1. LES 6: CULTURELE SENSITIVITEIT: DEEL 1
1.1. INTERCULTURELE COMPETENTIES: WAAROM?
• Vroeger: andere blik op culturele verschillen -> culturen die anders waren dan westers/ Europees werden
als lager gezien en vandaag zijn we juist tegen die mening
- Anders dan Europese cultuur: lager / primiPef
- Culturele conflicten oplossen à oorlogen: vechten en diegene die wint is de sterkste
- Etnocentrisch perspecPef à mijn cultuur is belangrijk, jij bent anders dus minder waard
• Verandering onder impuls van de culturele antropologie
- Onderzoek naar de verschillen
- Onderzoek om zo mensen die anders zijn hen te laten begrijpen
Menselijke zoo van Tervuren (1895)
=> Mensen die een ander ras hadden werden tentoongesteld in een zoo, je kon
ze bezoeken zoals dieren in de zee, je kon niet spreken met hen, gewoon zien.
Leren kennen op een afstand want ze zijn anders.
• Diversiteit in de samenleving: maatschappij is niet homogeen -> bv. Er zijn niet enkel mannen, ook
vrouwen
• Als hulpverlener:
- Begrip van culturele verschillen in waarden en normen
- Herkennen van culturele invloeden op psychische problemen
- Aanpassen van communicaPesPjl
- EffecPeve diagnosPek en behandeling
- Vergroten van toegankelijkheid van zorg
1.2. OMGAAN MET ANDERE CULTUREN
• Belangrijk startpunt: beseffen dat er verschillen zijn
- ObjecPeve blik: waar verschillen we concreet
- Hoe willen we omgaan met die verschillen? Wil ik die verschillen omarmen, negeren, wil ik
communicaPe veranderen, discussiëren, …? Wil ik Aanpassen, opleggen, overnemen, zoeken naar
gezamenlijke cultuur?
• Aanpassen, opleggen, overnemen, zoeken naar gezamenlijke cultuur?
• Zeer actueel debat
,Verschillende manieren van omgaan met andere culturen:
1. Culturele dominantie (linksboven):
- Één partij legt zijn/haar manier van doen op aan ander
è Weinig ruimte voor aanpassing, en de ene cultuur
domineert volledig de interactie
2. Culturele vermijding (linksonder):
- Men vermijdt het omgaan met culturele verschillen
- Beide partijen houden vast aan hun eigen manier van
doen en vermijden interactie die culturele samenwerking
vereist
3. Culturele accommodatie (rechtsonder):
- Een partij past zich aan de manier van de ander aan à betekent dat men bereid is eigen normen,
waarden of gebruiken opzij te zetten ten gunste van andere cultuur
4. Cultureel compromis (midden):
- Middenweg waarbij beide partijen een beetje toegeven om een werkbare oplossing te vinden
- Ontstaat gedeelde manier van doen, waarbij beide partijen enigszins tevreden zijn, maar niemand
volledig zijn eigen voorkeur behoudt
5. Culturele synergie (rechtsboven):
- Situatie waarin beide partijen samenwerken om geheel nieuwe aanpak te ontwikkelen die de beste
elementen van beide culturen combineert
- Het resultaat is beter dan wat beide afzonderlijk zouden kunnen bereiken
De assen in de afbeelding helpen om te begrijpen hoe de benaderingen verdeeld zijn:
• Mijn manier (verticale as): De mate waarin je je eigen culturele aanpak wilt handhaven
• Hun manier (horizontale as): De mate waarin je bereid bent de aanpak van de ander te accepteren
1.3. CULTUURVERSCHILLEN METEN EN BEGRIJPEN
• Vertrekken vanuit universele karakterisPeken
- Verschillende wegen naar zelfde doel: culturen hebben vaak dezelfde doelen, maar pakken de weg
anders aan
- Welke factoren zijn in elke cultuur te vinden, maar krijgen een andere uitwerking?
2
,• Modellen van Hall en Kluckhohn: begrijpen van verschillen
- 6 culturele basiswaarden
- Op basis van ervaringen
• Model van Hofstede: 6 culturele dimensies
• Model van Lewis: 3 cultuurtypen
1.3.1. MODEL VAN HALL: CULTUURVERSCHILLEN BEGRIJPEN
• Lage- en hogecontextcommunicaPe
- Lage context (Noord-West Europa, Noord-Amerika,…)
Ø Gesproken woord is dominant, informaPe is duidelijk en expliciet
Ø Alles zit in de boodschap
è Bv. Je vraagt sPlte voor ene leerling en iemand praat erdoor dus je gaat die aanspreken
- Hoge context (Midden-Oosten, Azië,…):
Ø Deel van de boodschap zit in de context: impliciet en non verbaal. Status, relaPe spelen
belangrijke rol.
Ø Boodschap achter de boodschap
è Je vraagt sPlte als iemand aan het woord is, en iemand spreekt toch erdoor, dan vraag je
subPel hoe dat komt of zeggen van zou het kunnen dat iemand iets niet begrijpt
• Monochrone en polychrone Pjdsbeleving
- Monochroon: lineaire Pjdsbeleving, duidelijk dagritme, gestuurd door afspraken en agenda. Tijd
wordt beheerd en gerespecteerd. We werken met planningen, agenda’s, …
= duidelijk dagritme, afspraken nagaan
Ø Vb. Scheiding tussen werk en privé, focus op 1 taak tegelijk
Ø Je moet in de les zijn om 9u en je bent daar op Pjd
- Polychroon: Pjd beweegt in alle richPngen, Pjd is ondergeschikt aan de relaPe. Flexibele benadering
van Pjd
Ø Vb. Losser omgaan met afspraken en deadlines, belang van familie boven zakelijke
verplichPngen
Ø Losser omgaan met afspraken en deadlines, belang van familie boven zakelijke verplichPngen
• Persoonlijke ruimte
- Fysieke afstand die comfortabel voelt, omgang met aanrakingen van de ander, “personal space”
• Snelle en langzame boodschappen
- Snel: whatsapp, reclameboodschappen, twiner, …
- Langzaam: boeken, brieven etc.
- Merk hier het verschil in generaPes! Wie schrijp nog bieven?
3
, • Snelle en langzame informaPestromen
- Schermen we info af? Of stroomt die snel door?
- Westen: eerder afschermen – Oosten: eerder doorgeven
• Keten van handelingen
- Kennis van hoe een cultuur de zaken aanpakt. Vb. inschrijven in scholen, uitlenen van materiaal
1.3.2. MODEL VAN KLUCKHOHN
• Mensen moeten problemen oplossen om te kunnen overleven. Antwoorden zijn verschillen per cultuur
• 6 vragen:
1. Leep een cultuur in harmonie met de natuur en omgeving of wil zij deze overheersen?
2. Is de cultuur gericht op het verleden, heden of de toekomst?
3. Is het een taakgerichte cultuur of een relaPegerichte?
4. Is het een individuele of collecPvisPsche cultuur?
5. Is de fysieke ruimte vooral privé of openbaar?
6. Menselijke aard: zijn mensen per definiPe slecht of goed?
• Verhouding tot de natuur
- Onderworpen aan de natuur (vb. Inheemse stammen Amazone)
Ø Natuur ligt buiten de controle van de mens
Ø Mens als onderdeel van de natuurlijke wereld
- Meesterschap over de natuur (vb. Westerse industriële samenleving)
Ø Neiging te geloven dat de mens superieur is aan de natuur
Ø Natuurlijke wereld beheersen of veranderen door technologie en wetenschap
Ø Geëxploiteerd of gecontroleerd om menselijke doelen te dienen
- Harmonie met de natuur (vb. Japanse Shinto-cultuur)
Ø Evenwicht tussen acPviteiten en de natuur
Ø Duurzaam leven en natuur respecteren, zonder deze volledig te beheersen of te
onderwerpen
• OriëntaPe op verleden, heden, toekomst
- Verleden: Focus op tradiPes, historische gebeurtenissen
- Heden: Plannen voor korte termijn, niet te veel focus op het verleden
- Toekomst: Vooral bezig met doelen in de nabije en verre toekomst
• Taakgericht of relaPegericht
- Taakgericht: doe-cultuur à Mensen leven om te werken
Ø Ondernemingsgericht: doelen stellen, acPes ondernemen, sterk resultaatsgericht
- RelaPegericht: zijn-cultuur à Sterke investering in relaPes en verhoudingen tot elkaar
4
1.1. INTERCULTURELE COMPETENTIES: WAAROM?
• Vroeger: andere blik op culturele verschillen -> culturen die anders waren dan westers/ Europees werden
als lager gezien en vandaag zijn we juist tegen die mening
- Anders dan Europese cultuur: lager / primiPef
- Culturele conflicten oplossen à oorlogen: vechten en diegene die wint is de sterkste
- Etnocentrisch perspecPef à mijn cultuur is belangrijk, jij bent anders dus minder waard
• Verandering onder impuls van de culturele antropologie
- Onderzoek naar de verschillen
- Onderzoek om zo mensen die anders zijn hen te laten begrijpen
Menselijke zoo van Tervuren (1895)
=> Mensen die een ander ras hadden werden tentoongesteld in een zoo, je kon
ze bezoeken zoals dieren in de zee, je kon niet spreken met hen, gewoon zien.
Leren kennen op een afstand want ze zijn anders.
• Diversiteit in de samenleving: maatschappij is niet homogeen -> bv. Er zijn niet enkel mannen, ook
vrouwen
• Als hulpverlener:
- Begrip van culturele verschillen in waarden en normen
- Herkennen van culturele invloeden op psychische problemen
- Aanpassen van communicaPesPjl
- EffecPeve diagnosPek en behandeling
- Vergroten van toegankelijkheid van zorg
1.2. OMGAAN MET ANDERE CULTUREN
• Belangrijk startpunt: beseffen dat er verschillen zijn
- ObjecPeve blik: waar verschillen we concreet
- Hoe willen we omgaan met die verschillen? Wil ik die verschillen omarmen, negeren, wil ik
communicaPe veranderen, discussiëren, …? Wil ik Aanpassen, opleggen, overnemen, zoeken naar
gezamenlijke cultuur?
• Aanpassen, opleggen, overnemen, zoeken naar gezamenlijke cultuur?
• Zeer actueel debat
,Verschillende manieren van omgaan met andere culturen:
1. Culturele dominantie (linksboven):
- Één partij legt zijn/haar manier van doen op aan ander
è Weinig ruimte voor aanpassing, en de ene cultuur
domineert volledig de interactie
2. Culturele vermijding (linksonder):
- Men vermijdt het omgaan met culturele verschillen
- Beide partijen houden vast aan hun eigen manier van
doen en vermijden interactie die culturele samenwerking
vereist
3. Culturele accommodatie (rechtsonder):
- Een partij past zich aan de manier van de ander aan à betekent dat men bereid is eigen normen,
waarden of gebruiken opzij te zetten ten gunste van andere cultuur
4. Cultureel compromis (midden):
- Middenweg waarbij beide partijen een beetje toegeven om een werkbare oplossing te vinden
- Ontstaat gedeelde manier van doen, waarbij beide partijen enigszins tevreden zijn, maar niemand
volledig zijn eigen voorkeur behoudt
5. Culturele synergie (rechtsboven):
- Situatie waarin beide partijen samenwerken om geheel nieuwe aanpak te ontwikkelen die de beste
elementen van beide culturen combineert
- Het resultaat is beter dan wat beide afzonderlijk zouden kunnen bereiken
De assen in de afbeelding helpen om te begrijpen hoe de benaderingen verdeeld zijn:
• Mijn manier (verticale as): De mate waarin je je eigen culturele aanpak wilt handhaven
• Hun manier (horizontale as): De mate waarin je bereid bent de aanpak van de ander te accepteren
1.3. CULTUURVERSCHILLEN METEN EN BEGRIJPEN
• Vertrekken vanuit universele karakterisPeken
- Verschillende wegen naar zelfde doel: culturen hebben vaak dezelfde doelen, maar pakken de weg
anders aan
- Welke factoren zijn in elke cultuur te vinden, maar krijgen een andere uitwerking?
2
,• Modellen van Hall en Kluckhohn: begrijpen van verschillen
- 6 culturele basiswaarden
- Op basis van ervaringen
• Model van Hofstede: 6 culturele dimensies
• Model van Lewis: 3 cultuurtypen
1.3.1. MODEL VAN HALL: CULTUURVERSCHILLEN BEGRIJPEN
• Lage- en hogecontextcommunicaPe
- Lage context (Noord-West Europa, Noord-Amerika,…)
Ø Gesproken woord is dominant, informaPe is duidelijk en expliciet
Ø Alles zit in de boodschap
è Bv. Je vraagt sPlte voor ene leerling en iemand praat erdoor dus je gaat die aanspreken
- Hoge context (Midden-Oosten, Azië,…):
Ø Deel van de boodschap zit in de context: impliciet en non verbaal. Status, relaPe spelen
belangrijke rol.
Ø Boodschap achter de boodschap
è Je vraagt sPlte als iemand aan het woord is, en iemand spreekt toch erdoor, dan vraag je
subPel hoe dat komt of zeggen van zou het kunnen dat iemand iets niet begrijpt
• Monochrone en polychrone Pjdsbeleving
- Monochroon: lineaire Pjdsbeleving, duidelijk dagritme, gestuurd door afspraken en agenda. Tijd
wordt beheerd en gerespecteerd. We werken met planningen, agenda’s, …
= duidelijk dagritme, afspraken nagaan
Ø Vb. Scheiding tussen werk en privé, focus op 1 taak tegelijk
Ø Je moet in de les zijn om 9u en je bent daar op Pjd
- Polychroon: Pjd beweegt in alle richPngen, Pjd is ondergeschikt aan de relaPe. Flexibele benadering
van Pjd
Ø Vb. Losser omgaan met afspraken en deadlines, belang van familie boven zakelijke
verplichPngen
Ø Losser omgaan met afspraken en deadlines, belang van familie boven zakelijke verplichPngen
• Persoonlijke ruimte
- Fysieke afstand die comfortabel voelt, omgang met aanrakingen van de ander, “personal space”
• Snelle en langzame boodschappen
- Snel: whatsapp, reclameboodschappen, twiner, …
- Langzaam: boeken, brieven etc.
- Merk hier het verschil in generaPes! Wie schrijp nog bieven?
3
, • Snelle en langzame informaPestromen
- Schermen we info af? Of stroomt die snel door?
- Westen: eerder afschermen – Oosten: eerder doorgeven
• Keten van handelingen
- Kennis van hoe een cultuur de zaken aanpakt. Vb. inschrijven in scholen, uitlenen van materiaal
1.3.2. MODEL VAN KLUCKHOHN
• Mensen moeten problemen oplossen om te kunnen overleven. Antwoorden zijn verschillen per cultuur
• 6 vragen:
1. Leep een cultuur in harmonie met de natuur en omgeving of wil zij deze overheersen?
2. Is de cultuur gericht op het verleden, heden of de toekomst?
3. Is het een taakgerichte cultuur of een relaPegerichte?
4. Is het een individuele of collecPvisPsche cultuur?
5. Is de fysieke ruimte vooral privé of openbaar?
6. Menselijke aard: zijn mensen per definiPe slecht of goed?
• Verhouding tot de natuur
- Onderworpen aan de natuur (vb. Inheemse stammen Amazone)
Ø Natuur ligt buiten de controle van de mens
Ø Mens als onderdeel van de natuurlijke wereld
- Meesterschap over de natuur (vb. Westerse industriële samenleving)
Ø Neiging te geloven dat de mens superieur is aan de natuur
Ø Natuurlijke wereld beheersen of veranderen door technologie en wetenschap
Ø Geëxploiteerd of gecontroleerd om menselijke doelen te dienen
- Harmonie met de natuur (vb. Japanse Shinto-cultuur)
Ø Evenwicht tussen acPviteiten en de natuur
Ø Duurzaam leven en natuur respecteren, zonder deze volledig te beheersen of te
onderwerpen
• OriëntaPe op verleden, heden, toekomst
- Verleden: Focus op tradiPes, historische gebeurtenissen
- Heden: Plannen voor korte termijn, niet te veel focus op het verleden
- Toekomst: Vooral bezig met doelen in de nabije en verre toekomst
• Taakgericht of relaPegericht
- Taakgericht: doe-cultuur à Mensen leven om te werken
Ø Ondernemingsgericht: doelen stellen, acPes ondernemen, sterk resultaatsgericht
- RelaPegericht: zijn-cultuur à Sterke investering in relaPes en verhoudingen tot elkaar
4