Stappenplannen AR
Werkcollege 1
Groepsaansprakelijkheid
Stap 1 – Bestaat er een groep?
Er moet sprake zijn van een groep personen die gezamenlijk hebben gehandeld. Het
gaat om concrete gedragingen in groepsverband die hebben geleid tot schade. Er
moet wel sprake zijn van gezamenlijk optrekken.
Wettelijke grondslag: artikel 6:166 BW en benoem HR Groepsaansprakelijkheid
Stap 2 – Is er sprake van een onrechtmatige daad?
Het gedrag van (een deel van) de groep moet onrechtmatig zijn. Dit kan zijn:
In strijd met een wettelijke plicht
Inbreuk op een recht
In strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm (ongeschreven
normen)
Wettelijke grondslag: artikel 6:162 BW
Stap 3 – Tussenconclusie
De grondslag waarmee het groepslid aansprakelijk kan worden gesteld, is artikel
6:166 in samenhang met artikel 6:162 BW. De groepsaansprakelijkheid is gebaseerd
op de onrechtmatige daad.
Stap 4 – Toetsing aan de vier vereisten van artikel 6:166 lid 1 BW
1. Er moet sprake zijn van gedragingen in groepsverband die schade hebben
veroorzaakt.
2. De gedraging van (een lid van) de groep moet onrechtmatige schade hebben
toegebracht.
3. De kans op het toebrengen van schade had de groepsleden moeten
weerhouden van deelname aan het groepsgedrag.
4. Het gedrag moet aan het individuele groepslid kunnen worden toegerekend,
op grond van schuld of verkeersopvattingen.
Wettelijke grondslag toerekening: artikel 6:162 lid 3 BW
Stap 5 – Tussenconclusie
Als aan alle vier de vereisten van artikel 6:166 lid 1 BW is voldaan, is het groepslid
hoofdelijk aansprakelijk voor de volledige schade die uit het groepsgedrag is
voortgevloeid.
Stap 6 – Regresmogelijkheid binnen de groep
Een aangesproken groepslid kan een evenredig deel van de schade verhalen op de
andere groepsleden, tenzij omstandigheden anders vereisen.
Wettelijke grondslag: artikel 6:166 lid 2 BW
Stap 7 - Conclusie
, Meervoudige causaliteit – Alternatief
Stap 1 – Is er sprake van schade?
Er moet sprake zijn van schade bij de benadeelde (bijvoorbeeld letsel of
vermogensschade).
Stap 2 – Zijn er meerdere mogelijke oorzaken?
De schade moet het gevolg kunnen zijn van twee of meer gebeurtenissen.
Het is onzeker welke gebeurtenis precies de schade heeft veroorzaakt.
De oorzaken moeten niet gezamenlijk, maar alternatief zijn (dus: óf de ene óf
de andere).
Stap 3 – Zijn er twee of meer potentieel aansprakelijke partijen?
Iedere gebeurtenis moet herleidbaar zijn tot een eigen onrechtmatige
gedraging van een zelfstandig aansprakelijke partij.
Stap 4 – Staat vast dat de schade door ten minste één van de gebeurtenissen is
veroorzaakt?
Het moet met zekerheid vaststaan dat de schade door minstens één van de
gebeurtenissen is veroorzaakt.
Dit is het kernvereiste voor toepassing van art. 6:99 BW.
Stap 5 – Tussenconclusie: sprake van alternatieve causaliteit
Als aan de drie voorgaande voorwaarden is voldaan:
1. Schade is mogelijk door twee gebeurtenissen veroorzaakt;
2. Twee zelfstandig aansprakelijke partijen;
3. Vaststaat dat één gebeurtenis de schade heeft veroorzaakt, dan is
sprake van alternatieve causaliteit in de zin van art. 6:99 BW.
Wettelijke grondslag: art. 6:99 BW, ook benoemen HR DES-dochters en
HR London/Delta Lloyd
Stap 6 – Gevolgen: hoofdelijke aansprakelijkheid (art. 6:102 BW)
De partijen zijn hoofdelijk aansprakelijk: de benadeelde mag één van hen
volledig aanspreken voor de schade.
De aangesproken partij kan later regres nemen op de ander.
Wettelijke grondslag: art. 6:102 BW
Stap 7 – Omkering van de bewijslast
De benadeelde hoeft niet te bewijzen wie van de partijen de schade precies
heeft veroorzaakt.
De bewijslast wordt omgekeerd: de aangesproken partij moet bewijzen dat zijn
handelen niet tot de schade heeft geleid.
Wettelijke grondslag: art. 6:99 BW
Stap 8 – Conclusie
Werkcollege 1
Groepsaansprakelijkheid
Stap 1 – Bestaat er een groep?
Er moet sprake zijn van een groep personen die gezamenlijk hebben gehandeld. Het
gaat om concrete gedragingen in groepsverband die hebben geleid tot schade. Er
moet wel sprake zijn van gezamenlijk optrekken.
Wettelijke grondslag: artikel 6:166 BW en benoem HR Groepsaansprakelijkheid
Stap 2 – Is er sprake van een onrechtmatige daad?
Het gedrag van (een deel van) de groep moet onrechtmatig zijn. Dit kan zijn:
In strijd met een wettelijke plicht
Inbreuk op een recht
In strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm (ongeschreven
normen)
Wettelijke grondslag: artikel 6:162 BW
Stap 3 – Tussenconclusie
De grondslag waarmee het groepslid aansprakelijk kan worden gesteld, is artikel
6:166 in samenhang met artikel 6:162 BW. De groepsaansprakelijkheid is gebaseerd
op de onrechtmatige daad.
Stap 4 – Toetsing aan de vier vereisten van artikel 6:166 lid 1 BW
1. Er moet sprake zijn van gedragingen in groepsverband die schade hebben
veroorzaakt.
2. De gedraging van (een lid van) de groep moet onrechtmatige schade hebben
toegebracht.
3. De kans op het toebrengen van schade had de groepsleden moeten
weerhouden van deelname aan het groepsgedrag.
4. Het gedrag moet aan het individuele groepslid kunnen worden toegerekend,
op grond van schuld of verkeersopvattingen.
Wettelijke grondslag toerekening: artikel 6:162 lid 3 BW
Stap 5 – Tussenconclusie
Als aan alle vier de vereisten van artikel 6:166 lid 1 BW is voldaan, is het groepslid
hoofdelijk aansprakelijk voor de volledige schade die uit het groepsgedrag is
voortgevloeid.
Stap 6 – Regresmogelijkheid binnen de groep
Een aangesproken groepslid kan een evenredig deel van de schade verhalen op de
andere groepsleden, tenzij omstandigheden anders vereisen.
Wettelijke grondslag: artikel 6:166 lid 2 BW
Stap 7 - Conclusie
, Meervoudige causaliteit – Alternatief
Stap 1 – Is er sprake van schade?
Er moet sprake zijn van schade bij de benadeelde (bijvoorbeeld letsel of
vermogensschade).
Stap 2 – Zijn er meerdere mogelijke oorzaken?
De schade moet het gevolg kunnen zijn van twee of meer gebeurtenissen.
Het is onzeker welke gebeurtenis precies de schade heeft veroorzaakt.
De oorzaken moeten niet gezamenlijk, maar alternatief zijn (dus: óf de ene óf
de andere).
Stap 3 – Zijn er twee of meer potentieel aansprakelijke partijen?
Iedere gebeurtenis moet herleidbaar zijn tot een eigen onrechtmatige
gedraging van een zelfstandig aansprakelijke partij.
Stap 4 – Staat vast dat de schade door ten minste één van de gebeurtenissen is
veroorzaakt?
Het moet met zekerheid vaststaan dat de schade door minstens één van de
gebeurtenissen is veroorzaakt.
Dit is het kernvereiste voor toepassing van art. 6:99 BW.
Stap 5 – Tussenconclusie: sprake van alternatieve causaliteit
Als aan de drie voorgaande voorwaarden is voldaan:
1. Schade is mogelijk door twee gebeurtenissen veroorzaakt;
2. Twee zelfstandig aansprakelijke partijen;
3. Vaststaat dat één gebeurtenis de schade heeft veroorzaakt, dan is
sprake van alternatieve causaliteit in de zin van art. 6:99 BW.
Wettelijke grondslag: art. 6:99 BW, ook benoemen HR DES-dochters en
HR London/Delta Lloyd
Stap 6 – Gevolgen: hoofdelijke aansprakelijkheid (art. 6:102 BW)
De partijen zijn hoofdelijk aansprakelijk: de benadeelde mag één van hen
volledig aanspreken voor de schade.
De aangesproken partij kan later regres nemen op de ander.
Wettelijke grondslag: art. 6:102 BW
Stap 7 – Omkering van de bewijslast
De benadeelde hoeft niet te bewijzen wie van de partijen de schade precies
heeft veroorzaakt.
De bewijslast wordt omgekeerd: de aangesproken partij moet bewijzen dat zijn
handelen niet tot de schade heeft geleid.
Wettelijke grondslag: art. 6:99 BW
Stap 8 – Conclusie