100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Huisvesting

Rating
-
Sold
-
Pages
55
Uploaded on
05-06-2025
Written in
2023/2024

Samenvatting - Huisvesting en bioveiligheid

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 5, 2025
Number of pages
55
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

HUISVESTING EN BIOVEILIGHEID SAMENVATTING
Inleiding
De huisvesting van dieren is een productiefactor en moet dus bekeken worden vanuit het standpunt
van de algemene bedrijfsvoering. Hierbij is het economische, ecologische, ergonomische en
ethologische belangrijk.

Economische aspecten

• Densiteit = aantal dieren
• Vermorsen = voedingssysteem
• Energie: isolatie, klimaatcontrole
• Onderhoud: vloer, boxen, klimaatregeling
• Arbeid: bereikbaarheid van de dieren

Ecologische aspecten

• Emissies (lucht, water, bodem)
• Ruimtelijke inplanting

Ergonomische aspecten

• Werkefficiëntie en werkkwaliteit
• Gezondheidsvoorwaarden

Ethologische aspecten

• Dierenwelzijn: normale gedragspatroon, groei en ontwikkeling, gezondheid, voortplanting

Multifactoriële aandoeningen = ziekten die beïnvloed worden door meerdere factoren

Hoofdstuk 1: fysische elementen van de massa- en energiebalans in de stal
Stallucht

Lucht is een combinatie van droge lucht en waterdamp

De absolute en relatieve vochtigheid

Stallucht karakteristieken: vochtigheid, temperatuur, soortelijk gewicht – volume, enthalpie / energie-inhoud,
partiële dampdruk

Absolute luchtvochtigheid = massa waterdamp / massa droge lucht

Relatieve luchtvochtigheid = hoeveelheid waterdamp in lucht in vergelijking met hoeveelheid waterdamp die de
lucht kan bevatten

• Uitgedrukt in procent
• Relatieve vochtigheid = hoeveelheid waterdamp / temperatuur
• Op bepaald moment is de lucht verzadigd, dit is temperatuursafhankelijk (hoe hoger de temperatuur,
hoe meer waterdamp in de lucht aanwezig kan zijn)
• Lage relatieve vochtigheid = maat voor drogende vermogen van de lucht
• Hoge relatieve vochtigheid = maat voor kans op condensatie op koude oppervlakken

Moment dat lucht verzadigd is = dauwpunttemperatuur

Het soortelijk gewicht

,Soortelijke gewicht afhankelijk van: temperatuur, hoeveelheid vocht in lucht → uitgedrukt in kg/m³

• Soortelijk gewicht = 1 / soortelijk volume
• Vochtige lucht lichter dan droge lucht
• Warme lucht lichter dan koude lucht
• 1 m³ droge lucht ongeveer gelijk aan 1.2 kg
➔ Warme en vochtige lucht bovenaan in stal, soms condensatie aan koude dakoppervlakken

! bij goede ventilatie is het verschil in temperatuur tussen de vloer en het plafond kleiner !

Enthalpie of vocht-inhoud van vochtige lucht

Enthalpie = energie-inhoud vochtige lucht in vergelijking met energie-inhoud droge lucht (bij 0°C)

Totale energie-inhoud vochtige lucht: deel voelbare (sensibele) warmte en deel verborgen (latente) warmte

• Latente warmte = energie die nodig is om water om te zetten in waterdamp (1 liter: 2500 kJ)
• Droge lucht lagere energie-inhoud dan warme lucht bij zelfde temperatuur

Principe evaporatieve koeling

• Water onder nevelvorm mengen met lucht → verdamping tot waterdamp
• Verdamping onttrekt warmte aan omgeving → temperatuur daalt
• Systeem:
o Lucht door lamellenbord thv inlaat
o Water wordt verneveld in lamellen
o Binnenkomende lucht frisser maar vochtiger

Evaporatieve koeling (= adiabatisch = geen warmte uitwisseling met omgeving) en energie-inhoud lucht

= koeling met waterdruppeltjes




Cooldownsysteem bij melkvee: combinatie van verneveling van water ( zorgt voor minder hittestress) en
gebruik ventilatoren

➔ Temperatuur 5-7°C lager, relatieve vochtigheid + 5-10%

H = 1(Cd * t) + 2(Cm * t * mm) + 3(CI * mm)

• H = enthalpie (J/kg)
• t = temperatuur
• Cd = soortelijke warmte van droge lucht
• Cm = soortelijke warmte van waterdamp
• mm = absoluut vochtgehalte
• CI = verdampingswarmte

Het diagram van Mollier

y-as: absolute luchtvochtigheid, x-as: luchttemperatuur, grafiek: enthalpie

lijnen van constante enthalpie beginnen linksboven en eindigen rechts onder

, • Isenthalpische veranderingen: enthalpie (energie-inhoud) van vochtige lucht verandert niet (vb.
verdamping van plassen, bij evaporatieve koeling)

Meten van temperatuur

• Droge bol thermometer: normale thermometer
• Natte bol thermometer: 2 buisjes (1 met nat, katoenen kousje) en luchtstroom 5m/s
➔ Met de waarde van deze temperaturen en het diagram van Mollier kun je de relatieve vochtigheid en
dauwpunttemperatuur bepalen (relatieve vochtigheid 100% → dauwpunt gelijk aan luchttemperatuur)

Te onthouden bij stallucht

• Vochtigheid
• Temperatuur
• Warme en vochtige lucht stijgen
• Enthalpie: voelbare en sensibele warmte
• Principe van evaporatieve koeling

Stalwanden

Het materiaal

Warmtegeleidingscoëfficient 𝛾: geeft aan hoeveel warmte per m² doorheen 1m dik materiaal stroomt bij
temperatuursverschil van 1K gedurende 1 seconde

• Hoe lager deze waarde, hoe beter het materiaal isoleert (= maat voor geleiding / conductie)
• Best isolerende materialen bevatten veel lucht en weinig water

Materiaal van de stalwand

• Percentage vocht bepaalt door gebruik (binnen, buiten, regen, …), percentage lucht bepaald bij
productie
• Veel lucht in wand: goed voor isolatie
• Weinig lucht in wand: goed voor stabiliteit en warmteopslag
➔ Compromis: celbeton, wand van verschillende materialen

Enkelvoudige en samengestelde wand

Warmteovergangscoëfficiënt α: hoeveelheid warmte per m² die in 1 seconde overgaat van fluïdum naar vast
lichaam bij temperatuurverschil 1K

• Door overgang van lucht naar wand treedt straling en convectie op
• Zwaar beïnvloed door luchtsnelheid (hoe sneller de lucht, hoe meer warmte wordt afgestaan)

Warmte-overgangsweerstand R = 1 / α

Warmtedoorgang 𝜙: hoeveelheid warmte per m² die per seconde door een wand vloeit bij
temperatuursverschil van 1K

• 𝜙 = U * (tinside – toutside)
• Wand met grote U-waarde laat warmte gemakkelijk door (geen goede isolator)
• Kan voor enkelvoudige of samengestelde wanden

Spouwmuur = dubbele wand met luchtlaag (spouw) ertussen

Aanbevolen U-waarden voor wanden in pluimvee- en varkensstallen

• Dak of plafond: 0.3-0.4 (jonge dieren) tot 0.4-0.5 (oude dieren)
• Wanden: 0.7

, De stal

Bij een stal wordt, in de berekening van warmteverliezen of winsten gebruik gemaakt van de gewogen
gemiddelde U-waarde, rekening houdend met temperatuursverschillen.

Stal = som van aantal wanden

Het dak van veestallen is de grootste oppervlakte en daarom is een goede dakisolatie dus heel belangrijk.

• Preventie warmteverlies in winter, preventie warmte overlast in zomer (stralingswarmte van zon)

Warmte verliezen en koudebruggen in veestallen worden opgespoord met een IR camera (thermografie)

Betonplaten zijn betere wanden dan gemetselde muren

Massabalans in stal

Massabalans: vochtbalans en CO2 balans

Vocht en CO2 productie gebeurt voornamelijk door dieren

Vochtgehalte stallucht bepaalt door vochtgehalte buitenlucht, vochtproductie in stal en ventilatiedebiet

• mmi = mmo + qm / qv (absoluut vochtgehalte in stal = absoluut vochtgehalte in buitenlucht +
vochtproductie in stal / ventilatiedebiet)
• mki = mko + qk / qv ( CO2 concentratie in stallucht = CO2 concentratie in buitenlucht + CO2
productie in stal / ventilatiedebiet)

Te vochtige stal: te hoge buitenvochtigheid, te hoge vochtproductie, te laat ventilatiedebiet (te weinig
ventilatie)

Te veel CO2: te hoge productie, te weinig ventilatie

Energiebaland in stal

Energiebalans: onder stationaire voorwaarde is de geproduceerde warmte gelijk aan de verloren warmte

Vuistregel:

• 2/3 warmteverliezen door ventilatie
• 1/3 wartmeverliezen door wanden, waarvan 2/3 door dak

Hoofdstuk 2: diergebonden elementen van de massa- en energiebalans in de stal
Warmteverliezen door conductie

Van zodra het dier in contact komt met een ander lichaam, treedt er conductie op (warmte overdracht van
warme oppervlak naar koude oppervlak). In de eerste plaats gebeurt dit via de vloer aangezien veel dieren een
groot deel van hun dag liggend doorbrengen.

Niet-stationair regime

Niet-stationair: meteen na neerliggen, vanuit thermisch standpunt voor het dier belangrijker

Warmte-indringingsgetal b: bepaalt snelheid waarmee warmte meteen na het neerliggen door een materiaal
wordt opgenomen

• b = √𝜆 ⋅ 𝑐 ⋅ 𝜌 (warmtegeleidingscoëfficiënt * soortelijke warmte vloer * soortelijk gewicht vloer)
• warmtecapaciteit = soortelijke warmte vloer * soortelijk gewicht vloer
• warmte-indringingsgetal b laag: vloer voelt warm aan
➔ oppervlaktelaag van vloer belangrijk voor thermisch comfort van dier!

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
lottelerouge Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
16
Member since
6 months
Number of followers
0
Documents
27
Last sold
2 weeks ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions