Samenvatting colleges
College 1 - Van gesegregeerd onderwijs naar (meer) inclusief onderwijs?
Er bestaan grofweg vier verschillende vormen van onderwijs.
A. Exclusie: Heb je een beperking? Dan is er geen toegang voor jou in deze vorm van onderwijs. Er is alleen plek
voor kinderen zonder beperking.
B. Segregatie: Deze vorm van onderwijs kennen we op dit moment het meest in het onderwijssysteem. Deze
vorm houdt in dat je met een beperking niet dezelfde vorm van onderwijs krijgt. Je krijgt dan een vorm van
Speciaal Onderwijs (SO). Alleen kinderen zonder een beperking zitten samen in een klas en krijgen regulier
basisonderwijs.
C. Integratie: deze vorm van onderwijs houdt in dat als je een beperking hebt je wel op dezelfde school kan
zitten, maar je zit in een eigen klas.
D. Inclusie: deze vorm van onderwijs is het uiteindelijke doel. Je zit dan, met een beperking, in dezelfde klas en
er wordt zorg gedragen voor extra ondersteuning.
Inclusief onderwijs → uiteindelijke doel
Deze vorm van onderwijs is het uiteindelijke doel. Voor elk kind moet er kans zijn op unieke mogelijkheden om zich
zo optimaal mogelijk te ontwikkelen. Je leert met en van elkaar. Diversiteit is hierbij het uitgangspunt en het
vertrekpunt. Maar hoe komt dit precies tot stand?
Internationale verdragen → hoe dit doel te bereiken?
Er zijn verschillende internationale verdragen die hier zorg voor moeten dragen. Dit zijn geen wetten. Maar
Nederland heeft bijvoorbeeld wel getekend om aan te geven dat zij hier ook haar uiterste best voor wil doen.
Salamanca Statement (UNESCO, 1994). De inhoud van dit statement hoef je niet uit je hoofd te kennen. Maar dit
statement geeft aan dat elk kind een fundamenteel recht heeft op onderwijs en de gelegenheid moet hebben om
een aanvaardbaar niveau van leren te bereiken en te onderhouden. Verschillende kernwaarden zijn hierbij van
belang. Denk bijvoorbeeld aan: verbeteren van onderwijssysteem, principe van inclusief onderwijs aan te nemen,
uitwisselingsprogramma voor leerkrachten, monitoren en evalueren van onderwijskundige voorzieningen, ouders
gemeenschappen en organisaties van gehandicapten, vroegtijdige herkenning en interventiestrategieen,
opleidingsprogramma’s voor leerkrachten.
Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Hancicap (VN, 2006). Dit verdrag is in 2016
door Nederland ook ondertekend. Het bevat geen nieuwe rechten. Maar wel een actieve verplichting om inclusie te
bevorderen. Kernwaarden zijn hierbij; inclusie, persoonlijke autonomie en volledige participatie.
Ontwikkelingen in Nederland → hoe heeft NL hier vorm aan gegeven?
1990 Weer Samen Naar School (WSNS): het doel hierbij was om het aantal leerlingen op Speciaal Onderwijs terug te
dringen. Liep alleen maar op. Kinderen met gedrag- en leerproblemen werden in het reguliere onderwijs
opgenomen. Dit initiatief was mooi, maar het werkte niet en het gevolg was dat het aantal leerlingen op Speciaal
Onderwijs juist bleef groeien.
1998 Wet op Primair Onderwijs: samenvoegen van verschillende vormen van Speciaal Onderwijs en dit werd
voortaan Speciaal Basis Onderwijs. Dit viel onder regulier basisonderwijs. Er kwam leerlinggebonden financiering en
de positie van zorgleerlingen in het regulier onderwijs werd verbeter. Maar, ook dit hielp niet voldoende en het
Speciaal Onderwijs bleef groeien.
2003 Wet op de Expertise Centra (WEC) & Regeling: 17 typen van speciaal onderwijs werden ingedeeld in 4 clusters.
Er kwam leerlinggebonden financiering. Het doel hiervan was om de ouders meer zeggenschap en keuzevrijheid te
geven. Als ouders wilden dat hun kind naar regulier basisonderwijs zouden gaan dan kregen we een rugzakje (LGF)
om extra ondersteuning te regelen voor hun kind. Kozen ze toch voor Speciaal Onderwijs dan kregen ze geen
rugzakje, want SO had alles in huis voor geschikt onderwijs. Maar in de praktijk viel dit tegen, want de school bleef
een grote stem houden. Qua financiering was er geen plafond, het was een soort oneindig budget.
Het werd ingedeeld in vier clusters:
1. visuele handicap → Landelijk geregeld
2. auditieve & communicatieve handicap → Landelijk geregeld
3. lichamelijke & mentale/meervoudige handicap → Samenwerkingsverband (SWV) geregeld
4. psychiatrische en/of gedragsproblemen → Samenwerkingsverband (SWV) geregeld
,Samenwerkingsverband → Wat is dit precies?
Dit verband is regionaal geregeld en er vallen verschillende scholen onder. Als een kind niet passend blijkt voor de
ene school kan binnen de regio gekeken worden naar een andere passende school. Wanneer dit binnen de regio niet
lukt kan er ook buiten de regio gekeken worden.
2014 Wet Passend Onderwijs: passend onderwijs houdt in dat als een kind in het reguliere basisonderwijs geholpen,
eventueel met extra ondersteuning, dat dat het uitgangspunt dan is. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan komt het
Speciaal Onderwijs in beeld. Passend onderwijs is dus niet hetzelfde als inclusief onderwijs. Bij inclusief onderwijs is
bijvoorbeeld geen plaats meer voor speciaal onderwijs, want iedereen zit bij elkaar in de klas en gaat naar dezelfde
school. Dit gaat dus een stap verder dan passend onderwijs. Passend onderwijs is er dus op gericht dat elk kind
passend onderwijs krijgt, dus onderwijs dat bij het kind past. Het is de bedoeling dat steeds meer kinderen onderwijs
kunnen volgen op een reguliere school. Speciaal onderwijs wordt echter niet afgeschaft.
Drie belangrijke uitgangspunten zijn hierbij;
Zorgplicht: je bent als school verplicht om een ondersteuningsprofiel op te stellen. Dus welke kinderen kun je wel en
welke geen onderwijs geven? Er zijn hiervoor geen kaders, dus elke school is vrij om dit naar wens op te stellen. Maar
concreet houdt dit in dat als een kind schriftelijk aangemeld wordt bij een school dat de school dan de plicht heeft de
aanmelding te bekijken en als het kind binnen dit ondersteuningsprofiel valt het kind aan te nemen. Wanneer dit niet
het geval is moet er door de school gekeken worden naar een alternatieve school, op basis van (indien nodig) dit
samenwerkingsverband. En er is een budgetfinanciering van toepassing. Dus het SWV kijkt welk kind welk budget
nodig heeft en kan dit zelf verdelen. Het is tevens aan de school om een ToelaatbaarheidsVerklaring (TLV) te vragen
bij een (V)SO-school.
Belangrijke term voor tentamen! Kan ik een goede definitie geven? Wanneer geldt die wel? Wanneer geldt die niet?
Wanneer geldt zorgplicht niet? Als de school een wachtlijst heeft, als de ouders de grondslag van de school afwijzen,
als de leerling niet geschikt is voor type onderwijs.
Zorgplicht: ontwikkelingsperspectief (OPP)
Alles wat buiten het regulier basisonderwijs valt. Dit betreft het maken van een ontwikkelingsperspectief voor
leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Dus het gaat om leerlingen die bijvoorbeeld achterlopen qua
ontwikkeling, maar ook leerlingen die voor lopen qua ontwikkeling, want ook die kinderen moeten ander soort
onderwijs krijgen dan het reguliere onderwijs. Extra onderwijsondersteuning: alle vormen van
onderwijsondersteuning die de basisondersteuning overstijgen OntwikkelingsPespectiefPlan (OPP)!
Wat is Basisondersteuning?
Het door het SwV afgesproken geheel van preventieve en licht curatieve interventies die binnen de
,onderwijsondersteuningsstructuur van de school planmatig en op een overeengekomen kwaliteitsniveau, eventueel
in samenwerking met ketenpartners, wordt uitgevoerd. Dit betekent dat elke basisschool dit moet kunnen bieden.
Denk aan leerlingen met dyslexie/dyscalculie enz.
2014 Wet Passend Onderwijs
› “Passend onderwijs” vergemakkelijkt de keuze voor regulier onderwijs. Maar dat gaat niet zonder offers.
› De regeling is niet in de eerste plaats ontworpen om de positieve schoolkeuze van leerlingen of hun ouders mogelijk
te maken.
› Dat komt omdat de daadwerkelijke bestemming van een leerling die extra ondersteuning behoeft, mede afhankelijk
is van wat de reguliere scholen van het samenwerkingsverband aan kunnen.
› Basisondersteuning vastgelegd in het schoolondersteuningsprofiel
› Schoolondersteuningsprofielen vastgelegd in ondersteuningsplan.
Evaluatie Passend Onderwijs (mei, 2020)
Er is een onderzoek uitgevoerd door consortium van zeven onderzoeksinstituten.
Aanleiding Passend Onderwijs:
Problemen met de ‘oude’ structuren:
- Teveel bureaucratie
- Complexiteit
- Onhelder belegde verantwoordelijkheden
- Snel oplopende kosten
Ambities ‘nieuwe’ stelsel Passend Onderwijs:
• Onderwijsprofessionals kunnen beste bepalen wat lokaal nodig is
• Zo min mogelijk structuren en regels
• Professionals moeten de ruimte en verantwoordelijkheden krijgen
Hoofdvragen van het evaluatieonderzoek:
• Hoe verloopt de implementatie van deze stelselwijziging?
• Wat is de impact van Passend Onderwijs op het handelen van
iedereen die betrokken is bij leerlingen met extra
ondersteuningsbehoeften?
Evaluatie Passend Onderwijs (mei 2020) – deze info is belangrijkste voor tentamen
Impact op het stelsel, op samenwerkingsverbanden en schoolbesturen:
Kosten (financieel):
• kosten beheersbaar: samenwerkingsverbanden (en mbo) krijgen gefixeerd budget
• In primair en voortgezet onderwijs knelt soms de opdracht om uit te komen met de beschikbare middelen
• Kosten (v)so (nu ook voor rekening van het svw) nemen niet af: na aanvankelijke daling, stijgt het aandeel
leerlingen in (v)so weer.
• Aandeel ligt nu landelijk boven de norm waarop destijds totale budget voor Passend Onderwijs is gebaseerd. Zo
blijft dus een kleiner deel over voor het regulier onderwijs.
Impact op het stelsel, op samenwerkingsverbanden en schoolbesturen:
, Complexiteit:
• bestuurlijke complexiteit verminderd doordat svw gaan over het geheel van regels in een regio.
• Maar: er zijn nog aparte regels voor praktijkonderwijs en voor cluster 1 en 2 van het speciaal onderwijs.
• Er is een nieuwe complexiteit:
• Grensverkeer
• Sommige besturen en scholen hebben te maken met schoolvestigingen in verschillende samenwerkingsverbanden
Impact op het stelsel, op samenwerkingsverbanden en schoolbesturen:
Samenwerking onderwijs & jeugdhulp:
• Veel overleg, weinig gezamenlijk beleid
• Onderwijs & jeugdhulp blijven twee verschillende werelden
• Het onderwijs heeft last van lange wachttijden bij Jeugdhulp
• Sommige gemeenten vinden dat scholen een te groot beroep doen op jeugdhulp
Impact op scholen en leraren in het primair en voortgezet onderwijs:
Vrijheid in de besteding van middelen voor scholen:
• Veel scholen positief over flexibeler inzet van middelen en eigen keuzes (steeds meer vrijheid van swv)
• Middelen worden vooral besteed aan:
• extra uren voor intern begeleiders en ondersteuningscoördinatoren
• (extra) onderwijsassistenten (meer in po dan vo)
• de inzet van specialisten en deskundigheidsbevordering (meer in vo dan po)
• Scholen doen minder dan vroeger een beroep op externen (zoals logopedisten en gedragswetenschappers)
Impact op scholen en leraren in het primair en voortgezet onderwijs:
Bureaucratie:
• Scholen hebben nog steeds last van bureaucratie
• Nieuwe wettelijke verplichtingen: zorgplicht, opstellen van schoolondersteuningsprofiel en
ontwikkelingsperspectiefplannen.
Impact op scholen en leraren in het primair en voortgezet onderwijs:
Basisondersteuning:
• Basisondersteuning wordt meestal gerealiseerd, maar invulling kan verschillen
• Kwart van de scholen geeft aan nog niet te kunnen voldoen aan basisondersteuning.
• Ondanks gezamenlijke afspraken blijkt ene school een veel ruimere opvatting over basisondersteuning te hebben
dan andere school, ook binnen eenzelfde samenwerkingsverband
Impact op scholen en leraren in het primair en voortgezet onderwijs:
Werk en deskundigheid van leraren:
• Passend onderwijs weinig directe gevolgen voor handelen leraren
• Landelijk niet substantieel meer leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften in regulier onderwijs
• Wel aanwijzingen dat aard en complexiteit onderwijsbehoeften veranderd: vaker gedragsproblemen ipv – of naast
– leerproblemen (vaker meervoudige problemen)
• Leraren niet substantieel meer hulp gekregen bij ondersteuning van deze leerlingen
• Leraren ervaren meer belasting en schrijven dat toe aan passend onderwijs
Impact op ouders en leerlingen:
Ouders:
• Zorgplicht ontzorgt niet in alle gevallen
• Informatie nog niet altijd goed toegankelijk
• Bureaucratie alleen voor deel ouders aanwezig
• Ouders gemiddeld tevreden over onderwijsaanbod, relatie met school en keuze school. Ongeveer een kwart is dat
niet!
Leerling:
• Of leerlingen meer hulp op maat krijgen, valt niet goed vast te stellen
• Reden: doelgroep passend onderwijs niet omschreven en betrouwbare registraties van leerlingen met extra
ondersteuning ontbreken.
College 1 - Van gesegregeerd onderwijs naar (meer) inclusief onderwijs?
Er bestaan grofweg vier verschillende vormen van onderwijs.
A. Exclusie: Heb je een beperking? Dan is er geen toegang voor jou in deze vorm van onderwijs. Er is alleen plek
voor kinderen zonder beperking.
B. Segregatie: Deze vorm van onderwijs kennen we op dit moment het meest in het onderwijssysteem. Deze
vorm houdt in dat je met een beperking niet dezelfde vorm van onderwijs krijgt. Je krijgt dan een vorm van
Speciaal Onderwijs (SO). Alleen kinderen zonder een beperking zitten samen in een klas en krijgen regulier
basisonderwijs.
C. Integratie: deze vorm van onderwijs houdt in dat als je een beperking hebt je wel op dezelfde school kan
zitten, maar je zit in een eigen klas.
D. Inclusie: deze vorm van onderwijs is het uiteindelijke doel. Je zit dan, met een beperking, in dezelfde klas en
er wordt zorg gedragen voor extra ondersteuning.
Inclusief onderwijs → uiteindelijke doel
Deze vorm van onderwijs is het uiteindelijke doel. Voor elk kind moet er kans zijn op unieke mogelijkheden om zich
zo optimaal mogelijk te ontwikkelen. Je leert met en van elkaar. Diversiteit is hierbij het uitgangspunt en het
vertrekpunt. Maar hoe komt dit precies tot stand?
Internationale verdragen → hoe dit doel te bereiken?
Er zijn verschillende internationale verdragen die hier zorg voor moeten dragen. Dit zijn geen wetten. Maar
Nederland heeft bijvoorbeeld wel getekend om aan te geven dat zij hier ook haar uiterste best voor wil doen.
Salamanca Statement (UNESCO, 1994). De inhoud van dit statement hoef je niet uit je hoofd te kennen. Maar dit
statement geeft aan dat elk kind een fundamenteel recht heeft op onderwijs en de gelegenheid moet hebben om
een aanvaardbaar niveau van leren te bereiken en te onderhouden. Verschillende kernwaarden zijn hierbij van
belang. Denk bijvoorbeeld aan: verbeteren van onderwijssysteem, principe van inclusief onderwijs aan te nemen,
uitwisselingsprogramma voor leerkrachten, monitoren en evalueren van onderwijskundige voorzieningen, ouders
gemeenschappen en organisaties van gehandicapten, vroegtijdige herkenning en interventiestrategieen,
opleidingsprogramma’s voor leerkrachten.
Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Hancicap (VN, 2006). Dit verdrag is in 2016
door Nederland ook ondertekend. Het bevat geen nieuwe rechten. Maar wel een actieve verplichting om inclusie te
bevorderen. Kernwaarden zijn hierbij; inclusie, persoonlijke autonomie en volledige participatie.
Ontwikkelingen in Nederland → hoe heeft NL hier vorm aan gegeven?
1990 Weer Samen Naar School (WSNS): het doel hierbij was om het aantal leerlingen op Speciaal Onderwijs terug te
dringen. Liep alleen maar op. Kinderen met gedrag- en leerproblemen werden in het reguliere onderwijs
opgenomen. Dit initiatief was mooi, maar het werkte niet en het gevolg was dat het aantal leerlingen op Speciaal
Onderwijs juist bleef groeien.
1998 Wet op Primair Onderwijs: samenvoegen van verschillende vormen van Speciaal Onderwijs en dit werd
voortaan Speciaal Basis Onderwijs. Dit viel onder regulier basisonderwijs. Er kwam leerlinggebonden financiering en
de positie van zorgleerlingen in het regulier onderwijs werd verbeter. Maar, ook dit hielp niet voldoende en het
Speciaal Onderwijs bleef groeien.
2003 Wet op de Expertise Centra (WEC) & Regeling: 17 typen van speciaal onderwijs werden ingedeeld in 4 clusters.
Er kwam leerlinggebonden financiering. Het doel hiervan was om de ouders meer zeggenschap en keuzevrijheid te
geven. Als ouders wilden dat hun kind naar regulier basisonderwijs zouden gaan dan kregen we een rugzakje (LGF)
om extra ondersteuning te regelen voor hun kind. Kozen ze toch voor Speciaal Onderwijs dan kregen ze geen
rugzakje, want SO had alles in huis voor geschikt onderwijs. Maar in de praktijk viel dit tegen, want de school bleef
een grote stem houden. Qua financiering was er geen plafond, het was een soort oneindig budget.
Het werd ingedeeld in vier clusters:
1. visuele handicap → Landelijk geregeld
2. auditieve & communicatieve handicap → Landelijk geregeld
3. lichamelijke & mentale/meervoudige handicap → Samenwerkingsverband (SWV) geregeld
4. psychiatrische en/of gedragsproblemen → Samenwerkingsverband (SWV) geregeld
,Samenwerkingsverband → Wat is dit precies?
Dit verband is regionaal geregeld en er vallen verschillende scholen onder. Als een kind niet passend blijkt voor de
ene school kan binnen de regio gekeken worden naar een andere passende school. Wanneer dit binnen de regio niet
lukt kan er ook buiten de regio gekeken worden.
2014 Wet Passend Onderwijs: passend onderwijs houdt in dat als een kind in het reguliere basisonderwijs geholpen,
eventueel met extra ondersteuning, dat dat het uitgangspunt dan is. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan komt het
Speciaal Onderwijs in beeld. Passend onderwijs is dus niet hetzelfde als inclusief onderwijs. Bij inclusief onderwijs is
bijvoorbeeld geen plaats meer voor speciaal onderwijs, want iedereen zit bij elkaar in de klas en gaat naar dezelfde
school. Dit gaat dus een stap verder dan passend onderwijs. Passend onderwijs is er dus op gericht dat elk kind
passend onderwijs krijgt, dus onderwijs dat bij het kind past. Het is de bedoeling dat steeds meer kinderen onderwijs
kunnen volgen op een reguliere school. Speciaal onderwijs wordt echter niet afgeschaft.
Drie belangrijke uitgangspunten zijn hierbij;
Zorgplicht: je bent als school verplicht om een ondersteuningsprofiel op te stellen. Dus welke kinderen kun je wel en
welke geen onderwijs geven? Er zijn hiervoor geen kaders, dus elke school is vrij om dit naar wens op te stellen. Maar
concreet houdt dit in dat als een kind schriftelijk aangemeld wordt bij een school dat de school dan de plicht heeft de
aanmelding te bekijken en als het kind binnen dit ondersteuningsprofiel valt het kind aan te nemen. Wanneer dit niet
het geval is moet er door de school gekeken worden naar een alternatieve school, op basis van (indien nodig) dit
samenwerkingsverband. En er is een budgetfinanciering van toepassing. Dus het SWV kijkt welk kind welk budget
nodig heeft en kan dit zelf verdelen. Het is tevens aan de school om een ToelaatbaarheidsVerklaring (TLV) te vragen
bij een (V)SO-school.
Belangrijke term voor tentamen! Kan ik een goede definitie geven? Wanneer geldt die wel? Wanneer geldt die niet?
Wanneer geldt zorgplicht niet? Als de school een wachtlijst heeft, als de ouders de grondslag van de school afwijzen,
als de leerling niet geschikt is voor type onderwijs.
Zorgplicht: ontwikkelingsperspectief (OPP)
Alles wat buiten het regulier basisonderwijs valt. Dit betreft het maken van een ontwikkelingsperspectief voor
leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Dus het gaat om leerlingen die bijvoorbeeld achterlopen qua
ontwikkeling, maar ook leerlingen die voor lopen qua ontwikkeling, want ook die kinderen moeten ander soort
onderwijs krijgen dan het reguliere onderwijs. Extra onderwijsondersteuning: alle vormen van
onderwijsondersteuning die de basisondersteuning overstijgen OntwikkelingsPespectiefPlan (OPP)!
Wat is Basisondersteuning?
Het door het SwV afgesproken geheel van preventieve en licht curatieve interventies die binnen de
,onderwijsondersteuningsstructuur van de school planmatig en op een overeengekomen kwaliteitsniveau, eventueel
in samenwerking met ketenpartners, wordt uitgevoerd. Dit betekent dat elke basisschool dit moet kunnen bieden.
Denk aan leerlingen met dyslexie/dyscalculie enz.
2014 Wet Passend Onderwijs
› “Passend onderwijs” vergemakkelijkt de keuze voor regulier onderwijs. Maar dat gaat niet zonder offers.
› De regeling is niet in de eerste plaats ontworpen om de positieve schoolkeuze van leerlingen of hun ouders mogelijk
te maken.
› Dat komt omdat de daadwerkelijke bestemming van een leerling die extra ondersteuning behoeft, mede afhankelijk
is van wat de reguliere scholen van het samenwerkingsverband aan kunnen.
› Basisondersteuning vastgelegd in het schoolondersteuningsprofiel
› Schoolondersteuningsprofielen vastgelegd in ondersteuningsplan.
Evaluatie Passend Onderwijs (mei, 2020)
Er is een onderzoek uitgevoerd door consortium van zeven onderzoeksinstituten.
Aanleiding Passend Onderwijs:
Problemen met de ‘oude’ structuren:
- Teveel bureaucratie
- Complexiteit
- Onhelder belegde verantwoordelijkheden
- Snel oplopende kosten
Ambities ‘nieuwe’ stelsel Passend Onderwijs:
• Onderwijsprofessionals kunnen beste bepalen wat lokaal nodig is
• Zo min mogelijk structuren en regels
• Professionals moeten de ruimte en verantwoordelijkheden krijgen
Hoofdvragen van het evaluatieonderzoek:
• Hoe verloopt de implementatie van deze stelselwijziging?
• Wat is de impact van Passend Onderwijs op het handelen van
iedereen die betrokken is bij leerlingen met extra
ondersteuningsbehoeften?
Evaluatie Passend Onderwijs (mei 2020) – deze info is belangrijkste voor tentamen
Impact op het stelsel, op samenwerkingsverbanden en schoolbesturen:
Kosten (financieel):
• kosten beheersbaar: samenwerkingsverbanden (en mbo) krijgen gefixeerd budget
• In primair en voortgezet onderwijs knelt soms de opdracht om uit te komen met de beschikbare middelen
• Kosten (v)so (nu ook voor rekening van het svw) nemen niet af: na aanvankelijke daling, stijgt het aandeel
leerlingen in (v)so weer.
• Aandeel ligt nu landelijk boven de norm waarop destijds totale budget voor Passend Onderwijs is gebaseerd. Zo
blijft dus een kleiner deel over voor het regulier onderwijs.
Impact op het stelsel, op samenwerkingsverbanden en schoolbesturen:
, Complexiteit:
• bestuurlijke complexiteit verminderd doordat svw gaan over het geheel van regels in een regio.
• Maar: er zijn nog aparte regels voor praktijkonderwijs en voor cluster 1 en 2 van het speciaal onderwijs.
• Er is een nieuwe complexiteit:
• Grensverkeer
• Sommige besturen en scholen hebben te maken met schoolvestigingen in verschillende samenwerkingsverbanden
Impact op het stelsel, op samenwerkingsverbanden en schoolbesturen:
Samenwerking onderwijs & jeugdhulp:
• Veel overleg, weinig gezamenlijk beleid
• Onderwijs & jeugdhulp blijven twee verschillende werelden
• Het onderwijs heeft last van lange wachttijden bij Jeugdhulp
• Sommige gemeenten vinden dat scholen een te groot beroep doen op jeugdhulp
Impact op scholen en leraren in het primair en voortgezet onderwijs:
Vrijheid in de besteding van middelen voor scholen:
• Veel scholen positief over flexibeler inzet van middelen en eigen keuzes (steeds meer vrijheid van swv)
• Middelen worden vooral besteed aan:
• extra uren voor intern begeleiders en ondersteuningscoördinatoren
• (extra) onderwijsassistenten (meer in po dan vo)
• de inzet van specialisten en deskundigheidsbevordering (meer in vo dan po)
• Scholen doen minder dan vroeger een beroep op externen (zoals logopedisten en gedragswetenschappers)
Impact op scholen en leraren in het primair en voortgezet onderwijs:
Bureaucratie:
• Scholen hebben nog steeds last van bureaucratie
• Nieuwe wettelijke verplichtingen: zorgplicht, opstellen van schoolondersteuningsprofiel en
ontwikkelingsperspectiefplannen.
Impact op scholen en leraren in het primair en voortgezet onderwijs:
Basisondersteuning:
• Basisondersteuning wordt meestal gerealiseerd, maar invulling kan verschillen
• Kwart van de scholen geeft aan nog niet te kunnen voldoen aan basisondersteuning.
• Ondanks gezamenlijke afspraken blijkt ene school een veel ruimere opvatting over basisondersteuning te hebben
dan andere school, ook binnen eenzelfde samenwerkingsverband
Impact op scholen en leraren in het primair en voortgezet onderwijs:
Werk en deskundigheid van leraren:
• Passend onderwijs weinig directe gevolgen voor handelen leraren
• Landelijk niet substantieel meer leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften in regulier onderwijs
• Wel aanwijzingen dat aard en complexiteit onderwijsbehoeften veranderd: vaker gedragsproblemen ipv – of naast
– leerproblemen (vaker meervoudige problemen)
• Leraren niet substantieel meer hulp gekregen bij ondersteuning van deze leerlingen
• Leraren ervaren meer belasting en schrijven dat toe aan passend onderwijs
Impact op ouders en leerlingen:
Ouders:
• Zorgplicht ontzorgt niet in alle gevallen
• Informatie nog niet altijd goed toegankelijk
• Bureaucratie alleen voor deel ouders aanwezig
• Ouders gemiddeld tevreden over onderwijsaanbod, relatie met school en keuze school. Ongeveer een kwart is dat
niet!
Leerling:
• Of leerlingen meer hulp op maat krijgen, valt niet goed vast te stellen
• Reden: doelgroep passend onderwijs niet omschreven en betrouwbare registraties van leerlingen met extra
ondersteuning ontbreken.