Week 1: introductie
Europese invloed op het Nederlandse strafrecht
Jurisprudentie van het EHRM heeft rechtstreekse gevolgen voor Nederlandse wetgeving en
rechtspraak. Als het EHRM bijvoorbeeld vaststelt dat de manier waarop binnen Nederlandse
strafrecht wordt omgegaan een schending van het EVRM oplevert, dan dient de
Nederlandse praktijk zodanig te worden aangepast dat deze in lijn is met het EVRM en
EHRM-jurisprudentie.
Ø Het EVRM is tot stand gekomen in 1950 als gevolg van de tweede wereldoorlog, het
EVRM wilde een dergelijke situatie in de toekomst voorkomen door een minimaal
niveau van mensenrechten op Europees niveau te garanderen.
Er zijn twee Europese invloeden:
• De RvE à EVRM en EHRM-jurisprudentie
• EU à EU-wetgeving en HvJ EU-jurisprudentie
Hebben we het EVRM nodig?
Literatuur: Myjer, Myjmering: De invloed van het EVRM op de Nederlandse
strafrechtspleging. Inmiddels Fair enough? De gedachte was dat de komst van het EVRM
weinig gevolgen zou hebben voor de Nederlandse strafrechtspraktijk, omdat de nationale
wetgeving van zichzelf al adequaat was. De gedachte was om het EVRM toch te ratificeren,
omdat het buitenland er zijn voordeel mee zou doen. De realiteit bleek anders:
Ø Bleek een arrogante gedachte, er is veel EHRM-jurisprudentie waarin Nederland op
de vingers werd getikt door het EHRM, waaruit dus bleek dat Nederland het EVRM
weldegelijk nodig heeft. Dit heeft ook geleid tot aanpassing van meerdere wetten op
basis van EHRM-jurisprudentie.
Ø Later kwamen er zelfs EU-richtlijnen omdat we er met het EVRM nog niet waren.
Ø In vergelijking met andere Europese landen zijn er relatief weinig zaken tegen
Nederland, maar iedere schending die het EHRM vaststelt is relevant.
Het Nederlandse strafproces en het EVRM
EHRM-jurisprudentie specifiek gericht tegen Nederland heeft invloed op de Nederlandse
strafrechtspraktijk, maar ook uitspraken van het EHRM gericht aan andere landen kan van
invloed zijn.
- Sommige overwegingen van het EHRM kun je namelijk in algemeenheid lezen, soms
worden er minimumnormen uitgezet die iedere strafrechtsysteem moet hebben.
Hoewel de uitspraak dan tegen een ander land is gericht, moet Nederland diezelfde
minimumnormen dan wel in haar strafwetgeving opnemen.
o Voorbeeld EHRM Salduz/Turkije, waarin het EHRM verplichtte tot een
wettelijk recht op rechtsbijstand tijdens het verhoor. Op basis van dit oordeel
moest Nederland ook haar regels aanpassen.
1
,Zaken: EHRM vs. Nederland
Pijnpunten in Nederland
Bovenstaande zaken waarbij Nederland werd aangesproken door het EHRM gingen
voornamelijk over:
• Recht op rechtsbijstand in het vooronderzoek
o Gevolg van EHRM Salduz/Turkije, na deze uitspraak voldeden wij niet meer
aan het EHRM.
• Aanwezigheidsrecht
o Nederland is geneigd om bij verstek te veroordelen, waardoor het niet
verplicht is voor de verdachte om aanwezig te zijn bij de zitting voor de
inhoudelijke behandeling van een zaak. Het EHRM is meer gericht op de
aanwezigheid van de verdachte op de zitting, daarmee komt de Nederlandse
praktijk niet overeen.
• Levenslange gevangenisstraf
o EHRM Murray/Nederland: een moet een periodieke toets komen bij de
levenslange gevangenisstraf, want levenslanggestraften hebben een recht op
hoop dat zij ooit nog in vrijheid zullen worden gesteld.
o Nederland heeft hierdoor een herbeoordelingsprocedure na 25 jaar detentie
ingevoerd.
• Ondervragingsrecht getuigen
• Voorlopige hechtenis
• Journalistiek verschoningsrecht
De belangrijkste artikelen van het EVRM: art. 3,5,6 en 8 EVRM
De volgende artikelen zullen gedurende de collegereeks worden besproken:
• Art. 3 Folterverbod
• Art. 5 Recht op vrijheid en veiligheid
• Art. 6 Recht op een eerlijk proces
• Art. 8 Recht op prive-, familie en gezinsleven
Art. 3 EVRM: verbod van foltering
Art. 3 EVRM
“Niemand mag worden onderworpen aan folteringen of aan onmenselijke vernederende
behandelingen of bestraffingen.”
2
,Het folterverbod is absoluut: er gelden geen beperkingsclausule, het folterverbod geldt
zelfs in tijd van oorlog of noodtoestand. Dit maakt art. 3 EVRM een van de meest
fundamentele en absolute van het EVRM.
• EHRM Keskin: het ging hier om een student die een bankierszoon had ontvoerd voor
losgeld, op het moment van aanhouden was de jongen al dood, maar de politie wist
dit nog niet. Tijdens het verhoor was het doel om de verblijfplaats van het slachtoffer
te achterhalen, toen is er gedreigd met foltering. Het EHRM oordeelt hier ook al is de
aanleiding om te dreigen met folteren nog zo ernstig en zijn de intenties nog zo te
begrijpen, art. 3 EVRM is absoluut, dus het mag gewoon nooit!
Art. 3 EVRM vereist een minimum level of severity, dit houdt in dat de gedraging wel een
minimale mate van ernst met zich mee moet brengen voordat we kunnen spreken van een
schending van art. 3 EVRM.
Definitie folteren:
Folteren is leed toevoegen met een bepaald doel, zoals in het geval van EHRM Keskin
bewijsverkrijging.
- Dit is dus iets anders dan onmenselijke/vernederende behandeling
- Wat onder de definitie van folteren valt is afhankelijk van de context
Art. 5 EVRM: recht op vrijheid
Art. 5 EVRM
“Een ieder heeft recht op vrijheid en veiligheid van zijn persoon. Niemand mag zijn vrijheid
worden ontnomen behalve…
Het doel van art. 5 EVRM is het beschermen van de persoonlijke vrijheid en veiligheid van
een individu tegen willekeurige inbreuken.
- Art. 5 lid 1 EVRM noemt de gevallen waarin een inbreuk mag worden gemaakt op de
vrijheid. Hier zie je dus dat art. 5 EVRM geen absoluut recht is:
3
, De op art. 5 lid 1 EVRM opeenvolgende artikelen noemen de waarborgen waarmee
vrijheidsontneming gepaard moet gaan.
• Lid 2: verdachte moet op de hoogte worden gesteld van de reden van zijn arrestatie
• Lid 3: verdachte dient voor een rechter te worden voorgeleid
• Lid 4: recht op oordeel over de rechtmatigheid van zijn detentie
• Lid 5: recht op schadeloosstelling bij arrestatie of detentie in strijd met art. 5 EVRM
Art. 6 EVRM: recht op een eerlijk proces
Art. 6 EVRM: “Bij het vaststellen van burgerlijke rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de
gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging heeft een ieder recht op een eerlijke en
openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en
onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld. De uitspraak moet in het openbaar worden gewezen
maar (...)”
Art. 6 EVRM is het belangrijkste artikel in strafzaken, het is ook het meest omvatrijke recht:
het gaat niet alleen om een criminal charge.
Art. 6 lid 1 EVRM: recht op een eerlijk proces
Aan het recht op een eerlijk proces liggen 3 hoofdbeginselen ten grondslag:
1. Equality of arms
Er dient gelijkheid tussen het OM en de verdediging te zijn gedurende het strafproces.
- Bv. t.a.v. de processtukken: zowel het OM als de verdediging dienen over alle
processtukken te beschikken (met dezelfde wapens ten strijde kunnen op de zitting)
- Kritiek: in geval van Enchrochat is het onmogelijk dat het OM inzage geeft in alle data
die ten grondslag lag aan de hack. Advocaten vinden dit gelet op het beginsel van
equality of arms niet eerlijk, zij willen alle data kunnen zien en niet alleen de selectie
die het OM heeft gemaakt.
2. Adversarial trial (accusatoir proces)
In een accusatoir strafproces staan twee partijen centraal: het OM en de verdediging. Er is
hierbij sprake van een strijdmodel: beide partijen kunnen hun standpunten naar voren
brengen voor een onpartijdige rechter, die als het ware optreedt als scheidsrechter.
- Dus: actieve partijen, passieve rechter.
- De rechter oordeelt enkel op basis van wat op de zitting naar voren is gebracht door
de partijen.
- De procespartijen bepalen dus het voorwerp van de zitting (OM legt zaak voor) en de
partijen zijn verantwoordelijk voor bewijsvoering.
3. Het onmiddellijkheidsbeginsel
Het bewijs moet op de zitting naar voren komen: getuigen en deskundigen moeten dus op de
zitting gehoord worden,
- Het EHRM hecht hier veel waarde aan, maar in Nederland hebben we vooral een
schriftelijk proces, waarbij al het bewijs is opgenomen in PV’s zoals schriftelijke
verklaringen gedaan aan de politie. Hiermee staat de Nederlandse rechtspraktijk op
gespannen voet met het onmiddellijkheidsbeginsel.
Art. 6 lid 2 EVRM: de onschuldpresumptie
Art. 6 lid 3 EVRM: rechten bij vervolging
4