridische context benadrukt
de normatieve benadering (hoe het hoort). Het gaat om vragen zoals hoe een
consistent systeem van afdwingbare regels kan worden opgesteld, wie welke
bevoegdheden heeft en welk gedrag toegestaan is.
• Empirisch: Houdt verband met het streven om kennis te genereren door
middel van het beschrijven van de rechtspraktijk, het begrijpen van het
functioneren ervan en het verklaren van de oorzaken en gevolgen van recht in
de samenleving. Deze inzichten kunnen bijdragen aan oplossingen van
problemen in de rechtspraktijk, maar dat hoeft niet. De nadruk ligt meer op
het genereren van kennis over hoe het er feitelijk in de rechtspraktijk aan
toegaat dan op hoe het eraan toe zou moeten gaan. Hoewel onderzoekers
persoonlijke waarden hebben die hun keuzes beïnvloeden, streven ze
naar objectiviteit in hun waarnemingen.
2. Perspectief: Intern of extern.
• Juridisch: Intern perspectief. Dit betekent dat rechtswetenschappers de
regels van een juridisch systeem volgen waarbij een redelijke afweging van
belangen, waarden en doelen centraal staat.
• Empirisch: Extern perspectief. Hier worden gedragingen, emoties,
opvattingen en belangen van deelnemers aan de rechtspraktijk van buitenaf
bekeken. Onderzoekers proberen deze te beschrijven en te verklaren zonder
zelf een normatieve positie in te nemen ten opzichte van de gedragingen en
betekenissen die deelnemers aan hun eigen handelen toekennen.
3. Methode:
• Juridisch: Hier wordt gebruikgemaakt van de hermeneutische
methode (geesteswetenschappelijk). De interpretatie van teksten staat
centraal. Het gaat erom begrijpelijke argumenten aan te dragen voor
vakgenoten om wetten of uitspraken correct te interpreteren. Hierbij wordt
onderscheid gemaakt tussen de interpretatie van de letterlijke betekenis van
de wet, de bedoelingen van de wetgever en de bedoelingen van de wet zelf.
• Empirisch: Er wordt gebruik gemaakt van onderzoeksmethoden uit de
sociale wetenschappen. Dit houdt in dat gegevens op systematische wijze
worden verzameld en geanalyseerd en dat er uitgebreid verantwoording wordt
afgelegd over methodologische keuzes. In dit geval wordt voldaan aan
de replicatiestandaard. Deze standaard houdt in dat iedereen in staat moet
zijn om onderzoek dat door een ander is verricht te begrijpen, beoordelen,
verder te ontwikkelen of te reproduceren zonder aanvullende informatie van
de onderzoeker.
, 4. Kennisclaims: Het proces van kennisverwerving en de rechtvaardiging van dat
proces. Kennisclaims kunnen gebaseerd zijn op autoriteitsargumenten of
onpersoonlijke waarheidsclaims en kunnen tijds- of plaatsgebonden zijn of juist
meer universele pretenties hebben.
• Juridisch: Hier spelen autoriteitsargumenten een rol in de acceptatie van
kennisclaims. Belangrijke kwesties worden aan een Hooggerechtshof
voorgelegd met als doel dat deze een richtinggevende uitspraak kan doen.
Ook worden opinies van juristen serieuzer genomen als ze een hoog aanzien
hebben binnen de juridische gemeenschap. Kennisclaims in het recht blijven
vaak beperkt tot specifieke gevallen of het geldende rechtssysteem waar ze
betrekking op hebben, wat betekent dat ze tijds- en plaatsgebonden zijn.
• Empirisch: Kennisclaims zijn gebaseerd op onpersoonlijke criteria zoals de
validiteit en objectiviteit van waarnemingen van de onderzoeker. Er is geen
sprake van een hogere autoriteit. Daarnaast streeft het ernaar te bepalen of
de onderzochte gevallen representatief zijn voor een bredere categorie of
populatie. Dit betekent dat het doel is om kennis te genereren die
generaliseerbaar is naar andere tijden of plaatsen. Dit is dus universeel.
Nuancering verschillen: Nuancering van de verschillen is op zijn plaats. In antwoord op
de vraag hoe een juridische en een empirische bestudering van het recht zich tot elkaar
verhouden kan worden gesteld dat beide benaderingen verschillen, maar dat deze
verschillen gradueel zijn in plaats van absoluut!
2. Hoe verhouden de verschillende benaderingen binnen de empirische
bestudering van het recht zich tot elkaar?
- Recht als instrument -> Centrale vraag: hoe kan het recht effectief bijdragen aan
gedragsverandering of maatschappelijke verandering?
Het gebruiken van recht als instrument is ontstaan als kritiek op een intern juridisch
perspectief waarin het recht wordt opgevat als een formeel systeem dat los van de
samenleving opereert. In de instrumentele benadering wordt het recht primair gezien als
instrument voor gedragsverandering of voor maatschappelijke verandering. Het
vertrekpunt is de constatering dat er vaak een groot verschil bestaat tussen wat de wet
voorschrijft en wat daar in de praktijk van terecht komt (law in books and law in action).
Dit onderscheid is geïntroduceerd door Pound. Pound geloofde dat alleen een extern
perspectief het verschil tussen recht en praktijk kon laten zien, en noemde zijn
benadering daarom 'sociological jurisprudence'.
Realisten, bekend als 'legal realists', bekritiseerden het werk van Pound, hoewel ze zelf
ook een instrumentele benadering van het recht hanteerden. Ze vonden dat Pound's
hervormingsideeën niet ver genoeg gingen en streefden om de maatschappelijke positie
van achtergestelde groepen te verbeteren door middel van de mobilisatie van het
recht. Realisten richtten zich op het ontwikkelen van geavanceerde
sociaalwetenschappelijke methoden om misstanden in de juridische praktijk aan te
pakken, in plaats van op theoretiseren.
De opkomst van ELS (Empirical Legal Studies) kan worden gezien als een voortzetting
van de principes die Pound heeft geïntroduceerd. ELS richt zich op het bestuderen van
het geldende recht, de actoren en processen die daarmee verbonden zijn, en vragen