MENS EN WERK
Inhoudsopgave
AFBAKENING BINNEN PSYCHOLOGIE................................................................2
HISTORIEK..................................................................................................... 3
THEORIEËN....................................................................................................5
THEORETICHE DISCIPLINES...................................................................................................... 5
PSYCHOLOGISCHE TRADITIES................................................................................................... 6
OORSPRONG VAN ARBEIDSPSYCHOLOGIE....................................................................................7
GEVOLGEN VAN VERANDERINGEN OP A&O.................................................................................8
MOTIVATIETHEORIEËN....................................................................................9
HUMAN RESOURCE MANAGMENT (HRM).........................................................16
DOELEN........................................................................................................................... 16
DEFINITIE HRM................................................................................................................. 16
NIVEAUS VAN HRM............................................................................................................. 17
WAT IS EEN GOED HRM-BELEIDT?......................................................................................... 19
VANUIT VERSCHILLENDE PERSPECTIEVEN.................................................................................19
VERSCHILLEN TUSSEN ORGANISATIES......................................................................................20
FUNCTIEANALYSE.........................................................................................22
DOEL............................................................................................................................... 22
BOUWSTENEN.................................................................................................................... 23
FUNCTIEBESCHRIJVING – EN ANALYSE......................................................................................25
COMPETENTIES............................................................................................ 28
BEZWAREN FUNCTIEANALYSE................................................................................................. 28
OORSPRONG EN DEFINITIE.................................................................................................... 28
PROCES VAN COMPETENTIEMANAGMENT..................................................................................29
COMPETENTIEPROFIEL.......................................................................................................... 30
COMPETENTIES VAN 21STE EEUW............................................................................................ 31
WERVINGSKANALEN EN REKRUTERINGSSTRATEGIEËN....................................31
SELECTIETRAJECT................................................................................................................ 31
WERVING/ RECRUITMENT...................................................................................................... 31
RELEVANTIE VAN REKRUTERING.............................................................................................. 32
KLASSIEKE REKRUTERINGSSTRATEGIE......................................................................................32
ANDERE WERVINGSSTRATEGIEËN............................................................................................ 35
CV SCREENING EN SELECTIEMETHODEN.........................................................36
SELECTIETRAJECT................................................................................................................ 36
CV SCREENING................................................................................................................... 36
SELECTIEMETHODEN............................................................................................................ 37
SOLLICITATIEGESPREK..................................................................................42
INTERVIEW........................................................................................................................ 42
, VERLOOP SELECTIE-INTERVIEW.............................................................................................. 42
DE KERN........................................................................................................................... 45
ADVIESRAPPORT..........................................................................................46
SALARISVOORSTEL.......................................................................................47
AFBAKENING BINNEN PSYCHOLOGIE
Arbeids- en organisatiepsychologie
- Werknemer <-> organisatie
o Werknemer werkt bij organisatie (werkgever)
o Werkgever geeft activiteiten aan werknemer zodat die kan
werken
o Gedrag van werknemer heeft invloed op organisatie
- Producent = degene die diensten levert/maakt
- Consument = persoon die van diensten gebruik maakt/koopt
- Mens-arbeid = hoe gaan mensen met het werk om
- Mens-mens = hoe gaan mensen met elkaar om
- Ergonomie = houding
o Zodat je bewegelijk blijft
o Gezond voor je lichaam
- Arbeidspsychologie = werknemer past zich aan aan de job
- Organisatiepsychologie = bestuurt mensenlijk gedrag binnen een
organisatie
Inhoud van het vakgebied
- Gedragingen, emoties en cognities van mensen in een ‘werk’setting
- Zowel individueel als in groep
- Niet over ziektebeelden, pathologieën; wel ‘gewone’ mens in
dagdagelijkse leven op het werk
- Gedrag in organisaties verklaren én voorspellen
Betekenis van werk vandaag
- Werken = leveren van prestaties
, - Werk = zingever
o Meer dan fincanciële motieven
Identiteit
Macht
Sociaal contact
o Werknemers willen:
Goede vakantieregeling/ werktijden
Interessante functie
HISTORIEK
Voorgeschiedenis
- Adam Smith (1723-1790)
o Filosoof
o Grondlegger van hedendaagse economie
o Boek – The wealth of nations
Gehele taak in deeltaken verdelen (iedere medewerker
één deeltaak)
Comparatieve voordelen (= voordelen door specialisatie)
‘Doe alleen hetgeen waar je goed in bent, de rest niet. Op
deze wijze wordt de welvaart maximaal’
Scientific management
- Frederick Taylor (1856-1915)
o Ingenieur
o Wetenschappelijke bedrijfsvoering
o The principles of scientific management:
Productie efficënter maken
Aandacht van technologie naar de werknemers
- Tijds en bewegingsstudies (obsessie volgens andere auteurs)
- Medewerkers zijn van nature lui prestatieloon/ financiële stimuli
- Horizontale en verticale arbeidsdeling
o Complexe taken verdeling in deeltaken die worden uitgevoerd
door verschillende medewerkers (H)
o Werknemer behoort tot management/ uitvoerende groep, kan
niet beide doen (V)
- Selectie van medewerkers
o Interindividuele verschillen
o Intra-individuele verschillen
- Homo economicus
o MW willen zoveel mogelijk verdienen
o Zo weinig mogelijk doen
o Graag geleid worden door anderen
- Henry Ford
o Lopende band in autofabrieken
o Basisloon
, o Machines en massaconsumptie
Auto wordt betaalbaar
o Mens diende zich aan te passen aan de machine, aan de
organisatie
o Hield geen rekening met sociale relaties, kwaliteit van werk,
medewerkerstevredenheid
Mens is verlengstuk van machine
Human relations-beweging
- Elton Mayo
o Hawthorne – experimenten
Aandacht voor mensen loont
o Hawthorne – effect
De verbetering van de prestatie wordt niet veroorzaakt
door de experimentele manipulaties, maar door de extra
aandacht die aan de medewerkers besteed wordt
- Homo sociologisch
o Mens reageert niet alleen op financiële prikkels maar ook op
grond van van sociale normen en regels
o Belang van sociale relaties in ondernemingen
o Leiderschapscurcussen
De leider dient informele normen en waarden af te
stemmen op de ondernemingsdoelstellingen
o Communicatietrainingen, groepstrainingen
Revisionisme
- = auteurs die zich afzetten tegen scientific management en human
relations beweging
- Aandacht voor schrale arbeidsinhoud
- Voorbeeld: Herzberg en Maslow
o De mens is op zoek naar zelfontplooiing en zelfverwezenlijking
- Hedendaagse denken
o Medewerkers zijn belangrijke activa van de organisatie (human
resources) human resource management (HRM)
o Organisaties zijn open systemen in nauwe relatie met de
omgeving
o Optimale stijl van leiddinggeven is afhankelijk van de
omstandigheden (zie MW2)
o Optimale organisatiestructuur is afhankelijk van de
omstandigheden
Maatschappelijke ontwikkelingen
- Industrialisering – rond de eeuwwisseling
o Werknemer volgt slaafs de instructies en heeft geen eigen
mening
- Scientific managment, taylorisme – WOI
o Werknemers heeft vooral rationeel – economische motieven
Inhoudsopgave
AFBAKENING BINNEN PSYCHOLOGIE................................................................2
HISTORIEK..................................................................................................... 3
THEORIEËN....................................................................................................5
THEORETICHE DISCIPLINES...................................................................................................... 5
PSYCHOLOGISCHE TRADITIES................................................................................................... 6
OORSPRONG VAN ARBEIDSPSYCHOLOGIE....................................................................................7
GEVOLGEN VAN VERANDERINGEN OP A&O.................................................................................8
MOTIVATIETHEORIEËN....................................................................................9
HUMAN RESOURCE MANAGMENT (HRM).........................................................16
DOELEN........................................................................................................................... 16
DEFINITIE HRM................................................................................................................. 16
NIVEAUS VAN HRM............................................................................................................. 17
WAT IS EEN GOED HRM-BELEIDT?......................................................................................... 19
VANUIT VERSCHILLENDE PERSPECTIEVEN.................................................................................19
VERSCHILLEN TUSSEN ORGANISATIES......................................................................................20
FUNCTIEANALYSE.........................................................................................22
DOEL............................................................................................................................... 22
BOUWSTENEN.................................................................................................................... 23
FUNCTIEBESCHRIJVING – EN ANALYSE......................................................................................25
COMPETENTIES............................................................................................ 28
BEZWAREN FUNCTIEANALYSE................................................................................................. 28
OORSPRONG EN DEFINITIE.................................................................................................... 28
PROCES VAN COMPETENTIEMANAGMENT..................................................................................29
COMPETENTIEPROFIEL.......................................................................................................... 30
COMPETENTIES VAN 21STE EEUW............................................................................................ 31
WERVINGSKANALEN EN REKRUTERINGSSTRATEGIEËN....................................31
SELECTIETRAJECT................................................................................................................ 31
WERVING/ RECRUITMENT...................................................................................................... 31
RELEVANTIE VAN REKRUTERING.............................................................................................. 32
KLASSIEKE REKRUTERINGSSTRATEGIE......................................................................................32
ANDERE WERVINGSSTRATEGIEËN............................................................................................ 35
CV SCREENING EN SELECTIEMETHODEN.........................................................36
SELECTIETRAJECT................................................................................................................ 36
CV SCREENING................................................................................................................... 36
SELECTIEMETHODEN............................................................................................................ 37
SOLLICITATIEGESPREK..................................................................................42
INTERVIEW........................................................................................................................ 42
, VERLOOP SELECTIE-INTERVIEW.............................................................................................. 42
DE KERN........................................................................................................................... 45
ADVIESRAPPORT..........................................................................................46
SALARISVOORSTEL.......................................................................................47
AFBAKENING BINNEN PSYCHOLOGIE
Arbeids- en organisatiepsychologie
- Werknemer <-> organisatie
o Werknemer werkt bij organisatie (werkgever)
o Werkgever geeft activiteiten aan werknemer zodat die kan
werken
o Gedrag van werknemer heeft invloed op organisatie
- Producent = degene die diensten levert/maakt
- Consument = persoon die van diensten gebruik maakt/koopt
- Mens-arbeid = hoe gaan mensen met het werk om
- Mens-mens = hoe gaan mensen met elkaar om
- Ergonomie = houding
o Zodat je bewegelijk blijft
o Gezond voor je lichaam
- Arbeidspsychologie = werknemer past zich aan aan de job
- Organisatiepsychologie = bestuurt mensenlijk gedrag binnen een
organisatie
Inhoud van het vakgebied
- Gedragingen, emoties en cognities van mensen in een ‘werk’setting
- Zowel individueel als in groep
- Niet over ziektebeelden, pathologieën; wel ‘gewone’ mens in
dagdagelijkse leven op het werk
- Gedrag in organisaties verklaren én voorspellen
Betekenis van werk vandaag
- Werken = leveren van prestaties
, - Werk = zingever
o Meer dan fincanciële motieven
Identiteit
Macht
Sociaal contact
o Werknemers willen:
Goede vakantieregeling/ werktijden
Interessante functie
HISTORIEK
Voorgeschiedenis
- Adam Smith (1723-1790)
o Filosoof
o Grondlegger van hedendaagse economie
o Boek – The wealth of nations
Gehele taak in deeltaken verdelen (iedere medewerker
één deeltaak)
Comparatieve voordelen (= voordelen door specialisatie)
‘Doe alleen hetgeen waar je goed in bent, de rest niet. Op
deze wijze wordt de welvaart maximaal’
Scientific management
- Frederick Taylor (1856-1915)
o Ingenieur
o Wetenschappelijke bedrijfsvoering
o The principles of scientific management:
Productie efficënter maken
Aandacht van technologie naar de werknemers
- Tijds en bewegingsstudies (obsessie volgens andere auteurs)
- Medewerkers zijn van nature lui prestatieloon/ financiële stimuli
- Horizontale en verticale arbeidsdeling
o Complexe taken verdeling in deeltaken die worden uitgevoerd
door verschillende medewerkers (H)
o Werknemer behoort tot management/ uitvoerende groep, kan
niet beide doen (V)
- Selectie van medewerkers
o Interindividuele verschillen
o Intra-individuele verschillen
- Homo economicus
o MW willen zoveel mogelijk verdienen
o Zo weinig mogelijk doen
o Graag geleid worden door anderen
- Henry Ford
o Lopende band in autofabrieken
o Basisloon
, o Machines en massaconsumptie
Auto wordt betaalbaar
o Mens diende zich aan te passen aan de machine, aan de
organisatie
o Hield geen rekening met sociale relaties, kwaliteit van werk,
medewerkerstevredenheid
Mens is verlengstuk van machine
Human relations-beweging
- Elton Mayo
o Hawthorne – experimenten
Aandacht voor mensen loont
o Hawthorne – effect
De verbetering van de prestatie wordt niet veroorzaakt
door de experimentele manipulaties, maar door de extra
aandacht die aan de medewerkers besteed wordt
- Homo sociologisch
o Mens reageert niet alleen op financiële prikkels maar ook op
grond van van sociale normen en regels
o Belang van sociale relaties in ondernemingen
o Leiderschapscurcussen
De leider dient informele normen en waarden af te
stemmen op de ondernemingsdoelstellingen
o Communicatietrainingen, groepstrainingen
Revisionisme
- = auteurs die zich afzetten tegen scientific management en human
relations beweging
- Aandacht voor schrale arbeidsinhoud
- Voorbeeld: Herzberg en Maslow
o De mens is op zoek naar zelfontplooiing en zelfverwezenlijking
- Hedendaagse denken
o Medewerkers zijn belangrijke activa van de organisatie (human
resources) human resource management (HRM)
o Organisaties zijn open systemen in nauwe relatie met de
omgeving
o Optimale stijl van leiddinggeven is afhankelijk van de
omstandigheden (zie MW2)
o Optimale organisatiestructuur is afhankelijk van de
omstandigheden
Maatschappelijke ontwikkelingen
- Industrialisering – rond de eeuwwisseling
o Werknemer volgt slaafs de instructies en heeft geen eigen
mening
- Scientific managment, taylorisme – WOI
o Werknemers heeft vooral rationeel – economische motieven