Samenvattingen OP1.2 stralingsdeskundigheid
College 1 stralingsdeskundigheid
Interactie: straling- materie 2
Ioniserende straling
- straling waarvan aard en energie zodanig zijn dat bij interactie met materie één of meer elektronen
van hun atoom kunnen worden losgemaakt (ionisatie)
- direct ioniserende straling: α- en β- straling
- indirect ioniserende straling: neutronen, röntgen en γ-straling
Deeltjes straling
Wordt ook wel copusculaire straling genoemd
• interactie met materie via: - botsingen/collisions (met de elektronen rond de kern)
- coulumbveld van de kern
• gevolg: afremmen (energie afgifte)
- excitatie
- ionisatie
- remstraling
• resultaat: eindige reikwijdte
een elektron eruit halen kost 34 eV. De straling gaat net zo lang door totdat hij al zijn energie kwijt is.
β- -, neutronen -, α- en protonenstraling
α en protonen straling: vanwege hun positieve lading
→
,Wisselwerking (interactie) van stralingsdeeltjes met materie
Basis voor: - afscherming
- detectie
- dosimetrie (dosis)
- effecten van straling
Je hebt bij al deze dingen wisselwerking nodig. Als er geen wisselwerking is gebeurd dit allemaal niet.
Baan van een elektron
Specifieke ionisatie (=lineïeke ionisatie)
- het aantal ionenparen dat per lengte-eenheid van de afgelegde weg door ioniserende straling in
een medium wordt gevormd
- SI= dn/dx (cm-1-)
Voorbeeld:
Een 7,8 MeV α-deeltje afkomstig van het radionuclide 214Po produceert in lucht:
7,8 x 106 (eV)/ 34 (eV)= 2,3 x 105 ionenparen over een lengte van 7 cm.
SI= 2,3 x 105/ 7 = 3,3 x 104 cm-1
(34 eV= gemiddelde ionisatie-energie van 1 luchtmolecuul)
Specifieke/lineïeke ionsatie van α-straling
Verzwakking van α-straling
,Reikwijdte van α-straling
-Via vuistregel
𝑅𝐿 ≈ 1 𝑐𝑚/𝑀𝑒𝑉
𝑐𝑚
𝑅𝑤𝑒𝑒𝑓𝑠𝑒𝑙 ≈ 0,001 𝑥 𝑅𝐿 = 10𝜇𝑚/𝑀𝑒𝑉
𝑀𝑒𝑉
De dichtheid van weefsel (≈water) is
ongeveer 1000 maal zo hoog dan de
dichtheid van lucht:
3
ρweefsel/water =1 g/cm
3
ρlucht = 1,2 mg/cm
- of via de grafiek
α- en β- straling in water
α-deeltje in water Eα= 0,8 MeV β-deeltjes in water Eβ= 0,8 MeV
, dracht: 4-8 μm maximale dracht: 2000-4000 μm
α-deeltje zijn zwaarder dan β-deeltjes.
Voorbeeld:
α-deeltje is een biljard bal en gaat door lichte materiaal heen → gaat in een rechte lijn
β-deeltjes is een pingpong bal die door zware materiaal heen gaat → gaat alle kanten op
College 1 stralingsdeskundigheid
Interactie: straling- materie 2
Ioniserende straling
- straling waarvan aard en energie zodanig zijn dat bij interactie met materie één of meer elektronen
van hun atoom kunnen worden losgemaakt (ionisatie)
- direct ioniserende straling: α- en β- straling
- indirect ioniserende straling: neutronen, röntgen en γ-straling
Deeltjes straling
Wordt ook wel copusculaire straling genoemd
• interactie met materie via: - botsingen/collisions (met de elektronen rond de kern)
- coulumbveld van de kern
• gevolg: afremmen (energie afgifte)
- excitatie
- ionisatie
- remstraling
• resultaat: eindige reikwijdte
een elektron eruit halen kost 34 eV. De straling gaat net zo lang door totdat hij al zijn energie kwijt is.
β- -, neutronen -, α- en protonenstraling
α en protonen straling: vanwege hun positieve lading
→
,Wisselwerking (interactie) van stralingsdeeltjes met materie
Basis voor: - afscherming
- detectie
- dosimetrie (dosis)
- effecten van straling
Je hebt bij al deze dingen wisselwerking nodig. Als er geen wisselwerking is gebeurd dit allemaal niet.
Baan van een elektron
Specifieke ionisatie (=lineïeke ionisatie)
- het aantal ionenparen dat per lengte-eenheid van de afgelegde weg door ioniserende straling in
een medium wordt gevormd
- SI= dn/dx (cm-1-)
Voorbeeld:
Een 7,8 MeV α-deeltje afkomstig van het radionuclide 214Po produceert in lucht:
7,8 x 106 (eV)/ 34 (eV)= 2,3 x 105 ionenparen over een lengte van 7 cm.
SI= 2,3 x 105/ 7 = 3,3 x 104 cm-1
(34 eV= gemiddelde ionisatie-energie van 1 luchtmolecuul)
Specifieke/lineïeke ionsatie van α-straling
Verzwakking van α-straling
,Reikwijdte van α-straling
-Via vuistregel
𝑅𝐿 ≈ 1 𝑐𝑚/𝑀𝑒𝑉
𝑐𝑚
𝑅𝑤𝑒𝑒𝑓𝑠𝑒𝑙 ≈ 0,001 𝑥 𝑅𝐿 = 10𝜇𝑚/𝑀𝑒𝑉
𝑀𝑒𝑉
De dichtheid van weefsel (≈water) is
ongeveer 1000 maal zo hoog dan de
dichtheid van lucht:
3
ρweefsel/water =1 g/cm
3
ρlucht = 1,2 mg/cm
- of via de grafiek
α- en β- straling in water
α-deeltje in water Eα= 0,8 MeV β-deeltjes in water Eβ= 0,8 MeV
, dracht: 4-8 μm maximale dracht: 2000-4000 μm
α-deeltje zijn zwaarder dan β-deeltjes.
Voorbeeld:
α-deeltje is een biljard bal en gaat door lichte materiaal heen → gaat in een rechte lijn
β-deeltjes is een pingpong bal die door zware materiaal heen gaat → gaat alle kanten op