3 niveaus
(1) Kennistheoretisch
- Verschillende referentiekaders;
- Wetenschapsfilosofie = epistemologie = hoe kennis vergaard is en waarde van het weten.
(2) Data- collectie & analyse
- Verschillende methoden: methoden verzameling, selectie gevallen, methode van data- analyse.
(3) Onderzoeksproces
- Verschillende accenten op empirische cyclus:
Inductie (data -> theorie; specifiek => algemeen) of
Deductie ( theorie -> data ~ hypothesen; algemeen => specifiek).
Complementair van elkaar
Soorten data- onderzoek
- Interviews
- Observatieonderzoek
Kwantitatief Kwalitatief
- Gestructureerd: manipuleren - Ongestructureerd: niet ingrijpen
- Smal: selectieve focus (opgelijst) - Breed: alle gedragingen (ruim)
- Experiment: condities vormen - Natuurlijke setting
- Deductie: - Inductie
Experimenteel: smal & gestructureerd + Participerende observatie: inductie
deductie (cf. bystander effect) (onbevooroordeeld nieuwe info
Gestructureerde natuurlijke observatie: verzamelen) (cf. Hawthorne)
breed & gestructureerd + deductie (cf. Etnografie: breed & ongestructureerd
romantische relaties)
(participerende observatie: deductie
(gerichte info verzamelen om interpretatie
te toetsen))
Fasen onderzoeksproces
(1) Vraagstelling & benadering
(2) Onderzoeksopzet: hoe onderzoek uitvoeren (blueprint)
(3) Dataverzameling
(4) Data- analyse en interpretatie
(5) Beoordeling kwaliteit
Onderzoeksopzet
- ALTIJD: “wat” + “waarom” => transparante procedures
Methode van dataverzameling kiezen: baseren op onderzoeksvraag!
- Persoonlijke beleving => zelfrapportage
• Frequentie, intensiteit, verband → vragenlijst/ interview gesloten vragen (kwan.)
• Belevenis en betekenis → vragenlijst/ interview open vragen: semi/ ong
- Gedeelde constructies => focusgroepen
• Mening/ betkenis in interactie met anderen → focusgroepen
• Co-construeren gebeurtenissen/ leven… → narratieven
• Heersende opvattingen binnen smnleving → analyse media: gedeeld narratief smnleving
- Gedrag/ persoon kan niet rapporteren => observaties
• Spontaan gedrag (geen manipulatie) → natuurlijke-, particip. observatie, etnografie
• Onbewuste oorzaken gedrag (manipulatie) → (quasi) experimenten
, Soorten onderzoek en selectie van samples/ cases
- Grote N onderzoek/ variable- oriented research: (meestal kwantitatief)
• Eén/ enkele aspecten/ variabelen , groot # eenheden (N > 15-20);
• Toevallige selectie van steekproef en/of toevallige toewijzing experimentele condities;
• Smalle focus + hoofdstroom psychologie;
• Hoge interne validiteit, representatief, geen persoonlijke redeneringen en beperkt inzicht processen.
- Gevalstudie/ case- oriented research: (meestal kwalitatief)
• Diepgaande studie, groot # aspecten, in één/ enkele gevallen (N= 1, 2, 3);
• Doelgerichte selectie, brede focus + alternatief onderzoeksopzet psychologie;
• Diepte, flexibel vragen, nieuwe theorie, niet vergelijkbaar, representatief en repliceerbaar .
- Kleine n onderzoek/ small n onderzoek (kwalitatief & kwantitatief)
• Patronen/ configuraties van beperkt # variabelen (3< N< 15-20);
• Bayersiaanse statistiek + vnl toegepast psychologisch onderzoek.
Organiseren => reduceren => interpreteren
- Ruwe data => transcriptie (letterlijkweergeven) -> coderen (efficiëntreduceren)-> analyseren (interpreteren) => inzicht
Gecombineerde methoden/ mixed methods= mix kwal EN kwan methoden obv 3 niveaus
( multi: combo, maar kwan OF kwal)
- Purists: NEE, niet combineren: onmogelijk objectiviteit en subjectiviteit tezamen
- Pragmatici: JA, wel combineren:
• Baisuitgangspunt: onderzoeksvraag (niet overtuiging kwal/ kwan);
• Praktijk: minder bezig kennistheorie en onderzoeksproces, meer met dataverzameling en analyse;
• Praktijk: niet zwart-wit!
- Pragmatisme: Kennis (kwan) geconstrueerd als gebaseerd op werkelijkheid (kwal) van wereld
• Electicisme: selectief toolgebruik die voor jou het beste passen op jou onderzoeksvraag;
• Pluralisme: meerdere onderzoeksmethoden combineren.
- Elke methode heeft beperkingen => elkaar aanvullen
Doelen gecombineerde methoden (protypische onderzoeksopetten/ -designs)
Triangulatie/ Verschillende methode/ databronnen/ perspectieven (multi Convergent gelijktijdig
convergentie actor), zelfde resultaat
(~ betrouwbaarheid)
Kwan: vergelijkbaar & controleerbaar, maar niet zeker of cultuur relevant?
Kwal: relevant culturele context, maar niet gecontroleerd/ gestandaardiseerd
Complementariteit Verdiepend (elaboratie, verduidelijking) Kwan => kwal => interpretatie
“Hoe komt dit nu?” Verdiepend sequentieel
Kwan: grote toevalsteekproef, vergelijkbare antwoorden, maar niet duidelijk of zelfde betekenis
Kwal: inzicht in betekenis, maar niet gecontroleerd/ gestandaardiseerd of veralgemeenbaar
Initiatie Nieuw licht op onverwachte resultaten Kwal => kwan => interpretatie
Voorbereidend sequentieel
Kwan: frequentie en intensiteit vergelijkbaar, maar kwalitatieve voorbereiding nodig
Kwal: relevante emotiesituaties, , maar rapportage bias/ echt een verschil
Ontwikkeling Verfijning, afbakening Ingebed/ embedded
“Hoe vaak voorkomen?” Ingebedde onderzoeksopzet
Expansie Verbreden kennis, veralgemenen Veelfasig (multiphase)
Vaak beginnen & eindigen met kwal => meer dan 2 fases
! Bijdrage transferability (generaliseerbaar) = WEIRD, inductief & dedcutief