100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Cardiovasculaire ziekten

Rating
-
Sold
-
Pages
39
Uploaded on
04-06-2025
Written in
2024/2025

de volgende leerdoelen zijn behandeld: De student heeft kennis van de begrippen: fysiologie, pathologie, intern- en extern milieu, homeostase, positieve- en negatieve feedback en is in staat de termen te plaatsen in de context van voorbeelden en casussen. De student heeft kennis van de oriëntatietermen en -vlakken en is in staat deze kennis toe te passen op tekstuele beschrijvingen en te herkennen in afbeeldingen. De student heeft kennis van de opbouw en ligging van de lichaamsvliezen en lichaamsholten en kan de relatie uitleggen tussen anatomische opbouw en functie. De student kan de regulatie van homeostase uitleggen aan de hand van feedbackloops, lange- en korte afstand regulatie. De student is in staat te beredeneren hoe dysbalans kan resulteren in ziektebeelden en kan de pathofysiologie van cardiovasculaire aandoeningen benoemen. De student heeft kennis van de oorsprong, structuur en functie van de vier primaire weefsels (epitheel, bindweefsel, spierweefsel en neuronaal weefsel) en kan deze herkennen en afleiden uit afbeeldingen. De student heeft kennis van de anatomie van het hart en bloedvaten inclusief lymfevaten, en kan de relatie uitleggen tussen anatomische opbouw en functie van de verschillende gebieden in het systeem. De student heeft kennis van de verschillende stappen van de erytropoëse, de locatie en regulatie van deze processen en kan de betrokken cellen morfologisch herkennen in een MGG-kleuring. De student is in staat de belangrijkste structurele en functionele kenmerken te benoemen van erytrocyten (gasuitwisseling / bloedgroepen) en thrombocyten (stolling). De student is in staat verschillende vormen van anemie te kunnen verklaren op basis van het klinisch beeld en laboratoriumuitslagen (erytrocytindices). De student kan de verschillende fases van de hemostase benoemen. De student begrijpt hoe de aanmaak van trombocyten en stollingsfactoren verloopt en wordt gereguleerd. De student kan een beschrijving geven van de achtereenvolgende processen in de primaire en secundaire hemostase. De student kan met behulp van het stollingsschema uitleggen hoe de extrinsieke en intrinsieke stolweg verloopt. De student is in staat om te beredeneren hoe dysbalans in de hemostase kan resulteren in trombose en kan de oorzaken en behandeling hiervan noemen. De student heeft kennis van de anatomie van het hart en bloedvaten incl. lymfevaten, en kan de relatie uitleggen tussen anatomische opbouw en functie van de verschillende gebieden in het systeem. De student heeft begrip van de volgende termen; veneuze retourstroom, systolische druk, diastolische druk en volumestroom (blood-flow-rate), Stroomsnelheid (velocity of flow), en totaaloppervlakte van systeem van buizen (cross-sectional area). De student kan het onderscheid tussen autoritmische cellen (pacemaker cellen) en contractiele cellen (hartspiercellen) uitleggen, alsook de rol van het intrinsieke geleidingssysteem in de verspreiding van het actiepotentiaal in het hart toelichten. De student kan begrippen hartcyclus, preload, afterload, systole en diastole omschrijven en kan hiermee de gebeurtenissen tijdens een hartcyclus omschrijven, alsook de momenten van het openen en sluiten van de hartkleppen. De student is in staat een linker-ventrikel druk-volume grafiek te interperteren en hieruit verschillende parameters (slagvolume, EDV, ESV, bloeddruk) te bepalen. De student heeft kennis van de macro- en microscopische bouw van het ademhalingssysteem, inclusief de structuur en functie van de luchtwegen en hun cellulaire opbouw. De student kan de mechanica van de ademhaling beschrijven, inclusief de rol van ademhalingsspieren, drukveranderingen tijdens inspiratie en expiratie, de krachten die de longen gespannen houden in de borstholte, en het belang van surfactant bij het verlagen van de oppervlaktespanning en het vergemakkelijken van ventilatie. De student kan de principes van gastransport en gaswisseling toepassen, inclusief de gaswetten van Fick, Boyle, Dalton en Henry, het begrip partiële druk en de invloed daarvan op diffusie, en de rol van oplosbaarheid. Daarnaast kan de student de PO₂- en PCO₂-waardes benoemen in verschillende delen van het lichaam onder rust en inspanning. De student kan uitleggen hoe zuurstof en koolstofdioxide in het bloed worden getransporteerd, met inbegrip van de bindingskinetiek van zuurstof aan hemoglobine, de functionele en allosterische eigenschappen van hemoglobine (zoals P50), de interpretatie van de zuurstofverzadigingscurve en de factoren die deze beïnvloeden (waaronder pH, het Bohr- en Haldane-effect), en het verschil in transportmechanismen voor O₂ en CO₂.

Show more Read less
Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 4, 2025
Number of pages
39
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Cardiovasculaire ziekten (CAZI)
Vl1219-2025


Hoorcollege 1 algemene introductie fysiologie en pathologie
• De student heeft kennis van de begrippen: fysiologie, pathologie, intern- en extern
milieu, homeostase, positieve- en negatieve feedback en is in staat de termen te
plaatsen in de context van voorbeelden en casussen.
Fysiologie = Is de studie van de normale werking van een levend organisme en zijn
componenten, inclusief al zijn chemische en fysische processen.
• De integratie van functies op veel niveaus van organisatie is een speciale focus van de
fysiologie.
• Integreren: verschillende elementen samenbrengen om een verenigd geheel te creëren.
o Voorbeeld: kennis dat een proteïne door een bepaalde cel wordt gemaakt, vertelt
ons niet altijd wat de betekenis is van die proteïne voor de cel, het weefsel of het
functionerende organisme.

Hoe wordt de normale werking van een organisme gehandhaafd? -> door homeostase
Homeostase: De regulatie van de interne omgeving van het lichaam.
➔ Als het niet lukt om terug te gaan naar homeostase na een verandering van binnen of
buiten af spreek je van een ziekte toestand of pathologische toestand.
➔ Je lichaam blijft schommelen om de “normaal” waarde heen om de homeostase te
behouden.
• Homeo- (wat gelijkend betekent) in plaats van het voorvoegsel homo- (wat hetzelfde
betekent). -stase kan worden geïnterpreteerd alsof er een toestand word gehandhaafd
die statisch en onveranderlijk is. Daarom is er soms een voorkeur voor de term:
homeodynamics.
Homeodynamics: weerspiegelt de kleine veranderingen die voortdurend plaatsvinden in onze
interne omgeving.

Controle systemen en homeostase
• Gereguleerde variabelen worden binnen het normale bereik
gehouden door controlemechanismen.
• Blijft dicht bij het setpoint of de optimale waarde.
• Response loops: stimulus -> sensor -> input signal -> integrating
center -> output signal -> target -> response.
o Negatieve feedback tussen response en stimulus

Pathologie (ziektetoestand of pathologische toestand) = het niet
handhaven van homeostase.
• De studie van lichaamsfuncties in een ziektetoestand wordt
pathofysiologie genoemd.
• Voorbeeld: diabetes mellitus – abnormaal hoge bloedglucose.

Het interne en externe milieu
Het extern milieu omvat alles buiten het lichaam, maar ook de lichaamsholten die in contact
staan met de buitenwereld, zoals:
• het maagdarmkanaal (voedsel is extern totdat het wordt opgenomen),
• de luchtwegen (lucht in de longen is extern),
• de urinewegen (tot aan de uitmonding),
• en de huidoppervlakte.
Het extern milieu is dus het gebied waarmee het lichaam stoffen kan uitwisselen zoals zuurstof,
voedingstoffen of afvalproducten.

,Intern milieu: vloeistofomgeving binnen het lichaam waarin de
cellen leven en functioneren.
Het intern milieu is de waterige omgeving waarin lichaamscellen
zich bevinden en bestaat uit:
• het intracellulair vocht (ICF) – de vloeistof ín de cellen,
• het extracellulair vocht (ECF) – de vloeistof búiten de
cellen, waaronder:
o interstitiële vloeistof (tussen de cellen),
o bloedplasma (in de bloedvaten).
Het intern milieu moet stabiel gehouden worden via homeostase, omdat lichaamscellen zeer
gevoelig zijn voor veranderingen in bijvoorbeeld pH, zuurstofgehalte of ionconcentraties.

De stappen binnen een reflex pathway




Negatieve feedback: Een terugkoppelingsmechanisme waarbij het systeem een afwijking
corrigeert (bijv. verwarming schakelt uit als het te warm wordt).
Positieve feedback: Versterkt het oorspronkelijke signaal (bijv. weeën tijdens de bevalling);
zeldzamer en vaak tijdelijk




Positieve feedback: versterkt de orginele
stimulus en zorgt ervoor dat het proces steeds verder weg
beweegt van de uitgangswaarde.
• Draagt niet bij aan homeostase.
Negatieve feedback: doel van negatieve feedback is het proces weer terug brengen naar de
uitgangswaarde. Is dus essentieel voor handhaven van het interne milieu.
• Draagt wel bij aan homeostase

Feedworward loops: Feed-forward control kan worden vergeleken met geleerde anticiperende
reacties op bekende signalen. Feedforward loop werkt vooruit.
Negatieve feedback stopt/ remt de respons van de stimulus || (in plaatje) = rem.
Homeostase ≠ evenwicht!: Homeostase is geen evenwicht tussen het binnen en buiten milieu.

, • De student heeft kennis van de oriëntatietermen en -vlakken en is in staat deze
kennis toe te passen op tekstuele beschrijvingen en te herkennen in afbeeldingen.
Waarom maken we gebruik van medische oriëntatietermen?
Medische oriëntatietermen worden gebruikt om de locatie en positie van structuren in het
lichaam nauwkeurig te beschrijven. Dit is essentieel in de anatomie, diagnostiek, chirurgie, en
fysiotherapie, zodat medische professionals wereldwijd dezelfde terminologie
gebruiken en misverstanden worden voorkomen.

Anatomische positie: rechtop, handpalm naar voren, duim naar buiten.
• Axiale deel: delen van lichaam rond lichaamsas gelegen (hoofd, hals, romp).
• Appendiculaire deel: de ‘aanhangsels’ van het lichaam (armen, benen).

Anatomical position
• Rechtop staand
• Hoofd en ogen recht vooruit gericht
• Bovenste ledematen aan de zijkanten
• Bovenste ledematen iets van de romp af
• Handpalmen naar voren gericht
• Duimen van het lichaam af gericht
• Onderste ledematen parallel
• Voeten plat op de grond en naar voren gericht


Mediaal: naar de middenlijn of het midden van
het lichaam
Lateraal: naar de zijkant van het lichaam
Mediaal : Aan de binnenzijde, naar de middellijn toe.
Lateraal : Aan de buitenzijde, van de middenlijn af.



Superior (cranial): boven; richting het hoofd (superior, skull)
Inferior (caudal): onder; weg van het hoofd (inferior, floor)
Craniaal : Aan de schedelzijde.
Caudaal : Aan de "staartzijde“.


Anterior (ventraal): vooraan; naar
de voorkant van het lichaam
Posterior (dorsaal): achteraan;
naar de achterkant van het lichaam
A (anterior) komt voor P (posterior)
Ventraal : Aan de buikzijde.
Dorsaal : Aan de rugzijde.


Proximaal: naar de stam toe; dichtbij
de oorsprong
Distaal: weg van de stam; ver van de
oorsprong

, • De student heeft kennis van de opbouw en ligging van de lichaamsvliezen en
lichaamsholten en kan de relatie uitleggen tussen anatomische opbouw en functie.
Lichaamsvlakken:
Transverse: horizontaal (verdelen in boven en
onder)
Frontaal: verticaal (voor en achterkant)
Saggital: verticaal (links en rechts)

Frontal plane: frontal section through torso:
left and right long, liver, heart, stomach,
spleen
Transverse plane: transverse section
through torso (supervisor view): liver,
subcutaneous fat layer, spinal cord, aorta,
stomach, spleen
Median (midsagittal) plane section: rectum,
vertebral column, pubic symphysis, intestines

Lichaamsholten:
Dorsale holte (Dorsal cavity):
• Craniale holte (hersenen), vertebrale holte
(ruggenwervel).
• Dorsale holtes liggen aan rugzijde

Ventrale holte (Ventral cavity):
• Thoracale-, abdominale holte, pelvis.
• Thoracale holte bevat: pleurale holte, pericardiale
holte en mediastinale holte.
• Ventrale holtes liggen aan buikzijde
Belangrijk: De pericardiale holte ligt binnen het
mediastinum, en het mediastinum zelf ligt binnen de
thoracale holte.

De scheiding van lichaamsholten wordt bepaald door anatomische barrières zoals
membranen, spieren, en botstructuren, die de verschillende holten van elkaar
scheiden.
Membranen: dunne laag weefsel die het lichaam, lichaamsholte, en organen in de
holtes bekleden.

Sereuze membranen beschermen organen
Drie verschillende soorten (epithele) membranen:
• Mucous membranen (darm).
• Sereuze membranen (bedekken organen).
• Cutaneous membranen (huid).

Twee zijden:
• Parientaal: ‘buitenkant’ – in contact met het externe milieu.
• Visceraal: ‘binnenkant’ – in contact met het orgaan.
o Tussen de pariëtale- en viscerale zijde zit een laagje vocht om te
voorkomen dat ze langs elkaar wrijven en zo elkaar beschadigen.
$13.13
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
Ilonawi12

Get to know the seller

Seller avatar
Ilonawi12
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
10
Member since
2 year
Number of followers
5
Documents
14
Last sold
1 week ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions