3. STEM
3.1 STEM EN BEWEGING
STEM-geletterdheid het vermogen om basisconcepten van wetenschap, technologie,
techniek en wiskunde te begrijpen en te gebruiken om
weloverwogen beslissingen te nemen, problemen op te lossen en
nieuwe producten en processen te creëren.
Bewegingsgeletterdheid Een Kind dat altijd sportief gestimuleerd word, doet
succeservaringen op waardoor het meer ervaring en kennis
opdoet over sport. Deze mensen gaan vaak meer sporten en zijn
dus gezonder.
School in beweging deel 4: de leraar, een inspirerende, richtinggevende en onderzoekende
coach.
1. Echt kijken naar kinderen
2. Echt luisteren naar kinderen
Door aan te sluiten bij hun leefwereld zorg je bovendien voor authentieke en reële
contexten waarin beweging een echte plaats krijgt. Het denken in voordien
gestructureerde oplossingen is eigenlijk niet nuttig al leerervaring.
3. Kinderen tijd en ruimte geven om te ervaren, te onderzoeken, te denken
Ervaringsgericht en kindgericht werken. Het gevoel van iets mogen en kunnen
ontdekken is immers essentieel om niet gefrustreerd te geraken wanneer iets niet
onmiddellijk lukt. Dit gevoel helpt er ook bij om het eerder geleerd niet ober boord te
gooien wanneer men in een compleet nieuwe situatie terechtkomt.
4. Inspelen op situaties en op vragen: verbreden en verdiepen
Ga aan de slag vanuit de ervaringen van kls. Neem zelf een onderzoekende houding
aan (rolmodel) en leer de kls ook zelf in de breedte en de diepte exploreren. Inspelen op
leerkansen voor kinderen, is soms ook ruimte laten om kinderen vrij te laten spelen en niet
tussen te komen en hun spel zelf te laten ontwikkelen.
5. Een uitdagende omgeving en context kiezen of creëren.
Beweging zien als onderdeel van elke leeromgeving, biedt ook kansen om kinderen te
ondersteunen bij het vormen van (of behouden van) een positief zelfbeeld. Heeft
impact op cognitief presteren, zelfbeeld, zelfvertrouwen, doorzettingsvermogen,
ondernemingszin, probleemoplossend vermogen en risicocompetentie. Durf uitdagingen
te zien in een ruimte.
6. Kinderen stimuleren om ervaringen, ideeën, theorieën vast te zetten op elk moment
Tekenen kan hier een vorm van zijn.
7. Een onderzoekende houding hebben
Samen op zoek gaan naar mogelijkheden en oplossingen. Als LK tonen dat je
bewegend aan de slag gaat om problemen op te lossen kan kinderen stimuleren om
lichaam actief in te zetten tijdens hun spel- en leerervaringen. Leer de kls kennen in
verschillende contexten, zodat je hiermee aan de slag kan.
3.1.1 STEM- EN BEWEGINGSONDERWIJS
STEM-onderwijs omvat de processen van kritische denken, analyseren, samenwerken en bestaat
uit een interdisciplinaire aanpak waarbij vanuit levensechte situaties vertrokken wordt. Via denk
stimulerende interactie ga je hen ondersteunen in het onderzoekend of ontwerpend aan de
slag gaan.
Competenties dat behoren tot STEM-geletterdheid:
- Observeren
- Exploreren
- Redeneren
- Voorspellen
- Hypotheses formuleren
- Probleemoplossend denken
, - Kritische en creatief denken
- Reflecteren
- Vast zetten
- Communiceren
- Samenwerken
Kinderen bewegen omdat ze willen begrijpen hoe de wereld in elkaar zit en hoe ze daarin
kunnen handelen. Heeft effect op:
- Motorische competenties
- Sociaal-emotionele ontwikkeling
- Positief zelfbeeld
Bewegingsgeletterdheid stimuleert:
- Probleemoplossend denken
- Durf
- Positief zelfbeeld
- Zelfvertrouwen
- Doorzettingsvermogen
- Ondernemingszin
Wanneer kinderen nieuwe ervaringen aan eerdere ervaringen koppelen, oefenen ze hun
motoriek betekenisvol. Een aanbod waarbij STEM en beweging geïntegreerd aan bod komen,
sluit veel beter aan bij de leefwereld van de kinderen.
3.1.2 EEN OPEN BLIK OP INTEGRATIE
Via geïntegreerd onderwijs sluit je aan bij een breed en holistische benaderen van kinderen.
Onderwijs krijgt vorm vanuit betekenisvolle en authentieke contexten. (nadruk op integratie)
Voorwaarde voor kwaliteitsvolle en duurzame integratie: bewegen draagt bij tot STEM en/of
omgekeerd. Integreer beweging in het totale klasgebeuren.
School in beweging deel 6 kansen in integratie vanuit een blik op STEM p218-221
Kwaliteitsvolle integratie:
- Beide kunnen in de realiteit niet losstaand van elkaar voorkomen
- Geïntegreerd van het kind zijn leefwereld
- Gevolg: onderwijs sluit aan bij de werkelijkheid en krijgt vorm vanuit betekenisvolle en
authentieke contexten
- Integratie biedt mogelijkheden voor alle leergebieden
3.1.3 SLEUTELS VOOR DUURZAME IM PLEMENTATIE VAN INTEGRATIE VAN STEM EN
BEWEGING
Reflectievragen:
1. STEM en beweging in de praktijk
2. Leefwereld van het kind als uitgangspunt
3. De coachende rol van de leraar
4. Spelend leren
,3.1.4 DE ROL VAN DE LERAAR (REGENBOOGMODEL)
1. Echt kijken naar kinderen
2. Echt luisteren naar kinderen
3. Kinderen tijd en ruimte geven om te ervaren, te onderzoeken, te denken
4. Inspelen op situaties en vragen: verbreden en verdiepen
5. Een uitdagende omgeving en context kiezen of creëren
6. Kinderen stimuleren om ervaringen en ideeën, theorieën vast te zetten op elk moment
7. Een onderzoekende houding te hebben.
3.1.5 AANBOD
Jonge kinderen, grote onderzoekers; deel IV: hoe je onderwijs inrichten bij het stimuleren en
ontwikkelen van een onderzoekende houding
3.1.6 INSPIRERENDE PRAKTIJKVOORBEELDENVOORBEELDEN
School in beweging; twee langdurige projecten integratie STEM en beweging.
Jonge kinderen, grote onderzoekers; deel V: de onderzoekende houding ontwikkelen bij jonge
kinderen vanuit zand en water
3.2 COMPUTATIONEEL DENKEN EN LOGISPELEN
Logispelen Stimuleert het denkvermogen van de kinderen door logische denken
binnen te brengen op een speelse manier.
Deze denkstrategie toont sterke lonk met computaioneel denken (=
onderdeel van digitale geletterdheid).
Computationeel
Het menselijk vermogen om complexe problemen op te lossen en
denken
daarbij digitale tools als hulpmiddel te zien.
Wanneer je focust op computationeel denken dan werk je bij kinderen
aan vaardigheden die hun ontwikkeling sturen zoals
probleemoplossend denken, verbeelding, sociale interacties,
motorische vaardigheden, …
, 3.2.1 COMPUTATIONEEL DENKEN IN DE KLEUTERKLAS
COMPUTAIONELE VAARDIGHEDEN:
1. In de probleemstelling
• Problemen herformuleren: probleem uitdrukken in eigen woorden.
• Decompositie van het probleem: probleem opsplitsen in deeltaken of deeltaken
combineren tot 1 probleem.
• Abstraheren: ontdekken wat echt belangrijk is, niet focussen op details.
2. Tijdens het analyseren
• Omgaan met gegevens: analyseren, verzamelen en visualiseren van gegevens.
3. In de uitvoering
• Algoritme en procedure: procedures efficiënt inzetten om snel tot een oplossing te
komen.
• Automatisering: standaardprocedures toepassen die rechtstreeks naar een oplossing
leiden.
• Debugging: fouten opsporen.
• Parallellisme: ontdekken dat een taak sneller klaar is wanneer handelingen gelijktijdig
uitgevoerd word
• Simulatie en modelleren: de werkelijkheid nabootsen.
• Voorspellen: inschatten wat er zal gebeuren.
Heel wat problemen binnen betekenisvolle contexten worden opgelost via het toepassen van
computationele vaardigheden.
PLUGGED EN UNPLUGGED
• Plugged: Computationele vaardigheden worden gebruikt in een speelleerkans met
computer
• Unplugged: computationele vaardigheden worden gebruikt in activiteiten zonder computer
SPEELLEERKANS COMPUTATIONEEL DENKEN – KERN
1. Betekenisvolle context: gelinkt aan de leefwereld van de kls.
2. Denk- en doe vragen
3. Systematisch onderzoek: Hoe draagt dit bij tot de computationele vaardigheid?
4. Interactie en relfectie
Meer lezen – cursus p29
3.2.2 DIGITALE GELETTERDHEID IN DE KLEUTERKLAS
De vier digitale vaardigheden:
1. Computationeel denken
2. ICT vaardigheden
3. Media wijsheid
4. Informatievaardigheden
3.1 STEM EN BEWEGING
STEM-geletterdheid het vermogen om basisconcepten van wetenschap, technologie,
techniek en wiskunde te begrijpen en te gebruiken om
weloverwogen beslissingen te nemen, problemen op te lossen en
nieuwe producten en processen te creëren.
Bewegingsgeletterdheid Een Kind dat altijd sportief gestimuleerd word, doet
succeservaringen op waardoor het meer ervaring en kennis
opdoet over sport. Deze mensen gaan vaak meer sporten en zijn
dus gezonder.
School in beweging deel 4: de leraar, een inspirerende, richtinggevende en onderzoekende
coach.
1. Echt kijken naar kinderen
2. Echt luisteren naar kinderen
Door aan te sluiten bij hun leefwereld zorg je bovendien voor authentieke en reële
contexten waarin beweging een echte plaats krijgt. Het denken in voordien
gestructureerde oplossingen is eigenlijk niet nuttig al leerervaring.
3. Kinderen tijd en ruimte geven om te ervaren, te onderzoeken, te denken
Ervaringsgericht en kindgericht werken. Het gevoel van iets mogen en kunnen
ontdekken is immers essentieel om niet gefrustreerd te geraken wanneer iets niet
onmiddellijk lukt. Dit gevoel helpt er ook bij om het eerder geleerd niet ober boord te
gooien wanneer men in een compleet nieuwe situatie terechtkomt.
4. Inspelen op situaties en op vragen: verbreden en verdiepen
Ga aan de slag vanuit de ervaringen van kls. Neem zelf een onderzoekende houding
aan (rolmodel) en leer de kls ook zelf in de breedte en de diepte exploreren. Inspelen op
leerkansen voor kinderen, is soms ook ruimte laten om kinderen vrij te laten spelen en niet
tussen te komen en hun spel zelf te laten ontwikkelen.
5. Een uitdagende omgeving en context kiezen of creëren.
Beweging zien als onderdeel van elke leeromgeving, biedt ook kansen om kinderen te
ondersteunen bij het vormen van (of behouden van) een positief zelfbeeld. Heeft
impact op cognitief presteren, zelfbeeld, zelfvertrouwen, doorzettingsvermogen,
ondernemingszin, probleemoplossend vermogen en risicocompetentie. Durf uitdagingen
te zien in een ruimte.
6. Kinderen stimuleren om ervaringen, ideeën, theorieën vast te zetten op elk moment
Tekenen kan hier een vorm van zijn.
7. Een onderzoekende houding hebben
Samen op zoek gaan naar mogelijkheden en oplossingen. Als LK tonen dat je
bewegend aan de slag gaat om problemen op te lossen kan kinderen stimuleren om
lichaam actief in te zetten tijdens hun spel- en leerervaringen. Leer de kls kennen in
verschillende contexten, zodat je hiermee aan de slag kan.
3.1.1 STEM- EN BEWEGINGSONDERWIJS
STEM-onderwijs omvat de processen van kritische denken, analyseren, samenwerken en bestaat
uit een interdisciplinaire aanpak waarbij vanuit levensechte situaties vertrokken wordt. Via denk
stimulerende interactie ga je hen ondersteunen in het onderzoekend of ontwerpend aan de
slag gaan.
Competenties dat behoren tot STEM-geletterdheid:
- Observeren
- Exploreren
- Redeneren
- Voorspellen
- Hypotheses formuleren
- Probleemoplossend denken
, - Kritische en creatief denken
- Reflecteren
- Vast zetten
- Communiceren
- Samenwerken
Kinderen bewegen omdat ze willen begrijpen hoe de wereld in elkaar zit en hoe ze daarin
kunnen handelen. Heeft effect op:
- Motorische competenties
- Sociaal-emotionele ontwikkeling
- Positief zelfbeeld
Bewegingsgeletterdheid stimuleert:
- Probleemoplossend denken
- Durf
- Positief zelfbeeld
- Zelfvertrouwen
- Doorzettingsvermogen
- Ondernemingszin
Wanneer kinderen nieuwe ervaringen aan eerdere ervaringen koppelen, oefenen ze hun
motoriek betekenisvol. Een aanbod waarbij STEM en beweging geïntegreerd aan bod komen,
sluit veel beter aan bij de leefwereld van de kinderen.
3.1.2 EEN OPEN BLIK OP INTEGRATIE
Via geïntegreerd onderwijs sluit je aan bij een breed en holistische benaderen van kinderen.
Onderwijs krijgt vorm vanuit betekenisvolle en authentieke contexten. (nadruk op integratie)
Voorwaarde voor kwaliteitsvolle en duurzame integratie: bewegen draagt bij tot STEM en/of
omgekeerd. Integreer beweging in het totale klasgebeuren.
School in beweging deel 6 kansen in integratie vanuit een blik op STEM p218-221
Kwaliteitsvolle integratie:
- Beide kunnen in de realiteit niet losstaand van elkaar voorkomen
- Geïntegreerd van het kind zijn leefwereld
- Gevolg: onderwijs sluit aan bij de werkelijkheid en krijgt vorm vanuit betekenisvolle en
authentieke contexten
- Integratie biedt mogelijkheden voor alle leergebieden
3.1.3 SLEUTELS VOOR DUURZAME IM PLEMENTATIE VAN INTEGRATIE VAN STEM EN
BEWEGING
Reflectievragen:
1. STEM en beweging in de praktijk
2. Leefwereld van het kind als uitgangspunt
3. De coachende rol van de leraar
4. Spelend leren
,3.1.4 DE ROL VAN DE LERAAR (REGENBOOGMODEL)
1. Echt kijken naar kinderen
2. Echt luisteren naar kinderen
3. Kinderen tijd en ruimte geven om te ervaren, te onderzoeken, te denken
4. Inspelen op situaties en vragen: verbreden en verdiepen
5. Een uitdagende omgeving en context kiezen of creëren
6. Kinderen stimuleren om ervaringen en ideeën, theorieën vast te zetten op elk moment
7. Een onderzoekende houding te hebben.
3.1.5 AANBOD
Jonge kinderen, grote onderzoekers; deel IV: hoe je onderwijs inrichten bij het stimuleren en
ontwikkelen van een onderzoekende houding
3.1.6 INSPIRERENDE PRAKTIJKVOORBEELDENVOORBEELDEN
School in beweging; twee langdurige projecten integratie STEM en beweging.
Jonge kinderen, grote onderzoekers; deel V: de onderzoekende houding ontwikkelen bij jonge
kinderen vanuit zand en water
3.2 COMPUTATIONEEL DENKEN EN LOGISPELEN
Logispelen Stimuleert het denkvermogen van de kinderen door logische denken
binnen te brengen op een speelse manier.
Deze denkstrategie toont sterke lonk met computaioneel denken (=
onderdeel van digitale geletterdheid).
Computationeel
Het menselijk vermogen om complexe problemen op te lossen en
denken
daarbij digitale tools als hulpmiddel te zien.
Wanneer je focust op computationeel denken dan werk je bij kinderen
aan vaardigheden die hun ontwikkeling sturen zoals
probleemoplossend denken, verbeelding, sociale interacties,
motorische vaardigheden, …
, 3.2.1 COMPUTATIONEEL DENKEN IN DE KLEUTERKLAS
COMPUTAIONELE VAARDIGHEDEN:
1. In de probleemstelling
• Problemen herformuleren: probleem uitdrukken in eigen woorden.
• Decompositie van het probleem: probleem opsplitsen in deeltaken of deeltaken
combineren tot 1 probleem.
• Abstraheren: ontdekken wat echt belangrijk is, niet focussen op details.
2. Tijdens het analyseren
• Omgaan met gegevens: analyseren, verzamelen en visualiseren van gegevens.
3. In de uitvoering
• Algoritme en procedure: procedures efficiënt inzetten om snel tot een oplossing te
komen.
• Automatisering: standaardprocedures toepassen die rechtstreeks naar een oplossing
leiden.
• Debugging: fouten opsporen.
• Parallellisme: ontdekken dat een taak sneller klaar is wanneer handelingen gelijktijdig
uitgevoerd word
• Simulatie en modelleren: de werkelijkheid nabootsen.
• Voorspellen: inschatten wat er zal gebeuren.
Heel wat problemen binnen betekenisvolle contexten worden opgelost via het toepassen van
computationele vaardigheden.
PLUGGED EN UNPLUGGED
• Plugged: Computationele vaardigheden worden gebruikt in een speelleerkans met
computer
• Unplugged: computationele vaardigheden worden gebruikt in activiteiten zonder computer
SPEELLEERKANS COMPUTATIONEEL DENKEN – KERN
1. Betekenisvolle context: gelinkt aan de leefwereld van de kls.
2. Denk- en doe vragen
3. Systematisch onderzoek: Hoe draagt dit bij tot de computationele vaardigheid?
4. Interactie en relfectie
Meer lezen – cursus p29
3.2.2 DIGITALE GELETTERDHEID IN DE KLEUTERKLAS
De vier digitale vaardigheden:
1. Computationeel denken
2. ICT vaardigheden
3. Media wijsheid
4. Informatievaardigheden