Burgerlijk Recht 3
Samenvatting
Fase I: vestigingsfase Fase II:
begrotings-/omvangfase
Colleges 1 t/m 6 Colleges 7 t/m 11
Rood = verplicht arrest Blauw = niet verplicht
arrest
Inhoudsopgave
College 1. Onrechtmatige daad: persoonlijke aansprakelijkheid en deelnormen
(1)................................................................................................................. 2
College 2. Onrechtmatige daad: deelnormen (2)..............................................9
College 3. Toerekenbaarheid en relativiteit....................................................20
College 4. Kwalitatieve aansprakelijkheid voor personen...............................31
College 5. Kwalitatieve aansprakelijkheid voor zaken.....................................41
College 6. Productaansprakelijkheid (Europeanisering) en oneerlijke
handelspraktijken........................................................................................50
College 7. Schadebegroting (1) – causaliteit..................................................62
College 8. Schadebegroting (2).....................................................................73
College 9. Schadebegroting (3) - personenschade..........................................83
College 10. Schadebegroting (4) – mindering en matiging..............................89
College 11. Overige verbintenissen uit de wet...............................................98
,College 1. Onrechtmatige daad: persoonlijke aansprakelijkheid en
deelnormen (1)
Uitgangspunt aansprakelijkheidsrecht: ieder draagt zijn eigen schade, tenzij
afwentelingsmechanisme uit aansprakelijkheidsrecht vloeit. Verplichting
schadevergoeding kan uit verschillende bronnen voortvloeien, o.a.:
6:162 BW: onrechtmatige daad;
6:166 BW: groepsaansprakelijkheid;
6:169 BW: aansprakelijkheid voor kinderen;
6:170 BW: aansprakelijkheid voor ondergeschikten;
6:171/172 BW: aansprakelijkheid voor niet-ondergeschikten;
6:173 BW: aansprakelijkheid voor gebrekkige roerende zaken;
6:174 BW: aansprakelijkheid voor gebrekkig opstal;
6:165-178 BW: aansprakelijkheid gevaarlijke stoffen;
6:179 BW: aansprakelijkheid voor dieren;
6:185 e.v. BW: productaansprakelijkheid.
Er zijn twee fases:
(I) Vestigingsfase: vaststelling of op iemand een verplichting rust om
schade te vergoeden.
(II) Omvangfase: welke schade moet worden vergoed? Hoeveel schade?
Persoonlijke en kwalitatieve aansprakelijkheid
Men kan aansprakelijk zijn in eigen persoon (persoonlijke aansprakelijkheid), en
men kan aansprakelijk zijn in een bepaalde hoedanigheid/kwaliteit omdat men
heeft te staan voor:
- (gedrag van) personen waarmee men in bepaalde betrekking staat
(werkgever/ouder); of
- (veilige toestand/werking van) zaken waarvan men
eigenaar/bezitter/gebruiker is.
Dit zijn kwalitatieve aansprakelijkheden. Op grond van 6:162 BW is sprake van
persoonlijke aansprakelijkheid, alle andere bovengenoemde artikelen bevatten
kwalitatieve aansprakelijkheden.
Kwalitatieve aansprakelijkheid zorgt ervoor dat iemand zonder dat hem een
verwijt valt te maken, aansprakelijk kan worden gesteld. Het wordt daarom ook
wel ‘risicoaansprakelijkheid’ genoemd.
In burgerlijk wetboek duidelijk onderscheid gemaakt in afdeling 6.3.1.
persoonlijke aansprakelijkheid, en afdeling 6.3.2. kwalitatieve aansprakelijkheid.
Persoonlijke aansprakelijkheid
Aansprakelijkheid voor eigen onrechtmatige gedraging (toerekening). Verwijt en
schuld spelen een belangrijke rol. Schuld wordt steeds vaker geobjectiveerd,
maar onrechtmatige gedraging is een schending van een (open) norm die deels
door de wetgeving is aangereikt, en deels ook door de maatschappelijke
betamelijkheid wordt bepaald. Flexibel wat betreft toerekening, maar een
persoonlijk verwijt is in zekere zin altijd nodig.
Kwalitatieve aansprakelijkheid
,In hoedanigheid (geen toerekening). Je draagt een risico. Dit risico draag je
omdat jij gevaar kan onderkennen, je kan er profijt van hebben. Draagkracht
spreekt vaak een rol (werkgever) en de verzekerbaarheid.
Geen gronden voor risicoaansprakelijkheid, maar rechtvaardigingsgronden o.g.v.
iemand zonder een eigen onrechtmatige gedraging toch aansprakelijk kan zijn.
Zie art. 6:166 BW inzake groepsaansprakelijkheid: als lid van een groep ben je
aansprakelijk voor onrechtmatige gedragingen van een ander lid (denk aan
rellen). Dit is risicoaansprakelijkheid, maar er zit wel een eigen verwijt in,
bijvoorbeeld dat je geen afstand hebt genomen. Toch een element van
verwijt/schuld.
Zie art. 6:169 lid 2 BW inzake aansprakelijkheid voor kinderen leeftijd 14/15/16.
Aansprakelijkheid afhankelijk van of zij onvoldoende toezicht hebben gehouden.
Risicoaansprakelijkheid, maar zit wel verwijt/schuld in.
Van schuld naar risico
Ter rechtvaardiging van risicoaansprakelijkheid wordt met name gewicht
toegekend aan:
Het gevaar dat een zaak brengt – wie gevaar vermeerdert, vermeerdert
ook zijn aansprakelijkheid (auto’s, gevaarlijk stoffen, dieren, kinderen);
Het feit dat iemand profijt heeft van een daad – wie lusten heeft, moet ook
de lasten dragen (werkgever, dieren, kinderen, gebouwen);
Vermogen om schade te dragen – met name in het licht van
productaansprakelijkheid, producenten kunnen vaak makkelijker schade
dragen dan een toevallige benadeelde;
Verzekerbaarheid – nevenargument om aansprakelijkheid te vestigen dat
iemand zich kon verzekeren, maar mag niet enige grond zijn voor
aansprakelijkheid.
Functies van aansprakelijkheidsrecht
Defensieve functie: handhaving rechten en belangen: compensatie,
herstellen status quo, selectie welke gevallen schadecompensatie;
Offensieve (ventiel)functie: nieuwe rechten/open norm, erkennen leed en
onterecht uit verleden;
Preventie – straffen en ontnemen onrechtmatig verkregen voordeel (6:104
BW).
Persoonlijke aansprakelijkheid – onrechtmatige daad, art. 6:162 BW
1. Onrechtmatigheid (6:162 lid 2 BW)
o Drie gronden voor onrechtmatigheid:
i. Inbreuk op een recht;
ii. Doen/nalaten in strijd met wettelijke plicht;
iii. Doen/nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven
regels in maatschappelijke verkeer geldt (maatschappelijke
onzorgvuldigheid).
o Er zijn ook rechtvaardigingsgronden die de onrechtmatigheid
kunnen ontnemen, bijvoorbeeld noodweer, noodtoestand,
overmacht, en bevoegd gegeven ambtelijk bevel.
o Risicoaanvaarding? Het feit dat je een bepaald risico aanvaardt wil
niet zeggen dat je geen beroep kan doen op de
aansprakelijkheidsregels of dat er geen sprake kan zijn van een
onrechtmatige gedraging van een ander. Dat je een bepaald risico
, hebt genomen kan wel meespelen in de omvangfase, in de
vestigingsfase zal risicoaansprakelijkheid niet snel een rol spelen,
tenzij het echt om eigen schuld gaat en er geen sprake is van
verwijtbaarheid of onzorgvuldigheid bij de ander.
o Het hebben van een vergunning is niet altijd een rechtvaardiging.
2. Relativiteit (6:163 BW)
o Er dient een relatie te zijn tussen de geschonden norm en de
geleden schade.
o Doel van geschonden norm moet strekken tot voorkoming van
geleden schade benadeelde.
o Zonder relativiteit is geen onrechtmatigheid.
o Geldt voor alle onrechtmatigheidsvormen, maar vraagt alleen om
een aparte toets bij “doen/nalaten in strijd met wettelijke plicht”.
Anders is relativiteit een soort van ingebakken in
onrechtmatigheidsoordeel.
3. Toerekening (6:162 lid 3 BW)
o Drie gronden voor toerekening:
i. Schuld (verwijtbaarheid);
ii. Wet;
o Hiermee wordt niet bedoeld risicoaansprakelijkheid van
afdeling 6.3.2. (!) maar bijvoorbeeld 6:165 BW (!!).
iii. Verkeersopvatting.
o Schulduitsluitingsgronden kunnen toerekenbaarheid wegnemen,
bijvoorbeeld noodweerexces, dwaling, of onbevoegd gegeven
ambtelijk bevel.
4. Causaal verband (conditio sine qua non)
o Was de schade ingetreden als de onrechtmatige daad niet had
plaatsgevonden? Gaat om een feitelijk causaal verband. Vergelijk
hypothetische situatie waarin onrechtmatige daad heeft
plaatsgevonden, en die waarin niet heeft plaatsgevonden.
o Let op: 6:98 BW behoort tot de omvangsfase en niet tot de
vestigingsfase!
5. Schade
o Welke schade voor vergoeding in aanmerking komst is uitgewerkt in
afdeling 6.1.10, maar er moet wel sprake zijn van feitelijke schade.
Onrechtmatigheid (art. 6:162 lid 2 BW) (vereiste 1)
Strijd met wettelijke plicht en relativiteit
Strijd met elk algemeen verbindende regeling van bevoegd gezag.
Bij overtreding wettelijke plicht moet relativiteit 6:163 BW apart worden
getoetst: strekt de geschonden norm tot bescherming tegen schade zoals
benadeelde die heeft geleden? Beschermingsbereik geschonden norm
moet zich strekken tot:
o Persoon van de benadeelde;
o De door hem geleden schade; en
o De wijze waarop schade is ontstaan.
Inbreuk op een recht
Wat is ‘recht’?
Gaat hier om aan eiser toekomende rechten, beperkt opvatten, denk aan:
Samenvatting
Fase I: vestigingsfase Fase II:
begrotings-/omvangfase
Colleges 1 t/m 6 Colleges 7 t/m 11
Rood = verplicht arrest Blauw = niet verplicht
arrest
Inhoudsopgave
College 1. Onrechtmatige daad: persoonlijke aansprakelijkheid en deelnormen
(1)................................................................................................................. 2
College 2. Onrechtmatige daad: deelnormen (2)..............................................9
College 3. Toerekenbaarheid en relativiteit....................................................20
College 4. Kwalitatieve aansprakelijkheid voor personen...............................31
College 5. Kwalitatieve aansprakelijkheid voor zaken.....................................41
College 6. Productaansprakelijkheid (Europeanisering) en oneerlijke
handelspraktijken........................................................................................50
College 7. Schadebegroting (1) – causaliteit..................................................62
College 8. Schadebegroting (2).....................................................................73
College 9. Schadebegroting (3) - personenschade..........................................83
College 10. Schadebegroting (4) – mindering en matiging..............................89
College 11. Overige verbintenissen uit de wet...............................................98
,College 1. Onrechtmatige daad: persoonlijke aansprakelijkheid en
deelnormen (1)
Uitgangspunt aansprakelijkheidsrecht: ieder draagt zijn eigen schade, tenzij
afwentelingsmechanisme uit aansprakelijkheidsrecht vloeit. Verplichting
schadevergoeding kan uit verschillende bronnen voortvloeien, o.a.:
6:162 BW: onrechtmatige daad;
6:166 BW: groepsaansprakelijkheid;
6:169 BW: aansprakelijkheid voor kinderen;
6:170 BW: aansprakelijkheid voor ondergeschikten;
6:171/172 BW: aansprakelijkheid voor niet-ondergeschikten;
6:173 BW: aansprakelijkheid voor gebrekkige roerende zaken;
6:174 BW: aansprakelijkheid voor gebrekkig opstal;
6:165-178 BW: aansprakelijkheid gevaarlijke stoffen;
6:179 BW: aansprakelijkheid voor dieren;
6:185 e.v. BW: productaansprakelijkheid.
Er zijn twee fases:
(I) Vestigingsfase: vaststelling of op iemand een verplichting rust om
schade te vergoeden.
(II) Omvangfase: welke schade moet worden vergoed? Hoeveel schade?
Persoonlijke en kwalitatieve aansprakelijkheid
Men kan aansprakelijk zijn in eigen persoon (persoonlijke aansprakelijkheid), en
men kan aansprakelijk zijn in een bepaalde hoedanigheid/kwaliteit omdat men
heeft te staan voor:
- (gedrag van) personen waarmee men in bepaalde betrekking staat
(werkgever/ouder); of
- (veilige toestand/werking van) zaken waarvan men
eigenaar/bezitter/gebruiker is.
Dit zijn kwalitatieve aansprakelijkheden. Op grond van 6:162 BW is sprake van
persoonlijke aansprakelijkheid, alle andere bovengenoemde artikelen bevatten
kwalitatieve aansprakelijkheden.
Kwalitatieve aansprakelijkheid zorgt ervoor dat iemand zonder dat hem een
verwijt valt te maken, aansprakelijk kan worden gesteld. Het wordt daarom ook
wel ‘risicoaansprakelijkheid’ genoemd.
In burgerlijk wetboek duidelijk onderscheid gemaakt in afdeling 6.3.1.
persoonlijke aansprakelijkheid, en afdeling 6.3.2. kwalitatieve aansprakelijkheid.
Persoonlijke aansprakelijkheid
Aansprakelijkheid voor eigen onrechtmatige gedraging (toerekening). Verwijt en
schuld spelen een belangrijke rol. Schuld wordt steeds vaker geobjectiveerd,
maar onrechtmatige gedraging is een schending van een (open) norm die deels
door de wetgeving is aangereikt, en deels ook door de maatschappelijke
betamelijkheid wordt bepaald. Flexibel wat betreft toerekening, maar een
persoonlijk verwijt is in zekere zin altijd nodig.
Kwalitatieve aansprakelijkheid
,In hoedanigheid (geen toerekening). Je draagt een risico. Dit risico draag je
omdat jij gevaar kan onderkennen, je kan er profijt van hebben. Draagkracht
spreekt vaak een rol (werkgever) en de verzekerbaarheid.
Geen gronden voor risicoaansprakelijkheid, maar rechtvaardigingsgronden o.g.v.
iemand zonder een eigen onrechtmatige gedraging toch aansprakelijk kan zijn.
Zie art. 6:166 BW inzake groepsaansprakelijkheid: als lid van een groep ben je
aansprakelijk voor onrechtmatige gedragingen van een ander lid (denk aan
rellen). Dit is risicoaansprakelijkheid, maar er zit wel een eigen verwijt in,
bijvoorbeeld dat je geen afstand hebt genomen. Toch een element van
verwijt/schuld.
Zie art. 6:169 lid 2 BW inzake aansprakelijkheid voor kinderen leeftijd 14/15/16.
Aansprakelijkheid afhankelijk van of zij onvoldoende toezicht hebben gehouden.
Risicoaansprakelijkheid, maar zit wel verwijt/schuld in.
Van schuld naar risico
Ter rechtvaardiging van risicoaansprakelijkheid wordt met name gewicht
toegekend aan:
Het gevaar dat een zaak brengt – wie gevaar vermeerdert, vermeerdert
ook zijn aansprakelijkheid (auto’s, gevaarlijk stoffen, dieren, kinderen);
Het feit dat iemand profijt heeft van een daad – wie lusten heeft, moet ook
de lasten dragen (werkgever, dieren, kinderen, gebouwen);
Vermogen om schade te dragen – met name in het licht van
productaansprakelijkheid, producenten kunnen vaak makkelijker schade
dragen dan een toevallige benadeelde;
Verzekerbaarheid – nevenargument om aansprakelijkheid te vestigen dat
iemand zich kon verzekeren, maar mag niet enige grond zijn voor
aansprakelijkheid.
Functies van aansprakelijkheidsrecht
Defensieve functie: handhaving rechten en belangen: compensatie,
herstellen status quo, selectie welke gevallen schadecompensatie;
Offensieve (ventiel)functie: nieuwe rechten/open norm, erkennen leed en
onterecht uit verleden;
Preventie – straffen en ontnemen onrechtmatig verkregen voordeel (6:104
BW).
Persoonlijke aansprakelijkheid – onrechtmatige daad, art. 6:162 BW
1. Onrechtmatigheid (6:162 lid 2 BW)
o Drie gronden voor onrechtmatigheid:
i. Inbreuk op een recht;
ii. Doen/nalaten in strijd met wettelijke plicht;
iii. Doen/nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven
regels in maatschappelijke verkeer geldt (maatschappelijke
onzorgvuldigheid).
o Er zijn ook rechtvaardigingsgronden die de onrechtmatigheid
kunnen ontnemen, bijvoorbeeld noodweer, noodtoestand,
overmacht, en bevoegd gegeven ambtelijk bevel.
o Risicoaanvaarding? Het feit dat je een bepaald risico aanvaardt wil
niet zeggen dat je geen beroep kan doen op de
aansprakelijkheidsregels of dat er geen sprake kan zijn van een
onrechtmatige gedraging van een ander. Dat je een bepaald risico
, hebt genomen kan wel meespelen in de omvangfase, in de
vestigingsfase zal risicoaansprakelijkheid niet snel een rol spelen,
tenzij het echt om eigen schuld gaat en er geen sprake is van
verwijtbaarheid of onzorgvuldigheid bij de ander.
o Het hebben van een vergunning is niet altijd een rechtvaardiging.
2. Relativiteit (6:163 BW)
o Er dient een relatie te zijn tussen de geschonden norm en de
geleden schade.
o Doel van geschonden norm moet strekken tot voorkoming van
geleden schade benadeelde.
o Zonder relativiteit is geen onrechtmatigheid.
o Geldt voor alle onrechtmatigheidsvormen, maar vraagt alleen om
een aparte toets bij “doen/nalaten in strijd met wettelijke plicht”.
Anders is relativiteit een soort van ingebakken in
onrechtmatigheidsoordeel.
3. Toerekening (6:162 lid 3 BW)
o Drie gronden voor toerekening:
i. Schuld (verwijtbaarheid);
ii. Wet;
o Hiermee wordt niet bedoeld risicoaansprakelijkheid van
afdeling 6.3.2. (!) maar bijvoorbeeld 6:165 BW (!!).
iii. Verkeersopvatting.
o Schulduitsluitingsgronden kunnen toerekenbaarheid wegnemen,
bijvoorbeeld noodweerexces, dwaling, of onbevoegd gegeven
ambtelijk bevel.
4. Causaal verband (conditio sine qua non)
o Was de schade ingetreden als de onrechtmatige daad niet had
plaatsgevonden? Gaat om een feitelijk causaal verband. Vergelijk
hypothetische situatie waarin onrechtmatige daad heeft
plaatsgevonden, en die waarin niet heeft plaatsgevonden.
o Let op: 6:98 BW behoort tot de omvangsfase en niet tot de
vestigingsfase!
5. Schade
o Welke schade voor vergoeding in aanmerking komst is uitgewerkt in
afdeling 6.1.10, maar er moet wel sprake zijn van feitelijke schade.
Onrechtmatigheid (art. 6:162 lid 2 BW) (vereiste 1)
Strijd met wettelijke plicht en relativiteit
Strijd met elk algemeen verbindende regeling van bevoegd gezag.
Bij overtreding wettelijke plicht moet relativiteit 6:163 BW apart worden
getoetst: strekt de geschonden norm tot bescherming tegen schade zoals
benadeelde die heeft geleden? Beschermingsbereik geschonden norm
moet zich strekken tot:
o Persoon van de benadeelde;
o De door hem geleden schade; en
o De wijze waarop schade is ontstaan.
Inbreuk op een recht
Wat is ‘recht’?
Gaat hier om aan eiser toekomende rechten, beperkt opvatten, denk aan: